Verhoor Wilhelm Keitel 4

Ochtendzitting 6 april 1946

Inhoudsopgave

Gen. RUDENKO: Beklaagde Keitel, ik ga u vragen stellen over de richtlijn betreffende de zogenaamde Communistische verzetsbeweging in de bezette gebieden. Uw raadsman heeft u gisteren dat document laten zien. Het is een order van 16 september 1941, nummer R-98. Ik wil; u herinneren aan een passage uit deze order. Er staat: "Teneinde elke samenzwering in de kiem te smoren dienen bij de eerste tekenen van onrust de strengste maatregelen worden genomen om het gezag van de bezettende macht te handhaven en te voorkomen dat de samenzwering zich uitbreidt .. " en verder: "…men moet in gedachten houden dat in de betrokken gebieden een mensenleven absoluut geen waarde heeft en dat een afschrikwekkend effect alleen kan worden bereikt door het toepassen van buitengewoon strenge maatregelen."
U heinnert zich de grondgedachte van deze order dat een mensenleven absoluut niets voorstelt. Herinnert u zch die uitspraak, de basis uitspraak van deze order, dat menselijk leven absoluut geen waarde heeft? Herinert u zich die zin?
KEITEL: Ja.
Gen. RUDENKO: U hebt die order met daarin die bewering getekend?
KEITEL: Ja.
Gen. RUDENKO: Vindt u dat deze extreem wrede order noodzakelijk was?
KEITEL: Ik heb gisteren enkele redenen voor dit bevel uitgelegd en erop gewezen dat deze instructies in eerste instantie gericht waren aan de opperbevelhebbers van de Wehrmacht afdelingen in het zuidoosten, dat wil zeggen op de Balkan waar felle stijd tussen partizanen en de strijd tussen de leiders enorme proporties had aangenomen en ten tweede omdat dezelfde fenomenen waren waargenomen en op dezelfde of nog grotere schaal waren ontstaan in bepaalde gebieden van het Sovjet territorium.
Gen. RUDENKO: Betekent dat dat u vond dat deze order volkomen juist was?
KEITEL: Ik heb in antwoord op vragen al tot in detail mijn fundamentele standpunt uitgelegd met betrekking tot alle orders betreffende de behandeling van de bevolking. Ik heb die order getekend en daardoor heb ik de verantwoordelijkheid op me genomen binnen mijn officiële bevoegdheden.
De PRESIDENT: Het Tribunaal is van mening dat u de vraag niet beantwoordt. De vraag kan heel goed met een ja of nee beantwoord worden en met een verklaring achteraf. Zeggen dat u het al hebt uitgelegd aan uw raadsman is geen antwoord op de vraag.
Gen. RUDENKO: Ik vraag u nogmaals, vindt u dit bevel, dit specifieke bevel – en ik benadruk - waarin wordt beweerd dat "menselijk leven absoluut geen waarde heeft" – vindt u dat bevel correct?
KEITEL: Het bevat die woorden niet maar ik weet uit jaren ervaring dat in de zuidoostelijke gebieden en in bepaalde delen van de Sovjet Unie een mensenleven niet tot in dezelfde mate werd gerespecteerd.
Gen. RUDENKO: U zegt dat die woorden niet in dit bevel voorkomen?
KEITEL: Voor zover ik weet komen die woorden er niet letterlijk in voor maar er staat dat een mensenleven in die streken van weinig waarde is. Ik herinner me zoiets.
Gen. RUDENKO: Naar uw weten, u herinnert zich dat u op 9 november 1945 door Generaal Alexandrov bent ondervraagd. Op een vraag met betrekking tot deze zin antwoordde u:' Ik moet toegeven dat die zin echt is hoewel de Führer hem zelf aan die order heeft toegevoegd." Herinnert u zich uw uitleg?
KEITEL: Dat is juist, dat is waar.
Gen. RUDENKO: Ik kan u die order laten zien. Ik heb hem er niet bij gepakt omdat u zich gisteren van die order op de hoogte stelde.
KEITEL: Ik heb gisteren niet alle punten gelezen. Ik heb alleen het feitelijke bestaan ervan toegegeven.
De PRESIDENT: Het zou het Tribunaal helpen als u een vertaling van dat document hebt. Wanneer u iemand over een document ondervraagd en naar de juiste bewoordingen ervan, is het voor ons erg ongemakklijk om het document niet voor ons te hebben.
Gen. RUDENKO: Meneer de President, ik zal deze order onmiddellijk aan beklaagde geven. (hij overhandigt het document aan beklaagde).
De PRESIDENT: Is dit document 38-PS?
Gen. RUDENKO: Ja, dit is document 389-PS.
De PRESIDENT: Als u uit een document citeert zou het goed zijn als u het nummer langzaam opnoemt omdat de vertaling vaak onnauwkeurig bij ons doorkomt.
Gen. RUDENKO: Goed, ik zal er in het vervolg op letten, Meneer de President. Ik heb dit document het nummer R-98 gegeven maar het heeft twee nummers: R-98 en 389-PS. Ik heb subparagraaf 3b van deze order aangehaald. Beklaagde Keitel, hebt u zich op de hoogte gesteld van dit document?
KEITEL: De tekst in het Duits luidt: "in de betrokken landen heeft een mensenleven vaak weinig waarde…"
Gen. RUDENKO: En verder?
KEITEL: Ja …. en een afschrikwekkend effect kan alleen worden bereikt met extreme hardheid". Om te boeten voor het leven van een Duitse soldaat ….
Gen. RUDENKO: Helemaal duidelijk. En in hetzelfde bevel, in dezelfde subparagraaf staat: "Om te boeten voor het leven van een enkele Duitse soldaat moeten als regel 50 tot 100 Communisten ter dood worden veroordeeld. De vorm van executie moet het afschrikwekkend effect van de maatregel versterken". Is dat juist?
KEITEL: De Duitse tekst luidt iets anders. Er staat: "In het algemeen kan in dergelijke gevallen de doodstraf voor 50 tot 100 Communisten als voldoende worden beschouwd". Dat is de Duitse tekst.
Gen. RUDENKO: Voor één Duitse soldaat?
KEITEL: Ja, dat weet ik en ik zie het hier.
Gen. RUDENKO: Daar is wat ik u vroeg. Ik vraag u dus nogmaals…
KEITEL: Wilt u daar een verklaring over of moet ik niets meer zeggen?
Gen. RUDENKO: Ik ga u nu over deze materie ondervragen. Ik vraag u, toen u deze order tekende, of u toen uw persoonlijke mening uitdrukte over deze wrede maatregelen? Met andere woorden, was u het met Hitler eens?
KEITEL: Ik tekende de order maar de getallen die er in staan zijn veranderingen door Hitler zelf aangebracht.
Gen. RUDENKO: En welke aantallen noemde u aan Hitler?
KEITEL: De aantallen in het origineel waren 5 tot 10.
Gen. RUDENKO: Met andere woorden, het verschil tussen u en Hitler bestond uitsluitend uit de aantallen en niet uit de geest van het document?
KEITEL: Het idee was dat de enige afschrikwekkende manier was, diverse offers te eisen voor het leven van een soldaat, zoals hier staat.
Gen. RUDENKO: U ….
De PRESIDENT: Dat was geen antwoord op de vraag. De vraag was of het enige verschil tussen u en Hitler een kwestie van aantallen was. Daar kunt u ja of nee op antwoorden. Was het enige verschil tussen u en Hitler een kwestie van aantallen?
KEITEL: Dan moet ik zeggen dat er, verwijzend naar het onderliggende principe, een verschil van mening bestond, voor de uiteindelijke resultaten voel ik me niet langer in een positie om die te rechtvaardigen omdat ik mijn handtekening heb gezet namens mijn afdeling. Er heerste een fundamenteel meningsverschil over de hele kwestie.
Gen. RUDENKO: Goed. laten we verder gaan. Ik zou u aan nog een order willen herinneren. Het Is de order gedateerd 16 december 1942, betreffende de zogeheten "Strijd tegen de Partizanen." Dit document is bij het Tribunaal ingediend als bewijsstuk nummer USSR-16; ik zal u niet tot in details hierover ondervragen. Het is gisteren door uw raadsman aan u overhandigd.
KEITEL: Dat herinner ik me op het moment niet.
Gen. RUDENKO: U herinnert het zich niet?
KEITEL: Niet het document dat me gisteren is overhandigd.
Gen. RUDENKO: Goed, als u het zich niet herinnert kan ik u het document overhandigen om uw geheugen op te frissen.
De PRESIDENT: Wat was het PS nummer van dit document?
Gen. RUDENKO: Dit is het document dat door de Sovjet Aanklager is ingediend als bewijsstuk USSR-16, (document nummer USSR-16).
De PRESIDENT: Ik heb alleen genoterrd dat het USA-516 was maar waarschijnlijk heb ik het verkeerd verstaan. Het is USSR-16, niet waar?
Gen. RUDENKO: Ja, USSR-16.
De PRESIDENT: Goed.
Gen. RUDENKO (geeft het document aan beklaagde): Beklaagde Keitel, ik ga u ondervragen over een kwestie in verband met deze order. In subparagraaf 1 van deze order, paragraaf 3 staat en ik wil uw aandacht vestigen op de volgende zin: "De troepen worden daarom gemachtigd en bevolen om in deze strijd zonder enige restrictie alle maatregelen te nemen die nodig zijn om succes te bereiken, zelfs tegen vrouwen en kinderen." Hebt u die passage gevonden?
KEITEL: Ja.
Gen. RUDENKO: Hebt u de order gevonden die het nemen van welke maatregel u ook maar wilt, zonder enige beperking en ook tegen vrouwen en kinderen beveelt?
KEITEL: "Om zonder beperking elke maatregel te nemen, zelfs tegen vrouwen en kinderen als dat noodzakelijk is." Ik heb het gevonden.
Gen. RUDENKO: Dat is precies waar ik u naar vraag. Ik vraag u, Beklaagde Keitel, veldmaarschalk van het voormailige Duitse leger, vindt u dit een rechtvaardige order, dat maatregelen tegen vrouwen en kinderen willekeurig mogen worden genomen?
KEITEL: Maatregelen in zoverre als het betekent dat vrouwen en kinderen ook uit die gebieden moesten worden verwijderd waar een partizanenstrijd woedde, nooit wreedheden of moord op vrouwen en kinderen. Nooit.
Gen. RUDENKO: Afvoeren – een Duitse term – betekent doden?
KEITEL: Nee, ik denk niet dat het ooit nodig zou zijn geweest Duitse soldaten te vertellen dat zij vrouwen en kinderen konden en mochten vermoorden.
Gen. RUDENKO: U hebt mijn vraag niet beantwoordt. Vindt u dit een rechtvaardige order met betrekking tot de maatregelen tegen vrouwen en kinderen of vindt u hem onrechtvaardig? Antwoordt u met ja of nee. Is die rechtvaardig of onrechtvaardig? Uitleggen kan later.
KEITEL: Ik vind deze maatregelen rechtvaardig en als zodanig bevestig ik ze; maar geen maatregelen om te doden. Dat was een misdaad.
Gen. RUDENKO: "Elke maatregel" betekent ook moord.
KEITEL: Ja, maar niet op vrouwen en kinderen.
Gen. RUDENKO: Ja, maar er staat hier: "Elk soort maatregel tegen vrouwen en kinderen.
KEITEL: Nee, er staat niet "elk soort." Er staat: "en zich niet laten weerhouden om maatregelen tegen vrouwen en kinderen te nemen.." Dat staat er. Geen enkele Duitse soldaat of officier dacht ooit aan het doden van vrouwen en kinderen.
Gen. RUDENKO: En in werkelijkheid?
KEITEL: Ik kan het niet voor elk afzonderlijk geval zeggen omdat ik het weet, ik kon niet overal zijn en omdat ik er nooit rapporten over ontving.
Gen. RUDENKO: Maar er waren toch miljoenen van dat soort gevallen?
KEITEL: Daar weet ik niets van en ik geloof niet dat het in miljoenen gevallen is gebeurd.
Gen. RUDENKO: U gelooft dat niet?
KEITEL: Nee.
Gen. RUDENKO: Ik ga verder met een andere vraag. Ik verwijs naar een andere kwestie: de kwestie van de behandeling van Sovjet krijgsgevangenen. Ik ben niet van plan om u te vragen over het brandmerken van Sovjet krijgsgevangenen en andere feiten; die zijn bij het Tribunaal voldoende bekend. Ik wil u ondervragen met betrekking tot een document, het rapport van Admiraal Canaris dat we u gisteren hebben laten zien. U herinnert zich dat uw raadsman u gisteren dat rapport heeft overhandigd, het is gedateerd 15 september 1941 en ingediend onder nummer EC-338. Zoals u zich zult herinneren, zelfs een Duitse officier vestigde de aandacht op de uitzonderlijke willekeur en rechteloosheid met betrekking tot Sovjet krijgsgevangenen. Canaris wees in zijn rapport op de massamoorden op Sovjet krijgsgevangene en noemde de noodzaak van het definitief afschaffen van deze willekeur. Was u het met die verklaringen van Canaris eens met betrekking tot u zelf?
KEITEL: Ik heb uw laatste zin niet begrepen. Met betrekking tot mij zelf?
Gen. RUDENKO: De laatste vraag komt hierop neer: Stemde u, Keitel persoonlijk in met de voorstellen die Canaris in zijn rapport deed, dat de toegestane willekeurige behandeling van Sovjet krijgsgevangenen moest ophouden?
KEITEL: Ik heb mijn raadsman gisteren geantwoord ….
Gen. RUDENKO: U kunt mijn vraag kort beantwoorden, was u het ermee eens?
KEITEL: Ja, ik zal er kort over zijn – toen ik die brief kreeg heb ik hem onmiddellijk aan de Führer, Adolf Hitler gegeven, in het bijzonder vanwege de ingesloten publicatie van de volkscommissaris, gedateerd begin juli en ik vroeg om een nieuwe beslissing. Over het algemeen deelde ik de bezwaren van Canaris maar ik moet eraan toevoegen dat …
Gen. RUDENKO: U deelde die? Goed, ik zal u nu het originele exemplaar van het rapport van Canaris geven, waar uw beslissing in staat.
Meneer de President, ik geef nu het document met die beslissing aan de beklaagde. Deze verklaring is niet in het zittingsverslag opgenomen en ik zal ook de tekst van zijn uiteindelijke beslissing bij het Tribunaal indienen.
De PRESIDENT: Hebt u het origineel?
Gen. RUDENKO: Ja, ik heb het aan beklaagde gegegeven. En nu, Beklaagde Keitel, wilt u mij alstublieft volgen?
KEITEL: Ik ken dit document met de opmerkingen in de kantlijn.
Gen. RUDENKO: Luistert u naar me en volg de tekst van de beslissing. Dit is het document van Canaris dat u als juist beschouwt. Het volgende staat in uw beslissing: "Deze bezwaren komen voort uit de militaire opvatting van ridderlijke oorlogvoering. We hebben hier te maken met de vernietiging van een ideologie en daarom keur ik dergelijke maatregelen goed en sta ze toe. Getekend: Keitel". Is dat uw besluit?
KEITEL: Ja, ik schreef dat nadat het aan de Führer was overhandigd voor zijn beslissing. Toen heb ik het geschreven.
Gen. RUDENKO: Er staat daar niet dat de Führer dat heeft gezegd; er staat "ik sta ze toe," Keitel dus.
KEITEL: En ik zeg dit onder ede en ik heb gezegd voordat ik het zelfs gelezen heb.
Gen. RUDENKO: Dat betekent dat u de beslissing accepteert. Ik wil nu uw aandacht vestigen op een andere passage in dit document. Ik vestig uw aandacht op pagina 2. Kijkt u alstublieft of de tekst van het rapport van Canaris als volgt luidt: "De scheiding van burgers en krijgsgevangenen die politiek ongewenst zijn en de beslissing die moet worden genomen over hun lot, moet gedaan worden door Einsatzkommandoos van de SIPO en de SD volgens richtlijnen die bij de Wehrmacht niet bekend zijn en waarvan de uitvoering ook niet door laatstgenoemde kan worden gecontroleerd." Canaris schrijft dit; uw beslissing, beklaagde Keitel, is in de kantlijn geschreven. Er staat: "Zeer aan te bevelen." Is dat juist?
KEITEL: Wilt u de laatste zin herhalen? Het laatste wat ik hoorde was "Canaris schrijft."
Gen. RUDENKO: Ja en ik noem nu het feit dat uw beslissing "Zeer aan te bevelen," in de kantlijn tegenover die paragraaf staat en geschreven in uw eigen handschrift. Hebt u dat gevonden?
KEITEL: Ja, de zin "Zeer aan te bevelen" slaat op het feit dat de legerafdelingen niets met deze Einsatzkommandoos te maken hadden en er niets over wisten. Er staat dat die niet bekend zijn bij de Wehrmacht.
Gen. RUDENKO: En verder slaat het op het feit dat de SIPO en de SD wraak moesten nemen op burgers en krijgsgevangenen. Vindt u dat aanbevelenswaardig?
KEITEL: Nee, ik vond het aan te bevelen dat de activiteiten van de Einsatzkommandoos niet bekend zouden worden bij de strijdkrachten. Dat bedoelde ik. Dat staat hier en ik heb "niet bekend" onderstreept.
Gen RUDENKO: Ik vraag u, Beklaagde Keitel, Veldmaarschalk en iemand die zich voor dit Tribunaal regelmatig heeft omschreven als een soldaat, of u, in uw eigen bloeddorstige verklaring van 6 september 1941 de moord op de ongewapende soldaten die u gevangen hebt genomen, bevestigt en toestaat?
KEITEL: Ik heb beide decreten getekend en daarom heb ik de verantwoordelijkheid binnen mijn eigen bevoegdheden op mij genomen; ik aanvaard de verantwoordelijkheid.
Gen RUDENKO: Dat is helemaal duidelijk. In dit verband zou ik u willen vragen, omdat u het al vaker aan het Tribunaal hebt genoemd, over de taken van een soldaat. Ik wil u dit vragen: Is het in overeenstemming met het concept van de taak van een soldaat en de eer van een officier om orders uit te vaardigen voor wraakacties op krijgsgevangenen en vredelievende burgers?
KEITEL: Ja, voor zover het de wraakacties van augustus en september betreft, gelet op wat er gebeurd is met Duitse krijgsgevangenen die we bij honderden vermoord hebben gevonden op het slagveld en in Lvov.
Gen RUDENKO: Beklaagde Keitel, wilt u nu weer de kant op die u al eerder op bent gegaan en de kwestie van het vermeende afslachten van Duitse krijgsgevangenen nieuw leven in blazen? U en ik waren het er gisteren over eens dat u in mei 1941, nog voor het begin van de oorlog, een richtlijn heeft getekend betreffende het executeren van politeke en militaire werkers in het Rode Leger. Ik heb enkele ….
KEITEL: Ik heb die orders voor de oorlog ook getekend maar het woord moord kwam er niet in voor.
Gen RUDENKO: Ik ga niet met u in discussie omdat dit betekent het betwisten van een document en documenten spreken voor zich. Ik moet u nog een paar laatste vragen stellen: U hebt het Tribunaal verteld dat de generaals van het Duitse leger Hitler's orders blindelings uitvoerden?
KEITEL: Ik heb gezegd dat ik niet weet of een of andere generaal bezwaren opperde of wie zij waren en ik heb gezegd dat het niet in mijn aanwezigheid gebeurde toen Hitler de principes van de ideologische oorlog verkondigde en hen beval zijn bevelen in praktijk te brengen.
Gen RUDENKO: En weet u dat de generaals, op eigen intiatief orders uitvaardigden over wreedheid en de overtreding van de regels en gewoonten van de oorlog en dat deze orders door Hitler werden goedgekeurd?
KEITEL: Ik weet dat hoge officieren in het leger orders wijzigden, aanpasten of zelfs voor een deel introkken bijvoorbeeld waar het rechtsspraak betrof, het decreet van maart en andere maatregelen omdat ze dat met mij bespraken.
Gen. RUDENKO: U begrijpt me niet. Ik vroeg niets over aanpassingen maar of de generaals op eigen initiatief ooit orders uitgaven die aanzetten tot overtreding van de regels en gewoonten van de oorlog?
KEITEL: Dat weet ik niet. Ik weet niet naar welke order u verwijst, Generaal. Op het moment kan ik niet zeggen dat ik dat weet.
Gen. RUDENKO: Ik zal naar slechts een order verwijzen. Ik bedoel de order van Generalfeldmarschall Von Reichenau betreffende het gedrag van troepen in het Oosten.
Dit document, Meneer de President werd door de Sovjet Aanklager ingediend als Bewijsstuk nummer USSR-12 (document nummer USSR-12). De passages die ik bedoel zijn in dit document onderstreept en ik zal een passage uit deze order voorlezen betreffende het gedrag van troepen in het Oosten: "Het voeden van inwoners en krijgsgevangenen …. is ….misplaatste menselijkheid.
KEITEL: Ik ken dat bevel. Het is me tijdens een inleidend verhoor getoond.
Gen. RUDENKO: Deze order, op eigen initiatief van Von Reichenau uitgegeven en goedgekeurd door Hitler werd als model order verstuurd naar alle legercommandanten.
KEITEL: Dat wist ik niet; ik heb hier pas voor het eerst erover gehoord. Naar mijn weten heb ik die order ook nooit gezien.
Gen. RUDENKO: Natuurlijk zou u, dat is overduidelijk, dergelijke orders als volkomen onbelangrijk beschouwen. Zou per slot van rekening het lot van Sovjet krijgsgevangenen en van de burgerbevolking van enig belang kunnen zijn voor de chef van het OKW omdat hun levens toch geen waarde hadden?
KEITEL: Ik had geen contact met de commandanen aan het front en had geen officiële betrekkingen met ze. De opperbevelhebber van het leger was de enige . Gen. RUDENKO: Ik beëindig uw kruisverhoor. Toen u getuigenis aflegde voor het Tribunaal verwees u zeer vaak, net als uw medeplichtigen Göring en Von Ribbentrop naar het Verdrag van Versailles en ik vraag u, maakten Wenen, Praag, Belgrado en De Krim voor het de ondertekening van het Verdrag van Versailles deel uit van Duitsland?
KEITEL: Nee.
Gen. RUDENKO: U verklaarde hier dat u in 1944, nadat de wet gewijzigd was, een aanbod kreeg om lid te worden van de Nazi partij. U nam dit aanbod aan, gaf uw persoonlijke gegevens door aan de partijleiding en betaalde uw lidmaatschap. Vertelt u ons, betekende de acceptatie van het aanbod, lid te worden van de Nazi partij, dat u het eens was met het programma, de doelstellingen en de methoden van de partij?
KEITEL: Omdat ik al 3 of 4 jaar in het bezit was van het Goldenes Partieabzeichen dacht ik dat dit verzoek om mijn persoonsgegevens slechts een formele registratie was en ik heb de vereiste contributie betaald. Ik heb beide gedaan en toegegeven dat ik ze heb gedaan.
Gen. RUDENKO: Met andere woorden, voordat dit formele aanbod werd gedaan, beschouwde u zich de facto al lid van de Nazi partij?
KEITEL: Ik heb mijzelf altijd beschouwd als soldaat, geen politiek soldaat of een politicus. Gen. RUDENKO: Zouden we niet concluderen, na alles wat er hier is gezegd, dat u een Hitlergeneral was, niet omdat de plicht u riep maar uit uw eigen overtuiging?
KEITEL: Ik heb hier verklaard dat ik een trouw en gehoorzaam soldaat van mijn Führer was. En ik denk niet dat er generaals in Rusland zijn die Stalin blindelings gehoorzamen.
Gen. RUDENKO: Ik heb verder geen vragen meer.

Sir David MAXWELL-FYFE: (plaatsvervangend Hoofdaanklager voor Groot-Brittannië): Beklaagde, herinnert u zich dat u op 2 oktober 1945 een brief schreef aan Colonel Amen waarin u uw positie uitlegde? Het was na uw verhoor en in uw eigen tijd schreef u een brief waarin u uw standpunt uitlegde. Herinnert u zich dat?
KEITEL: Ja, ik denk dat ik die brief geschreven heb maar ik herinner me de inhoud niet meer. Het ging echter over het verhoor.
Sir David MAXWELL-FYFE: Ja.
KEITEL: En ik denk dat het een verzoek bevatte dat ik nog de gelegenheid zou krijgen om over zaken na te denken omdat de vragen mij verrasten en ik vaak niet in staat was mij de antwoorden te herinneren.
Sir David MAXWELL-FYFE: Ik wil u een passage in herinnering brengen en u vragen of die uw standpunt duidelijk weergeeft: "Bij het uitvoeren van deze ondankbare en moeilijke taken, moest ik mijn plicht doen onder de moeilijkste vereisten van de oorlog, vaak tegen de inwendige stem van mijn geweten in en tegen mijn eigen overtuiging. Het vervullen van dringende taken, die mij door Hitler werden opgedragen, aan wie ik rechtstreeks verantwoording schuldig was, vereiste total zelf-verloochenig." Herinnert u zich dat?
KEITEL: Ja.
Sir David MAXWELL-FYFE: Wel nu, ik wil alleen maar dat u het Tribunaal vertelt wat naar uw mening de kwalijkste zaak was waarbij u vaak handelde in strijd met de innerlijke stem van uw geweten. Vertelt u ons over enkele van de kwalijkste zaken waarbij u vaak handelde in strijd met de innerlijke stem van uw geweten.
KEITEL: Ik bevond mij vrij regelmatig in een dergelijke situatie maar de beslissende kwesties die het felst botsten met mijn geweten en mijn overtuiging waren die kwesties die indruisten tegen de training die ik gedurende mijn 37 jaar als officier in het Duitse leger heb ondergaan. Dat was een slag voor mijn meest intieme persoonlijke principes.
Sir David MAXWELL-FYFE: Dat wilde ik van u horen, beklaagde. Kunt u het Tribunaal de 3 slechtste dingen noemen die u moest doen en die indruisten tegen de innerlijke stem van uw geweten. Welke kiest u als de 3 slechtste dingen die u moest doen?
KEITEL: Misschien om het laatste te beginnen, de orders die werden gegeven voor het voeren van de oorlog in het Oosten in zoverre die in strijd waren met de erkende gebruiken van de oorlog; dan iets wat de Britse delegatie in het bijzonder aan gaat: de kwestie van de 50 R.A.F. officieren, de kwestie die mij bijzonder zwaar op het hart lag die van de terreur-vliegers en het ergste van alles het Nacht und Nebel bevel en de feitelijke gevolgen die dat later had en waarvan ik niets afwist. Dat waren de zwaarste gevechten die ik tegen mijzelf moest voeren.
Sir David MAXWELL-FYFE: We zullen het over het Nacht und Nebelbefehl hebben. Uedele, dit document en vele andere waarnaar ik zal verwijzen bevinden zich in het Britse documentenboek nummer 7, Wilhelm Keitel en Alfred Jodl en het begint op pagina 279. Het is L-90, Bewijsstuk USA-50. (tot de beklaagde) Beklaagde, ik geef u het Duitse documentenboek; het is pagina 279 van het Britse documentenboek en 289 …..
KEITEL: Nummer 731?
Sir David MAXWELL-FYFE: Het staat op pagina 289. Ik weet niet welk deel het is, deel 2 denk ik.
Ziet u, het doel van dit decreet wordt in het begin in een paar zinnen uitgelegd, waar staat dat in alle gevallen waarin een doodvonnis niet binnen een week is uitgesproken en uitgevoerd …"de beschuldigden voortaan in het geheim naar Duitsland moeten worden gedeporteerd en verdere rechtszaken met betrekking tot de misdaden daar zullen worden gevoerd. Het afschrikkend effect van deze maatregelen ligt in a) het volledig verdwijnen van de beschuldigde en b) het feit dat er geen inlichtingen mogen worden verstrekt aangaande hun verblijfplaats of hun lot." Beide doelen, dat zult u met mij eens zijn, waren extreem wreed en onmenselijk, niet waar?
KEITEL: Ik zei zowel toen als gisteren dat ik persoonlijk meende dat het in het geheim deporteren van personen veel wreder was dan het opleggen van de doodstraf. Ik heb..
Sir David MAXWELL-FYFE: Wilt u pagina 281 – 291 bij u – 281 van het Engelse documentenboek opslaan?
KEITEL: Ja, ik heb het.
Sir David MAXWELL-FYFE: U zegt dat dit uw begeleidende brief is: "De Führer is van mening"- regel 4 – "dat in het geval van misdaden zoals deze, gevangenisstraf of zelfs levenslange dwangarbeid als een teken van zwakte wordt gezien. Doeltreffende en blijvende intimidatie kan alleen worden bereikt ofwel door de doodstraf ofwel met maatregelen die de verwanten van het slachtoffer en de bevolkig in het algemeen In het ongewisse laten voor wat betret hun lot."
U zult het met me eens zijn dat deze zinnen van de Führer die u hier overbrengt wreed en onmenselijk waren, niet waar?
KEITEL: Ja.
Sir David MAXWELL-FYFE: Nu, wat ik ..
KEITEL: Mag ik daar iets aan toevoegen?
Sir David MAXWELL-FYFE: Zeker, zo kort als u kunt.
KEITEL: Ik heb gisteren een verklaring over dit onderwerp afgelegd en heb uw aandacht in het bijzonder gevestigd op de woorden: "Het is de Führer's langst gekoesterde wens," die waren bedoeld om aam de generaals die deze order ontvingen, duidelijk te maken wat er tussen de regels stond.
Sir David MAXWELL-FYFE: Maar weet u, beklaagde, dit was bij lange na nog niet het einde van deze reeks bevelen, niet waar. Deze order had weinig effect, ondanks de wreedheid en onmenselijkheid bij het bereiken van het doel niet waar? Dit bevel, het Nacht und Nebelbefehl was in die vorm ongeschikt om het doel te bereiken; het maakte geen einde aan wat het een einde zou moeten maken.
KEITEL: Nee, het hield niet op.
Sir David MAXWELL-FYFE: Zodat u in 1944 een nog strengere order moest uitvaardigen. Zou u willen kijken naar document D-762? Uedele, dat wordt Bewijsstuk GB-298. (tot de beklaagde) Er staat: "De voortdurende toename van daden van terreur en sabotage in de bezette gebieden, die steeds vaker worden gepleegd door bendes onder gezamenlijke leiding, dwingt ons de strengste tegenmaatregelen te nemen in een mate die overeenkomt met de felheid van de oorlog die ons wordt opgedrongen. Zij die ons in de rug aanvallen tijdens de crisis in onze strijd om overleving verdienen geen genade."
Ik beveel daarom: "Alle geweldsdelicten, gepleegd door niet-Duitse burgers in de bezette gebieden tegen de Duitse Wehrmacht, de SS of de politie of tegen installaties die door hen worden gebruikt zullen bestreden worden op de volgende manier als daden van terrorisme en sabotage. 1) de troepen – SS en dergelijke – moeten ter plaatse alle terroristen en saboteurs neerschieten. 2) Degenen die later worden gearresteerd moeten worden overgedragen aan het dichtstbijzijnde bureau van de SIPO en de SD. 3) Medeplichtigen, in het bijzonder vrouwen, die geen actief aandeel hebben in de gevechten moeten worden ingezet als arbeidskracht. Kinderen moeten worden ontzien."
Zou u nu naar paragraaf II willen kijken: "de chef van het OKW zal de nodige instructies voor uitvoering uitvaardigen. Hij is gerechtigd tot het aanbrengen van wijzigingen en toevoegingen in zoverre die vereist worden door de eisen van oorlogsoperaties.
Vond u dat een wreed en streng bevel of niet?
KEITEL: Ja, dat vind ik maar mag ik een kleine correctie aanbrengen? Het is vast en zeker niet goed vertaald. De feitelijke tekst luidt: "Vrouwen moeten worden ingezet als arbeidskrachten. Kinderen moeten worden ontzien." Zo staat het in de originele versie die ik voor me heb.
Sir David MAXWELL-FYFE: Ik heb gezegd "ontzien". Ontzien betekent dat ze niet zo behandeld mochten worden. Ik moest me voorzichtig uitdrukken.
KEITEL: Ja."
Sir David MAXWELL-FYFE: Nu, u had het recht wijzigingen en toevoegingen aan te bengen. Probeerde u op een of andere manier door middel van uw wijzigingen en aanvullingen de strengheid van die order iets te verzachten?
KEITEL: Ik herinner me niet dat ik ooit een aanvullende order heb gegeven om de strengheid wat te verzachten. Ik moet ook zeggen dat ik nooit iets zou hebben uitgevaardigd zonder het eerst aan de Führer voor te leggen.
Sir David MAXWELL-FYFE: Laten we maar eens zien wat u dan wel uitvaardigde. Zou u willen kijken naar document D-764, dat wordt bewijsstuk GB-299. Dat is nu uw order, mede ondertekend door de hoogste militaire rechter die daamee het bevel uitbrengt, gebaseerd op dat decreet en zou u willen kijken naar de paragrafen 4 en 5:
"Alle processen die nu worden gevoerd in verband met daden van terrorisme, sabotage of andere misdaden, gepleegd door niet-Duitse burgers in de bezette gebieden die de veiligheid of de paraatheid van de bezettende macht in gevaar brengen, moeten worden opgeschort. Aanklachten moeten worden ingetrokken, vonnissen die al uitgesproken zijn mogen niet worden uitgevoerd. De schuldigen moeten, met een verslag van het proces, worden overgedragen aan de dichtstbijzijnde post van de SIPO en de SD. In geval van doodvonnissen die al definitief zijn blijven de bestaande regelingen van kracht. Misdaden tegen Duitse belangen die de veiligheid of paraatheid van de bezettende macht niet in gevaar brengen, rechtvaardigen de instandhouding van rechtsspraak voor niet-Duitse burgers in de bezette gebieden niet. Ik geef de commandanten van de bezette gebieden het recht nieuwe regels op te stellen in overeenstemming met de Höhere SS und Polizei Führer." En dan brengt u ze onder in de eerste groep en draagt ze over aan de SD voor dwangarbeid.
Dat was zeker geen verzachting van de order niet waar? U maakte het er niet gemakklijker op.
KEITEL: Er moeten hier een paar zinnen aan worden toegevoegd. Dat kwam voort uit de dagelijkse bespreking van deze zaken die ik later langs dezelfde lijnen behandelde als het decreet. Ik maakte passende notities en ondertekende die.
Sir David MAXWELL-FYFE: Wel nu, dat is wat u terrorisme en sabotage noemde. Laten we eens kijken naar wat er gebeurde met mensen die schuldig waren aan minder ernstige zaken dan terrorisme en sabotage, kijkt u naar document D-763. Dat wordt GB-300. "Niet-Duitse burgers.."
KEITEL: Ja.
Sir David MAXWELL-FYFE: Niet-Duitse burgers in de bezette gebieden die de veiligheid en paraatheid van de bezettende macht in gevaar brengen, anders dan door daden van terrorisme en sabotage moeten aan de SD worden overgedragen. Sectie 1, nummer 3 .." dat is het deel waar staat dat vrouwen worden ingezet als arbeidskrachten en kinderen zullen worden ontzien – "van de orders van de Führer zijn eveneens van toepassing."
Nou, u weet heel goed wat er gebeurde met iemand die aan de SD werd overgedragen, hij zou waarschijnlijk gedood worden maar zeker in een concentratiekamp geplaatst, niet waar?
KEITEL: Ik heb het niet op die manier geïnterpreteerd; de woorden "ingezet als arbeidskracht" werden altijd gebruikt maar het is me duidelijk geworden uit wat ik hier heb gehoord dat ze regelmatig in een concentratiekamp belandden. Het werd aan ons, aan mij echter altijd omschreven als een werkkamp. Dat was de omschrijving "werkkampen van de Gestapo."
Sir David MAXWELL-FYFE: Maar dit is in augustus 1944. U zult het met me eens zijn dat dit een zeer strenge maatregel is om te nemen tegen mensen die schuldig waren aan iets minder dan terrorisme of sabotage, niet waar?
KEITEL: Ja.
Sir David MAXWELL-FYFE: Laten we nu…
KEITEL: Ik neem aan dat u niet het ontstaan en ontwikkeling hiervan wilt bespreken. Anders zou ik het kunnen uitleggen maar ik zal slechts de vragen beantwoorden. Het antwoord is ja, het was een erg zware maatregel. De uitleg, als ik het kort mag zeggen, is dat zoals bekend tijdens de eindeloze dagelijkse besprekingen van rapporten over incidenten in alle bezette gebieden, ik van de Führer orders en instructies kreeg die zich later uitkristalliseerden in een vorm die overeenkomt met dit document en ik meen dat ik al tot in detail de manier heb besproken waarop ik deze dingen met hem besprak en hoe ik werkte, dat ik in principe niets uitvaardigde of ondertekende dat in principe niet met zijn wensen overeenkwam.
Sir David MAXWELL-FYFE: Dat was ernstig genoeg voor u want 3 weken later, niet waar, want op 4 september nog geen 3 weken later, vaardigde u een ander bevel uit, document D-766, bewijsstuk GB-301. Nu, dit werd uitgegeven, zoals er staat, als een overeenkomst tussen Himmler, Kaltenbrunner, de Reichsjustizminister en Dr. Lammers. Kijkt u er nu naar:
"Niet-Duitse burgers in bezette gebieden, die door Duitse rechtbanken zijn veroordeeld voor een onwettige daad tegen de veiligheid of tactische paraatheid van de bezettende macht, waarvan het vonnis definitief is geworden en die in de bezette gebieden gevangen worden gehouden of aan het thuisfront moeten, samen met een verslag van de feiten, worden overgedragen aan de dichtstbijzijnde post van de plaatselijke SIPO en SD. Een uitzondering wordt alleen gemaakt in die gevallen waarin de uitvoering van de doodstraf voor de ter dood veroordeelden al is bevolen."
"II. Personen veroordeeld wegens criminele activiteiten tegen het Reich of de bezettende macht, overeenkomstig de richtlijnen, uitgevaardigd door de Führer voor het vervolgen van dergelijke activiteiten en die het verboden is contact met de buitenwereld te hebben, moeten een herkenningsteken krijgen."
Nu, had u enig idee hoeveel mensen door die order geraakt zouden worden?
KEITEL: Nee, daar kan ik niets over zeggen. Ik weet alleen dat het noodzakelijk werd vanwege de toenemende spanningen in de bezette gebieden vanwege een tekort aan troepen om de orde te handhaven.
Sir David MAXWELL-FYFE: Goed, laat me u eraan herinneren. U riep een vergadering bijeen on die zaak te bespreken. Dat staat in document D-765 en ik laat u ook D-767 zien, het verslag van die conferentie. U hoeft zich geen zorgen te maken over 765 waar alleen maar in staat dat er een conferentie zal worden gehouden maar in document D-767, dat bewijsstuk GB-300 wordt, staat het verslag van die conferentie. Op pagina 2 staat:
"De Reichsführer-SS, Himmler, eist in zijn brief de onmiddellijke overdracht aan de SD van ongeveer 24.000 niet-Duitse burgers die gevangen zitten of vast worden gehouden voor verhoor." Luistert u nu hier naar: "Er werd geen antwoord gegeven op de tijdens de vergadring gestelde vraag waarom die nu aan de SD moesten worden overgedragen, ondanks de aanzienlijke hoeveelheid administratief werk dat daarmee gepaard ging."
Kunt u me nu een antwoord geven waarom die 24.000 veroordeelde personen overgedragen moesten worden aan de goede zorgen van de SD?
KEITEL: Mag ik dit document doorlezen? Ik ken het niet; mag ik het nu lezen?
Sir David MAXWELL-FYFE: Zeker. U zult zien dat ik u niet met alles heb vermoeid maar er staat wat ik u al eerder heb gezegd, dat het Nacht und Nebelbefehl overbodig was geworden als gevolg van het terreur en sabotage decreet en dat de juridische afdeling van de Wehrmacht dit ter discussie had gesteld.
Kunt u ons nu een antwoord geven waarom deze 24.000 ongelukkige veroordeelde personen overgedragen moesten worden aan de goede zorgen van de SD?
KEITEL: Ik moet zeggen dat ik verrast ben door het hele incident. Ik was niet bij die vergadering aanwezig en blijkbaar heb ik het verslag niet gelezen want in principe merkte ik ieder document dat ik had gelezen met mijn initialen. Ik ben niet bekend met de genoemde aantallen: dit is de eerste keer dat ik ze zie; ik ben er niet van op de hoogte en ik herinner me ze niet, tenzij er een andere order…..
Sir David MAXWELL-FYFE: Ik zal u iets geven wat u wel hebt gelezen.
KEITEL: Voor wat betreft de feiten waar u naar vraagt, moet ik bevestigend beantwoorden. Ik ken de aantallen niet, wel de feiten.
Sir David MAXWELL-FYFE: En u kunt mijn vraag niet beantwoorden? U kunt ons geen enkele reden noemen waarom de Wehrmacht en die andere officieren 24.000, door gewone rechtbanken veroordeelde mensen naar de SD stuurden? U kunt daar geen reden voor noemen?
KEITEL: Nee, ik kan zeggen dat ik het tot op zekere hoogte wel kan. Ik denk dat het een misverstand is. Ik denk dat er bewaring door de politie mee werd bedoeld. Dat is niet hetzelfde.
Sir David MAXWELL-FYFE: Zeker niet.
KEITEL: Ik weet niet of het hetzelfde had kunnen zijn.
Sir David MAXWELL-FYFE: U bent vast en zeker lang genoeg bij dit proces geweest om te weten dat overdracht aan de SD bewaring door de politie betekent. Gewoonlijk betekent dat een gevangenenkamp en een gaskamer, niet waar? Dat is wat er eigenlijk mee werd bedoeld, of u het nou wist of niet.
KEITEL: Ik wist het niet maar het leidde blijkbaar uiteindelijk naar het concentratiekamp. Ik acht dat mogelijk, ik kan tenminste niet zeggen dat het niet zo was.
De PRESIDENT: Sir David, de voorlaatste paragraaf handelt over het OKW.
Sir David MAXWELL-FYFE: Ja, Uedele, daar kom ik net aan toe. (tot de beklaagde) Als u even wilt opmerken, beklaagde dat 2 paragrafen na degene die ik net heb voorgelezen, dat daar staat: "Omdat het OKW er geen bijzonder belang in stelt de kleine zaken te behandelen die voor de militarie rechtbanken overblijven, dan moeten die worden afgehandeld door middel van decreten die plaatselijke autoriteiten moeten goedkeuren."
Het is volkomen duidelijk dat uw afdeling nauw bij deze zaken betrokken was, niet waar, beklaagde?
KEITEL: Ik weet niet precies wat ermee wordt bedoeld maar het werd blijkbaar wel tijdens die vergadering genoemd.
Sir David MAXWELL-FYFE: Goed. Voordat ik u het volgende document laat zien wil ik dat u zich realiseert wat we hebben gedaan. We zijn begonnen met het Nacht und Nebelbefehl wat verdween, we gingen verder met het terreur en sabotage decreet. We gingen toen verder met daden die minder zwaar waren dan terreur en sabotage maar misdadige acties waren volgens de regels van de bezettende macht.
Ik wil nu dat u bedenkt wat er gebeurde met mensen die gewoon weigerden om te werken. Zou u willen kijken naar document D-769, bewijsstuk GB-304. Dat is een telegram van luchtmachtgeneraal Christiansen in Nederland, bevelhebber van de Luftwaffe in Nederland, via zijn chef staf. Luistert u hiernaar:
"Vanwege de spoorwegstaking liggen alle verbindingen in Nederland stil. Spoorwegpersoneel reageert niet op verzoeken om aan het werk te gaan. Aan eisen voor motorvoertuigen en andere transportmiddelen voor het vervoer van troepen en voorraden wordt door de burgerbevolking niet langer voldaan. Volgens het decreet van de Führer van 18 augustus 1944" – dat is het terreur en sabotage decreet dat u al hebt gezien – "en de aanvullende instructies van de chef van het OKW die we al hebben gezien, mogen de troepen alleen maar wapens gebruiken tegen personen die als terroristen of saboteurs geweldsdelicten plegen die de veiligheid en de paraatheid van de bezettende macht in gevaar brengen anders dan door terreur of sabotage, dienen te worden overgedragen aan de SD."
Dan komt Generaal Christiansen hiermee: "Deze regel is te ingewikkeld gebleken en daardoor niet effectief. Allereerst hebben we niet voldoende politie. De troepen moeten weer het recht krijgen om, met of zonder Standgericht, mensen neer te schieten die geen terroristen of saboteurs zijn in de zin van het decreet van de Führer maar die de gevechtstroepen door geweldloos verzet in gevaar brengen. Er wordt verzocht dat het decreet van de Führer dienovereenkomstig wordt gewijzigd omdat de troepen anders niet effectief kunnen optreden tegen de bevolking die op haar beurt de uitvoering van operaties in gevaar brengt."
Nou beklaagde, bent u het er mee eens dat het neerschieten, met of zonder Standgericht, van spoorwegpersoneel dat niet wil werken net zo onmenselijk en wreed is als menselijk voorstelbaar. Bent u het daarmee eens?
KEITEL: Dat is een wrede maatregel, ja.
Sir David MAXWELL-FYFE: Wat was uw antwoord op die wrede maatregel?
KEITEL: Dat kan ik niet zeggen. Ik herinner me het incident helemaal niet maar missxchien is er wel een antwoord.
Sir David MAXWELL-FYFE: Nou, kijkt u eens naar document D-770 dat meen ik uw antwoord bevat; het is bewijsstuk GB-305. U ziet op de uitdelingslijst dat het gericht is aan de bevelhebber van de strijdkrachten in Nederland en verder kijkt u naar het telegram dat we net hebben bekeken. U zegt:
"Volgens het Führerbefehl van 30 juli 1944, verdienen niet-Duitse burgers die ons in de rug aanvallen tijdens de crisis in onze strijd om te overleven geen genade. Dat moet het leidende principe zijn bij de uitleg en de toepassing van het decreet van de Führer zelf en het decreet van de chef van het OKW van 18 augustus 1944.
Als de militaire toestand en de staat van de verbindingen het niet mogelijk maken hen over te dragen aan de SD dan moeten andere meedogenloze en onafhankelijke maatregelen worden genomen. Er is natuurlijk – en ik vraag u te letten op het woord natuurlijk – geen bezwaar tegen het opleggen en uitvoeren van doodstraffen door een Standgericht in deze situatie."
Ik kan me niet herinneren beklaagde of u ooit zelf een zelfstandig commando heeft gehad? Heeft u dat? Had u ooit een zelfstandig commando, afgezien van uw divisie. Ik meen dat dat het laatste zelfstandige commando was dat u had. U hebt zelf geen zelfstandig commando gehad, niet waar? Maak ik mijzelf duidelijk?
KEITEL: Ik begrijp u niet. Wat bedoelt u met onafhankelijk?

Definitielijst

divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
ideologie
Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
Krim
Schiereiland in Oekraïne, aan de noordkust van de Zwarte Zee, in het noorden met het vasteland verbonden door de 4 km brede Landengte van Perekop, in het oosten grenzend aan de Zee van Azov en de Straat van Kertsj.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
Nacht und Nebel
Nacht und Nebel (NN), oftewel Nacht en Nevel, was een speciale strafklasse die de 'Chef des Oberkommando der Wehrmacht' veldmaarschalk Wilhelm Keitel in opdracht van Adolf Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog liet instellen om verzetsmensen spoorloos te laten verdwijnen.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
SIPO
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei
spoorwegstaking
Deze werd op 17 september 1944 via de radio afgekondigd en ingewilligd door het Nederlandse spoorwegpersoneel. De spoorwegstaking diende ter ondersteuning van het geallieerde plan Market Garden. Nadat de geallieerde luchtlandingsactie mislukt was hielden de arbeiders de staking vol tot aan de bevrijding.
USSR
Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.
volkscommissaris
In de Sovjetunie een minister.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
17-11-2018
Laatst gewijzigd:
18-11-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.