Veen, Gerrit Jan van der

Arrestatie en dood

Arrestatie

Op 12 mei 1944 drongen SD'ers het gebouw van De Spiegel binnen. Waarschijnlijk was het adres verraden, maar door wie is nooit helemaal duidelijk geworden. Gerrit Jan van der Veen probeerde nog te ontkomen door te vluchten over het dak. Maar in zijn halfverlamde staat was deze poging tot mislukken gedoemd. Hij werd samen met zijn vriendin Susan van Hall en nog twee anderen gearresteerd en overgebracht naar de Weteringschans. Hij werd meerdere malen overgeplaatst naar andere gevangenissen. Dit om mogelijke bevrijdingspogingen van de Nederlandse illegaliteit te bemoeilijken.

Van der Veen slaagde er in om de eerste dagen, ondanks Duitse druk, te zwijgen. Hierna bekende hij zaken die de Duitsers toch al wisten.

Proces en executie

Op 10 juni 1944 vond er een (schijn)proces plaats. Van der Veen werd samen met een aantal andere personen, onder wie Frans Duwaer en Paul Guermonprez (die allebei hadden samengewerkt met Van der Veen, onder meer in de RVV), door een SS- und Polizeigericht ter dood veroordeeld. Het vonnis zou nog die dag voltrokken worden.

De gevangenen werd de mogelijkheid geboden om een afscheidsbrief te schrijven. Van der Veen schreef in zijn brief aan zijn echtgenote openlijk over drie vrouwen. Behalve met Susan van Hall had hij onder andere ook een verhouding met Gustave (Guusje) Rubsaam, bij wie hij ook een kind verwekte, de latere D66-politicus Gerrit-Jan Wolffensperger. Deze zoon zou op 9 augustus1944 geboren worden en werd vernoemd naar zijn vader. In zijn afscheidsbrief schreef hij ook het volgende:

"Tenslotte is het toch nog misgegaan. Het is wel jammer, maar bij al die miljoenen mensen die vielen en de velen die nog vallen zullen, zinkt mijn persoon in het niet... Ik heb altijd al geweten wat ik waagde en mag mij dus niet beklagen. Maar ik vind het wel jammer. Ik heb gemeend te doen wat mijn plicht was. Ik heb niet anders gekund."

In de avond van 10 juni 1944 werd Gerrit Jan van der Veen, lichamelijk ondersteund door twee van zijn kameraden, in de duinen van Overveen, samen met zeven anderen, doodgeschoten door een Duits vuurpeloton.

Slot

Na de arrestatie van Van der Veen werd de leiding van de Persoonsbewijzencentrale overgenomen door Gerhard Badrian. Die kwam op 30 juni 1944 als gevolg van verraad om het leven bij een vuurgevecht met een SD-Sonderkommando. De Persoonsbewijzencentrale werd hierna meer gedecentraliseerd. Volgens Loe de Jong werd de leiding in handen genomen door een aantal Amsterdamse studenten, onder wie Samuel Albert (Boet) de Lange. Andere bronnen noemen de in Makassar geboren Wienik Everts (1912-1990), die tijdens de oorlog bekend stond onder zijn schuilnamen Klaas van Veen, Tom of Nico van der Poll, als mogelijke leider van de PBC. Walraven van Hall speelde volgens sommige personen ook een rol . Na de dood van Van der Veen dreigde de organisatie uit elkaar te vallen. Van Hall die een goed bemiddelaar was, wist dit te voorkomen.

Na de bevrijding werd Van der Veen herbegraven op de Erebegraafplaats in Overveen. Er werd in Amsterdam ook een straat naar hem vernoemd. Tijdens de bezetting waren aan de Euterpestraat in Amsterdam verschillende Duitse instanties gevestigd. Onder meer de SD en de Zentralstelle fŁr JŁdische Auswanderung (deze instelling hield zich bezig met de deportatie van de Joden) waren hier gehuisvest. Veel verzetslieden werden, voordat zij op transport gingen naar een concentratiekamp, eerst verhoord en vaak gemarteld door de aan deze straat gevestigde SD. De Euterpestraat werd daardoor symbool van de Duitse onderdrukking in Nederland. Na de oorlog was het duidelijk dat deze naam niet gehandhaafd kon blijven: deze riep te veel slechte herinneringen op. De straat moest een andere naam krijgen. Hij werd vernoemd naar de verzetsstrijder Gerrit Jan van der Veen (Gerrit van der Veenstraat).

Vooral door zijn gewapende acties verkreeg van der Veen veel bekendheid. Zijn aanslagen en overvallen waren niet altijd even succesvol. Maar hij gaf hiermee wel een duidelijk signaal af, dat niet iedereen zich zo maar neerlegde bij de Duitse bezetting. Als leider van de Persoonsbewijzencentrale heeft hij bovendien duizenden mensen behoed voor deportatie naar Duitsland. Hierdoor kreeg Gerrit Jan van der Veen tijdens en vooral na de oorlog een heldenstatus. Hij was bijvoorbeeld de eerste verzetstrijder over wie een biografie werd geschreven ("Een doodgewone held" van Albert Helman, uitgegeven in 1946, zie bronnen). Zijn bijdrage aan de Nederlandse illegaliteit is zeer groot geweest.

Onderscheidingen

Lees meer over de onderscheidingen van deze persoon op WW2Awards.com.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Grafsteen van Gerrit Jan van der Veen op de erebegraafplaats in Overveen.
(Bron: Beeldbank WO2)


Gebouw van de Sicherheitsdienst aan de Euterpestraat, tegenwoordig de Gerrit van der Veenstraat.
(Bron: Beeldbank WO2)


Hetzelfde gebouw tegenwoordig, waar nu de Gerrit van der Veenschool gevestigd is.
(Bron: Anneke Moerenhout)


Straatnaambord van de Gerrit van der Veenstraat in Amsterdam.
(Bron: Anneke Moerenhout)

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
21-10-2012
Laatst gewijzigd:
29-06-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.