Operatie Nordwind

Crisis bij het Geallieerde opperbevel

De verwachtingen die het Duitse opperbevel had van operatie Nordwind bleken opnieuw ongegrond te zijn. Maar het merkwaardige was dat de geallieerden ook veel meer van de aanval verwacht hadden. Het gebrek aan effectiviteit van het XIII. SS-Armeekorps verbaasde zelfs de geallieerde bevelhebbers. Deze had zich natuurlijk ook nauwelijks kunnen voorbereiden op het offensief. Ook de ondersteuning van de tanks kwam pas op de derde dag tot stand vanwege de bevroren wegen naar het front. Vooral de 17. SS-Panzergrenadierdivision 'Götz von Berlichingen' was nauwelijks in staat om de Amerikanen echt te imponeren, laat staan te overweldigen. De ondersteuning van de artillerie bleek ook zeer slecht gecoördineerd te zijn. Er moet wel bij vermeld worden dat het XIII. SS-Armeekorps over zeer onervaren divisiecommandanten beschikte, de meesten waren kolonels. Het gevaar voor een doorbraak was echter nog niet geweken, want Johannes Blaskowitz had zijn gepantserde reserve nog achter de hand.

Het gebrek aan succes was voornamelijk te wijten aan de structuur van de bevelvoering bij de Duitsers. Als Heeresgruppe Oberrhein ook de aanval had geopend op 1 januari was het waarschijnlijk anders verlopen, want dan was Brooks niet in staat geweest om de drie regimenten van Task Force Herren over te plaatsen van de Rijnoever naar de Vogezen. Dan zouden wellicht de essentiële bergpassen in de Vogezen in handen zijn gevallen van de oprukkende Volksgrenadiers. Het blijft natuurlijk gissen, maar het is wel aannemelijk dat de Duitsers dan hun belangrijkste doelen hadden bereikt. Maar zoals later zou blijken had Heinrich Himmler zijn eigen doelen uitgekozen, onafhankelijk van het Duitse opperbevel. Zelfs Adolf Hitler had nauwelijks invloed op de bevelvoering van Heeresgruppe Oberrhein. Door het slechte weer in die eerste vijf dagen van januari blijft het eveneens gissen of het wat had uitgemaakt als Johannes Blaskowitz zijn pantserreserve wel had ingezet. Het slechte weer zorgde voor extreem onbegaanbare wegen en dat was niet bevorderlijk voor oorlogvoering met tanks.

Bij de Fransen waren er ook ongeregeldheden in het opperbevel. Jacques-Philippe Leclerc, die zich al na de val van Frankrijk in 1940 had aangesloten bij de Vrije Fransen, had er een sterke afkeer van om zijn 2ième Division Blindée onder het bevel van de Franse 1ère Armee te laten vallen. Officieel omdat hij onder Amerikaans gezag beter bevoorraad zou worden, maar in werkelijkheid had hij problemen met Jean de Lattre de Tassigny en Alphonse Juin omdat zij zo lang voor de Vichy-Fransen hadden gestreden en pas voor de geallieerde zijde kozen nadat het in Noord-Afrika duidelijk werd dat de Duitsers aan de verliezende hand waren. Gelukkig voor Leclerc waren zijn tanks verder naar het noorden harder nodig, want Patch had maar weinig ondersteuning van gepantserde eenheden.

De verdediging van Straatsburg was een volgende reden voor bezorgdheid en daarvoor moesten meteen maatregelen genomen worden. Maar Jacob Devers wilde zijn troepen niet terugtrekken. Dan zouden namelijk de zwaarbevochten oevers van de Rijn vrijgegeven worden. De Duitsers konden deze dan opnieuw bezetten en versterken, wat weer gepaard zou gaan met veel Amerikaanse slachtoffers indien zij deze weer zouden moeten heroveren. Tevens zou de noordelijke flank van het Franse 2ième Corps zeer kwetsbaar worden voor een Duitse aanval. Dit was voor Devers de laatste optie, daarom gaf hij het bevel om het korps van Brooks te versterken met de drie pas gearriveerde, niet complete en bovendien onervaren infanteriedivisies. Eisenhower was na de verrassing in de Ardennen voorzichtig geworden en dat verklaart ook zijn terughoudendheid bij het nemen van risico's.

Eisenhower was nog steeds van mening dat een terugtocht van de Amerikaanse troepen uit de Lauterbourg-saillant essentieel was. Daardoor kwam Devers in een moeilijke positie. Toen operatie Nordwind van start ging op 1 januari had hij daarom de Franse Général Touzet du Vigier, een staflid van Alphonse Juin, meegedeeld dat het geallieerde opperbevel zijn troepen wilde terugtrekken, met als gevolg dat Straatsburg wel eens in Duitse handen zou kunnen vallen. Maar op dezelfde dag deelde Devers ook aan de Fransen mee dat er nog geen duidelijk plan was hoe de terugtrekking moest plaatsvinden. Intussen waren de troepen van het 6th Corps zich wel al aan het voorbereiden voor de eerste geplande fase van de terugtocht, maar maakte nog geen aanstalten om de volgende fases van de terugtrekking te voltooien. De volgende dag zond De Gaulle Juin opnieuw naar het geallieerde opperbevel om met de staf van Eisenhower overleg te voeren om een Amerikaanse terugtocht te voorkomen. Tevens gaf De Gaulle opdracht aan De Lattre de Tassigny om Straatsburg te versterken. De ontmoeting van Juin met Bedell Smith was, zoals al eerder vermeld, uitgelopen op een ernstig meningsverschil en Eisenhower besefte nu pas het belang van het behoud van Straatsburg voor de Fransen. Maar hij wilde de levens van de Amerikaanse soldaten sparen en daarom koos hij voor de algehele terugtocht. Het gevolg hiervan was dat De Gaulle met in zijn achterhoofd de al eerder vermelde angst voor Duitse represailles en de angst voor politieke onrust in Frankrijk, contact opnam met Winston Churchill om te bemiddelen in het conflict tussen de Amerikanen en de Fransen.

De Britse premier Winston Churchill werkte zonder aarzelen mee met De Gaulle en hij woonde samen met De Gaulle zelf, Eisenhower, Smith en Juin een bijeenkomst bij waarin Eisenhower overgehaald werd om de Amerikaanse troepen niet te laten terugtrekken. Eisenhower trok na de conferentie zijn bevel voor de terugtrekking in bij Brooks. Nu de situatie in de Ardennen ook stabiel was en het oorspronkelijke aanvalsplan van Nordwind min of meer mislukt was, zag Eisenhower zelf ook in dat een onmiddellijke algehele terugtrekking inderdaad niet van essentieel belang meer was. Het geallieerde bondgenootschap was vooralsnog gered en de samenwerking tussen Amerikaanse en Franse troepen bleef gegarandeerd. Maar gebeurtenissen die nog zouden volgen, bewezen dat de ongerustheid van Eisenhower over de positie van de troepen van Brooks zeker niet ongegrond was.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
Heeresgruppe
Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
operatie Nordwind
Codenaam voor de Duitse tegenaanval die begon op 1 januari 1945 in Elzas-Lotharingen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Charles de Gaulle
(Bron: academic.brooklyn.cuny.edu)

Informatie

Artikel door:
Tom Notten
Geplaatst op:
03-11-2005
Laatst gewijzigd:
24-10-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2010
Go2War2.nl is altijd op zoek naar nieuwe (gast)auteurs, lees voor meer informatie de FAQ.