Slag om de Schelde

Slag om Walcheren

Inleiding

De Duitsers beschikten ter vedediging op dit schiereiland over een reeks artilleriebatterijen, betonnen bunkers met mitrailleursnesten en andere versterkingen. De batterijen behoorden tot de marine en konden vuur uitbrengen naar zee. Om de Duitsers zoveel mogelijk in het nauw te brengen besloten de geallieerden Walcheren onder water te zetten alvorens met de aanval te beginnen. Door middel van strooibiljetten werd de burgerbevolking voor komende gevaren gewaarschuwd. Vroeg in de middag van 3 oktober 1944 deden 247 Lancasters (Britse 4-motorige bommenwerper) en Mosquito's (Britse 2-motorige bommenwerper) van de RAF een aanval op de zeedijk bij Westkapelle. Bij dit bombardement (waarbij 120 meter dijk werd vernield) en de daarop volgende overstroming vonden toch nog tientallen burgers de dood. Zesenveertig inwoners van Westkapelle kwamen om het leven toen de molen, waarin ze toevlucht hadden gezocht, door een voltreffer werd geraakt.

Omdat het water zich te langzaam over het land verspreidde, werden ook de dijken bij Vlissingen en bij Veere gebombardeerd. Door de overstromingen werden de Duitse troepen verplicht op de hoogste delen van Walcheren terug te trekken. Op de dijken en in de duingebieden (die nog droog waren) stonden de zware batterijen, die de RAF in 650 vluchten en met 8 tot 9.000 ton bommen niet tot zwijgen had weten te brengen.

De aanval op Walcheren

Bij deze acties waren troepen betrokken van Britse, Franse, Nederlandse, Belgische en Noorse nationaliteit.

  1. Aan de oostzijde moest de Sloedam (verbinding tussen Zuid-Beveland en Walcheren) bestormd worden. Hiervoor werd een beroep gedaan op onderdelen van de Canadese 2e infanteriedivisie en (in een later stadium) op de Britse 52e Lowlanddivisie van generaal-majoor Edmund Hakewill Smith, versterkt met commando's van de 4th Special Service Brigade.
  2. In Vlissingen (operatie Infatuate I) zou een landing uitgevoerd worden door het 4e Commando. Hierbij waren 2 Franse "Troops" (halve compagnieŽn) en elf Nederlanders van het 10e (intergeallieerde) commando ingedeeld. Een artilleriebeschieting vanuit Zeeuws-Vlaanderen en een luchtaanval zouden de invasie vooraf gaan. Na de commando's zouden troepen van de 155e brigade (van de 52e divisie) aan land gezet worden.
  3. Westkapelle (operatie Infatuate II) was het doel van de overige onderdelen van de 4th Special Service Brigade (de marinierscommando's 41, 47 en 48). Deze werden versterkt met een Belgische en een Noorse Troop en met 14 Nederlanders van het 10e Commando. De Britse 79e divisie zorgde voor de levering van speciale voertuigen, nodig om de landingen te laten slagen. Ook hier gingen artillerie- en luchtbombardementen aan de landingen vooraf.
De Sloedam

De Sloedam was moeilijk te nemen. De dam was een kale dijk van meer dan een kilometer lengte. In die tijd bevonden zich aan weerskanten van de dijk slechts schorren en slikken. De Duitsers zaten op Walcheren verschanst in betonnen bunkers en hadden langs de spoordijk tanks en antitankgeschut ingegraven. Op 31 oktober startte de "Black Watch of Canada" de aanval en de soldaten rukten op onder zwaar Duits vuur. Tot op 70 meter voor de kust van Walcheren geraakten ze, toen stokte de opmars en moesten de mannen terug. 's Avonds deed een ander bataljon, de "Calgary Highlanders", een poging. Ook tevergeefs. De volgende morgen probeerden de Canadezen het opnieuw, nu met ondersteuning van artillerie. Dit keer lukte het wel en wisten ze voet op Walcheren te krijgen, maar een nachtelijke tegenaanval van Duitse zijde joeg ze weer terug.

Uiteindelijk wist het laatste Canadese bataljon tot Walcheren door te dringen en daar een bescheiden bruggehoofd te vormen. Daarna nam de Britse 157ste brigade de aanval over en moest op 2 november al een Duitse tegenaanval afslaan. Maar hulp uit onverwachte bron diende zich aan: de verzetsman Kloosterman uit Nisse wist een manier om de Sloe ten zuiden van de Sloedam over te steken. Nadat verkenningen waren uitgevoerd en mijnen geruimd, werd in de nacht van 2 op 3 november, met stormboten en wadend door het lage water, een oversteek gemaakt. Op deze manier wist de 156ste brigade de Bijleveldpolder te bereiken en de Duitsers daar volkomen te verrassen. Op 4 november maakten deze troepen contact met de 157ste brigade in het bruggehoofd bij de Sloedam en was het ergste leed geleden. 's Avonds was er een bruggehoofd gevormd van vier bij twee kilometer en kon de opmars naar Middelburg beginnen. De Duitse generaal Daser, commandant van Middelburg, gaf deze stad zonder tegenstand op en de stad kon daarom zonder al te grote verliezen worden ingenomen.

Vlissingen

Vlak nadat de "Black Watch" hun aanval bij de Sloedam waren begonnen, formeerde de aanvalsvloot zich voor de landing bij Vlissingen. Artillerie, opgesteld rond Breskens, gaf voorafgaand aan de landingen vuur en bombardeerde de Duitse stellingen rondom de stad. In de nacht van 31 oktober op 1 november werden de landingen uitgevoerd bij het zogenaamde Slijkhaventje (dat de codenaam Uncle Beach had gekregen). De stormloop van de commando's was effectief en binnen vijf minuten werd een 7,5cm kanon buitgemaakt. Rond half zeven stonden alle manschappen van het 4e commando (550 man) aan land. In Vlissingen ontstonden felle straatgevechten toen de commando's hun doelen in de stad probeerden te bereiken. Korte tijd later landde het 4e bataljon (de "King's Own Scottish Borderers") en andere eenheden van de 155e brigade onder commando van brigadegeneraal McLaren, ten koste van ernstige verliezen. Nadat het licht was geworden, werd de situatie op Uncle Beach een hel. De Duitsers bombardeerden de plaats onophoudelijk met hun artillerie. Ook de ondergrondse wierp zich in de strijd en wist beslag te leggen op de bevelen om de scheepswerf van de Maatschappij "De Schelde" te vernielen. Door het onderscheppen van die bevelen bleef de werf dit lot bespaard.

Op 2 november hadden de Duitsers hun verdediging geconcentreerd op de boulevard, met als belangrijk onderdeel een grote bunker ten zuidwesten van de stad. Na een aanval door jachtbommenwerpers met raketten slaagden de commando's erin de bunker te veroveren. Op 3 november viel de stad. De "Royal Scots" (de laatst gelande eenheid) bestormde het tot een fort herschapen hotel Brittannia aan de Boulevard Evertsen. Hierin was het hoofdkwartier van de Duitse garnizoenscommandant (kolonel Reinhardt) gevestigd. Pas na een urenlange strijd gaf Reinhardt zich gewonnen en was Vlissingen bevrijd.

Westkapelle

Om kwart over drie verliet, in de nacht van 31 oktober op 1 november, de vloot Oostende voor de landing bij Westkapelle. Door het slechte weer kon ook hier geen voorafgaand luchtbombardement worden gegeven en moest de meegebrachte scheepsartillerie het zonder luchtwaarneming doen. Toen de vuurtoren van Westkapelle werd waargenomen, namen de schepen hun posities in: de landingsvaartuigen kozen positie voor de aanval en de oorlogsschepen (waaronder het Britse slagschip Warspite en 2 kanonneerboten) namen hun plaats in voor het scheepsbombardement. Zodra deze schepen het vuur openden, beantwoordden de Duitse kustbatterijen het vuur onmiddellijk. Omdat de oorlogsschepen op deze manier het vuur naar zich toetrokken, konden de landingsvaartuigen relatief ongemoeid de kust naderen. Rond tien uur lieten de landingsvaartuigen hun kleppen neer, gingen de Buffalo's te water en voeren door het gat in de dijk Walcheren binnen. Kort na de middag was de batterij op de noordelijke dijk (W 15) veroverd en werd Westkapelle bevrijd.

De zuidelijke dijk werd ook fel verdedigd door de Duitsers, maar de batterij aan deze kant kwam zonder munitie te zitten, een gevolg van de gebrekkige aanvoer van voorraden en munitie nadat Walcheren onder water kwam te staan. Daarna werd de stuksbemanning na een korte schermutseling met handwapens uitgeschakeld en hadden de geallieerden een stevig bruggehoofd in handen.

Vanuit dit bruggehoofd trok het 41ste commando noordwaarts en veroverde dezelfde dag nog Domburg. Het 48e commando, op de zuidelijke dijk, trok in de morgen van de 2de november op (met in de spits de bij hen ingedeelde Nederlanders) en moest een zware slag leveren bij Dishoek. De Duitse batterij (W 11) die hier stond opgesteld, moest worden uitgeschakeld, omdat het de bevoorrading via Westkapelle bemoeilijkte. Na lange en dure strijd wisten de commando's 's avonds de batterij binnen te dringen en na nachtelijke gevechten was de batterij in de ochtend veroverd. De overige batterijen bleken minder verzet op te leveren en in de loop van de avond werd het dijkgat bij Vlissingen bereikt.

Het 41e commando, dat noordwaarts trok, kwam na de verovering van Domburg vast te zitten. Pas nadat een viertal tanks versterking brachten, kon de aanval worden ingezet op de batterij W 18, vlak onder Oostkapelle. Drie dagen duurde de strijd hier, waar de Duitse verdedigers de bosrijke omgeving bijzonder goed ter verdediging hadden ingericht en de omgeving met mijnenvelden hadden beschermd. Op 6 november legde de verdediging de wapens neer en op 8 november werd de laatste weerstand op het eiland gebroken.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
invasie
Gewapende inval.
kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
slagschip
Zwaar gepantserd oorlogsschip met geschut van zeer zwaar kaliber.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hotel Brittannia te Vlissingen, hoofdkwartier van de Duitse Oberst Reinhardt


Dijkgat in de Nolle


Britse troepen in de Molenstraat te Vlissingen

Informatie

Artikel door:
Arie Netten
Geplaatst op:
28-03-2003
Laatst gewijzigd:
23-09-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.