C.V, Fokker

Dit vliegtuig werd direct ontwikkeld uit de Fokker C.IV (C-4) een verkenner uit 1923. De C.IV was rechtstreeks afgeleid van succesvolle Fokker-jager van het einde van de Eerste Wereldoorlog, de D.VII ( D-7). De laatste C.IV's en D.VII's werden pas in 1938 afgeschreven en het heeft dus weinig gescheeld of een Duits succestoestel uit de Eerste Wereldoorlog had het moeten opnemen tegen de moderne Messerschmitts. Zover is het niet gekomen, alhoewel de nieuwere vliegtuigen van de Nederlandse LVA uiteindelijk ook geen partij waren. De eerste opvolger van de C.IV werd de C.V. Alhoewel reeds verouderd bij het uitbreken van de oorlog in mei 1940 wisten deze toestellen het de vijand nog moeilijk te maken.

Het was een typisch Fokkervliegtuig met een gemengde constructie van metaal en hout. De romp bestond uit een frame van stalen buis, aan de voorzijde bekleed met metaalplaat en aan de achterzijde met linnen. De vleugels waren van hout. Het was een zeer betrouwbaar toestel dat dan ook in groten getale over de gehele wereld werd gebouwd. In totaal zijn meer dan 750 exemplaren gebouwd in verschillende uitvoeringen. Naar keuze waren ze voorzien van een andere motor en een onderstel van wielen, ski's of drijvers (C.V-w). Het vliegtuig heeft onder andere dienst gedaan in Nederland, Scandinavië, Duitsland, Hongarije, Italië, Nederlands-Indië, Zwitserland en Bolivia.

Het eerste prototype vloog in mei 1924 en was uitgevoerd met een 420pk Packard V-1410 Liberty motor en werd aangeduid als C.Va. Het toestel werd ontworpen zoals de klant het wenste. Naar believen kon het toestel uitgerust worden met de gewenste motor en bewapening. Er waren dan ook zeer veel varianten mogelijk.

De eerste productie C.V's verscheen in 1925 en was beduidend beter dan zijn voorganger de C.IV. Het trok op de Parijse Salon in 1926 zoveel aandacht dat buitenlandse orders niet konden uitblijven. De volgende typen zijn bekend:

C.VI:
De C.VI (C-6) is een gewone C.V., maar kreeg een andere aanduiding, omdat het toestel uitgerust was met een lichtere motor dan in de folder was aangegeven. Fokker dacht hetzelfde toestel niet met een andere motor op de markt te kunnen brengen en gaf er dus maar een andere naam aan. In feite was het gelijkwaardig aan de latere C.Vd. Deze toestellen werden verkocht aan de LVA (Luchtvaartafdeling) en hebben later zwaardere motoren gekregen waarna ze gewoon als C.Vd werden aangeduid. De eerste serie van 19 vliegtuigen ging naar Soesterberg onder de nummers 590 t/m 608. Later volgden nog twee leveringen van respectievelijk 7 en 3 exemplaren, 609 t/m 618. In 1928 zijn hier de 619 en 620 aan toegevoegd. De 621 en 622 werden later door de LVA zelf uit onderdelen samengevoegd. De toestellen stonden in de boeken als lichte verkenner. 28 toestellen die uiteindelijk in 1934 van dit type nog in dienst waren werden verbouwd tot C.Vd en vernummerd in één serie met de overige C.Vd en tot 590 t/m 641.

Technische gegevens:

Model: Fokker C.VI (C-6)
Taak: lichte verkenner
Bemanning: 2
Afmetingen: Vleugeloppervlak: 46,10 m2
Spanwijdte: 12,50m
Lengte: 9,53m
Hoogte: 3,30m
Gewicht: Leeggewicht: 1315 kg
Geladen gewicht: 1915 kg
Prestaties: Kruissnelheid: 205 km/u
Max. snelheid: 225 km/u
Plafond: 5500 m
Bereik: 1000 km
Motor: Hispano-Suiza 52-12i, 350 pk
Bewapening: één 7,9 mm mitrailleur naar voren vurend en één op een ring voor de waarnemer, 16 x 25 kg of 8 x 50 kg bommen.
Productie: 33 stuks, dit model

C.Vb:
De C.Vb was het eerste productietype en werd verkocht aan Denemarken. Fokker bouwde 5 ( R-1 t/m R-5) toestellen en Denemarken bouwde er zelf 13 in licentie ( R-6 t/m R-18). Een enkele van dit type was nog in dienst bij de Duitse inval, maar aangezien Denemarken weinig heil zag in gewapend verzet hebben deze hier geen actie gezien. De overgebleven toestellen zijn samen met het restant Deense C.Vd en C.Ve bestand ingelijfd in de Luftwaffe en hebben op beperkte schaal nog dienst gedaan bij operatie Barbarossa.

Technische gegevens:

Model: Fokker C.Vb
Taak: strategische verkenner
Afmetingen: Vleugeloppervlak: 40,80 m2
Spanwijdte 33,33 m
Motor: Lorraine Dietrich 120b W-type, 400pk
Productie: 18 stuks, dit model

C.Vc:
Dit was de eerste C.V die ook voor Nederland werd geproduceerd. Het was echter niet de LVA die ze afnam, maar de Nederlandse marine. In 1926 ontving de MLD (Marine Luchtvaartdienst) de eerste zes exemplaren, de Z-1 t/m Z-6. Alleen de Z-6 werd beproefd als watervliegtuig (type C.V w), wat jammerlijk mislukte en de overige werden met wielstellen uitgevoerd. Een jaar later volgde een vervolgserie, de Z-7 t/m Z-12. De C.Vc's van de MLD werden ingezet vanaf vliegveld De Kooy en zijn vlak voor het uitbreken van de oorlog (1938) uit dienst gehaald. In 1927 heeft men de Z-3 nog omgebouwd tot torpedovliegtuig. Dit toestel is alleen voor proefnemingen gebruikt. Hiernaast werden van dit type vliegtuigen afgenomen door Bolivia.

Technische gegevens:

Model: Fokker C.Vc
Taak: Lichte bommenwerper/verkenner
Afmetingen: Vleugeloppervlak: 46,10 m2
Spanwijdte: 14,60 m
Motor: Ned. Marine; Lorraine Dietrich 12-w 400pk
Bolivia; Hispano-Suiza 51 Vee 500pk
Productie: Nederland; 6 Bolivia: 10

C.Vd:
Dit is samen met de C.Ve het meest gebouwde type van dit toestel. Het vliegtuig is aan veel landen geleverd, zowel gebouwd door Fokker als in licentie. Nederland en Italië waren de grootste afnemers. Nederland heeft deze toestellen zowel hier als in Nederlands-Indië gebruikt. Het toestel is in veel variaties afgeleverd, waarbij vooral het grote aantal verschillende motoren opvalt. De grootste wijziging ten opzichte van de eerdere types was de andere vleugelopbouw. De ondervleugel van deze tweedekker was een stuk kleiner uitgevoerd dan de voorgangers. Het werd gebruikt als verkenner, lichte bommenwerper en escortejager. Ruwweg waren er uiterlijk twee versies te onderscheiden aan het type motor. De typisch Nederlandse versie had een lijnmotor waardoor het een gestroomlijnd, aan de neus spitslopend uiterlijk had, terwijl de Scandinavische versie een radiaalmotor had met een typisch stompe neus.

De eerste 16 werden aan Nederland geleverd onder de registratie 301 t/m 316. Later volgden nog diverse leveringen, waardoor uiteindelijk nr's 301 t/m 334 tot de C.Vd behoorden. De toestellen hebben diverse omnummeringen gekend bij inbouw van andere motoren en nabestellingen. Op 10 mei 1940 waren nog 27 C.Vd's in dienst. Samen met de 7 C.Ve's waren de toestellen ingedeeld bij de I-2 LvR (Luchtverkennings Regiment) , bij de II-2 LvR, de III-2 LvR en de IV-2 Lvr. Ze hebben succesvolle bombardementsvluchten uitgevoerd op Junker 52-transporttoestellen en diverse fotoverkenningsvluchten. 14 C.Vd's en C.Ve's overleefden de meidagen. Ook de MLD bestelde 6 C.V d's. Deze toestellen waren bedoeld voor Nederlands Indië, maar zijn bij aankomst overgedragen aan de LA/KNIL (Luchtvaartafdeling van de KNIL). Ze kregen hier de registratie FC vd 442 t/m 447. De LA/KNIL heeft zeker tot in 1941 met deze toestellen gevlogen. Uiteindelijk heeft alleen de 618 de oorlog overleefd en is nog steeds te bezichtigen in het Aviodome in Lelystad.

Technische gegevens:

Model: Fokker C.Vd
Taak: lichte verkenner, lichte bommenwerper, escortejager
Bemanning: 2
Afmetingen: Vleugeloppervlak: 46,10 m2
Spanwijdte: 12,50m
Lengte: 9,53m (Nederland)
9,46m (Denemarken)
Hoogte: 3,30m
Gewicht: Leeggewicht: 1315 kg (Nederland)
1125 kg (Denemarken)
Geladen gewicht: 1915 kg (Nederland)
1725 kg (Denemarken)
Prestaties: Kruissnelheid: 205 km/u
Max. snelheid: 225 km/u (Nederland)
245 km/u (Denemarken)
Plafond: 5500 m (Nederland)
7300 m (Denemarken)
Bereik: 1000 km
Motor: Hispano-Suiza 51 520pk (Nederland)
Bristol-Jupiter VI 610pk (Denemarken)
Rolls-Royce Kestrel IIb of XI (Nederland Mei '40)
Bewapening: Verkenner/bommenwerper: één 7,9 mm mitrailleur naar voren vurend en één of twee op ring voor waarnemer, 16 x 8 kg of 4 x 50 kg bommen.
Escortejager: twee 7,9 mm naar voren vurend en één op ring
Productie: Finland 2, Bolivia 10, Denemarken 49, Hongarije onbekend op 68 d's en e's, Nederland 119 totaal aan VI en d's omgebouwd tot C.Vd,
Noorwegen 27, Zweden 2, Zwitserland 3, Duitsland 15 (d's en e's)

C.Ve:
De C.Ve werd in totale aantallen minder gebouwd, maar verschilde nagenoeg niet van de C.Vd. Hij had een iets grotere spanwijdte en was voornamelijk als bommenwerper bedoeld. De Nederlandse marine had vooral voor dit type belangstelling en nam er 12 van de landversie van dit type in dienst, de Z-13 t/m Z-24. Ook dit type heeft met vele verschillende motoren rondgevlogen. Ook de LA/KNIL heeft in totaal 22 C.Ve's aangeschaft met de registratie FC ve 425 t/m 441.

In 1933 ontving Denemarken een C.Ve met registratie R-21, waarna men besloot om zelf een serie van 23 van deze toestellen te bouwen, de R-22 t/m R-32 en R-41 t/m R-52. De overgebleven Deense toestellen zijn na de bezetting ingelijfd bij de Luftwaffe en zijn daar aan het Oostfront nog ingezet tegen de Sovjets. Hongarije haalde in 1983 haar Fokker C.V toestellen uit de mottenballen en zette ze in 1939 in bij de bezetting van de Tsjechoslowaakse regio Carpatho-Ruthenië. De toestellen die particuliere registraties hadden gedragen, werden voorzien van de militaire registratie F-151 t/m F-159. Noorwegen zette haar toestellen met succes in als bommenwerper tegen geparkeerde Junker transporttoestellen. De eerste serie van vijf toestellen had de registratie 301 t/m 309 (oneven nummers), terwijl de in licentie geproduceerde toestellen de registratie 311 t/m 339 kregen, maar dan wel alleen de oneven nummers. Later werden hier nog 27 C.Vd's aan toegevoegd met de oneven nummers tussen 341 t/m 393. Finland heeft ze met wisselend succes ingezet in de strijd tegen de Sovjet-Unie.

Technische gegevens:

Model: Fokker C.Ve
Taak: Lichte bommenwerper
Afmetingen: Vleugeloppervlak: 39,30 m2
Spanwijdte: 15,30m
Lengte: 9,53m (Nederland)
Hoogte: 3,30m
Motor: Napier Lion 400pk (KNIL)
Armstrong Siddely Panther II 575 pk (Noorwegen)
Bristol Jupiter (Zweden)
Bewapening: Bommenwerper: één 7,9 mm mitrailleur naar voren vurend en één
op ring voor waarnemer. 16 x 8 kg of 4 x 50 kg bommen.
Productie: Finland 17, Denemarken 31, Hongarije onbekend op 68 d's en e's,
Nederland 18, KNIL 20, Duitsland 15 (d's en e's),
Noorwegen 46, Zweden 51, Zwitserland 61

Meridionali Ro.1:
Italië bouwde in licentie maar liefst 349 C.Ve's onder deze naam. Ze werden gefabriceerd bij de fabriek Officine Ferroviarie Meridionali. Er werden twee versies gebouwd met verschillende motoren. De toestellen zijn gebruikt in Italië, Noord en Oost Afrika. In juni 1940 zijn de laatste uit dienst gegaan.

Technische gegevens:

Model: Meridionali Ro.1 en Ro.1-bis
Taak: Lichte bommenwerper
Bemanning: 2
Afmetingen: Vleugeloppervlak: 39,30 m2
Spanwijdte: 15,30m
Lengte: 9,46m
Hoogte: 3,62m
Gewicht: Leeggewicht: 1272 kg
Geladen gewicht: 2170 kg
Prestaties: Kruissnelheid: 180 km/u
Max. snelheid: 255 km/u
Plafond: 6000 m
Bereik: 1200 km
Motor: Alfa Romeo (Bristol) Jupiter 420pk (Ro.1)
Piagio (Bristol) Jupiter VIII 550pk (Ro.1-bis)
Bewapening: één 7,9 mm mitrailleur naar voren vurend en één
op ring voor waarnemer. 16 x 8 kg of 4 x 50 kg bommen.
Productie: 349 stuks

Definitielijst

Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
KNIL
Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (1830-1950) Benaming van het Nederlandse leger in Indonesië.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
mitrailleur
Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Bronnen

- David D., The Complete Encyclopedia Of World Aircraft, Brown Packaging Books Ltd., London, 1997
- Gunston B. ea., Jane's Fighting Aircraft of World War II, Random House Group Ltd, 2001
- Korbee P., 85 jaar Marineluchtvaartdienst in beeld, Marineluchtvaartdienst, 2002
- Wilson S., Aircraft of WWII, Airospace Publications Pty Ltd, Australia, 1998
- Wings, Midway to Hiroshima, CD-Rom, Discovery/Maris multimedia, 1995

Afbeeldingen


Nederlandse C.V, mei 1940


Deense C.v'en

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
26-02-2003
Laatst gewijzigd:
25-03-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2014
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.