Duitse Onderzeeboten van het Type Biber

Produktie en gebruik

De eerste bestelling bestond uit 24 productievaartuigen. De vaartuigen konden worden geproduceerd voor een bedrag van 29.000 Reichsmark per stuk. Voor de productie werden de werven van Flender-Werke in Lübeck en Ansaldo in Italië ingeschakeld. Flender-Werke produceerde de complete BIbers terwijl Ansaldo alleen de rompdelen fabriceerde. De afbouw van de Ansaldo vaartuigen werd uitgevoerd door Motorenwerk Klöckner-Humboldt-Deutz in Ulm. De vaartuigen zijn van elkaar te onderscheiden doordat aan de binnenzijde van de toren voor Flender de afkorting LFW werd aangebracht en bij de Ansaldo-vaartuigen de afkorting KHD.

In mei 1944 werden drie (3) vaartuigen geproduceerd, in juni zes (6), in juli negentien (19), in augustus vijftig (50), in september honderdzeventien (117), in oktober drieënzeventig (73) en in november zesenvijftig (56), waarmee het totaal geproduceerde vaartuigen op 324 kwam.

Technische gegevens

Naam:
Biber
Type:
Mini-onderzeeboot
Land:
Duitsland
Waterverplaatsing:
onbekend
Afmetingen:
Lengte over alles: 8,85 meter
Breedte: 1,57 meter
Hoogte: 1,42 meter
Aandrijving:
Vermogen: Benzinemotor 23,5kW, Electro: 9,8 kW
Adam Opel AG Benzinemotor
Siemens-chuckertwerke GL 231 / 7.5 SSW elektromotor
Duikdiepte: 20 meter
Bewapening:
2- 533 mm Type G7e torpedo's
Bemanning:
1
Aantal schepen:
324

De Biber werd in drie onderdelen geproduceerd, welke aan elkaar vast werden gemaakt met bouten. De duiktank bevond zich in de boegsectie en de aandrijving in de achterste sectie. Hier tussenin bevond zich de hoofdsectie waar de bedieningsonderdelen zich bevonden. De drukromp bestond uit 3 mm dik staal en bestond van voor naar achter uit de compartimenten Boegruimte, Voorste duikcompartiment, Batterijruimte, Bedieningsruimte, Aandrijvingsruimte, Achterste ruimte en Achterste duikcompartiment. De toren en overige opbouw werd uit aluminium gefabriceerd en het roer was van hout.

Voor de hoofdbewapening werd gekozen voor twee standaard 53,3 cm Type G7e torpedo’s, die werden meegevoerd in twee uitsparingen aan beide zijden van de romp. In plaats van deze torpedo’s konden echter ook mijnen worden meegevoerd.

Voor de aandrijving zorgde een Adam Opel AG benzinemotor, dezelfde die werd gebruikt voor de Opel Blitz vrachtwagen. Deze kon een vermogen van 23,5 kW leveren bij 2400 omwentelingen per minuut. Achter de benzinemotor was de Siemens-Schuckertwerke GL 231 / 7.5 SSW elektromotor aangebracht die 9,8 kW leverde bij 1450 omwentelingen per minuut.

Het vaartuig droeg 225 liter brandstof met zich mee, waarmee bij 6,5 knopen een afstand van 6,5 zeemijl overbrugd kon worden. Bij onderwatervaart kon met de elektromotor een afstand van 8,5 zeemijl met een snelheid van 5,3 knopen worden gevaren. De duikdiepte was maximaal 20 meter, maar werd bij nood gegarandeerd op 30 meter. In het vaartuig was voor ongeveer 45 minuten zuurstof aanwezig, welke kon worden vergroot door gebruik van een persluchtfles.

Toepassing
Het personeel bestemd voor de Biber, werd opgeleid bij Lehrkommando 250, te Lübeck-Schlutup, onder de schuilnaam Blaukoppel. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog waren acht flottillen uitgerust met de Biber, alle ondergebracht bij Lehrkommando 250 te weten:

K-Flottille 261
1. Biber-Flottille
(Poortershaven, Nederland)
K-Flottille 262
2. Biber-Flottille
(Hellevoetsluis, Nederland)
K-Flottille 263
3. Biber-Flottille
(Arendal, Noorwegen)
K-Flottille 264
(Rotterdam, Nederland)
K-Flottille 265
4. Biber-Flottille
(Harstadt, Noorwegen)
K-Flottille 266
Reserve-Flottille
(Rotterdam, Nederland
K-Flottille 267
5. Biber-Flottille
(Levanger, Noorwegen)
K-Flottille 268
(Rotterdam, Nederland)
K-Flottille 269
(niet meer ingezet)

De eerste operatie werd in de nacht van 29 op 30 augustus 1944 door 14 Biber’s vanuit het Franse Fécamp. Door het zware weer moesten twaalf vaartuigen de operatie afbreken. Over successen van deze operatie is niets bekend.

Vanuit Poortershaven bij Hoek van Holland, opereerde sinds 5 novermber 1944 de K-Flottille 261 onder bevel van Kapitänleutnant M.A. Friedmar-Wolters, met dertig Biber’s tegen de Geallieerde scheepvaart op de Westerschelde. De Poortershaven was aangewezen als basis voor de 4. K-Division van het Kommando Kleinkampfverbände. Tussen november 1944 en 8 mei 1945 wisten zij van hieruit 28 schepen tot zinken te brengen.

Totaal 18 Biber's voeren op 22 december 1944 uit voor operaties tegen de scheepvaart op de Westerschelde. Hierbij werd één vrachtschip tot zinken gebracht en gingen alle Bibers verloren. Van 23 tot en met 25 december voeren nogmaals 14 vaartuigen uit, waarvan niets meer werd vernomen.

In januari/februari 1945 werden diverse Bibers ingezet voor operaties vanuit Emmerich. In de nacht van 13 op 14 januari 1945, werd een flottielje Biber’s ingezet in een poging de Nijmeegse Waalbrug te vernietigen. Deze poging mislukte.

Definitielijst

torpedo
Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Gestrande Biber na afloop Wo2
(Bron: Wilco Vermeer collection)


Buigemaakte Biber op transportvoertuig in Frankrijk
(Bron: Wilco Vermeer collection)



(Bron: Wilco Vermeer collection)


Biber met vogelnest als camouflage
(Bron: Wilco Vermeer collection)


Enkele Bibers naast schepen van de Rheinflottille
(Bron: Wilco Vermeer collection)

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
06-03-2015
Laatst gewijzigd:
09-05-2016
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.