Hudson, Lockheed

Van ontwikkeling tot Mk I

Ontwikkeling:
De model 14-serie ontstond uit een competitie, waarin de Lockheedfabriek op basis van prestaties trachtte het Douglas DST-ontwerp (de latere Douglas DC-3/C-47) naar de kroon te steken. Het werd een vliegtuig met laagliggende vleugel en twee motoren. Uiteindelijk werden toch ook andere verbeteringen toegepast. Dit kon men doen omdat door capaciteitsproblemen bij de fabriek men niet op het geplande moment met productie zou kunnen aanvangen. Uiteindelijk ontstond zo een passagiersvliegtuig voor 14 personen. Het prototype kwam in juli 1937 gereed en kreeg al snel haar definitieve naam de Super Electra.

Lockheed Model 14 Super Electra / XR4O-1 / C-111-LO:
Het prototype (de x17382) werd aangedreven door twee Pratt & Whitney R-1690-S1E-G Hornet motoren met een vermogen van 875 pk elk.
Doordat de onderhoudskosten van de Super Electra voor de luchtvaartmaatschappijen veel hoger lagen dan voor de DC-3, werden er uiteindelijk maar 112 Super Electra's gebouwd.
De Super Electra kende vele verschillende versies op basis van de toegepaste motoren.
Model 14-H met twee Pratt& Whitney Hornet motoren kende twee versies, met twee S1E-G motoren ( Model 14-H) en met twee S1E2-G motoren ( Model 14-H2), werd 52 keer gebouwd (20 keer model 14-H en 32 keer model 14 H-2). Deze toestellen werden verkocht aan Northwest Airlines, Guinea Airways, het Poolse LOT, Trans-Canada Airlines en andere.
De eerste militaire versie was een van Trans Canada teruggekocht toestel dat als model C-14H-1 werd getest door de USAAF en niet geschikt werd bevonden.
Van het voor de export bestemde Model 14-WF62 met twee Wright Cyclone SGR-1820-F62 motoren, werden 21 exemplaren gebouwd (11 voor KLM/KNILM, 8 voor British Airways en twee voor Air Lingus).
Daarnaast werden er nog diverse modellen gebouwd in kleine aantallen voor privé-eigenaren en kleinere maatschappijen.
De grootste gebruiker van de Super Electra werd echter Japan. Maar liefst dertig werden er via Tachikawa verkocht voor de Japanse Nihon Koku KK en werd gekenmerkt als Model 14-WG3B met twee Wright Cyclone GR-1820-G3B motoren van 900 pk.
Het model 14-H is uiteindelijk het meest gebouwd.
Naast de door de burgerluchtvaart gebruikte vliegtuigen werden twee Model 14-W en twee model 14-N Lockheed's door de RAF gebruikt. De Australische luchtmacht (RAAF) gebruikte negen toestellen die werden ingedeeld bij het Allied Directorate of Air Transport.
In maart 1942 ontsnapten vier Model 14-W toestellen van de KNILM (Koninklijke Nederlands Indische Luchtvaart Maatschappij) aan de Japanse bezetting van Nederlands-Indië naar Australië. Bij de landing ging één toestel verloren. De overige drie werden ingelijfd bij de USAAF als Lockheed C-111-LO en werden toegewezen aan het Allied Directorate of Air Transport, waar ze vaak door Nederlandse voormalige KLM of KNILM piloten werden gevlogen.
Eén exemplaar van het type Model 14-H werd als Lockheed XR4O-1 door de US Navy uitgerust met twee Pratt & Whitney R-1690-52 Hornet motoren van 850 pk en werd vanaf oktober 1938 gebruikt als transporttoestel voor stafvervoer. De US Navy heeft het tot 1944 in gebruik gehad. Het toestel heeft alleen gevlogen binnen de Verenigde Staten zelf vanaf de marinebasis Anacostia.
Van de burgertoestellen zijn uiteindelijk door de Britse RAF vier vliegtuigen ingezet als transportvliegtuig en bij de Australische RAAF werden er zeven voor hetzelfde doel gebruikt. Bijna alle hebben diensten gevlogen voor de Allied Directorate of Air Transport en werden veelal door burgerpiloten gevlogen.

Type: Lockheed model 14H Super Electra
Gebruik: Transportvliegtuig
Motor: twee Pratt & Whitney R-1690-S1E-G Hornet motoren met een vermogen van 865 pk elk.
Spanwijdte: 19,96 m
Vleugeloppervlak: 51,19 m²
Lengte: 13,51 m
Hoogte: 3,48 m
Max. Gewicht: 7938 kg
Leeggewicht: 4672 kg
Max. snelheid: 397 km/u
Kruissnelheid: 346 km/u
Plafond: 7405 m
Bereik: 3315 km
Bewapening: geen
Bemanning: 2 en 14 passagiers
Aantal: 112

Tachikawa Army Type LO / Kawasaki Ki-56 Army Type 1 transport:
Een dertigtal Lockheed Super Electra's werd verkocht aan Japan. Ook verkreeg de fabriek van Tachikawa de licentierechten. Er werden totaal 199 toestellen gebouwd voor de Japanse luchtmacht. De toestellen werden gebouwd tussen 1940 en 1942 bij de fabrieken van Tachikawa (64 als Tachikawa LO) en bij Kawasaki (55 als Kawasaki Ki-56). De geallieerde codenamen werden Toby voor de Amerikaanse toestellen en Thelma voor de in licentie gebouwde Tachikawa toestellen en Thalia voor de Kawasaki's.
Tenslotte heeft Japan nog vele in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog buitgemaakte Model 14-W toestellen aan haar bestand toegevoegd.

Type: Tachikawa LO/Kawasaki Ki-56
Gebruik: Transportvliegtuig
Motor: Twee Mitsubishi HA-26-I (Army type 99) met een vermogen van 850 pk elk
Spanwijdte: 19,97 m
Vleugeloppervlak: 51,30 m²
Lengte: 13,42 m
Hoogte: 3,49 m
Max. snelheid: 418 km/u
Bewapening: geen
Bemanning: 3 en maximaal 12 passagiers
Aantal: 199

Lockheed Hudson Mk I / Lockheed Model B-14L:
Toen in 1936, in het kader van een herbewapeningsprogramma, een U-boot jager werd gezocht, werd in maart 1936 als eerste de Avro Anson in dienst genomen. In 1938 waren de Britten in de Verenigde Staten op zoek naar een vervanger en kwamen uiteindelijk bij Lockheed terecht.
De Britten waren onder de indruk van het militaire model van de Super Electra. Onderhandelingen over Britse wensen gaven uiteindelijk Model B-14L ( Bij Lockheed Model 214). De Super Electra was nu uitgerust met een Boulton Paul geschutskoepel met twee 7,7 mm machinegeweren en twee vaste 7,7 mm mitrailleurs in de neus. Het toestel zou worden aangedreven door twee Wright GR-1820-G102A motoren met een vermogen van 1100 pk elk.
Het ontwerp zelf was uiterlijk nauwelijks aangepast behalve dat het toestel werd toegerust voor militair gebruik.
In juni 1938 werd het eerste contract getekend voor de levering van 350 toestellen. Het eerste toestel vloog in december 1938 en bereikte Groot Brittannië in februari 1939 als de Hudson Mk I.
Coastal Command Squadron No 224 te Leuchars werd als eerste uitgerust met de nieuwe aanwinst in de zomer van 1939. In augustus 1939 volgde No 233 Squadron.
Een Hudson van No 224 Squadron kreeg op 8 oktober 1939 de eer om het eerste vliegtuig van Amerikaanse fabricage te zijn dat een vijandelijk toestel neerhaalde tijdens de Tweede Wereldoorlog, door een Dornier Do18D vliegboot neer te halen.
Er zijn in totaal 350 Hudson Mk I geleverd, maar er zijn er 351 geproduceerd. Eén toestel ging bij testvluchten in de Verenigde Staten verloren en werd door de fabriek vervangen.
Alle toestellen gingen naar de RAF op dertig exemplaren na. De Canadese RCAF kreeg 28 toestellen toegewezen en de Zuid-Afrikaanse SAAF kreeg er twee.
Eén Hudson Mk I, een toestel van RAF No 48 Sq. heeft een noodlanding moeten maken op Iers grondgebied in 1942. Het toestel is door de Ieren gerepareerd en in gebruik genomen als kustverkenner.
Een ander RAF-toestel is in de loop van de oorlog verbouwd tot VIP transportvliegtuig en heeft dienst gedaan bij de No.2 Camouflage Unit.
Ook het Nederlandse No 320 Squadron heeft met de Hudson gevlogen. In oktober 1940 kreeg de eenheid 16 Hudson Mk I toestellen toegewezen. Na een aantal maanden werden deze echter weer vervangen.

Type: Lockheed Hudson Mk I
Gebruik: Maritiem Verkenner/Bommenwerper
Motor: twee Wright GR-1820-G102A Cyclone met een vermogen van 1100 pk.
Spanwijdte: 19,96 m
Vleugeloppervlak: 51,19 m²
Lengte: 13,51 m
Hoogte: 3,32 m
Max. Gewicht: 8845 kg
Leeggewicht: 5484 kg
Max. snelheid: 357 km/u
Kruissnelheid: 307 km/u
Plafond: 6400 m
Bereik: 3154 km
Bewapening: Twee vaste 7,7 mm Browning mitrailleurs in de neus, twee beweegbare 7,7 mm Browning mitrailleurs in een Boulton Paul type CMk II koepel en 612 kg aan bomlading.
Bemanning: 6 (piloot/co-piloot/bomrichter/radiobediener/twee schutters)
Aantal: 112

Definitielijst

U-boot
Duitse benaming voor onderzeeboot. Duitse U(ntersee)-boten hebben tot in mei 1943 een belangrijke rol gespeeld in de oorlogvoering. Ook veel vracht- en passagiersboten werden door deze sluipmoordenaars van de zee getorpedeerd en tot zinken gebracht.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Super Electra


Japanse Ki-56


Japanse Ki-56


Japanse Ki-56

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
12-02-2003
Laatst gewijzigd:
12-03-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2012
Go2War2.nl is altijd op zoek naar nieuwe (gast)auteurs, lees voor meer informatie de FAQ.