Inleiding
Na de Duitse invasie in Polen ("Fall Weiß") op 1 september 1939 ontstond er een situatie in het westen, waar Duitse en geallieerde legers tegenover elkaar in stelling lagen. Gedurende deze periode - wat de Engelsen de "Phoney War", de Fransen de "Drôle de Guerre" en de Duitsers de "Sitzkrieg" noemden - gebeurde er vrijwel niets. Voor velen was het wachten op het onvermijdelijke. Feitelijk had Hitler al geconcludeerd dat, door zijn niet-aanvalsverdrag met de Sovjet-Unie en de oorlogsverklaringen van Frankrijk en Groot-Brittannië, deze laatste twee landen zijn meest waarschijnlijke aanvalsdoelen zouden worden. Voor deze aanval liet hij dan ook de nodige plannen ontwerpen. Voor de invasie van Nederland, België, Luxemburg en Noord-Frankrijk werd "Fall Gelb"opgezet. Met "Fall Rot" zou de volgende stap, de onderwerping van geheel Frankrijk zelf plaatsvinden. De eerste fase van de strijd tegen Engeland, de luchtoorlog, zou de geschiedenis ingaan als "Fall Blau".
De Fins-Russische Winteroorlog en de dreiging dat de geallieerden via Noorwegen de Finnen te hulp konden komen, maakten echter dat Hitler zijn aanval in het westen nog even moest uitstellen. Via de Noorse havens ontving Duitsland immers de voor haar oorlogsinspanningen zo hoognodige ijzerertsen. Om de toevoer zeker te stellen werd daarom in april 1940 eerst Noorwegen binnengevallen en werd en passant Denemarken even meegenomen. Deze operatie staat bekend als “Fall Weserübung”. Nog voor de Noorse campagne goed en wel was afgesloten, kwam ook het rustige front aan Duitslands westgrens tot ontbranding.
Op 10 mei 1940 vielen Duitse troepen Nederland, België en Luxemburg binnen en werd (via Luxemburg) na enige dagen de grens van Frankrijk overschreden. In deze actie met codenaam "Fall Gelb" lokten de Duitse troepen de geallieerde legers naar het noorden (waar ze hun verdedigende posities wilden innemen langs de rivieren de Dijle en de Maas) om ze daarna met een krachtige aanval door de Ardennen en verder langs de Frans-Belgische grens af te snijden van de rest van Frankrijk. Hierna zou men zich geheel kunnen richten op dat overgebleven deel van Frankrijk. Deze laatste fase zou als “Fall Rot” in werking treden, zodra de belangrijkste doelstellingen van “Fall Gelb” bereikt waren.
De afgesneden troepen konden voor een deel ontkomen tijdens de spraakmakende evacuatie uit Duinkerken (Operation Dynamo), maar deze manschappen waren voorlopig niet meer inzetbaar. Niet alleen omdat elk verband tussen deze troepen ontbrak, maar ook omdat ze geestelijk nog niet toe waren aan een volgende opdracht. Daarnaast - en dat was misschien nog wel het belangrijkste - hadden ze nagenoeg alle wapens en uitrustingen op de stranden van Duinkerken moeten achterlaten en vervanging was niet voorhanden.

