Toespraak Adolf Hitler voor de Rijksdag (30-01-1937)

Hieronder volgt een vertaling van de verklaring van de Rijksregering die Adolf Hitler op 30 januari 1937 gaf tijdens de eerste zitting van dat jaar van de Duitse Rijksdag te Berlijn onder voorzitterschap van Hermann Göring. Het was vier jaar geleden dat Hitler in januari 1933 tot kanselier was verkozen.

De tekst is een eenzijdige lofzang op het nationaalsocialisme en de vermeende prestaties van Hitler en zijn regering. Gedurende de vier voorafgaande jaren werden burgerrechten en internationale afspraken echter met voeten getreden. Tienduizenden politieke tegenstanders, Joodse burgers en andere bevolkingsgroepen werden gediscrimineerd, mishandeld, opgesloten in concentratiekampen of gedood. Hitlers rassenhaat, oorlogsplannen en totalitaire ideologie zijn onlosmakelijk verbonden met de woorden die hij hier verkondigde.

We publiceren deze tekst als historische bron, die toont hoe Hitler zijn politieke boodschap verkondigde en die zijn ideologie blootlegt. Zijn woorden vormen een blauwdruk voor wat al gebeurd was en wat nog komen zou. Ter verduidelijking van sommige fragmenten hebben we eindnoten toegevoegd. Voor een objectieve weergave van de historische feiten verwijzen we u naar ons artikel over Adolf Hitler en ons artikel over de opkomst van het Derde Rijk.

Vertegenwoordigers van de Duitse Rijksdag!

De Rijksdag is vandaag op één van de meest betekenisvolle dagen voor het volk samengekomen. Het is vier jaar geleden dat de ommekeer en hervorming van Duitsland begon. In deze vier jaar heb ik van het Duitse volk verlangd dit als proeftijd en als tijd van de beoordeling te beschouwen. Wat zou gepaster zijn deze gelegenheid te gebruiken om alle successen en ontwikkelingen te bespreken die de afgelopen vier jaar aan het Duitse volk cadeau gedaan zijn? Het is echter niet mogelijk om alle opmerkelijke resultaten toe te lichten. Deze opdracht moeten pers en propaganda op zich nemen. Bovendien zal in de nieuwe hoofdstad van het Rijk, Berlijn, een tentoonstelling plaatsvinden waarin gepoogd zal worden een omvangrijk en grondig beeld te vormen van wat er allemaal bereikt is. In deze twee uur durende toespraak zou dit helemaal niet mogelijk zijn. Daarom wil ik deze historische samenkomst gebruiken om terug te blikken op de afgelopen vier jaar en algemeen geldende bevindingen, ervaringen en resultaten te benoemen. Deze zijn niet alleen belangrijk voor ons, maar ook voor het nageslacht.

Verder wil ik een standpunt innemen over elk probleem en elke opdracht die voor ons en onze omgeving helder moeten zijn om het samenleven in de maatschappij mogelijk te maken. Uiteindelijk zou ik ook heel kort alle projecten willen opnoemen waaraan wij nu, maar ook in de verdere toekomst moeten werken.

In de tijd toen ik nog als eenvoudige spreker door het Duitse land trok, werd mij vaak het volgende gevraagd vanuit het volk: waarom geloofden wij in een revolutie en waarom probeerden wij niet in het kader van de bestaande orde en in samenwerking met de bestaande partijen de ons als schadelijk en ongezond voorkomende omstandigheden te verbeteren?

Waarom een nieuwe partij en waarom vooral een nieuwe revolutie?

Mijn antwoorden toentertijd werden steeds bepaald met de volgende overwegingen in gedachten:

1. Het proces van het verval van de Duitse leefomstandigheden, onze opvattingen en ons begrip kunnen niet door een eenvoudige wisseling van de regering weggenomen worden. Deze wisselingen hebben in de afgelopen jaren al vaak genoeg plaatsgevonden zonder dat de Duitse nood is afgenomen. Elke keer dat er een nieuwe regering aantrad, had dit uitsluitend een positieve invloed op de deelnemers aan het schouwspel. De rest van de natie merkte alleen de negatieve gevolgen. In de loop van de tijd is het denken van ons volk net zo onnatuurlijk als schadelijk geworden. Een van de oorzaken van deze toestanden lag echter aan ons karakter, aan onze geschiedkundige ontwikkelingen en aan onze behoeften wezensvreemde organisatie van het staatsapparaat en de staatleiding op zich.

Het parlementair-democratische systeem was niet los te zien van de algemene tijdverschijnselen. De verlossing uit de nood kan echter nauwelijks lukken door deelname aan de problemen die dit systeem veroorzaakt, maar eerder door radicale uitroeiing. Daarmee zou een politieke strijd, onder de gegeven omstandigheden gedwongen, het karakter van een revolutie aannemen.

2. Zo’n soort revolutionaire om- en nieuwvorming is niet mogelijk door de meer of minder verantwoordelijke vertegenwoordigers van de oude omstandigheden, dus ook niet door de politieke organisaties van het vroegere, wettelijk bepaalde leven, noch door deelname aan deze organisaties, maar alleen door de oprichting en de strijd van een nieuwe beweging met het doel de nodige hervorming van het politieke, culturele en economische leven tot in zijn diepste wortelen. Dit alles, wanneer nodig, ook met de inzet van bloed en leven!

Hierbij moet worden opgemerkt dat een parlementaire overwinning van de gemiddelde partijen nauwelijks iets aan de levensweg en het levensbeeld van de volken veranderen. Terwijl een echte revolutie die uit het diepste ideologische besef voortkomt, ook voor de buitenwereld in het algemeen tot gedenkwaardige en algemeen zichtbare veranderingen leidt.

Wie zal eraan twijfelen dat er in de vier jaren die achter ons liggen daadwerkelijk een revolutie van een geweldige omvang over Duitsland heen gevaagd is?

Wie kan dit huidige Duitsland nog vergelijken met het land dat op deze dertigste januari vier jaar geleden bestond, toen ik op ditzelfde uur ten overstaan van de eerbiedwaardige heer Rijkspresident [Hindenburg] de eed heb afgelegd.

In elk geval, als ik van een nationaalsocialistische revolutie spreek dan lag het aan het bijzondere karakter van deze gang van zaken in Duitsland, dat er in het buitenland, en misschien ook bij veel van onze medeburgers, misschien geen volledig begrip bestond over waar de diepte en het wezen van deze omwenteling lag. Ik bestrijd ook niet dat juist dit feit voor ons de opvallendste eigenschap van de nationaalsocialistische revolutie is en dat we juist op deze eigenschap bijzonder trots mogen zijn en dat in het buitenland en bij individuele medeburgers het begrip voor deze eenmalige geschiedkundige gebeurtenissen eerder hinderlijk dan nuttig was. Want deze nationaalsocialistische revolutie was in de eerste plaats een revolutie van revoluties.

Daarmee bedoel ik het volgende: in duizenden jaren tijd is niet zozeer in de Duitse hersenen, maar nog veel meer in de hersenen van de buitenwereld het beeld ontstaan dat de karakteristieke eigenschap van elke waarachtige revolutie een bloedige vernietiging van de vroegere gezagsdragers is en dat daarmee de vernietiging van openbare en publieke instellingen in verband zou moeten staan. De mensheid is eraan gewend geraakt om revoluties onder zulke begeleidende omstandigheden hoe dan ook steeds weer als legale handelingen te erkennen; ook de tumultueuze vernietiging van leven en eigendom. Wanneer al niet instemmend, dan staat men er ten minste vergevingsgezind tegenover, als de nou eenmaal noodzakelijke bijverschijnselen van voorvallen, die men daarom ook revoluties noemt!

Hierin ligt misschien het grootste verschil tussen de nationaalsocialistische revolutie en andere revoluties. De opkomst van het fascisme in Italië buiten beschouwing gelaten.

De nationaalsocialistische revolutie is zo goed als volkomen zonder bloedvergieten verlopen.[1] Zij heeft in de tijd toen de partij, die in Duitsland zeer grote tegenstand overwon, de macht overnam helemaal géén materiële schade aangericht. Ik kan met zekere trots zeggen dat dit misschien de eerste revolutie wordt waarbij nog geen raam gesneuveld is.

Begrijp mij niet verkeerd: Alleen omdat deze revolutie zonder bloedvergieten verliep, wil het niet betekenen dat wij niet mans genoeg zouden zijn geweest en het aanzicht van bloed niet kunnen verdragen!

Meer dan vier jaar lang was ik soldaat in de bloederigste oorlog aller tijden. Ik heb in geen enkele situatie en onder geen enkele omstandigheid dan ook maar één keer mijn zenuwen verloren. Hetzelfde geldt voor mijn medewerkers. Alleen wij zagen de opdracht van het nationaalsocialisme niet als de vernietiging van mensenlevens of goederen, maar meer als het opbouwen van nieuw en beter leven. Het is onze grootste trots om de, beslist grootste, omwenteling van ons volk met een minimum aan slachtoffers en verliezen doorgevoerd te hebben. Alleen daar waar de Bolsjewistische moordzucht ook nog na 30 januari 1933 geloofde met geweld de overwinning of de realisering van het nationaalsocialistische idee te kunnen verhinderen, hebben wij deze natuurlijk bliksemsnel ook met geweld beantwoord. Weer andere elementen, wier onbeheersbaarheid in relatie tot grote politieke onkunde wij erkennen, stelden wij slechts in verzekerde bewaring, om ze over het algemeen al na korte tijd weer vrij te laten. En slechts bij weinigen, wier politieke activiteit slechts de dekmantel was van een door talrijke gevangenis- en tuchthuisstraffen bevestigde criminele houding op zich was, verhinderden wij ook later nog de voortzetting van dit verderfelijke, vernietigende werk omdat wij hen voor de eerste keer van hun leven iets nuttigs lieten doen.[2] Ik weet niet of er ooit een revolutie van zo’n doortastende omvang was als de nationaalsocialistische en die desondanks ontelbare vroegere politieke ambtenaren ongehinderd en in vrede hun werk liet doen. [Hoeveel revoluties waren er] waarin talrijke grimmige vijanden in vaak de hoogste ambtelijke posities nog volledig genieten van de renten en pensioenen die hen toekomen?

Wij hebben dit gedaan! Ongetwijfeld heeft juist dit optreden ons naar buiten toe niet altijd gediend. Slechts een aantal maanden geleden konden wij meemaken hoe eerzame Britse wereldburgers dachten zich tegen mij te moeten keren met een protest wegens het vasthouden van een van de misdadigste Moskovitische elementen in een Duits concentratiekamp. Het is zeker aan mijn gedesoriënteerdheid te wijten dat ik nooit heb meegemaakt of deze eerzame mannen zich ook tegen de daden van deze Moskovitische misdadigers hebben uitgesproken, of dat zij tegen het gruwelijke parool "sla fascisten dood, waar je ze maar aantreft" stelling namen. Of dat zij bijvoorbeeld in Spanje over het bloedbad en de verkrachting en verbranding van tien- en tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen ook zo verontwaardigd reageerden. Zou namelijk in Duitsland de revolutie naar het democratische Spaanse voorbeeld hebben plaatsgevonden, dan zouden deze non-interventie-apostelen uit andere landen volledig verlost zijn van al hun moeiten en zorgen. Experts op het gebied van Spaanse verhoudingen verzekeren dat het aantal mensen dat op een beestachtige manier werd afgeslacht met 170.000 eerder te laag dan te hoog wordt aangegeven. Na de inspanningen van deze dappere democratische revolutionairen in Spanje zou de nationalistische revolutie, gebaseerd op ons bevolkingsaantal, het recht hebben gehad vier- tot vijfhonderdduizend mensen om te brengen. Dat wij dit niet deden, geldt blijkbaar bijna als verzuim en verdient van de kant van de democratische wereldburger – zoals wij zien – een ongenadige veroordeling.

Wij zouden de macht om dit te doen in elk geval hebben gehad. De durf misschien meer dan menige sluipmoordenaar die zich door elke strijd laf laat afschrikken en alleen weerloze gegijzelden zou kunnen afslachten. Wij waren soldaten en hebben ooit in de bloedigste oorlog aller tijden ons mannetje gestaan. Alleen het hart en, ik mag wel zeggen, het verstand hebben ons ervoor beschermd om zo te werk te gaan. Zo heeft de nationalistische revolutie in totaal minder slachtoffers geëist dan alleen al in het jaar 1932 door onze bolsjewistische tegenstanders in Duitsland, zonder revolutie, nationaalsocialisten zijn vermoord.

Dit was alleen mogelijk door de opvolging van een beginsel dat niet alleen in het verleden ons optreden bepaalde, maar dat we ook in de toekomst niet willen vergeten: Het kan niet de taak van een revolutie of een omwenteling zijn om chaos te veroorzaken zonder iets slechts te vervangen door iets goeds. Dit vereist alleen steeds dat het betere al wel beschikbaar is. Toen op 30 januari vier jaar geleden de eerbiedwaardige Heer Rijkspresident me bij zich riep en me de vorming en leiding van een nieuwe Duitse regering toevertrouwde, toen lag er al een geweldige strijd achter ons om de macht in het land, die we met de toenmalige, strikt legale, middelen bevochten hadden. Draagster van deze strijd was de nationaalsocialistische partij. Binnen haar was de nieuwe staat allang gevormd voordat deze daadwerkelijk uitgeroepen kon worden en had deze een ideële en formele vorm aangenomen. Alle beginselen en principes van het nieuwe rijk waren de beginselen, gedachten en principes van de nationaalsocialistische partij.

Zij heeft zich op de weg van de legale strijd om het Duitse volk deze overweldigende positie in deze Rijksdag verschaft. En toen haar dan eindelijk de macht gegeven werd, toen had zij het parlementair-democratisch recht op deze leidende positie ook al meer dan een jaar gehad. De bedoeling van de nationaalsocialistische revolutie bestond daaruit dat de vorderingen van deze partij een waarachtig grote vernieuwing van vroeger algemeen geldende opvattingen en instellingen proclameerde. En pas toen enkele verblinde mannen geloofden dat ze de met recht tot leiding van het Rijk beroepen beweging in de uitvoering van haar door het volk goedgekeurde programma konden negeren, toen pas hebben deze onwettige onruststokers met de ijzeren vuist de nek gebogen voor de wetten van het nieuwe nationaalsocialistische rijk.

Maar hiermee was – beste partijgenoten en afgevaardigden van de Duitse Rijksdag – de nationaalsocialistische revolutie op zich al geëindigd. Want vanaf dit ogenblik van de zeker gestelde machtsovername in het rijk door de partij heb ik het als natuurlijk gezien dat daarmee deze revolutie overgaat in evolutie.

Deze ontwikkeling die hierdoor wordt ingeleid, houdt te allen tijde een ideële en daadwerkelijke omwenteling in, die ook vandaag nog door menig minderbegaafde als buiten de geestelijke horizon van het bevattingsvermogen of boven het egoïsme van de eigen denkwereld liggend afgewezen wordt. Want: de nationaalsocialistische leer heeft op ontelbare gebieden van ons leven zonder twijfel een revolutionaire uitwerking gehad en aldus dikwijls ingegrepen en gehandeld.

Principieel: Ons nationaalsocialistische programma zet op de plek van het liberalistische begrip van het individu en het marxistische begrip van de mensheid het door het bloed bepaalde en met de bodem verbonden volk. Een zeer eenvoudige en bondige regel met grootse uitwerkingen. Voor het eerst misschien, sinds er een geschiedenis van de mensheid is, wordt in dit land de kennis dáárop gericht dat van alle ons gegeven opdrachten de verhevenste, en daarmee de voor de mensen heiligste, het behoud van het door God gegeven bloedgebonden ras is.

Voor het eerst in dit rijk is het mogelijk dat de mens de hem door God geschonken kennis en inzichten op elke vraag kan toepassen. Dit is voor de instandhouding van zijn bestaan van net zo grote betekenis als alle gewonnen oorlogen of succesvolle economische veldslagen. De grootste revolutie van het nationaalsocialisme is het openen van de deur van de kennis, dat alle fouten en dwalingen tijdelijk zijn en daardoor openstaan voor verbetering. Eén aspect uitgezonderd: de vergissing betreffende de betekenis van het behoud van zijn bloed en zijn ras en daarmee dus door God gegeven gedaante en het door God geschonken bestaan. Over de vraag waarom deze God de rassen schiep hebben wij niet te oordelen. Wij kunnen enkel erkennen dat hij diegenen bestraft die zijn schepping minachten.

Er is onvoorstelbaar leed en onvoorstelbare rampspoed over de mensheid gekomen, omdat ze door een halfslachtige opleiding dit, in het instinct verankerde, inzicht verloren. Vandaag leven er in ons volk miljoenen en miljoenen mensen voor wie deze wetten duidelijk en begrijpelijk zijn geworden. Wat enkele zieners of onbedorvenen met vermoedens als kennis zagen, is vandaag werkgebied van de Duitse economie geworden. Ik zeg het hier als profetie:

Zoals het erkennen van het draaien van de aarde om de zon tot een radicale nieuwe vorming van het wereldbeeld leidde, zo wordt door de bloed- en rassenleer van de nationaalsocialistische beweging een omwenteling van de kennis en daarmee het beeld van de geschiedenis van het menselijke verleden en zijn toekomst bereikt.

En dit leidt niet tot een vervreemding van de volkeren, maar juist het tegenovergestelde, dit leidt voor het eerst tot een waar wederzijds begrip! Het zal dan ook verhinderen dat het Joodse volk, onder het masker van rechtschapen wereldburger, probeert alle andere volkeren innerlijk te ondermijnen en daardoor te overheersen!

De gevolgen van dit – daar zijn we diep van overtuigd – waarlijk radicale inzicht zijn voor het Duitse leven van revolutionaire betekenis geworden. Door deze dwingende betovering van innerlijke belevenis is voor het eerst in onze geschiedenis de weg naar een grotere eenheid door het Duitse volk gevonden. Ontelbare vooroordelen werden hiervoor gebroken, talrijke remmingen zijn als nietszeggend aan de kant geschoven, slechte tradities verbleken en oude symbolen verliezen hun waarde. Uit de onmacht van een dynastieke, ideologische, religieuze en partijdige verscheurdheid verheft zich het Duitse volk en draagt een banier van eenwording voor zich uit, die niet symbool staat voor een staatkundige overwinning, maar het beginsel van het ras vastlegt. In dienst van de overwinning van dit idee stond de Duitse wetgeving vier en een half jaar lang. Zoals op 30 januari 1933 door mijn aanstelling als rijkskanselier een reeds bestaande situatie gelegaliseerd werd, namelijk dat de toen zonder twijfel in Duitsland aan de overheersende partij de leiding van het rijk en de opbouw van het Duitse lot toevertrouwd werd, zo is de Duitse wetgeving sinds deze vier jaar slechts de vastlegging van een door ideeën verkregen en doorgevoerde opvatting volgens de algemeen geldende juridische weg.

Zoals deze gemeenschappelijkheid van het bloed van het Duitse volk toen (rechts)statelijk werd vastgelegd, zal voor ons allen werkelijk de mooiste herinnering van ons leven zijn. Als een lentestorm wervelde het vier jaren lang over het Duitse land heen. De strijders van onze beweging hebben de vlag met het hakenkruis jaren lang gedragen. Zij verdedigden zich tegen de overmacht aan tegenstanders en droegen de vlag veertien jaar lang steeds verder voorwaarts. Nu planten ze deze diep in de bodem van het nieuwe Rijk.

De staatkundige tekortkomingen en de maatschappelijke vooroordelen van een duizendjarig verleden in Duitsland waren binnen een aantal weken opgeruimd en bestreden.

Of kan men niet van een revolutie spreken wanneer in amper drie maanden tijd een parlementair-democratisch zooitje ongeregeld verdwijnt en in plaats daarvan een regime van orde, discipline en daadkracht komt? Hetgeen Duitsland met zo’n gesloten eenheid en veel omvattende machtpositie nooit heeft gekend. Zo groot was de revolutie dat de geestelijke basis zelfs nu nog door de oppervlakkig oordelende buitenwereld niet is erkend. Men spreekt van democratieën en dictaturen en heeft nog helemaal niet begrepen dat in dit land een omwenteling heeft plaatsgevonden waarvan het resultaat – als het begrip "democratie" überhaupt betekenis heeft – in de hoogste betekenis van het woord als democratisch is te omschrijven. Met feilloze zekerheid gaan wij richting een orde die – net zoals in de rest van het leven – ook op het gebied van politieke leiding van de natie een natuurlijk en op verstand gebaseerd selectieproces zeker stelt. Daarbij worden de werkelijk knapste koppen van ons volk voor de politieke leiding van ons volk aangewezen, zonder dat daarbij wordt gelet op geboorte, herkomst, naam of vermogen, maar enkel op de hen gegeven hogere roeping. Het geweldige besef dat elke soldaat de maarschalksstaf in zijn knapzak moet dragen, zal in dit land politieke vervulling krijgen. Is er een heerlijker en mooier socialisme en een waarachtigere democratie dan die van het nationaalsocialisme? Dankzij zijn organisatie wordt het mogelijk gemaakt dat miljoenen Duitse knapen volgens deze voorspelling hun weg kunnen vinden naar de top van de natie. En dit is geen theorie! Dit is in het nationaalsocialisme van vandaag in Duitsland de voor één en allen de vanzelfsprekende werkelijkheid.

Ik zelf, als de door het vertrouwen van het volk bepaalde Führer, kom hier ook uit voort. De miljoenen Duitse werkers weten dat aan de top van het rijk geen vreemde literaire schrijver of internationale revolutieapostel staat, maar een Duitser uit hun eigen gelederen. En talloze vroegere arbeiders- en boerenkinderen bevinden zich in deze nationaalsocialistische staat tegenwoordig op leidinggevende posities. Sommigen van behoren als minister, stadhouder en gouwleider en leidinggevenden tot de hoogste leiders en vertegenwoordigers van het volk. Het nationaalsocialisme ziet ook hier het hele volk en nooit een klasse. Het doel van de nationaalsocialistische revolutie was niet om van een bevoorrechtte stand voor de toekomst een stand zonder rechten te maken. Wij maken daarentegen van iemand zonder rechten iemand met gelijke rechten. Wij hebben niet miljoenen leden van de bourgeoisie uitgeschakeld om ze tot dwangarbeiders te degraderen. Het was ons doel om van dwangarbeiders Duitse burgers te maken. Want één ding zullen alle Duitsers begrijpen: Revoluties kunnen als gewelddaden slechts van korte duur zijn. Als het ze niet lukt iets nieuws op te bouwen, dan zullen ze binnen korte tijd, als excessen van wat gewoon is, in korte tijd worden verorberd. Uit de gewelddadige handeling van de overname van de macht moet zich in korte tijd een nieuw zegenrijk werk van de vrede ontwikkelen. Wie klassen uitroeit om nieuwe klassen te scheppen, legt de kiem van een nieuwe revolutie! Wat vandaag bourgeois is en de leiding heeft, zal morgen in Siberië als dwangarbeider weer proletariër zijn en dan net zo op bevrijding hopen als de proletariër, die eerst onderdrukt werd en nu meent de leiding te hebben. De nationaalsocialistische revolutie heeft daarom nooit de intentie gehad een bepaalde klasse van het Duitse volk het privilege van de macht te geven en een ander daarvan weg te houden. Het is juist het tegenovergestelde: het was alleen haar doel het gehele Duitse volk door haar organisatorische bereik van de massa’s niet alleen de mogelijkheid van een economische, maar ook van een politieke invloed te garanderen. Zij beperkt zich tot de elementen die bij ons volk horen en keurt elke invloed van een vreemd ras op ons politieke, religieuze of culturele leven af. En zij wil dit ras ook niet economisch bevoorrechten.

In deze, op bloed gebaseerde, verbondenheid van ons volk en door het door het nationaalsocialisme opgewekte besef daarvan liggen de diepste oorzaken voor het wonderbare slagen van onze revolutie.

Bij dit geweldige nieuwe ideaal verbleekten alle staatkundige, dynastieke, tribale, maar ook partijdige afgoden en overblijfselen van het verleden. Zo was het mogelijk dat in een aantal weken de hele wereld van onze oude partijen te gronde ging, zonder dat ons ook maar een ogenblik een gevoel van leegte bekroop. Een nieuwe beweging nam haar plek in. Een nieuwe organisatie van ons volk van de werkende en scheppende natie schoof de oude ondernemers- en werknemersorganisaties en verbanden gewoonweg aan de kant. En toen de symbolische getuigen van het Duitse verleden en daarmee van de Duitse verscheurdheid en Duitse onmacht werden verwijderd, gebeurde dat niet door een beslissing van een comité, zoals we in 1918 en 1919 door middel van een prijsvraag het nieuwe symbool van het rijk probeerden te vinden, maar door de vlag die ons als symbool van de nationaalsocialistische tijd van strijd had begeleid bij de volksopstand. En die sindsdien te land, ter zee en in de lucht het symbool is van de verheffing van de natie.

Hoezeer de betekenis van deze ommekeer en deze transformatie door het Duitse volk begrepen werd, werd door niets méér bevestigd dan door de instemming die de natie ons sindsdien vele malen heeft gegeven. Want van allen, die zich zo vaak en zo graag inspannen om de democratische regeringen ter onderscheid van dictaturen neer te zetten als door het volk gedragen instituties, heeft niemand meer recht in naam van zijn volk te spreken als ik!

Als resultaat van dit deel van de Duitse revolutie moet ik het volgende vaststellen:

Er is nu sinds lange tijd weer een drager van de soevereiniteit en dat is het gehele Duitse volk zelf.

De wil van het volk vindt zijn uitdrukking in de partij als de politieke organisatie van dit volk.

Daaruit volgt dat er één enkele wetgever is.

Er bestaat slechts één uitvoerende macht.

Wie het Duitsland van voor januari 1933 ter vergelijking neemt, kan alleen maar vaststellen wat een geweldige omwenteling deze bondige vaststellingen inhouden.

Deze omwenteling is echter slechts het resultaat van de invoering van een grondbeginsel van de nationaalsocialistische leer. Namelijk dat het redelijke nut en doel van alle menselijke denken en doen niet in het scheppen of behouden van een door mensen bedachte constructie, organisatie of functie kan liggen. Dit ligt slechts in het zekerstellen en de ontwikkeling van de bouwstenen van de bevolking die door de voorzienigheid gegeven zijn. Daarom wordt door de overwinning van de nationaalsocialistische beweging het volk als het zijnde en blijvende boven elke organisatie, constructie en functie gesteld.

Zin en doel van het bestaan van de door de voorziening geschapen rassen kunnen wij mensen niet snappen noch vaststellen. Alleen de zin en het doel van zowel menselijke organisaties als alle functies zijn meetbaar aan de hand van het nut dat zij voor het behoud van het blijvende en bestaande volk hebben. Daarom is het volk het belangrijkst. Partij, staat, leger, economie, justitie, enzovoorts zijn secundaire verschijnselen. Middelen voor het doel van het behoud van dit volk. In dezelfde mate waarop ze recht doen aan deze opdracht: zij zijn goed en nuttig. Als zij niet voldoen aan deze opdracht, zijn zij schadelijk en moeten ze hervormd ofwel bestreden worden en door iets wat beter is worden vervangen.

De erkenning van deze grondwet alleen kan mensen ook ertegen beschermen in starre doctrines te vervallen, daar waar er geen doctrines zijn, middelen in dogma’s te vervalsen waar slechts het doel als enig dogma gelden mag.

U allen, mijn afgevaardigden, mannen van de Rijksdag, begrijpen het nut van wat ik hier uitspreek. Alleen ik praat op dit moment tegen het gehele Duitse volk en ik zou daarom graag een aantal voorbeelden geven om de betekenis van deze basis wetten te verduidelijken, die ze op dit moment hebben, zoals we ze in het praktische leven hebben toegepast. Het zal dan pas voor velen begrijpelijk worden waarom wij van een nationaalsocialistische revolutie spreken en ook waarom het hier niet om de vernietiging van leven en eigendom ging.

In loop van een lange tijd is gedeeltelijk door de overname van een buitenlands gedachtegoed en gedeeltelijk door het missen van een eigen inzicht ons rechterlijke leven in verwarring geraakt. Deze vond zijn meest prangende uitdrukking in de onduidelijkheid over het meest innerlijke doel van het recht op zich. Twee polaire extremen kenmerkten deze toestand:

1. De opvatting dat het recht op zichzelf bestaansrecht draagt en daarom niet op nut getest hoeft te worden. Het recht zou bestaan zelfs wanneer de wereld op zijn eind loopt.

2. De opvatting dat het recht in wezen geroepen is de bescherming van het individu met betrekking tot zijn persoon en zijn eigendom over te nemen en te verzekeren. Tussen beide diende zich een schroomvallige oplegging van grotere gemeenschapsbelangen aan, vooral slechts als concessie aan het zogenaamde nationale belang. De nationaalsocialistische revolutie heeft daarentegen het recht, de rechtswetenschappen en de rechtsspraak een duidelijk uitgangspunt gegeven:

Nu is het de opdracht van Justitie mee te helpen aan de handhaving en bescherming van het volk tegen alle elementen die zich als asocialen ofwel trachten te onttrekken aan hun verplichtingen ofwel zich aan deze gemeenschappelijke belangen bezondigen. Op deze manier staat van nu af aan het volk boven de persoon en de zaak; ook in het Duitse rechtsleven.

Deze korte conclusie omvat de grootste hervorming van het Duitse rechtsleven en rechtswezen ooit. Volgens dit uitgangspunt was het eerste bepalende resultaat niet alleen de afkondiging van één wetgever, maar ook van één rechtsuitoefening. De tweede maatregel is nog niet voltooid, maar wordt binnen enkele weken aan de natie verkondigd. Het strafrechtboek bevat voor het eerst vanuit dit grote perspectief een rechtsbasis die altijd in dienst staat van het behoud van het Duitse volk.

Hoe groot de verwarring ook geweest is, die wij op alle gebieden van het leven in het jaar 1933 aantroffen, ze wordt desondanks nog overtroffen door het verval van de Duitse economie. Dit was ook die kant van de Duitse catastrofe, waar de brede massa van ons volk zich het duidelijkst en onmiddellijkst van bewust werd. Deze objectieve toestand staat hen en het gehele Duitse volk nog vers in het geheugen. Wij vonden als bewijs van deze catastrofe vooral twee verschijnselen:

1. Meer dan zes miljoen werklozen.

2. Een boerenstand die tot de ondergang gedoemd is.

De totale oppervlakte van de toen al door executieverkoop bedreigde Duitse landbouwgrond had een iets grotere omvang dan de provincie Thüringen. Eigenlijk kon het niet verwonderlijk zijn dat bij een dergelijke algemene afname van de productie aan de ene kant en de koopkracht aan de andere kant, ook de brede massa van onze middenstand snel ineenstortte en daarmee ten prooi viel aan vernietiging. Hoe zwaar dit aspect van de Duitse nood ervaren werd, kunnen we naderhand nog bevroeden uit het feit dat ik gedurende de bekende vier jaren direct zowel de opheffing van de werkloosheid als het voorkomen van een verdere vernietiging van de Duitse boeren geëist heb.

Ik kan hier verder vaststellen dat het nationaalsocialisme in 1933 niet in het succes van andere veelbelovende maatregelen van anderen heeft ingegrepen. De partij werd pas met de leiding van het rijk belast toen de laatste mogelijkheid van een andere redding als gefaald beschouwd moest worden. Toen in het bijzonder alle pogingen om de economische nood op te lossen zich als mislukkingen hadden bewezen.

Wanneer ik vandaag na vier jaren voor het aangezicht van het Duitse volk treedt en ook voor u, mijn afgevaardigden, mannen van het Duitse Rijksdag, rekenschap moet afleggen, dan kunt u tegen mij en de nationaalsocialistische regering niet zeggen dat ik mijn beloftes niet nagekomen ben.

Dit was geen gemakkelijke taak. Ik zeg niets vreemds als ik hier vaststel dat de zogenaamde "deskundigen" in zo’n redding toentertijd niet meer geloofden.

Hoe ik ertoe kwam, ondanks deze verschrikkelijke en voor deskundigen uitzichtloze toestand, te geloven in de Duitse wederopstanding en in het bijzonder in het economische herstel heeft twee redenen:

1. Ik heb altijd alleen maar medelijden gehad met opgewonden mensen die bij elke lastige situatie meteen over de ondergang van het volk praten. Wat betekent ondergang? Het Duitse volk heeft reeds geleefd voordat het historisch duidelijk tot bewustzijn kwam. Niettemin, wanneer wij eerdere noodlottigheden buiten beschouwing laten, staat vast dat bijna tweeduizend jaar lang meer dan eens onbeschrijfelijke rampen en onbeschrijfbaar leed over wat we nu kennen als het Duitse volk gekomen zijn. Hongersnoden, oorlogen, de pest hebben ons volk tot gruwelijke inkeer gebracht en vreselijk huis gehouden. Wanneer men beseft dat enkele honderden jaren geleden een dertigjarige oorlog meer dan 18 miljoen mensen van het Duitse volk terugbracht tot vier miljoen, dan moet men wel een eindeloos geloof hebben in de levenskracht van de natie. Wanneer wij ons bedenken dat dit eens zo bloeiende land toen werd leeggeplunderd, verscheurd en verarmd, dat zijn steden platgebrand waren, zijn dorpen verwoest, de velden onbebouwd en verlaten? En enkele tientallen jaren later begon ons volk weer te groeien. De steden vulden zich met nieuw leven en de akkers werden weer geploegd. En in dit geweldige ritme klonk het lied van ieders werk, dat ons een nieuw bestaan en nieuw leven gaf!

Volgen wij toch eens de ons bekende levensweg van ons volk van de grauwe prehistorie tot vandaag. En overdenken wij dan hoe belachelijk het gedoe van elke bleke praatjesmaker is, die als ergens op de wereld een papier[3] in waarde daalt, meteen van de ineenstorting van de economie spreekt en daarmee ook van de ondergang van het menselijke leven. Duitsland en het Duitse volk hebben al verschillende ernstige rampen overmeesterd. Ik geef vrijwillig toe dat er altijd mannen nodig waren om de nodige maatregelen te treffen en om zonder inachtneming van neezeggers en beterweters door te zetten. Een heleboel parlementaire angsthazen zijn hoe dan ook niet geschikt om een volk uit nood en wanhoop te leiden!

Ik had het vaste geloof en de heilige overtuiging dat de overwinning van de Duitse economische crisis pas zou lukken wanneer men gelooft in de onvergankelijkheid van een volk. En wanneer men de economie de rol geeft van dienaar van het volk, dat haar toekomt.

2. Ik was geen econoom. Dat houdt vooral in dat ik in mijn leven nooit een theoreticus ben geweest.

Ik ben er alleen helaas achter gekomen dat de kwaadwillendste theoretici zich steeds daar verschanst hebben waar de theorie helemaal niets en het praktische leven alles is. Het is vanzelfsprekend dat ook in het economische leven in de loop der tijd niet alleen de grondregels in de praktijk voortgebracht zijn, maar ook bepaalde effectieve methodes. Alleen, alle methodes zijn gebonden aan tijd. Het willen scheppen van dogma’s uit methodes betekent dat de menselijke capaciteit en arbeidskracht elke elastische mogelijkheid aangrijpt, die hen alleen de mogelijkheid geeft verschillende eisen met wisselende middelen aan te pakken en ze zo de baas te worden. De poging om uit economische methodes een dogma te formuleren werd door velen met elke grondige ijver, die de Duitse wetenschappers nou eenmaal kenmerkt, bedreven en als nationale economie tot discipline verheven. En volgens de regels van deze nationale economie was Duitsland zonder twijfel verloren. Het ligt in het karakter van alle dogmatici om zich tegen een nieuw dogma, oftewel een nieuw inzicht, fel te verweren en dat als theorie te verwerpen. Sedert 18 jaar kunnen we dit vermakelijke schouwspel beleven, dat onze economische dogmatici in de praktijk op bijna alle gebieden weersproken zijn. Desondanks worden allen die de economische crisis in de praktijk overwonnen hebben als vertegenwoordigers van een voor hun vreemde en daarom onjuiste theorie afgewezen en vervloekt.

U kent vast het bekende scenario van een zieke die een arts tegenkomt die hem tien jaar eerder nog maar zes maanden te leven gaf. En die nu slechts uitdrukking kan geven aan zijn verbijstering over de door een andere arts aanbevolen geneeswijze door deze samenloop van omstandigheden zonder twijfel als een onjuiste behandeling te benoemen. Beste afgevaardigden! De Duitse economische politiek die het nationaalsocialisme in het jaar 1933 introduceerde, is gebaseerd op enkele fundamentele overwegingen.

In de relaties tussen economie en volk is er maar één ding dat niet verandert en dat is het volk. Het aansturen van de economie is geen dogma en zal dat ook nooit zijn.

Er is geen economische opvatting of economische visie die op één of andere manier heilig kan worden verklaard. Bepalend is de wil om de economie altijd een dienende rol ten opzichte van het volk te geven en het kapitaal een dienende rol ten opzichte van de economie.

Het nationaalsocialisme is zoals wij weten een scherpste tegenstander van de liberale opvatting dat de economie voor het kapitaal zou zijn en het volk voor de economie. Wij waren daarom vanaf de eerste dag vast besloten met de drogreden te breken, dat de economie een ongebonden, ongecontroleerd en onberekenbaar eigen leven binnen de staat kon leiden.

Een vrije, en dat betekent aan zichzelf overgelaten economie, kan vandaag de dag niet meer bestaan. Niet alleen omdat deze politiek gezien ondraaglijk is, nee ook op economisch gebied zullen onmogelijke situaties het gevolg zijn.

Zoals miljoenen individuele mensen hun eigen opvattingen en behoeften niet konden indelen of uitoefenen, zo kan de algehele economie niet naar eigen opvattingen of in dienst van slechts egoïstische interesses handelen. Zij is immers ook niet in staat om tegenwoordig op de een of andere manier de gevolgen van een mislukking voor zichzelf te dragen. De moderne ontwikkeling van de economie concentreert gigantische massa’s arbeiders op bepaalde industrietakken en in bepaalde gebieden. Nieuwe ontdekkingen of het verloren gaan van afzetmarkten kunnen in één slag hele industrieën kapot maken.

De ondernemer kan misschien de deuren van zijn fabrieken sluiten. Hij zal mogelijkerwijze proberen uit ondernemingslust een nieuw bedrijf te openen. Hij zal zonder meer opnieuw te gronde gaan. Het gaat hier om het individu waartegenover echter honderdduizenden aan werknemers met hun vrouwen en kinderen staan! Wie neemt hen aan en wie zal voor ze zorgen?

De volksgemeenschap!

Jawel! Zij moet het doen. Het is dan ook onaanvaardbaar om de volksgemeenschap alleen te belasten met de verantwoordelijkheid voor de catastrofe van de economie zonder invloed op en verantwoordelijkheid voor welke inzet en welk toezicht op de economie, die geschikt zijn voor het voorkomen van een catastrofe!

Mijn afgevaardigden! Toen de Duitse economie van het jaar 1932 op 1933 voorgoed stil scheen komen te liggen, werd mij in vergelijking met eerdere jaren het volgende des te duidelijker:

De redding van het volk is niet een financieel probleem, maar uitsluitend een probleem van de inzet van onze beschikbare arbeidskracht aan de ene kant en het benutten van onze bodemschatten aan de andere kant.

Het is daarmee allereerst een organisatorisch probleem. Hierbij gaat het daarom ook niet om loze kreten, zoals "vrijheid van de economie", maar om met alle beschikbare maatregelen aan de arbeidskracht de mogelijkheid van een productie en productieve werkzaamheid te geven. Zolang de economie, dat wil zeggen de totale som van onze eigen ondernemers, dit alleen kan klaarspelen, is het goed. Wanneer zij dit niet meer kunnen dan is de volksmaatschappij – dat betekent de staat in dit geval – verplicht om voor een bruikbare productie zorg te dragen ten bate van de inzet van de beschikbare arbeidskrachten, en vooral de daartoe noodzakelijke maatregelen te nemen. En hier kan de staat alles doen, maar niet – zoals het geval was – meer dan 12.000 miljoen arbeidsuren jaar na jaar gewoon verloren laten gaan!

Want de volksgemeenschap kan niet leven van de fictieve wereld van het geld, maar van de echte productie die aan het geld zijn waarde verleent.

Niet een bank en een kluis vol goud, maar de productie is de eerste dekking van een valuta. En wanneer ik deze productie laat groeien, verhoog ik het inkomen van mijn medeburgers echt. En als ik deze laat dalen, verminder ik het inkomen, ongeacht de lonen die uitbetaald worden.

En mijne afgevaardigden! Wij hebben in deze vier jaar de Duitse productie op alle gebieden buitengewoon verhoogd. En deze stijging van de productie komt de Duitse mensen in hun totaliteit ten goede. Want wanneer vandaag bijvoorbeeld ontelbare miljoenen tonnen kolen meer gevraagd worden, dan dienen deze niet om de kamers van een paar miljonairs voor mijn part met enkele duizenden graden te verhitten, maar om het quotum voor miljoenen Duitse volksgenoten te kunnen verhogen.

Zo heeft de nationaalsocialistische revolutie door de inzet van een vroegere onbenutte miljoenenmassa van Duitse arbeidskracht een gigantische stijging van de productie bereikt. Daardoor wordt de stijging van ons algemeen nationaal inkomen gewaarborgd door de materiële tegenwaarde ervan! En alleen daar waar we deze stijging niet kunnen doorvoeren om redenen die buiten onze macht liggen, hebben zich van tijd tot tijd tekorten voorgedaan, maar deze staan in geen enkele verhouding tot het algehele succes van de nationaalsocialistische economische strijd.

De krachtigste uitdrukking van deze planmatige sturing van onze economie is de vastlegging van het Vierjarenplan.

Hierin wordt in het bijzonder voor de in de wapenindustrie terugkerende massa van de Duitse werknemers, een blijvende aanstelling in de binnenste cyclus van onze economie gegarandeerd.

Het is in ieder geval een teken van deze geweldige economische ontwikkeling van ons volk dat wij vandaag op veel gebieden alleen zeer goed opgeleide arbeiders kunnen krijgen. Ik verwelkom dit in het bijzonder omdat hierdoor wordt meegeholpen de betekenis van arbeiders als mens en als arbeidskracht in het juiste licht te plaatsen. En omdat daardoor – zij het om andere redenen – de sociale activiteiten van de partij en haar organisaties op meer begrip stuiten en een sterkere en bereidwilligere steun krijgen.

Zoals wij de opdrachten van de economie tot het hoogste volkse nut begrijpen, vervalt vanzelf de eerdere scheiding tussen werkgevers en werknemers. Ook de nieuwe staat wil en zal geen ondernemer zijn. Hij wil alleen de inzet van de arbeidskracht van de natie reguleren in zoverre dit noodzakelijk is voor het welzijn van iedereen. En hij zal het arbeidsproces alleen in zoverre overzien zoals het in het belang van alle betrokkenen moet zijn. Hij zal daarbij onder geen voorwaarde proberen het economische leven te collectiviseren. Elk werkelijke en praktische initiatief komt in zijn economische uitwerking alle volksgenoten ten goede. De waarde van een ontwikkelaar of een succesvolle economische manager is op dit ogenblik voor de gezamenlijke volksgemeenschap helemaal niet in te schatten. In de toekomst zal het voor het nationaalsocialistische onderwijs nog meer een taak zijn om al onze volksgenoten duidelijk te maken wat hun wederzijdse waarde is. Om te laten zien hoe onvervangbaar de Duitse werknemer is, maar ook om de Duitse werknemer te leren hoe onvervangbaar de ontwikkelaar en de werkelijke economische leiders zijn.

Dat in het kader van zulke opvattingen noch stakingen, noch uitsluiting kunnen worden getolereerd, is evident. De nationaalsocialistische staat kent geen economisch recht van de sterkste. Boven het belang van alle partijen staat het gezamenlijke belang van de natie, dat wil zeggen van ons volk.

De praktische resultaten van deze economische politiek zijn u bekend. Een gigantische scheppingsdrang gaat door ons volk. Overal ontstaan geweldige productiefabrieken en verkeer. Terwijl in andere landen langdurige stakingen en uitsluitingen de nationale productie aantallen doen wankelen, werkt in ons volk de massa van miljoenen werkenden volgens de hoogste wet die voor hen in deze wereld kan bestaan, volgens de wet van het verstand.

Als we er in deze vier jaar in geslaagd zijn de economie van onze bevolking te redden, dan weten we dat de resultaten van deze economische opdracht in de stad en op het platteland ook veiliggesteld moeten worden. Het eerste gevaar dat de werken van de menselijke cultuur bedreigt komt steeds vanuit de eigen gelederen, namelijk wanneer er geen innerlijke relatie meer bestaat tussen de grootsheid van de menselijke prestaties en het inzicht van de volksgenoten die ze creëren, bewaren en verzorgen.

De nationaalsocialistische beweging heeft de staat richtlijnen voor de opvoeding van ons volk gegeven. Deze opvoeding begint niet in een bepaald jaar en eindigt niet in een ander jaar. De menselijke ontwikkeling heeft ertoe geleid dat de vorming van het kind vanaf een bepaald moment uit de zorg van de smalste cel van het gemeenschapsleven, het gezin, moet worden genomen en aan de gemeenschap zelf moet worden toevertrouwd.

De nationaalsocialistische revolutie heeft voor deze maatschappelijke opvoeding bepaalde opdrachten gevormd onafhankelijk van leeftijd. Dat betekent dat de leerweg van mensen nooit een einde zal vinden. Daarom is het de opdracht van de maatschappij om ervoor te zorgen dat deze opleiding en bijscholing steeds in het belang van de gemeenschap staat.

Daarom kunnen wij ook niet accepteren dat enig geschikt middel voor deze volksopleiding en -vorming uitgesloten kan worden van deze gemeenschapsverplichting. Jeugdonderwijs – Jungvolk[4]Hitlerjugend – Arbeitsdienst – partij – Wehrmacht, zij zijn alle instellingen voor de opvoeding en opleiding van ons volk. Het boek, de krant, de toespraak, de kunst, het theater, de film, het zijn allemaal middelen van deze volksvorming. Wat de nationaalsocialistische revolutie op deze gebieden bereikt heeft, is indrukwekkend en geweldig. Denkt u enkel over het volgende na:

Ons gehele Duitse opvoedingswezen inclusief de pers, het theater, de film, de literatuur wordt vandaag uitsluitend door Duitse volksgenoten geleid en vormgegeven. Hoe vaak hebben we vroeger niet gehoord dat de verwijdering van het Jodendom uit deze instituties tot de ineenstorting of verwoesting ervan zou leiden! En wat is er gebeurd? Op al deze gebieden beleven we een enorme opbloei van het culture en artistieke leven. Onze films zijn beter dan ooit tevoren, onze theateropvoeringen staan vandaag de dag op onze toppodia op eenzame wereldhoogte. Onze pers is een geweldig instrument in dienst van het zelfbewustzijn van ons volk geworden en helpt mee de natie te versterken. De Duitse wetenschap is succesvol en geweldige bewijzen van onze creatieve bouwlust zullen eens getuigen van dit nieuwe tijdperk!

Er heeft een ongehoorde immunisering het Duitse volk bereikt, tegenover de desintegrerende tendenzen waaronder een andere wereld te lijden heeft. Veel van onze instanties die een aantal jaar geleden niet begrepen werden, zijn vandaag vanzelfsprekend geworden. Jungvolk, Hitlerjugend, BdM [Bund Deutscher Mädel], Arbeitsdienst, Frauenschaft, SA [Sturmabteilung], SS, NSKK [Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps] en vooral het Arbeitsfront met zijn geweldige organisatie zijn de trotse bouwstenen van ons Derde Rijk.

Deze bescherming van het innerlijk leven van ons Duitse volk moest gepaard gaan met de bescherming tegen de buitenwereld. En hier, mijn afgevaardigden en mannen van de Duitse Rijksdag, heeft de nationaalsocialistische verheffing, en daar geloof ik in, het grootste wonder van zijn prestaties volbracht!

Toen ik vier jaar geleden met mijn werk als kanselier en daarmee met de leiding van de natie werd belast, nam ik de moeilijke taak op me om het volk naar eer terug te leiden, nadat het 15 jaar lang gedwongen was geweest om het leven van een melaatse te leiden tussen de andere naties. De interne orde van het Duitse volk creëerde voor mij de voorwaarde voor de wederopbouw van het Duitse leger, en uit beide ontstond de mogelijkheid om die ketenen los te maken die wij als de diepste schande beschouwden die ooit aan een volk waren opgelegd. Nu dat dit proces vandaag beëindigd wordt, zijn er nog een aantal dingen die ik wil uitleggen:

1. Het herstel van de Duitse gelijkheid was een zaak die uitsluitend betrekking had op Duitsland zelf. Wij hebben geen enkel volk daardoor iets ontnomen en daarmee geen enkel volk leed toegebracht!

2. Ik kondig u aan dat ik, in de geest van het herstel van de Duitse gelijkheid, de Deutsche Reichsbahn[5] en de Deutsche Reichsbank van hun vroegere karakter zal ontdoen en hen opnieuw volledig onder de soevereiniteit van de regering van het Duitse Rijk zal plaatsen.

3. Ik verklaar hierbij dat elk deel van het Verdrag van Versailles, dat de gelijkheid van ons volk heeft weggenomen en het heeft gedegradeerd tot een inferieur volk, zijn natuurlijke oplossing heeft gevonden.

4. Maar bovenal trek ik echter plechtig de Duitse handtekening terug uit die verklaring, die destijds van een zwakke regering tegen beter weten in werd afgedwongen, dat Duitsland de schuld van de oorlog zou hebben!

Mijn afgevaardigden, mannen van de Duitse Rijksdag! Dit herstel van de eer van ons volk die naar buiten toe het zichtbaarst werd met de invoering van de dienstplicht, de schepping van een nieuwe luchtmacht, de wederopbouw van de Duitse marine en de bezetting van het Rijnland door onze troepen, was de moeilijkste en meest gedurfde opdracht van mijn leven. Ik moet op deze dag nederig mijn dank uitbrengen aan de Voorziening die mij de genade gaf om als onbekende soldaat de eer en gerechtigheid van het volk terug te winnen.

Alle maatregelen die hiervoor nodig waren, waren helaas niet via de weg van onderhandelingen te bereiken. Maar daarvan afgezien: Over de eer van een volk kan ook niet worden onderhandeld, deze kan alleen opgeëist worden. Zo min als ze kan worden uit onderhandeld, zo veel te meer kan ze opgeëist worden!

Dat ik de nodige stappen ondernam zonder onze eerdere tegenstanders één op één te ondervragen, laat staan ze te informeren, had zijn reden in het besef dat dit het voor de andere partij alleen maar gemakkelijker maakte om onze noodzakelijke beslissingen te accepteren. Overigens wil ik ook nog verklaren dat daarmee de tijd voor zogenaamde verrassingen voorbij is. Als gelijke staat zal Duitsland zijn Europese opdracht in de toekomst bewust uitvoeren om op een loyale manier mee te werken aan het oplossen van problemen die ons en andere naties raken.

Als ik nu commentaar geef op deze algemene vragen van dit moment, is het misschien wel het meest opportuun om dat te doen op basis van de opmerkingen die de heer Eden onlangs in het Lagerhuis heeft gemaakt.

Want ze bevatten in wezen ook datgene wat er gezegd moet worden over de relatie van Duitsland met Frankrijk.

Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken om mijn oprechte dank uit te spreken voor de mogelijkheid van een antwoord, die mij werd geboden door de even openhartige als opmerkelijke uitlatingen van de Engelse minister van Buitenlandse Zaken.

Ik heb deze opmerkingen heel precies en goed gelezen. Ik wil natuurlijk niet in details treden, maar ik zou willen proberen de belangrijkste standpunten van de toespraak van Mister Eden van mijn kant te belichten, uit te leggen of te beantwoorden.

Ik zal eerst proberen te corrigeren wat mij een zeer betreurenswaardige vergissing lijkt. Namelijk de misvatting dat Duitsland de intentie had zich te isoleren, de gebeurtenissen in de rest van de wereld onverschillig voorbij te laten gaan, of dat het geen rekening wilde houden met de algemene behoeften.

Waarop zou de opvatting, dat Duitsland een isoleringspolitiek zou voeren, gebaseerd zijn?

Als deze veronderstelling van het isolement van Duitsland moet worden afgeleid uit de vermeende Duitse bedoelingen, dan zou ik de volgende opmerkingen willen maken:

Ik geloof helemaal niet dat een staat ooit de bedoeling kan hebben zich bewust niet te interesseren in de politiek van de wereld. Al helemaal niet, wanneer de wereld zo klein is als het Europa van vandaag. Ik geloof dat wanneer een staat werkelijk een dergelijke houding aanneemt, hij dat dan alleen doet onder de dwang van een door hemzelf opgelegde buitenlandse wil. Ik zou mijnheer de minister Eden hier willen verzekeren dat wij Duitsers in geen enkel geval geïsoleerd willen worden en ons ook totaal niet geïsoleerd voelen.

Duitsland heeft in de afgelopen jaren een aantal politieke betrekkingen aangeknoopt, hersteld en verbeterd en heeft – dat mag ik wel zeggen – nauwe en vriendschappelijke betrekkingen met een aantal staten tot stand gebracht. Onze relaties in Europa zijn vanuit ons gezien tegenover de meeste staten normaal en met een groot aantal zeer vriendschappelijk. Ik zet bovenaan de uitstekende betrekkingen, die ons vooral verbinden met elke staat die soortgelijk lijden hebben meegemaakt, en daaruit dezelfde conclusies getrokken hebben. Door een serie van verdragen hebben wij vroegere spanningen bestreden en daarmee de Europese verstandhoudingen aanzienlijk verbeterd. Ik herinner enkel aan onze afspraken met Polen die beide staten tot voordeel waren, aan onze afspraken met Oostenrijk, aan onze uitstekende en nauwe relatie met Italië, aan onze vriendschappelijke relaties met Hongarije, Joegoslavië, Bulgarije, Griekenland, Portugal, Spanje enzovoorts. En er zijn nog een groot aantal staten buiten Europa waarmee wij deze vriendschappelijke relaties eveneens hebben.

De afspraak die Duitsland met Japan heeft om de internationale communistische beweging te bestrijden is het levende bewijs dat Duitsland er niet aan denkt zich te isoleren en zich ook niet zo voelt. Overigens heb ik vaker de wens en hoop uitgesproken met onze buren eveneens een goede relatie aan te gaan. Duitsland heeft – en ik betoon dat hier uitdrukkelijk – vaak aangegeven dat er tussen Frankrijk en Duitsland geen enkel denkbaar strijdpunt zou kunnen bestaan. De Duitse regering heeft verder België en Nederland verzekerd op elk mogelijk moment beide staten als onschendbaar te beschouwen en neutrale gebieden te erkennen en te garanderen. Gezien de vroegere verklaringen en de daadwerkelijke toestand zie ik niet goed in, waarom Duitsland zich geïsoleerd zou moeten voelen of een isoleringspolitiek zou bedrijven.

Ook betreffende de economie is er geen enkele reden om aan te nemen dat Duitsland zich aan de internationale samenwerking zou onttrekken. Het is juist omgekeerd. Wanneer ik de toespraken van sommige staatsmannen in de afgelopen maanden aanhoor dan kan ik niet anders denken dan dat Duitsland met economische gunsten overladen zou willen worden en dat wij als koppige isoleringspolitici deze gunsten aan ons voorbij willen laten gaan.

Ik zou ter rectificatie hiervan nog een aantal feiten willen opnoemen:

1. Sinds jaar en dag zet het Duitse volk zich in om met zijn buren betere handelsverdragen op te stellen en daarmee een eerlijke goederenuitwisseling uit te oefenen. En deze inspanning was niet zonder resultaat, want de handel met het buitenland is sinds 1932 zowel qua omvang als naar waarde alleen maar groter geworden. Dit spreekt de harde mening, dat Duitsland een economische isoleringspolitiek zou bedrijven, tegen.

2. Ik geloof alleen niet dat samenwerken op economisch gebied van de volkeren op den lange duur kan bestaan tenzij er een wederzijdse uitwisseling plaatsvindt van waren en goederen. Kredietmanipulaties kunnen misschien een ogenblik lang werken, maar op den duur worden de internationale economische relaties altijd bepaald door de omvang van deze onderlinge goederenuitwisseling. En het is hier niet zo dat de andere wereld met te grote orders of vooruitzichten een toename van het economische uitwisselingsverkeer kan verwachten. Men zou deze dingen echt niet moeilijker moeten maken dan ze toch al zijn. De wereldeconomie wordt er niet ziek van wanneer Duitsland hieraan geen deel meer wil nemen. Zij zou er juist ziek van worden als er onrust gaat ontstaan in zowel de individuele producties van de volkeren als in hun betrekkingen met elkaar. Duitsland maakt zich aan geen van beide schuldig. Het nationaalsocialistische Duitsland van vandaag al helemaal niet. Want toen wij aan de macht kwamen was de internationale economische crisis erger dan vandaag.

Ik ben alleen bang dat ik de woorden van Mister Eden moet volgen. Volgens hem komt een deel van de internationale afwijzing door de invoering van het Vierjarenplan van Duitsland. Ik wil er geen twijfel over laten bestaan dat de beslissing van dit plan geen veranderingen toelaat. De redenen die tot deze beslissing leidden waren dwingend. En ik heb in de afgelopen tijd niet kunnen ontdekken waarom wij van deze beslissing zouden hebben moeten afzien.

Ik neem een praktisch voorbeeld:

De invoering van het Vierjarenplan zal door de synthetische productie van benzine en rubber jaarlijks alleen al een verhoging van de vraag met 20 tot 30 miljoen ton steenkool in ons land verzekeren! Dat betekent werk voor tienduizenden mijnwerkers voor de rest van hun leven. Ik vraag mij echt af welke staatsman mij de afname van 20 of 30 miljoen kolen van buiten de economie van het Rijk kan garanderen in het geval van het niet uitvoeren van het Vierjarenplan. En daarom gaat het. Ik wil werk en brood voor mijn volk. En dit niet tijdelijk door de garantie van kredieten, maar door een solide, bestendig productieproces, dat ik ofwel in ruil kan brengen tegen goederen uit de andere wereld of in ruil moet inbrengen van eigen goederen in de cyclus van onze eigen economie.

Wanneer Duitsland vandaag door manipulatie deze 20 of 30 miljoen ton kolen in de toekomst op de wereldmarkt wil invoeren, dan zou dit alleen ertoe leiden dat andere landen hun kolenuitvoer moeten reduceren. Ik weet niet of een Engelse staatman bijvoorbeeld een dergelijke mogelijkheid voor zijn volk serieus zou kunnen voorstellen. Maar dit is de beslissende factor.

Want Duitsland heeft een groot aantal mensen die niet alleen willen werken, maar ook willen eten. Ook de verdere levensstandaard van ons is volk een hoge. Ik kan de toekomst van de Duitse natie niet opbouwen op de beloftes van buitenlandse staatsmannen over internationale hulp. Ik kan dat alleen op een realistische basis van een lopende productie die ik of naar binnen of naar buiten moet afzetten! En hier onderscheid ik mij misschien in mijn wantrouwen van de optimistische opmerkingen van de Engelse minister van buitenlandse zaken.

Wanneer Europa namelijk niet uit de razernij van zijn bolsjewistische ziekte wakker wordt, dan ben ik bang dat de internationale handel ondanks de goede wil van enkele staatsmannen uiteindelijk zal afnemen. Want deze handel bestaat niet alleen uit de handel van één enkel volk, maar is van alle volkeren afhankelijk. In elk geval staat vast dat elke bolsjewistische schok onvermijdelijk tot een vernietiging van de productie leidt. En ik kan daarom de economische positie van Europa niet positief beoordelen, zoals Mister Eden dit misschien wel zou doen. Ik ben de verantwoordelijke leider van het Duitse volk en ik moet naar beste weten en geweten haar belangen op deze wereld behartigen. Ik ben daarom ook verplicht alles zo in te schatten zoals ik meen het met mijn eigen ogen te zien.

Ik zou nooit een vrijspraak van de geschiedenis van mijn volk kunnen krijgen wanneer ik uit welke grond dan ook zou verzuimen te doen wat voor het behoud van mijn volk nodig is. Ik ben net zoals anderen tevreden over de stijging van onze buitenlandse handel. Wanneer andere volken slachtoffer zijn geworden van de bolsjewistische ziekte, dan zal ik wat betreft de onduidelijke politieke situatie niet verzuimen te doen wat voor het Duitse volk het bestaan zou garanderen. Ik moet ook afwijzen dat deze opvatting simpelweg als klinkklare fantasie wordt afgedaan. Want het volgende staat vast: De Engelse minister van Buitenlandse Zaken deelt ons theoretische leerperspectieven mede, terwijl in de praktijk iets heel anders gebeurt. Bijvoorbeeld: De revolutie in Spanje heeft 15.000 Duitsers uit dat land verdreven en onze handel zware schade berokkend. Zou deze Spaanse revolutie zich naar andere Europese staten uitbreiden dan zou deze schade alleen maar groter worden.

Ik moet nu eenmaal als verantwoordelijke staatsman ook met zulke mogelijkheden rekening houden. Het is daarom mijn vaste besluit de Duitse arbeidskracht op welke manier dan ook voor het behoud van mijn volk in te zetten. Wij zullen elke mogelijkheid zien, daar kan mijnheer de Minister Eden zeker van zijn, om de economische relaties met andere volkeren te versterken. Maar wij zullen ook elke mogelijkheid benutten om de interne cyclus van onze economie te verbeteren en uit te diepen!

Zou echter de oorzaak van de mening dat Duitsland een isoleringspolitiek voert, het verlaten van de Volkerenbond zijn, dan wil ik erop wijzen dat de "Geneefse Liga"[6] nooit een bond van alle volken was. Een aantal grote naties hoorde hier of nooit bij of zijn reeds uitgetreden. Zonder dat iemand dit beweerde, bedreven zij zelf isoleringspolitiek.

Ik geloof dus dat Mister Eden wat betreft op dit punt de Duitse intenties en opvattingen verkeerd inschat. Want het laatste dat wij willen is op politiek of economisch vlak de relaties tegenover de buitenwereld afbreken of beperken. Juist het tegenoverstelde is waar. Ik heb zo vaak geprobeerd om begrepen te worden en hieraan bij te dragen. Ik heb het Engelse volk en zijn regering bijzonder vaak verzekerd hoe wij een oprechte en hartelijke samenwerking wensen. Dat hebben wij zowaar allemaal gedaan; ik zelf zeker ook.

Ik geef alleen toe dat op één punt een daadwerkelijk onoverbrugbare verschillen van opvattingen bestaan tussen ons en de minister van Buitenlandse Zaken.

Mister Eden legt er nadruk op dat de Britse regering onder geen beding zou wensen Europa in tweeën gescheurd te willen zien. Helaas had men deze wens niet al eerder geuit en gehoord. Vandaag is deze wens alleen nog een illusie. Want de werkelijke deling is niet de deling in twee helften. Deze deling is niet alleen in Europa, maar in de hele wereld een voldongen feit. Het is treurig dat de Britse regering niet al eerder de opvatting die zij vandaag had toonde, want dan zou het verdrag van

Versailles nooit tot stand zijn gekomen. Dit verdrag heeft daadwerkelijk de eerste scheuren in Europa veroorzaakt: namelijk de opdeling van overwinnaars en verliezers, oftewel degenen met en zonder recht. Niemand heeft meer onder het verscheurde Europa geleden dan het Duitse volk. Dat deze scheuring wordt bestreden is de verdienste van de nationaalsocialistische revolutie in Duitsland en daarmee ook mijn verdienste!

De tweede scheuring kwam door de bolsjewistische leer waarin men zich niet tot één volk beperkte, maar gedwongen alle volkeren opnam.

Het gaat hier niet om een bijzondere vorm van het leven van het eigen Russische volk, maar om de bolsjewistische aanspraak op de wereldrevolutie. Wanneer mijnheer minister Eden het bolsjewistisme niet zo wil zien als wij, dan heeft dit misschien met de geografische positie van Engeland te maken. Alleen geloof ik dat men hierover niet als theoreticus kan spreken; ook niet om de oprechtheid van onze overtuiging te bestrijden. Voor mijnheer Eden is het bolsjewisme misschien iets dat in Moskou bestaat, maar voor ons is het bolsjewisme een kwaad waartegen wij ons in Duitsland bloedig moeten verzetten. Een pest die heeft geprobeerd om van ons land net zo’n woestijn te maken als in Spanje het geval is en die met dezelfde gijzelnemingen begon zoals nu in Spanje aan de hand is. Niet het nationaalsocialisme heeft contact met het bolsjewisme gezocht in Rusland, maar het Joodse internationale Moskovische bolsjewisme heeft getracht Duitsland binnen te dringen! En zij proberen het tot op de dag van vandaag nog! En tegenover deze poging hebben wij niet alleen een hard gevecht voor de cultuur van ons volk gevoerd maar wellicht ook die van geheel Europa daarmee verdedigd.

Wanneer in de dagen van januari en februari 1933 in de laatste beslissende slag Duitsland aan deze barbarij onderworpen geworden zou zijn en zou het bolsjewistische puin- en lijkenveld zich over Midden-Europa verspreid hebben, dan zou men aan de Theems waarschijnlijk andere opvattingen hebben gekregen over het wezen van dit meest vreselijke gevaar voor de mensheid. Want als Engeland hoe dan ook aan de Rijn verdedigd zou moeten worden, dan zou het zich nu in het nauwe bereik van die zogenaamde onschuldige democratische Moskouse wereld bevinden waarvan de gevaarloosheid ons altijd zo warm wordt aangepraat. Ik zou daarom hier nog eens het volgende willen uitleggen:

Het bolsjewisme is een leer van de wereldrevolutie, beter gezegd: de wereldvernietiging. Om deze leer als een gelijkgerechtigde levensovertuiging in Europa op te nemen, betekent Europa aan deze leer uit te leveren. Voor zover andere volkeren met de kennismaking met dit gevaar te maken willen hebben, is dat niet onderworpen aan een Duitse stellingname. Wanneer het in Duitsland zelf aan de orde komt, wil ik er geen twijfel over laten bestaan dat wij ten eerste het bolsjewisme als een onverdraaglijk gevaar voor de wereld zien en dat we ten tweede dit gevaar met alle middelen weg proberen te houden van ons volk en ten derde dat wij alle moeite doen te proberen het Duitse volk voor deze ziekte zo goed als immuun te maken.

Daarbij hoort ook dat wij elke nauwe relatie met de drager van deze kwalijke bacillen vermijden en dat wij er in het bijzonder niet toe bereid zijn het Duitse zicht op dit gevaar te vertroebelen doordat wij zelf nauwere banden aangaan dan de noodzakelijke staats- of economische betrekkingen.

Ik zie de bolsjewistische leer als het grootste vergif dat aan een volk gegeven kan worden. Ik wens daarom dat mijn eigen volk met deze leer niet in aanraking komt. Ik wil echter als burger van dit volk ook zelf niets doen waarvoor ik mijn medeburgers moet veroordelen. Ik verlang van Duitse arbeiders dat zij geen verkeer en omgang met deze internationale schadelijke individuen onderhouden en zij zouden ook mij nooit met hen zien slempen of zuipen. Overigens zou ik elke verdere Duitse verdragsovereenkomst met het huidige bolsjewistische Rusland als voor ons totaal waardeloos beoordelen. Noch zou het ook niet voorstelbaar zijn dat nationaalsocialistische Duitse soldaten ooit het beschermen van het bolsjewisme als hulpplicht zouden vervullen. Noch zouden wij enige bijstand van een bolsjewistische staat accepteren. Want ik zou bang zijn dat elk volk dat zulke hulp accepteert daarin zijn ondergang zal vinden.

Ik zou ook hier tegen de opvatting stelling willen nemen als zou de Volkerenbond in zulke gevallen van nood enkele lidstaten reddend onder de armen willen grijpen. Nee, ik geloof daar niet in. Mijnheer minister Eden legde bij zijn laatste optredens uit dat de daden doorslaggevend zijn en niet de woorden. Ik zou er alleen op willen wijzen dat het beslissende kenmerk van de Volkerenbond tot nu toe niet zozeer zijn daden als wel zijn woorden zijn geweest. Met uitzondering van één geval waarbij het beter geweest zou zijn het bij woorden te laten. En bij dit voorval is, zoals te voorspellen was, het succes van de daad uitgebleven.[7]

Daarom ben ik vanuit economisch perspectief gedwongen de eigen kracht en de eigen mogelijkheden voor instandhouding van ons volk als eerste prioriteit te stellen, zo ook op politiek gebied. En precies daaraan dragen wij waarlijk geen schuld.

Ik heb drie keer zeer concrete voorstellen gedaan om het bewapenen te beperken of tenminste te begrenzen. Deze voorstellen werden afgewezen. Ik wil erop wijzen dat het grootste aanbod toen het voorstel was om de gezamenlijke legermacht van Duitsland en Frankrijk op de status van 300.000 man te brengen. Duitsland, Engeland en Frankrijk zouden gezamenlijk hun luchtmacht op een gelijke sterkte brengen en Duitsland en Engeland zouden een overeenkomst tekenen over de verhouding van oorlogsschepen. Daarvan werd alleen het laatste deel geaccepteerd. Dit was de enige bijdrage voor een werkelijke inperking van het bewapenen in de wereld die gerealiseerd werd.

De andere voorstellen van Duitsland werden door een kille afwijzing beantwoord. Dit gebeurde gedeeltelijk door het weigeren van elke afspraak waarmee de Sovjet-Russische reuzenmacht in het Midden-Europese speelveld der krachten gestort zou worden. Mijnheer minister Eden spreekt van de Duitse bewapening en verwacht een inperking van deze bewapening. Deze beperking hebben wij zelf ooit voorgesteld. Dit voorstel is daar aan kapot gegaan, dat men liever de grootste militaire macht van de wereld aanvaardbaar en daadwerkelijk naar Midden-Europa probeert door te sluizen dan op ons voorstel in te gaan. Wanneer men al over bewapening spreekt, zou het goed zijn de bewapening van elke macht te bespreken die dan namelijk de maatstaf bepaalt van de wapenuitrusting van alle anderen.

Mister Eden gelooft dat in de toekomst alle staten alleen die bewapening zouden moeten hebben die voor de verdediging nodig zouden zijn. Ik weet niet of en in hoeverre over de realisatie van deze mooie gedachte met Moskou overleg is geweest en in hoeverre daarvandaan toezeggingen ontvangen zijn. Ik geloof echter nog eens eenmaal de verklaring te moeten noemen: het is duidelijk dat de omvang van zijn bewapening bepaald wordt door het formaat van het gevaar dat een land bedreigt. Daarover oordelend is elk volk verantwoordelijk voor zichzelf en alleen zelf verantwoordelijk. Wanneer Groot-Brittannië vandaag dus de omvang van zijn bewapening vastlegt dan zal iedereen dat in Duitsland begrijpen, aangezien we niet anders kunnen bedenken dat voor de afweging van de bescherming van het Britse wereldrijk uitsluitend Londen zelf verantwoordelijk is. Ik wil even zo goed aantonen dat ook de bescherming en verdedigingswapens van ons volk onze verantwoordelijkheid zijn en daarover uitsluitend in Berlijn besloten wordt.

Ik geloof dat een algemene erkenning van deze beginselen kan bijdragen aan ontspanning van de onderlinge verhoudingen. Duitsland is in elk geval gelukkig om in Italië en Japan vrienden gevonden te hebben die hetzelfde inzicht hebben als wij. En het zou nog gelukkiger zijn wanneer deze overtuiging zich over heel Europa zou verspreiden. Daarom heeft niemand zoals wij de aantoonbare ontspanning in het Middellandse Zeegebied door het Italiaans-Engelse verdrag met meer sympathie begroet. Wij geloven dat daardoor in de eerste plaats een overeenkomst kan worden bereikt over het opheffen of inperken van de catastrofe die het arme Spanje heeft getroffen. Duitsland heeft daar geen interesses in buiten het onderhouden van economische relaties die mister Eden zelf als nuttig heeft beoordeeld. Er is geprobeerd de Duitse sympathie voor het nationale Spanje in verband te brengen met de een of andere koloniale belangstelling.

Duitsland heeft bij landen die van haar geen koloniën afgepakt hebben ook geen koloniale claims. Duitsland heeft verder onder de bolsjewistische druk zo zwaar geleden dat het deze gevoelde nood niet zou misbruiken om een ongelukkig volk in het uur van zwakte iets te ontnemen of in de toekomst onder druk te zetten.

Onze sympathieën voor generaal Franco en zijn regering liggen ten eerste in de algemene sympathie en ten tweede in de hoop dat een consolidering van een werkelijk nationaal Spanje een versterking van Europese economische mogelijkheden schept; andersom zou daaruit een grotere catastrofe kunnen ontstaan. Daarom zijn wij bereid om alles te doen wat op een of andere manier tot herstel van de ordentelijke relaties tussen Spanje en Duitsland kan bijdragen.

Ik wil de volgende gedachtes niet onbesproken laten:

In Europa zijn in de laatste honderd jaar een aantal nieuwe naties geboren die vroeger vanwege hun verdeeldheid en onmacht op economisch en politiek vlak amper bekeken werden. Door het ontstaan van deze nieuwe staten zijn er natuurlijke spanningen ontstaan. Alleen echte staatskundigheid zal de realiteit niet over het hoofd zien, maar er rekening mee houden. Het Italiaanse volk, een nieuwe Italiaanse staat, zij zijn een realiteit. Het Duitse volk, het Duitse Rijk, zij zijn de werkelijkheid. En tegen mijn eigen medeburgers zou ik duidelijk willen zeggen: Het Poolse volk en de Poolse staat zijn even zo goed een realiteit geworden. Ook op de Balkan zijn naties wakker geworden en hebben zij eigen staten gecreëerd. De volkeren van deze staten willen leven en dat zullen zij ook doen. Met een geestloze opdeling van de wereld in bezitters en degenen die niets hebben, wordt dit probleem niet afgedaan of opgelost. Zo kan men ook de innerlijke sociale problemen van volken niet eenvoudig met min of meer grappige zinnetjes oplossen!

In de loop van duizenden jaren verliep het in gang zetten van de claim op het leven van de volken door de macht van het geweld dat van hen uitging. Wanneer vandaag in plaats van deze macht een ander instituut zou aantreden dan moet dit rekening houden met de eisen en natuurlijke voorwaardes voor het leven bij het nemen van beslissingen. Wanneer de opdracht van de Volkerenbond bijvoorbeeld alleen zou zijn de bestaande omstandigheden van de wereld te garanderen en voor altijd zeker te stellen dan had men haar net zo goed de opdracht kunnen toewijzen eb en vloed te bewaken of in de toekomst de stroming van de golfstromen vast te houden.

Hij zou alleen noch dit noch het andere kunnen. Haar bestaan hangt op den duur af van de diepte van het inzicht en van het bedenken en realiseren van de nodige hervormingen die aan de samenhang van het volk raken.

Het Duitse volk had ooit een koloniaal rijk opgebouwd zonder ooit maar iemand te beroven of ergens een verdrag te schenden. En zij heeft dit gedaan zonder oorlog. Dit koloniale rijk werd van ons afgenomen. De argumenten waarmee men nu probeert dit ontvreemden goed te praten, houden geen stand.

Ten eerste: "De oorspronkelijke inwoners wilden niet bij Duitsland horen"; had ze maar gevraagd of ze bij een ander wilden horen en wanneer zijn de koloniale volkeren überhaupt gevraagd of ze door bij vroegere koloniale machten te behoren, genoegen en sympathie beleefden?

Ten tweede: "De Duitse koloniën zijn door de Duitsers niet goed bestuurd"; Duitsland heeft deze koloniën pas luttele tientallen jaren eerder verkregen. Zij werden met grote offers uitgebreid en werden in ontwikkelingen betrokken die vandaag de dag tot geheel andere resultaten geleid zouden hebben dan ergens rond 1914. Maar de koloniën werden toch zodanig door ons ontwikkeld dat men ze waardevol genoeg vond om ze in bloedige strijd van ons te ontvreemden.

Ten derde hoor je: "Deze koloniën bezaten geen echte waarde"; wanneer dit waar is dan zouden de koloniën van andere staten ook geen waarde hebben en is het niet in te zien waarom men deze ons van koloniën wil onthouden.

Overigens: Duitsland heeft nooit koloniën gehad voor militaire doeleinden. Zij dienden enkel voor de economie.

Het is duidelijk dat in tijden van algemene welvaart de waarde van bepaalde gebieden kan dalen, maar het is net zo duidelijk dat in tijden van nood zulke inschatting direct verandert. En Duitsland leeft vandaag in tijden van een zware strijd om levensmiddelen en grondstoffen. Een goede import is alleen denkbaar als de export ook voortdurend toeneemt. Dus zal het verlangen naar koloniën in ons zo dichtbevolkte land zich vanzelfsprekend altijd weer voordoen.

Ik wil aansluitend aan deze uitleg nog een mening voorleggen over enkele punten over de mogelijke wegen naar een ware vrede, niet alleen van Europa, maar ook van de landen ver daarbuiten:

1. Het is in het belang van alle naties dat de onafhankelijke staten binnenlands stabiele en ordentelijke politieke en economische verhoudingen hebben. Zij zijn de belangrijkste voorwaarden voor het mogelijk maken van langdurige en solide economische en politieke banden van de volkeren onder elkaar.

2. Het is nodig dat de levensvereisten van volkeren openlijk erkend worden en dat aan die behoeftes wordt toegegeven. Alleen wederzijds respect voor deze levensvereisten kan de weg naar de bevrediging van de levensbehoeften van iedereen mogelijk maken.

3. De Volkerenbond moet, wanneer hij aan zijn missie wil voldoen, zich tot een orgaan van evolutionair verstand en niet van reactionaire traagheid omvormen.

4. De relaties tussen volkeren onder elkaar kunnen alleen een gelukkige regeling en oplossing vinden wanneer zij op de basis van wederzijdse achting en daarmede absolute gelijkheid geregeld worden.

5. Het is onmogelijk om naar believen de ene of de andere natie aansprakelijk te stellen voor de toename van bewapening of de inperking ervan, maar het is noodzakelijk dat ook deze problemen worden gezien in hun gehele context die hun voorwaarden schept en ze daarmee ook bepaalt.

6. Het is onmogelijk tot een ware vrede van de volkeren te geraken zolang de verhitte kliek van internationaal onverantwoordelijke bronvergiftigers en opinievervalsers geen halt toegeroepen wordt. Nog slechts enkele weken geleden moesten wij meemaken hoe het dit georganiseerde gilde van oorlogophitsers bijna gelukt is tussen twee volken wantrouwen te scheppen door een vloed van leugens. Dit zou heel gemakkelijk ook ergere gevolgen gehad kunnen hebben.

Ik heb zeer betreurd dat de Engelse minister van Buitenlandse Zaken niet categorisch heeft vastgesteld dat van de laster en leugens jegens Marokko door deze internationale oorlogophitsers geen woord waar was. Het is in dit in het oog lopende voorval gelukt, dankzij de loyaliteit van een buitenlandse diplomaat en zijn regering, onmiddellijk opheldering te verschaffen.[8] Zou het niet denkbaar zijn dat door een andere aanleiding het ook eens mis zou kunnen lopen met het snel achterhalen van de waarheid, en wat dan?

7. Het is bewezen dat de regulering van de Europese vraagstukken doelmatig altijd plaatsvindt in context en omvang die mogelijk zijn. Duitsland verkeert in de gelukkige omstandigheid vandaag de dag met Italië een nauwe en vriendschappelijke band te hebben opgebouwd. Mocht het toch eens lukken deze betrekkingen ook op een soortgelijke wijze met andere Europese naties aan te gaan!

Het Duitse Rijk zal met een sterk leger over zijn veiligheid en eer waken. Het zal alleen ook, vervuld van de overtuiging dat er voor Europa geen groter goed dan vrede bestaat, steeds een verantwoordelijke, en een zich van deze verantwoording bewuste, drager van deze Europese vredesgedachte zijn.

8. Het zou de Europese vrede in het algemeen ten goede komen wanneer men bij de behandeling van nationaliteiten rekening houdt met minderheden die gedwongen zijn te leven te midden van vreemde volkeren en er een wederzijds acht wordt geslagen op de terechte gevoel van nationale trots en bewustzijn.

Dit zou een ingrijpende ontspanning tussen staten ten gevolg hebben, die door het noodlot gedwongen worden naast elkaar te bestaan en waarvan hun staatsgrenzen niet gelijk met de volksgrenzen overeenkomen.

Ik zou nu aan het eind van deze presentatie nog een standpunt willen innemen ten opzichte van een document dat de Britse regering betreffende de bezetting van het ‘Rijnland’[9] aan de Duitse regering gericht heeft. Ik zou vooraf duidelijk willen maken dat wij geloven en ervan overtuigd zijn dat de Britse regering toen alles gedaan heeft om een toespitsing van de Europese crisis te vermijden. Het betreffende document is ontstaan om een bijdrage te leveren aan de ontwarring van de situatie toentertijd.

Ondanks dat was het voor de Duitse regering niet mogelijk, vanwege redenen die Groot-Brittannië ook zal erkennen, een antwoord op deze vraagstukken te vinden. Wij hebben er de voorkeur aan gegeven door de praktische verhoudingen van onze betrekkingen met onze buurlanden een deel van deze vraagstukken op de meest natuurlijke manier op te lossen. En ik wil vandaag pas na het herstel van de volledige Duitse soevereiniteit en gelijkberechtigdheid afsluitend zeggen dat Duitsland nooit meer een verdrag zal ondertekenen dat met zijn eer, de eer van de natie en de regering die deze eer vertegenwoordigt, onverenigbaar is of dat zich op ander wijze niet kan verenigen met de belangen van de Duitse levenswijze en daardoor op den duur niet nagekomen kan worden.

Ik geloof dat deze uitleg op het begrip van eenieder kan rekenen.

Overigens hoop ik van harte dat het met het inzicht en de goede wil van verantwoordingsbewuste Europese regeringen, ondanks alle tegenstanders, zal lukken in Europa toch nog de vrede te bewaren. Vrede is ons allerhoogste goed. Datgene wat Duitsland afzonderlijk hieraan kan bijdragen, zal het bijdragen.[10]

Wanneer ik nu dit deel van mijn presentatie afsluit zou ik de blik nog even in het kort willen richten op de vraagstukken van de toekomst.

Bovenaan staat de doorvoering van het Vierjarenplan. Het zal geweldig veel moeite kosten, maar het zal voor ons volk ook een grote zegening zijn. Het omvat een versterking van onze nationale economie op alle gebieden. De invoering is gegarandeerd. De grote opdrachten die buiten dit plan al zijn begonnen, zullen verder doorgevoerd worden. Het doel zal zijn om het leven van het Duitse volk gezonder en aangenamer te maken. Het bewijs voor dit grote tijdperk van de wederopstanding van ons volk zal de planmatige uitbreiding van enkele grote steden van ons rijk zijn. Aan het hoofd van deze plannen staat de vorming van Berlijn tot een echte en waarachtige hoofdstad van het Duitse Rijk. Daarom heb ik vandaag de dag, net zoals bij de bouw van onze wegen, voor Berlijn een algemene Rijksbouwmeester benoemd die voor de bouwkundige vorm van de rijkshoofdstad verantwoordelijk is.[11] Hij zal er verder voor zorgen de chaos van de Berlijnse bouwontwikkelingen op één grote lijn uit te zetten, die de geest van de nationaalsocialistische beweging weerspiegelt en die gepast zal zijn voor de status van de Duitse rijkshoofdstad. Voor de uitvoering van dit plan is een periode van twintig jaar uitgetrokken.

Moge de almachtige God ons vrede schenken om het geweldige werk in zijn naam te kunnen afmaken. Parallel daaraan zal er een grootscheepse omvorming van de hoofdstad van de beweging [München], de hoofdstad van de Rijkspartijdagen [Neurenberg] en de stad Hamburg bewerkstelligd worden.

Dit zal slechts als voorbeeld dienen voor een algemene cultuurontwikkeling die wij ons voor het Duitse volk als bekroning van zijn innerlijke en uiterlijke vrijheid wensen.

En eindelijk zal het de opdracht zijn het werkelijke leven van ons volk in de toekomst, zoals de staat het heeft vastgesteld, voor eeuwig te bezegelen en daarmee tot onvergankelijke grondwet van alle Duitsers te verheffen.

Wanneer ik op de grote opdracht van de afgelopen vier jaar terugblik, dan kunt u begrijpen dat het mijn eerste ingeving is God te bedanken die ons de uitvoering van deze opdracht heeft doen lukken.

Hij heeft ons werk gezegend en ons volk door alle hindernissen geleid die deze weg bedreigden.

Ik heb in mijn leven drie ongelooflijke vrienden gehad: In mijn jeugd was het de nood die mij vele jaren vergezeld heeft. Toen de Grote Oorlog eindigde, ontstond een diepe treurnis over het ineenstorten van ons volk dat me aangreep en mij leidde. Sinds deze 30 januari, vier jaar geleden, heb ik als derde vriend de bezorgdheid leren kennen. Het zorgen voor het volk en het rijk dat aan mijn leiding was toevertrouwd. Deze vriend heeft mij sindsdien niet meer verlaten en zal er tot het einde zijn. Hoe zou een man deze zorgen kunnen dragen als hij er geen vertrouwen in zou hebben deze missie met instemming van Degene die boven ons allen staat? Het is het noodlot dat mensen met bijzondere opdrachten zo vaak ertoe dwingt eenzaam en alleen te zijn. Ik wil ook de Voorzienigheid danken dat zij mij een schare van de trouwste medestrijders liet vinden die hun leven aan het mijne gekoppeld hebben en met mij vechten voor de wederopstanding van ons volk. Ik ben zo gelukkig dat ik me niet als eenling tussen het volk moet begeven, maar dat zich naast mij een schare van mannen bevindt waarvan de naam in de Duitse geschiedenis een gegeven zal blijven.

Ik moet nu ook mijn vroegere medestrijders bedanken die mij nu, als ministers, als stadhouders, als leiders van de deelraad of anderen die andere posities binnen de partij vervullen, hun hulp toebedelen. Er speelt zich in deze dagen in Moskou een noodlot af dat ons laat zien hoe belangrijk trouw zijn is in het verbinden tussen leidende mannen. Ik zou mijn oprechte dank willen betuigen aan iedereen die, niet uit de partij komende, in de leiding van de rijksregering en in het overige volk in deze jaren trouwe helpers en kameraden voor mij geworden zijn. Zij horen nu tot ons, ook wanneer hen op dit ogenblik uiterlijk nog de tekenen van deze maatschappij ontbreken. Ik zou de mannen en vrouwen willen danken die onze organisatie en partij opbouwden en zo succesvol leiding gaven. Ik moet hier vooral de legerleiding bedanken. Zij hebben het mogelijk gemaakt zonder enige huiver aan de nationaalsocialistische staat een wapen te verschaffen.

Zo zijn partij en Wehrmacht de beide voor eeuwig bezworen aanverwanten van het overeind houden van het leven van ons volk. Wij weten alleen ook dat ons handelen vergeefs zou zijn als honderdduizenden politieke leiders, ontelbare beambten van het rijk en talloze soldaten en officieren in het teken van onze verheffing ons met trouw tegemoet getreden zouden zijn. En des temeer wanneer het brede front van het Duitse volk niet achter ons had gestaan.

Op deze geschiedkundige dag moet ik weer iedereen van miljoenen onbekende Duitse mensen gedenken, van alle levensrichtingen, die in allerlei beroepen en bedrijven en in alle boerenhoeves hun hart, hun liefde en hun offers voor het nieuwe rijk gegeven hebben. En wij allen, mannen en afgevaardigden van de Reichstag, willen vooral de Duitse vrouw en daarmee de miljoenen moeders die het Derde Rijk hun kinderen gaven, bedanken. Want welk nut heeft ons werk, welk nut heeft de verheffing van de Duitse natie zonder Duitse jeugd. Elke moeder die in deze vier jaar ons volk een kind heeft gegeven, draagt door haar pijn en geluk bij aan het geluk van de gehele natie. Wanneer ik aan de gezonde jeugd van ons volk denk, dan wordt mijn geloof in onze toekomst zeker. En ik ervaar in mijn diepste wezen de betekenis van het simpele woord dat Ulrich von Hutten[12] schreef voordat hij voor het laatst zijn pen weglegde: Duitsland.

Noten

  1. Hier verzwijgt Hitler meerdere feiten, waaronder de Nacht van de Lange Messen van 30 juni tot 2 juli 1934. Om de macht van de nazi's te consolideren vond Hitler het noodzakelijk gedurende deze dagen verschillende voormalige conservatieve bondgenoten en leiders van de Sturmabteilung (SA) te liquideren. 150 tot 200 personen werden omgebracht. Dit gebeurde weliswaar in het jaar na de machtsovername, maar was wel onderdeel van de weg naar totale macht. Voorafgaand aan de machtsovername sneuvelden ook mensen bij straatgevechten tussen nazi's en communisten.
  2. In werkelijkheid werden tienduizenden vermeende politieke tegenstanders zonder proces voor korte of lange tijd opgesloten in concentratiekampen. Zo waren bijvoorbeeld alleen al in juli 1933 in heel Duitsland 27.000 personen in Schutzhaft (beschermde bewaring) genomen. Door de slechte levensomstandigheden in de kampen, zware arbeid en mishandeling door kampbewakers kwamen vele gevangenen om.
  3. Met papier wordt een bankbiljet of eventueel een waardepapier bedoeld.
  4. Deutsches Jungvolk, afdeling van de Hitlerjugend voor jongens van 10 tot 14 jaar.
  5. De Duitse spoorwegen.
  6. Aanduiding voor de Volkerenbond, waarvan het bestuurscentrum in Genève gevestigd was.
  7. Mogelijk doelt Hitler op de economische sancties die in november 1935 genomen werden tegen Italië vanwege Mussolini’s invasie van Abyssinia (Ethiopië). Dit was niet effectief, omdat de oliehandel niet aan banden werd gelegd en het Suezkanaal niet gesloten werd.
  8. Onze redactie heeft nog niet exact kunnen achterhalen waarop Hitler doelt.
  9. Duitsland had het Rijnland op 7 maart 1936 herbezet, hoewel internationale afspraken dat eigenlijk niet toestonden.
  10. Nog gedurende het voorgaande jaar stuurde Hitler wapens en troepen naar Spanje ter ondersteuning van Franco's strijd tegen de democratisch verkozen republikeinse regering tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939).
  11. Deze rijksbouwmeester was Albert Speer, een vertrouweling van Hitler. Hij moest Berlijn omvormen tot rijkshoofdstad "Germania".
  12. Duitse edelman, geleerde en publicist uit de 15e en 16e eeuw, een volgeling van Martin Luther en protestantse hervormer. Eén van de aanvoerders van de Ridderoorlog, een opstand tegen de Rooms-Katholieke Kerk en keizer Karel V in 1522-1523.

Definitielijst

democratie
Letterlijk: demos (volk) kratein (regeert). Democratie is een bestuursvorm waar de regering door een meerderheid van het volk gekozen wordt en waarbij het volk de leiders op het rechte pad houdt door de mogelijkheid deze regering weg te sturen als een meerderheid van het volk het niet meer eens is met de regering.
fascisme
De oorspronkelijke naam van de antidemocratische politieke beweging in Italië onder leiding van de dictator Benito Mussolini. Mussolini was leider van Italië van 1922 tot 1943. Tegenwoordig is fascisme een veelgebruikte term voor antidemocratische politieke stromingen. Ook het Duitse nationaalsocialisme wordt in de geschiedenis wel eens fascisme genoemd.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Germania
De hoofdstad van het Derde Rijk, ontworpen door Albert Speer. Het enorme bouwproject werd niet gerealiseerd.
hakenkruis
Een door Adolf Hitler ingevoerd symbool voor het nationaal-socialisme. Van oorsprong is het een oud symbool voor vuur en zon.
ideologie
Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
invasie
Gewapende inval.
liquideren
Uitschakelen, uit de weg ruimen.
Nacht van de Lange Messen
Nacht van 30 juni op 1 juli 1933 waarin Hitler op bloedige wijze afrekende met de veeleisende leiders van de SA, waaronder Ernst Röhm.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
rassenleer
De Duitsers maakten onderscheid tussen mensen op grond van ras.
revolutie
Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
Rijksdag
Duitse regeringsgebouw in Berlijn.
rijkskanselier
Benaming voor het Duitse staatshoofd, vanaf 1933 tot 1945 was Hitler Rijkskanselier van Duitsland
Rijnland
Duitstalig na WO I gedemilitariseerd gebied aan de rechteroever van de Rijn dat door Hitler bezet werd in 1936.
socialisme
Politieke ideologie die streeft naar geen of geringe klassenverschillen. Produktiemiddelen zijn in handen van de staat. Ontstaan als reactie op het kapitalisme. Karl Marx probeerde het socialisme wetenschappelijk te onderbouwen.
Sturmabteilung
Semi-militaire afdeling van de NSDAP. Opgericht in 1922 ter beveiliging van bijeenkomsten en leiders van de NSDAP. Hun toenemende macht werd gebroken tijdens de "Nacht van de Lange messen" (29-30 juni 1934).
Vierjarenplan
Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.

Bronnen

Informatie

Vertaald door:
Redactie Go2War2.nl
Geplaatst op:
15-09-2018
Laatst gewijzigd:
18-09-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.