Operatie Barbarossa, de Duitse invasie van de Sovjet-Unie

De Wehrmacht in 1941

Tijdens de veldtochten tegen Polen in 1939 en tegen Frankrijk en de Lage Landen in 1940 hadden de Duitsers bewezen één van de best functionerende oorlogsmachines ter wereld te hebben. De Wehrmacht had de westelijke geallieerden een gigantische nederlaag toegebracht door middel van bliksemcampagnes. Polen werd binnen een maand verslagen en Frankrijk binnen zes weken op de knieën gedwongen. Het moreel van de Duitse soldaat was daardoor hoger dan ooit tevoren. In het voorjaar van 1941 hadden de Duitse strijdkrachten in de veldtochten tegen Joegoslavië en Griekenland opnieuw bewezen dat zij vrijwel iedere tegenstander kon verslaan.

De doorslaggevende factoren in de Duitse overwinningen waren superioriteit in het luchtruim boven het slagveld en de flexibiliteit van de pantserstrijdkrachten geweest. In de veldtocht tegen de Sovjet-Unie draaide de gehele Duitse strategie opnieuw om de snelheid van de tanks.

De pantserstrijdkrachten
Voor het doelmatig uitvoeren van Operatie Barbarossa hadden de Duitsers echter meer pantserdivisies nodig dan in de zomer van 1940 voorhanden waren. Op 10 september werden op persoonlijk bevel van Adolf Hitler de pantserdivisies gereorganiseerd en het aantal verdubbeld. Dit ging echter ten koste van de getalsterkte. De pantserdivisie van 1941 had slechts een enkel pantserregiment van twee bataljons, hoewel zes divisies er drie hadden. De pantserbataljons hadden twee compagnieën lichte en één compagnie middelzware tanks, terwijl de infanteriebrigade in elke pantserdivisie bestond uit twee gemotoriseerde regimenten, een bataljon motorrijders, drie middelzware artilleriebataljons en een bataljon luchtafweergeschut met de uitstekende 88mm kanonnen. Elke pantserdivisie had dus slechts 150 tot 200 tanks, die slechts de halve getalsterkte had van de oorspronkelijke pantserformaties. In totaal waren er dus 46 pantserbataljons voor de 20 pantserdivisies van het Duitse leger. Voor Operatie Barbarossa werden maar liefst 19 van de 20 pantserdivisies ontplooid.

Op 22 juni 1941 hadden de Duitsers ongeveer 3.750 tanks ter beschikking. Het merendeel van de tanks was van het type PzKpfw III en PzKpfw IV. Deze tanks hadden in de veldtocht tegen Frankrijk en de Lage Landen bewezen dat zij voldeden aan de vereisten van de moderne oorlogvoering. Er was echter nog steeds een groot aantal verouderde lichte tanks in gebruik, zoals de PzKpfw I, PzKpfw II en de oorspronkelijk Tsjechische PzKpfw (35)t en PzKpfw (38)t. Deze verouderde modellen waren in de voorgaande Duitse campagnes al zeer kwetsbaar gebleken voor vijandelijk pantserafweergeschut en waren in feite dringend aan vervanging toe. Maar door gebrek aan tanks waren de Duitsers gedwongen deze lichte tanks opnieuw in te zetten. Verontrustender voor de Duitsers was het gegeven dat de jaarproductie van de PzKpfw III en PzKpfw IV ver beneden het vereiste aantal lag. Dit zou de Wehrmacht in de loop van de veldtocht tegen Rusland gaan opbreken, omdat de Sovjetproductiecijfers aanzienlijk hoger lagen. Het Duitse opperbevel was zich hier terdege van bewust, ondanks Hitlers minachting voor de rapporten over een massale Sovjetsterkte aan tanks. Bovendien bestond er het vermoeden dat het Rode Leger een nieuw model tank bezat, zwaarder dan de PzKpfw IV. Ondanks deze problemen vertrouwde het Duitse leger op de technische superioriteit van haar uitrusting en de genialiteit van de tankcommandanten.

De infanterie
In tegenstelling tot wat vaak verondersteld wordt was het Duitse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog verre van een volledig gemechaniseerde strijdmacht. Omdat Duitsland een groot gebrek had aan motorvoertuigen, was slechts een beperkt aantal formaties geheel gemotoriseerd. Het merendeel van deze gemotoriseerde formaties werd toegewezen aan de pantserdivisies, hoewel de Duitsers voor Operatie Barbarossa ook de beschikking hadden over 15 gemotoriseerde infanteriedivisies. Deze divisies waren wel in staat om in de voorhoede van het front door middel van snelheid en flexibiliteit successen te behalen en belangrijke veroverde gebieden of knooppunten in de achterhoede van de vijand te consolideren. Een ernstig nadeel bleek echter dat deze divisies deels waren uitgerust met in 1940 buitgemaakte Franse vrachtwagens, die niet zo goed bestand waren tegen de zware omstandigheden in de Sovjet-Unie als de vrachtwagens van Duitse makelij.

Een deel van de gemotoriseerde divisies behoorde tot de Waffen-SS. De SS-divisies Leibstandarte, Das Reich, Totenkopf en Wiking maakten deel uit van de slagorde van de Wehrmacht op 22 juni 1941. De Waffen-SS had in voorgaande campagnes reeds bewezen dat het niet onderdeed voor de reguliere troepen. Hoewel de gemiddelde verliescijfers van deze formaties aanzienlijk hoger waren geweest dan bij andere Duitse eenheden, had de Waffen-SS uitzonderlijke moed en doorzettingsvermogen getoond en had het in Joegoslavië en Griekenland zelfs een hoofdrol opgeëist.

Het merendeel van de infanterieformaties was echter niet gemotoriseerd en moest de onmetelijk lange afstanden in de Sovjet-Unie te voet afleggen. Het vervoeren van voorraden en artilleriestukken geschiedde voor het grootste deel door middel van paarden. In totaal had het Duitse leger 600.000 paarden in gebruik voor aanvang van Operatie Barbarossa. Nadat Hitler besloten had de Sovjet-Unie aan te vallen werd ook het aantal infanteriedivisies uitgebreid. In totaal hadden de Duitsers voor de veldtocht tegen de Sovjet-Unie de beschikking over 119 infanteriedivisies. Eerdere campagnes hadden al aangetoond dat de vijand vaak uit een door de pantserstrijdkrachten gecreëerde omsingeling kon ontsnappen als de infanterie niet snel genoeg kon opmarcheren om de omsingeling af te grendelen. Al waren de pantserstrijdkrachten nog zo succesvol, het succes van de Duitse opmars bleef afhankelijk van de snelheid waarmee de infanterie kon oprukken.

Tijdens de gevechten in Frankrijk was al gebleken dat de Duitse infanteristen grote moeilijkheden hadden in de verdediging tegen vijandelijke tanks. Het 3,7cm pantserafweergeschut was niet krachtig genoeg gebleken om een tank met een redelijke bepantsering uit te schakelen. Na de veldtocht in Frankrijk werd dan ook besloten het 3,7cm pantserafweerkanon te vervangen door een krachtiger 5cm pantserafweerkanon. In juni 1941 was echter het merendeel van de Duitse infanteriedivisies nog steeds uitgerust met het 3,7cm pantserafweerkanon.

Voor het uitvoeren van speciale operaties in de Sovjetachterhoede werden de Brandenburg-eenheden aangewezen. Deze uitstekend opgeleide commando's moesten verwarring en chaos stichten in de Sovjetverbindingen of speciale tactische doelen veiligstellen zoals bruggen en kruispunten. Deze commando's infiltreerden op de avond voor de Duitse invasie in de Sovjetlinies of werden per parachute afgeworpen achter de vijandelijke linies. Ook werden er in de maanden voorafgaand aan Operatie Barbarossa door de Duitse geheime dienst Oekraïense nationalisten gerekruteerd die zich eveneens met sabotage-acties bezig moesten gaan houden (Nachtigal Regiment). In de Baltische staten, waar het Sovjetbestuur nog maar kort gevestigd was, werden door de Duitse geheime dienst eveneens contacten gelegd met verzetsgroepen die bereid waren mee te werken aan Duitse plannen om de achterhoede van de Sovjets te ontwrichten.

De Luftwaffe
Het Duitse luchtwapen had in de voorgaande campagnes een groot aandeel gehad in de strijd. Voor Operatie Barbarossa waren 2.770 toestellen (65% van het totale aantal vliegtuigen die de Luftwaffe tot haar beschikking had) aangewezen om het luchtoverwicht te verkrijgen en daarmee de Rode Luchtmacht te vernietigen. Tevens was de Luftwaffe een onmisbare ondersteuning voor de Duitse grondtroepen.

De standaardjager van de Luftwaffe was de Messerschmitt Bf 109. Dit jachtvliegtuig was een formidabel toestel. Hoewel de Duitsers dus de beschikking hadden over een uitstekend jachtvliegtuig, waren andere Duitse toestellen sterk verouderd. De beruchte Junkers Ju 87 kon alleen overleven bij een luchtoverwicht, terwijl de Heinkel He 111, Dornier Do 17 en de Junkers Ju 88, Duitslands voornaamste bommenwerpers, zowel in bereik als in laadvermogen tekort schoten.

Tijdens de Slag om Engeland had de Luftwaffe een pijnlijke nederlaag geleden en de Duitse industrie had de verliezen nog steeds niet gecompenseerd. In juni 1941 had de Luftwaffe in totaal zelfs 200 minder toestellen beschikbaar dan een jaar eerder. Gezien deze tekortkomingen en de noodzaak om te opereren vanaf geïmproviseerde vliegvelden was het voor Duitse piloten uitermate lastig een effectief luchtoverwicht te creëren, mede ook omdat het luchtruim boven de Sovjet-Unie zo uitgestrekt was. De Luftwaffe was in de jaren dertig opgezet als een tactische luchtmacht, die uitstekend in staat was grondsteun te verlenen op korte afstand, maar vanwege het gebrek aan lange-afstandsbommenwerpers geen effectieve luchtcampagne kon voeren tegen verafgelegen vijandelijke doelen.

De Kriegsmarine had een ondersteunende rol in Operatie Barbarossa. Ze kreeg de taak mijnen te leggen in Russische territoriale wateren, blokkades op te werpen en had bovendien een belangrijk aandeel in de artillerieondersteuning van Heeresgruppe Nord tijdens aanvallen tegen Sovjetgrondeenheden in het Oostzeegebied.

Roemeense troepen
De belangrijkste bondgenoot van Duitsland was Roemenië, dat geregeerd werd door dictator maarschalk Ion Antonescu, die tevens opperbevelhebber was van de Roemeense strijdkrachten. Een Duitse delegatie had vanaf oktober 1941 meegewerkt aan hervormingen binnen het Roemeense leger. Ondanks inspanningen om de gevechtswaarde van de Roemenen te verbeteren, bleef het Roemeense leger qua gevechtskwaliteit ver beneden het Duitse niveau. Het Roemeense leger droeg bij aan Operatie Barbarossa door het inzetten van 358.140 manschappen verdeeld over twee legers. Deze twee legers (Derde en Vierde Leger) maakten samen met de Duitse 11. Armee deel uit van de Heeresgruppe Antonescu.

In het noorden waren er door de overeenkomst met Finland Duitse troepen gestationeerd die in samenwerking met het Finse leger onder aanvoering van veldmaarschalk Carl Mannerheim operaties zouden uitvoeren om het in de Winteroorlog van 1939-1940 verloren gegane gebied te heroveren (zie: Vervolgoorlog). In het uiterste noorden werden in Noorwegen en Finland troepen verzameld die een aanval zouden ondernemen op Moermansk. Ook dit zou een gecombineerde Fins-Duitse operatie worden. In totaal mobiliseerden de Finnen 302.600 manschappen voor het ondernemen van offensieve operaties tegen het Rode Leger.

‘Vernichtungskrieg’
In een rede tot zijn generaals op 30 maart 1941 had Adolf Hitler al aangegeven dat Operatie Barbarossa een vernietigingsoorlog moest worden. De verantwoordelijkheid van het leger werd beperkt tot de gevechtszone. De militairen moesten dan ook de grenzen van hun eigen geweten vaststellen… of vergeten. In het beruchte commissarissenbevel van 6 juni 1941 werd deze politiek nog eens bekrachtigd. Communistische commissarissen en autoriteiten, zowel burgerlijke als militaire, werden volledig buiten de wet gesteld. Ze werden zonder enige vorm van proces tot onmiddellijke terechtstelling veroordeeld. Begin maart 1941 had Hitler al bepaald dat krijgsraden alleen voor militair personeel zouden gelden. Commissarissen zouden, als ze gevangengenomen werden, onmiddellijk worden geëxecuteerd. Als dat niet door Duitse gevechtstroepen werd gedaan, zouden de moordbrigades daar wel voor zorgen.

Deze moordbrigades, beter bekend als de Einsatzgruppen werden in 1941 door Reinhard Heydrich, de rechterhand van Heinrich Himmler, in het leven geroepen. Aan iedere legergroep werd zo’n moordbrigade toegevoegd. Hoewel ze onafhankelijk van het leger werkten en alleen verantwoording schuldig waren aan Heinrich Himmler, werkten zij in feite nauw met de legerleiding samen, die bijvoorbeeld verantwoordelijk was voor hun transport en verzorging. Het voornaamste doel van de Einsatzgruppen was het uitroeien van de Joodse bevolking in de veroverde gebieden in de Sovjet-Unie.

Logistieke problemen
De grootste zwakte van Duitsland lag op het logistieke vlak. In de uitgestrekte Sovjet-Unie waren er nauwelijks verharde wegen aanwezig en de spoorbreedte verschilde ook van de spoorlijnen die in Duitsland aanwezig waren. De Wehrmacht was voor haar bevoorrading dus afhankelijk van buitgemaakt Sovjet-spoorwegmaterieel. De diversiteit van de Duitse wapens vereiste bovendien een uitgebreid onderhouds- en reparatiesysteem. Hier was in de planning van Operatie Barbarossa echter nauwelijks rekening mee gehouden.

Misschien was Duitslands grootste fout wel het feit dat het de economie niet geheel had aangepast aan de oorlogsomstandigheden. Tekorten aan grondstoffen en brandstoffen werkten bovendien ernstig in het nadeel van de Duitse industrie. De Duitse industriële economie was in juni 1941 inmiddels afhankelijk geworden van 3.000.000 buitenlandse dwangarbeiders en bij het oproepen van lichtingen dienstplichtigen namen de tekorten aan arbeiders alleen nog maar toe. Net zoals in de voorgaande operaties rekende Hitler op een bliksemoverwinning en er werd dan ook geen rekening gehouden met een eventuele voortzetting van de oorlog in de winter. Het moest en het zou een snelle overwinning worden, anders zou het Derde Rijk wel eens in ernstige problemen kunnen komen.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
Einsatzgruppen
Speciale eenheden samengesteld uit verschillende SS en politiediensten onder supervisie van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA). Einsatzgruppen werden ingezet tijdens de Duitse invasie van Polen in 1939 en tijdens operatie Barbarossa in 1941. Deze eenheden hadden in 1939 de opdracht om de Poolse intelligentsia te elimineren. In de Sovjet-Unie werden Einsatzgruppen ingezet om diverse politieke en raciale vijanden van het Rijk, waaronder joden, zigeuners en communisten, te executeren. In de Sovjet-Unie vormden de activiteiten van de Einsatzgruppen het gruwelijke begin van de uiteindelijke Endlösung.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
Heeresgruppe
Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
invasie
Gewapende inval.
Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
maarschalk
Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
Totenkopf
Letterlijk: doodshoofd. Symbool dat door de SS werd gevoerd. Ook de naam van een SS divisie.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Duits halfrupsvoertuig.


De glorieuze Wehrmacht in Parijs in de zomer van 1940.

Informatie

Artikel door:
Tom Notten
Geplaatst op:
25-08-2003
Laatst gewijzigd:
23-10-2009
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2010
Go2War2.nl is altijd op zoek naar nieuwe (gast)auteurs, lees voor meer informatie de FAQ.