Executies in de bossen van Norg

Aanleiding

Gerichtsbarkeit

In 1944 hief de bezetter in Nederland de zogenaamde Gerichtsbarkeit op. Dit hield kort gezegd in dat er geen enkele vorm van juridisch proces meer nodig was voor het straffen van verzetsstrijders. Op 30 juli 1944 werd bovendien het door Hitler gegeven Niedermachungsbefehl, ook wel Schiessbefehl genoemd, ingevoerd. Dit bevel hield in dat verzetsmensen, die op heterdaad werden betrapt, zonder vorm van proces, ter plaatse doodgeschoten mochten worden. Na juli 1944 kwam daar nog een Führerbefehl bij dat er op neerkwam dat er nog maar twee straffen mogelijk waren: op transport stellen gevolgd door opsluiting in Duitsland, of de doodstraf. Degenen die voor de doodstraf in aanmerking kwamen werden als Todeskandidaten vastgehouden. Indien er reden was voor een represaille werden deze mensen zonder pardon geëxecuteerd. In sommige gevallen werd zelfs een reden verzonnen om executies te kunnen voltrekken.

Het Scholtenhuis

Landelijk gezien was het vooral de Sicherheitsdienst, gevestigd in het Scholtenhuis aan de Grote Markt in Groningen, die dankbaar gebruik maakte van genoemde maatregelen en op extreme wijze toepaste. SS-Hauptscharführer Robert Lehnhoff was daar werkzaam als ‘Referatleiter van de ‘afdeling rechts georiënteerd verzet’. Illustratief voor de excessen is de wijze waarop door Lehnhoff de lijsten werden samengesteld van personen die ofwel de doodstraf kregen ofwel naar een concentratiekamp moesten worden gedeporteerd. Het maakte Lehnhoff niet uit of iemand daadwerkelijk iets gedaan had waarop de doodstraf stond. In een naoorlogs verhoor van een medeplichtige staat beschreven hoe bij twijfel de beslissing genomen werd. Lehnhoff vroeg dan aan zijn medewerkers; "Was ist das fur ein Kerl? Ist das ein Schweinhund?" Indien iemand bevestigend reageerde, zei Lehnhoff; "Denn geht er kaputt!" en plaatste hij een rood kruisje bij de naam.

Door het afschaffen van rechtspraak, werd aan personen van een zeer bedenkelijk niveau een vrijbrief gegeven, naar eigen believen te handelen. Dit resulteerde in verschrikkelijke excessen bij aanhoudingen, verhoren en uitvoering van straffen. Na het invoeren van de genoemde maatregelen, stierven er door medewerkers van het Scholtenhuis drie keer zoveel verzetsstrijders als tevoren. De 21 bij Norg gefusilleerde mannen hebben op één na (Denkema) allen gedetineerd gezeten in het Scholtenhuis en daarna in het Huis van Bewaring te Groningen.

Waarom massafusillades?

De boeken ‘Van kwaad tot onvoorstelbaar erger’ van auteur Wil Legemaat en het eerste deel van de driedelige studie ‘Het Scholtenhuis 1940 – 1945’ van historica Monique Brinks geven een specifiek antwoord op de vraag waarom de bezetter het nodig vond de mannen bij Norg nog vlak voor de bevrijding te fusilleren. In het Scholtenhuis was het de bezetter niet ontgaan dat de bevrijding nabij was. Zij bedachten dat sporen van hun misdaden opgeruimd moesten worden. Om dit te bewerkstelligen werden zeventig gevangenen, die getuige van de misdrijven waren geweest, ter dood veroordeeld. Plaatsvervangend Gronings SD-chef SS-Hauptsturmführer Friedrich Bellmer heeft op last van SS-Hauptsturmführer Thomsen zijn medewerkers Kindel, Lehnhoff, Knorr en Gross een namenlijst gegeven. De opdracht was de daarop vermelde gevangenen te fusilleren. Een locatie daarvoor mochten zij zelf uitkiezen. De fusillades bij Norg waren dus onderdeel van dit plan. Kindel ging naar Anloo, Lehnhoff naar Bakkeveen. SS-Untersturmführer Ernst Knorr koos de plaats nabij Bonhagen en Gross voerde zijn opdracht in de Oosterduinen uit.

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Gerrit Hazenberg
Geplaatst op:
13-03-2015
Laatst gewijzigd:
03-09-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.