De betrokken Sovjet-officieren weigerden echter te geloven dat de PzKpfw IV eigenlijk de zwaarste Duitse tank was. Telkens weer zeiden ze dat de Duitsers de nieuwste modellen voor hen verborgen hielden. De Sovjetcommissie was zo volhardend op dat punt dat zowel de fabrikanten als de betrokken Duitse militairen hieruit begrepen dat de Sovjets naar het schijnt al betere en zwaardere tanks hadden.
Toen de Duitsers op 22 juni 1941 de Sovjet-Unie binnenvielen werden ze al snel geconfronteerd met de KV-zware gevechtstanks. Op dat moment waren er al 636 KV-tanks beschikbaar voor het Rode Leger. Deze tanks bleken een zeer onaangename verrassing voor de Duitsers.
Directe treffers van antitankwapens waren niet in staat de dikke bepantsering van deze tank te doorboren. De pantserdoorborende granaten van het 37mm antitankgeschut ketsten gewoon af van het logge pantser van de KV-tank. Zelfs directe treffers van zwaar artilleriegeschut had geen effect. Er moesten genietroepen aan te pas komen om de KV-1 door middel van zware explosieven tot ontploffing te brengen.
De Duitsers mochten van geluk spreken dat in de beginfase van operatie Barbarossa de tanks niet op grote schaal ingezet werden. Ze werden voornamelijk verdeeld over de infanteriedivisies. De Sovjets hadden hun tanks niet massaal geconcentreerd zoals in de Duitse pantserdivisies gebruikelijk was. Maar deze tank zorgde toch voor oponthoud en er zijn verslagen bekend van één enkele KV-tank die de achterhoedetroepen van drie naar Leningrad oprukkende divisies compleet overrompelde.
