Ver-geet-mij-niet - Over het verborgen leven van een Joods meisje

Titel: Ver-geet-mij-niet - Over het verborgen leven van een Joods meisje
Schrijver: Bart van Es
Uitgever: De Bezige Bij
Uitgebracht: 2018
Pagina's: 304
ISBN: 9789403118208
Omschrijving:

Bart van Es (1972) is hoogleraar Engelse literatuur aan de universiteit van Oxford. Hij promoveerde aan de universiteit van Cambridge en schreef een aantal boeken, onder meer over Shakespeare. Hij is geboren in Nederland, maar verhuisde met zijn ouders al op zeer jeugdige leeftijd naar Engeland. Een van de verhalen uit zijn kindertijd die hij nooit was vergeten betrof Lientje, een jong Joods meisje dat aan het begin van de oorlog bij zijn grootouders als onderduiker werd ondergebracht. Op het eind van de oorlog moest ze noodgedwongen dat onderduikadres verlaten, maar direct na de oorlog kwam ze weer terug in het gezin. Decennia na de oorlog werd dat contact plotseling verbroken, maar voor de familie bleef steeds verborgen wat die diepe breuk veroorzaakte met iemand die als een dochter in het gezin was opgenomen.

Op een dag besluit Van Es haar op te zoeken. Lientje is dan al in de tachtig en woont in Amsterdam. Het klikt wonderbaarlijk goed tussen beide personen en na talrijke lange gesprekken tussen de hoogbejaarde Lien de Jong en de nog tamelijk jonge Bart van Es komt haar oorlogsverhaal met alle verschrikkingen naar buiten, plus hoe de naoorlogse jaren er voor Lien uitzagen.

‘Eigenlijk is het Hitler die Lien Joods maakt’, is de openingszin van het verhaal. Het gezin De Jong, woonachtig aan de Pletterijstraat 31 in Den Haag, is weliswaar lid van enkele Joodse verenigingen, maar houdt zich verder helemaal niet bezig met Joodse tradities, laat staan met de joodse religie. Op aandringen van de familie zijn ze wel in de synagoge getrouwd en met Pesach worden matzes gegeten, maar verder dan dat gaat het niet. Het laat zich makkelijk vergelijken met hedendaagse ‘christenen’ die nooit naar de kerk gaan of andere uitingen van religiositeit hebben, maar wel Kerstmis vieren en in de kerk willen trouwen. In het gezin De Jong wordt aangeknoopt bij typisch Nederlandse (religieuze) festiviteiten als Sinterklaas.

Als in mei 1940 de Duitsers het land binnenvallen, verandert er aanvankelijk niks. Pas in de herfst van 1941 wordt langzaam merkbaar dat dingen anders zijn geworden. In het poëziealbum van Lientje (de titel van het boek is ontleend aan het versje van onderduikbroertje Kees van Es in dat album) komen steeds minder niet-Joodse namen te staan en ze merkt dat van lieverlee er steeds meer antisemitische uitingen zijn. Kinderen die stenen naar haar gooien, haar uitschelden voor vieze Jood of proberen haar te slaan. Ze zit inmiddels op een puur Joodse school en in de wijk zijn steeds meer Joodse gezinnen komen wonen, verdreven uit andere wijken in Den Haag. Tegenover de woning van de familie De Jong stond sinds 1929 een Joods weeshuis, dat na de machtsovername door de nazi’s in 1933 al snel overbevolkt raakte. Het weeshuis zou in 1943 ontruimd worden; geen van de kinderen zou de oorlog overleven. Ook van de Portugese Joden, die zeer lang deel uitmaakten van de maatschappelijke en economische bovenlaag in de residentie, keerden slechts acht personen terug uit de Duitse vernietigingskampen. Van de 18.000 Joden die in 1940 in de stad woonachtig waren, overleefden er iets minder dan 2.000 de oorlog. Lientje de Jong was er daar één van, als enige van haar familie. Lientjes ouders worden eind 1942 en begin 1943 in Auschwitz vermoord.

In augustus 1942 vertellen haar ouders haar op een morgen dat ze een geheimpje hebben. Ze zal een tijdje ergens gaan logeren, maar mag daar met niemand over praten. Lientje komt terecht bij de familie Van Es in Dordrecht. Ze zal haar ouders, broer en zus, haar tantes en ooms, haar neven en nichten nooit meer zien. In een laatste familiebijeenkomst wordt gezamenlijk afscheid genomen van het onwetende meisje. De familieleden zullen op verschillende adressen onderduiken of gewoon thuisblijven. Bij de familie Van Es, een gezin volgens de allerbeste sociaaldemocratische tradities, voelt Lintje zich bijna direct thuis, hoewel de behuizing en manier van onderling met elkaar omgaan in alles afwijkt van hetgeen ze thuis gewend was. In het begin komt er nog weleens een brief van vader en moeder, maar dat houdt al snel op. Het meisje heeft geen weet van de onheilspellende betekenis. Voor haar gaat het leven gewoon verder. Zo af en toe komt het gemis aan thuis wel op, maar ook dat wordt snel minder.

Alles verandert doordat Lientje het geheimpje toch een keer met een schoolvriendinnetje deelt en het verhaal daarna blijkbaar verder wordt verspreid. Kort daarna (voorjaar 1943) moet ze verhuizen naar een ander onderduikadres. Er volgt een tocht langs diverse adressen, soms voor één nachtje, soms voor een week. Uiteindelijk komt ze wat langer terecht op een adres in IJsselmonde, maar ook daar moet op een gegeven moment halsoverkop vertrokken worden. Daarna komt ze terecht bij een gezin in Bennekom, waar ze het vreselijk slecht naar haar zin heeft. Na de oorlog komt ze terug bij de familie Van Es, waar nog een heel gevecht aan voorafging tussen de Rijkscommissie voor Oorlogspleegkinderen (OPK) en de Joodse organisatie Le-Ezrath Ha-Jeled, die er beide tegengestelde opvattingen op nahouden over wat het beste is voor de vele Joodse kinderen die op onderduikadressen de oorlog hebben overleefd maar waarvan geen andere familieleden te traceren zijn. Na de oorlog vindt langzaam een verwijdering plaats tussen Lien en de familie Van Es, wat naar het zich in eerste instantie laat aanzien te wijten is aan Liens huwelijk met een Joodse man die strikt conform de Joodse tradities leeft.

Dit boek staat niet echt vol van gruwelijke oorlogstaferelen. In het algemeen lijkt Lientje haast moeiteloos op de stroom van de tijd mee te dobberen. Het grote oorlogsleed speelt zich op de achtergrond af, maar is wel voelbaar. Bij Lientje klopt het slechts een paar keer hard aan de deur, maar steeds is de redding dichtbij. Voor Lien zit het grote leed in het verlies van haar echte ouders en daarna in het verlies van de pleegouders. Dat laatste verlies wordt waarschijnlijk nog zwaarder ervaren dan het eerste. En er zijn twee zeer traumatische gebeurtenissen waarvan er één de latere aanleiding tot de verwijdering is. Bij deze MeToo-achtige gebeurtenissen kan men de kanttekening plaatsen dat ze geheel gebaseerd zijn op een verklaring van zo’n zeventig jaar na de oorlog. Hoe betrouwbaar is het geheugen van een getraumatiseerd meisje van toen, negen of tien jaar oud, nadat zoveel tijd is verstreken? De verklaring betreft twee verschillende personen op twee verschillende onderduikadressen, maar geen van de personen leeft nog en kan zich dus verweren. De auteur en uitgever moeten erg zeker van hun zaak zijn om dergelijke uitlatingen met vermelding van naam en toenaam van de beschuldigden zo op te nemen in het boek.

Van Es heeft verder als methode gekozen voor een mengeling van historische verhandeling met zijn ervaringen van toen hij in 2016-2017 als onderzoeker op pad was om bepaalde zaken te verifiëren of om gewoon de sfeer te proeven op de locaties die in het boek voorkomen. Die mengeling werkt niet altijd even goed. Zeker niet omdat Van Es als niet-historicus soms genoegen neemt met een aantal makkelijke verklaringen, zoals hoe het toch komt dat zo weinig Joodse Nederlanders de oorlog konden overleven. Vragen waarover historici en anderen zich al generaties lang over buigen, maar waarvan het definitieve antwoord niet voorhanden is en ook nooit zal komen. Enige omzichtigheid op dit punt was raadzaam geweest.

Er is een veel aangehaalde slotpassage uit het gedicht ‘Vrede’ van Leo Vroman: ‘Kom vanavond met verhalen, hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.’ Een fascinerende regel, die telkens weer waar blijkt te zijn. Hoeveel boeken je ook over de Holocaust leest, het grote verhaal of een individuele levensgeschiedenis, telkens is het weer aangrijpend. Dat is in dit verhaal over het Joodse meisje Lientje de Jong niet anders. Het is steeds weer emotioneel om te lezen welke verschrikkingen mensen, in dit geval een jong kind, hebben moeten ondergaan, welke gevaren mensen trotseren om iemand onderdak te verlenen, hoe gewetenloos anderen misbruik van deze situatie maken en tot welke beestachtigheden weer anderen in staat zijn. Van Es slaagt er goed in deze grote tegenstrijdigheden in beeld te brengen.

Beoordeling: Goed

Definitielijst

Holocaust
Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
onderduiken
Het verstoppen voor de vijand.
synagoge
Joods gebedshuis.

Afbeeldingen


Bestel nu bij bol.com

Informatie

Artikel door:
Frans van den Muijsenberg
Geplaatst op:
23-10-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.