In december 1939 stonden de geallieerden en de Asmogendheden tegenover elkaar in West-Europa, wachtend op een onvermijdelijke confrontatie. Deze periode werd bekend als de zogenaamde 'schemeroorlog'. Maar in het hoge noorden vond er een onverwachte afleiding plaats van het voornaamste strijdtoneel. Toen Stalin het Rode Leger inzette tegen de kleine en onvoldoende uitgeruste Finse strijdkrachten, scheen deze veldtocht even kort en beslissend te zullen worden als Hitlers ‘Blitzkrieg’ in Polen. Maar de enorme ongelijkheid in mensen en materieel werd aanvankelijk in evenwicht gebracht door het Finse moreel en de terreingesteldheid.
De wereld zag 105 dagen lang met verbazing en sympathie toe hoe Finland, een land met nog geen vier miljoen inwoners, standhield tegen de machtige Sovjet-Unie. De strijd in het hoge noorden gaf Adolf Hitler stof tot nadenken. De Winteroorlog had niet alleen gevolgen voor de verdere politieke en militaire ontwikkelingen in Scandinavië, maar creëerde tevens de misvatting dat het Rode Leger een tweederangs militaire macht was. Een dodelijke misvatting, naar later zou blijken.
