Operatie Barbarossa, de Duitse invasie van de Sovjet-Unie

Het Duitse aanvalsplan

Op 31 juli 1940 gaf Adolf Hitler de opdracht voor de uitwerking van de eerste plannen voor een invasie van de Sovjet-Unie. Generaloberst Franz Halder gaf de getalenteerde stafchef van de 18. Armee Generalmajor Erich Marcks het bevel een onderzoek in te stellen naar de problemen die zich zouden voordoen bij een aanval in het oosten.

Het ‘Plan Marcks’

Op 5 augustus presenteerde Generalmajor Erich Marcks zijn eerste rapport aan Halder. Dit was de eerste versie van het operationele plan voor het oosten. In het ‘Plan Marcks’ moesten twee legergroepen de doelen Moskou en Kiev aanvallen. De grootste legergroep (met het merendeel van de pantserstrijdkrachten) moest oprukken naar Moskou en tegelijkertijd troepen ontplooien voor de verovering van de Baltische staten en Leningrad. Deze secundaire opdracht mocht niet ten koste gaan van de hoofdopmars naar Moskou. De zuidelijke legergroep moest doorstoten in de richting van Kiev, bijgestaan door een strijdmacht die vanuit Roemenië opereerde. Na de inname van Moskou zou de noordelijk ontplooide legergroep in zuidwaartse richting afbuigen om de zuidelijke legergroep bij te staan in de verovering van de Oekraïne.

Het ‘Plan Marcks’ ging uit van een Duitse troepenmacht van 110 infanteriedivisies, 24 pantserdivisies en 12 gemotoriseerde divisies tegenover 96 Russische divisies fuseliers, 23 cavaleriedivisies en 28 gemechaniseerde brigades. Als reserve had Marcks 40 divisies achtergehouden om de doorbraken uit te buiten. Het Rode Leger moest in feite worden vernietigd tussen de rivieren de Dvina en de Dnjepr en de gehele operatie mocht niet langer dan 17 weken in beslag nemen. In 4 maanden tijd moest het Rode Leger dus verslagen worden en zouden Sovjetverzetshaarden moeten zijn opgeruimd.

Het belangrijkste kenmerk van het ‘Plan Marcks’ was de bestempeling van Moskou als militair hoofddoel. De staf van het OKH was er van overtuigd dat de Sovjets voor Moskou de hoofdmacht van hun troepen zouden concentreren en dat daar dus de genadeklap toegebracht moest gaan worden. Het OKH was van mening dat na de verovering van de hoofdstad van het Sovjetimperium er een grote mogelijkheid bestond dat het Rode Leger en de Sovjetbevolking het gewapende verzet zouden staken.

‘Aufbau Ost’

Maar niet alleen het OKH was betrokken bij de beginfase van de planning voor de veldtocht tegen de Sovjet-Unie. Op 9 augustus vaardigde het OKW het bevel uit voor ‘Aufbau Ost’. Dit hield in dat aan de oostgrenzen werd begonnen met de troepenopbouw voor een aanval tegen de Sovjet-Unie. Wegen, spoorwegen en vliegvelden werden aangelegd, de communicatienetwerken werden uitgebreid en er werd begonnen met het aanleggen van voorraden wapens en munitie. Tevens gaf het OKW de Duitse militaire inlichtingendienst (Fremde Heere Ost onder leiding van Oberst Eberhard Kinzel) de opdracht de activiteiten tegen de Sovjet-Unie te intensiveren en gegevens te verschaffen over Sovjetstrijdkrachten en locaties waar deze gelegerd waren.

Begin september had Generalleutnant Friedrich Paulus de coördinatie van de planning voor de veldtocht tegen de Sovjet-Unie op zich genomen. De Duitse troepenbewegingen naar het oosten begonnen op gang te komen toen begin september met Roemenië een overeenkomst werd gesloten voor het zenden van een Duitse militaire missie die instructies moest geven aan het Roemeense leger. Tevens werden er specialisten op het gebied van luchtafweer naar de olievelden van Ploiesti gestuurd, in oktober gevolgd door Duitse troepen. Om de Sovjet-Unie gerust te stellen verklaarde de nazi-regering dat er in het oosten grootschalige militaire oefeningen werden gehouden.

Terwijl in het westen de luchtgevechten tijdens de Slag om Engeland hun climax bereikten en Hitler het invasieplan voor Engeland, Operatie Seelöwe, begon uit te stellen, voltooide het OKW zijn eigen onderzoek naar de problemen die verband hielden met een veldtocht tegen de Sovjet-Unie. Het plan van het OKW, dat uitgewerkt was door Oberstleutnant Bernhard Lossberg omvatte drie legergroepen. De noordelijke troepenmacht moest oprukken naar Leningrad, de middelste troepenmacht via Smolensk naar Moskou en tenslotte moest de zuidelijke troepenmacht doorstoten naar Kiev. De legergroepen kregen dan ook de benamingen Heeresgruppe Nord, Heeresgruppe Mitte en Heeresgruppe Süd. Het belangrijkste verschil tussen het plan van Marcks en het plan van Lossberg was dat de laatste de legergroepen in hetzelfde tempo wilde laten oprukken en daarom eiste dat Heeresgruppe Mitte bij Smolensk zou halt houden totdat Heeresgruppe Nord even ver gevorderd was.

Het vergaren van inlichtingen

De Sovjetveiligheidsdienst maakte een doelmatige en uitgebreide spionage uiterst moeilijk. In oktober werd dan ook begonnen met verkenningsvluchten boven Sovjetgrondgebied. Vanaf die tijd verkenden Duitse vliegtuigen met fototoestellen een steeds groter deel van Europees Rusland, legden Sovjettroepenconcentraties vast, verzamelden bijzonderheden over grensverdedigingswerken en bepaalden nauwkeurig de plaats waar de Sovjetvliegvelden zich bevonden. Het gevolg was dat de Duitse schattingen over de Sovjettroepensterkte in het centrum van het potentiële front aanzienlijk naar boven moesten worden bijgesteld.

Eind oktober werden de Duitse plannen voor een invasie van de Sovjet-Unie echter verstoord door de Italiaanse invasie in Griekenland. Op dat ogenblik waren Adolf Hitler en Stalin het zojuist eens geworden over een uitwisseling van gedachten, waarvoor Vyacheslav M. Molotov, de Sovjetvolkscommissaris van Buitenlandse zaken op 12 november in Berlijn werd verwacht, want de Sovjet-Duitse betrekkingen begonnen langzaamaan gespannen te worden.

Diezelfde dag nog, voordat de besprekingen met Molotov begonnen, vaardigde Hitler een directief uit, waarin hij aangaf dat ongeacht de afloop van de diplomatieke besprekingen de voorbereidingen voor de aanval door moesten gaan. De gesprekken met de volkscommissaris verliepen uiterst stroef en Molotov moest zelfs onderduiken in een schuilkelder vanwege een Brits bombardement op Berlijn. Molotov bleek een stugge onderhandelaar, maar ook Hitler en Rijksminister van Buitenlandse Zaken Joachim von Ribbentrop gingen niet op Russische diplomatieke eisen in. Molotov keerde dan ook onverrichterzake terug naar Moskou.

Eind november en begin december 1940 hielden de officieren die waarschijnlijk aan het hoofd zouden staan van de drie legergroepen strategische oefeningen op de kaart voor de veldtocht tegen Rusland onder supervisie van Generalleutnant Friedrich Paulus. Daaruit werd geconcludeerd dat het van groot belang was de Sovjettegenstand te breken op of vóór een lijn die van Kiev naar Minsk liep en verder naar het Peipus Meer, een conclusie die in feite ook al uit eerdere onderzoeken was getrokken.

Halders plan: Operatie Otto

Op 5 december 1940 maakte Generaloberst Franz Halder de definitieve plannen van het OKH bekend. Halder maakte drie offensieven van wat er in het ‘Plan Marcks’ oorspronkelijk twee waren. Het gehele operationele gebied werd in twee helften verdeeld, een noordelijke en een zuidelijke helft, gescheiden door de onbegaanbare geachte Pripjatmoerassen. Leningrad werd het hoofddoel van het offensief in het noorden en de doorstoot naar Moskou werd versterkt ten koste van het offensief tegen Kiev. Het einddoel van de operatie moest de Volga en het gebied bij Archangelsk worden en er moesten 105 infanterie- en 32 gepantserde en gemotoriseerde divisies worden ingezet. Dit aanvalsplan werd bekend onder de naam Otto. Hitler verklaarde zich akkoord met de schets en voegde er vervolgens enkele persoonlijke opmerkingen aan toe. Hoewel Hitler over het algemeen akkoord was met het plan van Halder sprak hij over het na verloop van tijd losmaken van mobiele strijdkrachten van Heeresgruppe Mitte om naar het noorden te laten afzwenken.

Op deze bijeenkomst had Hitler niet alleen lange besprekingen gevoerd over de voorgestelde militaire operaties tegen de Sovjet-Unie, maar ook over de strategische consequenties van zijn plannen en besluiten. Aangezien de Italiaanse veldtocht tegen Griekenland allesbehalve voorspoedig verliep had Hitler inmiddels besloten in het voorjaar van 1941 zelf een aanval op Griekenland te laten uitvoeren. De op de Balkan gebruikte strijdkrachten moesten na het verslaan van de Grieken beschikbaar worden gemaakt voor de veldtocht tegen de Sovjet-Unie. Hitler verwachtte dat Joegoslavië zich bij de As zou aansluiten. Finland en Roemenië zouden eveneens worden overgehaald bondgenoot te worden in de aanval tegen de Sovjet-Unie.

De voorgenomen bezettingspolitiek

Hitler had geen hoge dunk van de militaire capaciteiten van het Rode Leger. Hij beweerde: 'Trap de deur in en het hele verrotte bouwwerk stort in!'. Het tijdstip voor een aanval op de Sovjet-Unie was volgens Hitler nog nooit zo gunstig geweest als nu. Hij dacht het Sovjetleger te verpletteren in een nederlaag die nog vernederender zou zijn dan die van de Franse legers in 1940. Als de Duitse troepen de Volga hadden bereikt, zou de veldtocht zijn afgelopen en van deze linie uit zouden uitvallen worden gedaan op vijandelijke bewapeningscentra diep in het Russische achterland. Daarna zou Duitsland bufferstaten stichten. Deze bufferstaten zouden worden: de Oekraïne, Wit-Rusland, Litouwen en Letland. Het Generaalgouvernement Polen zou eveneens vergroot worden en Finland en Roemenië zouden met gebiedsuitbreiding worden beloond voor hun deelname aan de veldtocht tegen de Sovjet-Unie.

Het was een geweldig groot, agressief en wreed plan, hoewel de militaire bevelhebbers, de partijbonzen en de moordeskaders van de SS nog even zouden moeten wachten voor ze te weten zouden komen hoe monsterachtig onmenselijk het was, aangezien Hitler nog zat te piekeren over het ideologische aspect van zijn "antibolsjewistische en anti-Slavische kruistocht", een mengsel van nazi-rassenbedenksels en bruut kolonialisme. Voor de geminachte ‘Untermenschen’, de Slavische ‘minderwaardigen’, die aan daadwerkelijke vernietiging ontsnapten, zou geen ander lot overblijven dan slavernij en uitbuiting.

De strijd om de meeste macht in de organisaties en lichamen die deze aspecten van de ‘politiek in het Oosten’ moesten gaan uitvoeren was hiermee ook begonnen. Eén voor één begonnen de verschillende regeringsinstanties zich te bemoeien met de plannen voor de uitbuiting van de veroverde gebieden. De ministeries van Landbouw en Economie, het bewapeningsbureau van het OKW, Reichsmarschall Hermann Goering en zijn medewerkers van het Vierjarenplan en tenslotte Alfred Rosenberg met zijn Ostbüro, dat in het voorjaar van 1941 werd opgericht, betwistten elkaar over wie welke opdracht kreeg te vervullen. Onder hen bevond zich ook Heinrich Himmler, Reichsführer SS, die in het voorjaar eveneens zijn deel kwam opeisen.

Tot aan de eerste week van december had het OKH het grootste deel afgehandeld van de planning voor de veldtocht tegen de Sovjet-Unie. General der Artillerie Alfred Jodl gaf nu het OKW opdracht de plannen uit te werken in een ontwerpdirectief. Op 16 december waren de eerste twee ontwerpdirectieven klaar. Ze kregen als naam Operatie Fritz en als nummer Directief 21. De volgende dag overhandigde Alfred Jodl het ontwerpdirectief aan Hitler.

Hitlers nieuwe plan: Barbarossa

En toen kwam Hitler met een ingrijpende verandering in het ontwerpdirectief. Zoals hij al in de bespreking op 5 december 1940 had aangegeven wilde hij een deel van de mobiele strijdkrachten van Heeresgruppe Mitte nadat de vernietiging van de Sovjetstrijdkrachten in Wit-Rusland was voltooid, naar het noorden laten zwenken om samen te werken met Heeresgruppe Nord, die vanuit Oost-Pruisen moest oprukken naar Leningrad om de vijandelijke formaties in de Baltische staten te vernietigen. Pas na de zuivering van het Oostzeegebied en na de val van Leningrad en de marinehaven Kronstadt moest de opmars naar Moskou in gang worden gezet.

Door deze ingreep had Hitler het voornaamste kernpunt van de militaire planning terzijde geschoven, want het plan voor de directe opmars naar Moskou had vanaf het begin deel uitgemaakt van de Duitse aanvalsplannen. Op aandringen van Hitler werd deze volledig afleidende manoeuvre in het directief opgenomen. Zowel het OKW als het OKH ondernam geen enkele poging deze wijzigingen ongedaan te maken.

Op 18 december 1940 ondertekende Hitler het directief met het nummer 21 voor de aanval tegen de Sovjet-Unie met de sinistere codenaam Barbarossa. Hitler had zich laten inspireren door Frederik Barbarossa die in 1189 de Derde Kruistocht had geleid tegen de moslimlegers van Saladin. In Hitler’s ogen was het plan Barbarossa ook een kruistocht, nu echter tegen de "bolsjewistische ongelovigen". een plan dat spoedig met eenzelfde middeleeuwse wreedheid zou worden uitgevoerd.

Het directief Barbarossa was lang en ingewikkeld. De Duitse strijdkrachten moesten ‘Sovjet-Rusland verpletteren’ in een snelle bliksemcampagne, waarvoor de voorbereidingen op 15 mei 1941 voltooid moesten zijn. De hoofdmacht van het Rode Leger moest in het westen van Rusland worden vernietigd en zijn terugtocht ‘naar de uitgestrektheden van het Russische grondgebied’ moest worden verhinderd. Het einddoel voor de Duitsers was de vestiging van een ‘verdedigingslinie tegen Aziatisch Rusland’, lopende van de Volga naar Archangelsk. ‘Het laatste industriegebied dat Rusland dan nog overheeft in de Oeral, kan door de Luftwaffe worden geëlimineerd.’

Roemenië en Finland, springplanken voor de aanvallen op de zuidelijke en de noordelijke flank zouden ‘waarschijnlijk bondgenoten zijn’ en in het noorden zouden ook de Zweedse spoorwegen vermoedelijk beschikbaar zijn om de aanvoer van voorraden naar Duitse troepen in Finland te vereenvoudigen.

Uitwerking van de marsorders

Nu de grote lijnen van Operatie Barbarossa bekend waren, kon worden begonnen met het opstellen van de marsorders. Heeresgruppe Mitte zou onder bevel staan van Generalfeldmarschall Fedor von Bock en kreeg het merendeel van de pantserstrijdkrachten toegewezen. Heeresgruppe Mitte kreeg in de frontlinie ten noorden van de Pripjatmoerassen de opdracht de Sovjetstrijdkrachten in Wit-Rusland te vernietigen. Er moest een mogelijkheid worden opengelaten sterke mobiele eenheden naar het noorden te laten afbuigen om Heeresgruppe Nord bij te staan in haar operaties. Heeresgruppe Nord, onder leiding van Generalfeldmarschall Wilhelm Ritter von Leeb was namelijk op papier het zwakst toegerust van de drie legergroepen. Het kreeg de taak de door de Sovjet-Unie geannexeerde Baltische staten Estland, Letland en Litouwen onder de voet te lopen en daar de Sovjetmarinehavens in te nemen om vervolgens naar Kronstadt en Leningrad door te stoten.

Ten zuiden van de Pripjatmoerassen moest Heeresgruppe Süd onder commando van Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt doordringen in de uitgestrekte Oekraïne. Heeresgruppe Süd zou zowel vanuit zuidelijk Polen als Roemenië oprukken. Von Rundstedt moest de Sovjetformaties in het westen van de Oekraïne en in Galicië vernietigen om vervolgens bruggenhoofden te slaan aan de oostelijke oever van de Dnjepr om daarna naar Kharkov of naar Rostov door te stoten.

De rol van de bondgenoten

Roemenië was ondertussen vrijwel een Duitse militaire satellietstaat geworden. Terwijl Hitler zelf de Roemeense dictator maarschalk Ion Antonescu inpalmde, zorgde een contingent van de Luftwaffe voor de verdediging van de olievelden bij Ploiesti. Een militaire missie coördineerde de hervormingen van het Roemeense leger en werkte plannen uit voor een Roemeense aanval op de Sovjet-Unie onder Duitse leiding.

De Finnen namen een speciale plaats in. Laat in de zomer van 1940 werden zij gepolst over een Duits-Finse militaire samenwerking. Spoedig daarna sloten zij zich bij Duitsland aan, niet in een strikt bondgenootschap, maar in ‘Waffenbruderschaft’ (militair kameraadschap). Duitse troepen trokken Finland binnen en de hoofdmacht van het Finse leger kreeg de taak om met Heeresgruppe Nord samen te werken voor de aanval tegen Leningrad.

Het is buitengewoon eigenaardig dat de Italianen totaal niet betrokken werden in de planning van Operatie Barbarossa. Pas een dag voordat de invasie begon werd de fascistische dictator Benito Mussolini door middel van een door Hitler zelf geschreven brief ingelicht over de Duitse plannen om de Sovjet-Unie aan te vallen. Ook de Japanners waren niet op de hoogte van Hitlers plannen. Het driemogendhedenpact van 1940, ondertekend door Duitsland, Italië en Japan, werd dus alleen als militair verdrag beschouwd als het Hitler uitkwam. In april werd zelfs een neutraliteitsverdrag overeengekomen tussen Japan en de Sovjet-Unie. Een verdrag dat verstrekkende gevolgen zou hebben voor de Sovjetstrategie.

Op 17 maart 1941 besliste Hitler dat Hongarije niet betrokken zou worden in Operatie Barbarossa en dat Slowakije alleen gebruikt zou worden als bevoorradingsbasis en opstellingsgebied. In februari hadden Duitse troepen overigens al toestemming gekregen voor een vrije doortocht door Bulgarije, waarvan de ligging echter van meer belang was voor de aanval tegen Griekenland dan voor de veldtocht tegen de Sovjet-Unie.

Verdere aanpassingen aan het aanvalsplan

Na december 1940 veranderde het Duitse aanvalsplan slechts in twee opzichten. In het uiterste noorden van het bezette Noorwegen werden Duitse troepen gestationeerd (AOK Norwegen) voor een aanval op Petsamo om vervolgens in samenwerking met de Finnen naar Moermansk op te rukken. Hitler hoopte hiermee eventuele Britse amfibische landingen voor te kunnen zijn en die eventueel in de kiem te smoren. Deze militaire actie kreeg de codenaam Silberfuchs.

De andere verandering in het aanvalsplan had betrekking op de zuidelijke sector. Hitler was ongerust over een eventuele Britse interventie in Griekenland, waardoor hij bevel gaf troepen van Heeresgruppe Süd naar Bulgarije te verplaatsen. Daardoor raakte Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt een aanzienlijk deel van zijn strijdkrachten kwijt en moest hij afzien van de eerder geplande dubbele tangbeweging in de Oekraïne. Op 17 maart 1941 besliste Hitler dat de legergroep zijn hoofdaanval moest concentreren aan de linkerflank van het operationele gebied. Hitler verlangde van Heeresgruppe Süd een directe opmars naar Kiev vanuit het zuiden van Polen. De 11. Armee aan de rechterflank moest in de beginfase van de invasie de beveiliging van de Roemeense olievelden waarborgen. De linkerflank (6. Armee en Panzergruppe 1) moest na de inname van Kiev doorstoten naar de Zwarte Zee. Deze veranderingen in het aanvalsplan zouden beslissende gevolgen hebben voor het verdere verloop van Operatie Barbarossa.

Gebeurtenissen op de Balkan

Op 25 maart had de Joegoslavische pro-Duitse regering het Driemogendhedenpact ondertekend en zich daardoor aangesloten bij de Asmogendheden. Een dag later werd er echter een militaire staatsgreep gepleegd door Servische officieren. Hitler was woedend en gaf op 27 maart bevel voor een Duitse verovering van Joegoslavië in Führer Directief nr. 26. De Servische bevolkingsgroep had van oudsher goede betrekkingen met Rusland en op 5 april werd dan ook een niet-aanvalsverdrag getekend tussen de nieuwe Joegoslavische regering en de Sovjet-Unie. Een dag later bombardeerde de Luftwaffe Belgrado (Operatie Bestrafung) en vielen Duitse troepen zowel Joegoslavië als Griekenland binnen.

Doordat de Wehrmacht onverwacht in actie diende te komen in Joegoslavië was Hitler gedwongen Operatie Barbarossa uit te stellen. Na beëindiging van de operaties in het zuidoosten zou het nog vier tot zes weken duren voordat de veldtocht tegen Rusland kon beginnen. Het is echter maar de vraag of de aanval tegen de Sovjet-Unie daadwerkelijk eerder had kunnen beginnen, want door de extreme regenval in Oost-Europa in het voorjaar van 1941 waren de Russische wegen onbegaanbaar en had het oversteken van rivieren waarschijnlijk grote problemen opgeleverd omdat deze ver buiten hun oevers waren getreden.

Na de verovering van de Balkan keerden de Duitse formaties die aan de verovering van Rusland gingen deelnemen weer terug naar hun oorspronkelijke opstellingen aan de grens met de Sovjet-Unie. Op 5 juni keurde Hitler het nieuwe tijdschema goed. Operatie Barbarossa zou van start gaan op 22 juni 1941 om 03.15 uur.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
Artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Heeresgruppe
Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
invasie
Gewapende inval.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
maarschalk
Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
onderduiken
Het verstoppen voor de vijand.
Operatie Bestrafung
Codenaam voor de Duitse luchtaanval op Belgrado in april 1941.
Operatie Seelöwe
Codenaam voor de nooit uitgevoerde Duitse invasie van Groot-Brittannië.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
staatsgreep
Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.
Vierjarenplan
Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.
volkscommissaris
In de Sovjetunie een minister.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Adolf Hitler tijdens de planning voor Operatie Barbarossa. Links van hem Generalleutnant Friedrich Paulus, die in 1942 het commando kreeg over de 6. Armee, welke vernietigd werd te Stalingrad.


Het plan van Generalmajor Erich Marcks, 5 augustus 1940.


Het plan van Generaloberst Franz Halder (OKH), 5 december 1940.


Adolf Hitler's plan: Barbarossa, 18 december 1940.

Informatie

Artikel door:
Tom Notten
Geplaatst op:
25-08-2003
Laatst gewijzigd:
23-10-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2010
Go2War2.nl is altijd op zoek naar nieuwe (gast)auteurs, lees voor meer informatie de FAQ.