Operatie Barbarossa, de Duitse invasie van de Sovjet-Unie
Operaties in het Oostzeegebied
Heeresgruppe Nord, onder leiding van Generalfeldmarschall Wilhelm Ritter von Leeb, was het zwakst uitgerust van de drie legergroepen. Volgens het Barbarossa-bevel van het OKH, dat op 31 januari 1941 werd uitgevaardigd, kreeg Heeresgruppe Nord de volgende taken toegewezen: 'De vijandelijke strijdkrachten in het Oostzeegebied te vernietigen en door het bezetten van de Oostzeehavens en vervolgens van Leningrad en Kronstadt de Russische vloot van haar bases te beroven.' Heeresgruppe Nord had voor het ten uitvoer brengen van deze operaties de beschikking over twee infanterielegers en een pantsergroep.
Legergroep Noord
De 18. Armee onder bevel van Generaloberst Georg von Küchler bestond uit zeven infanteriedivisies en kreeg de taak de Oostzeehavens te bezetten. Von Küchler zou deze opdracht uitvoeren door vanuit Tilsit vanaf zijn rechterflank de hoofdaanval uit te voeren in de richting van Riga, waardoor de vijandelijke strijdkrachten ten zuidwesten van Riga omsingeld en vervolgens vernietigd konden worden.
In het centrum van de frontlinie van Heeresgruppe Nord in het noorden van Oost-Pruisen werd Panzergruppe 4 onder commando van Generaloberst Erich Hoepner geconcentreerd. In tegenstelling tot wat in de andere legergroepen gebruikelijk was besloot Wilhelm Ritter von Leeb Panzergruppe 4 onder zijn rechtstreeks bevel te houden. Panzergruppe 4 vormde de speerpunt van de aanval en bestond uit drie pantserdivisies, drie gemotoriseerde infanteriedivisies en twee infanteriedivisies, verdeeld over twee pantserkorpsen. General der Panzertruppen Georg Reinhardt's XXXXI. Panzerkorps vormde de linkerkant van de aanvalsmacht en het LVI. Panzerkorps onder bevel van Generaloberst Erich von Manstein de rechterkant. De instructie aan Panzergruppe 4 luidde als volgt: 'Panzergruppe 4 moet een brede en snelle aanval op Leningrad mogelijk maken. Om het einddoel te bereiken is het noodzakelijk zoveel mogelijk op te rukken, zover als tijd en ruimte dit toelaten en op die wijze de vijand geen gelegenheid te geven nieuwe defensieve stellingen in de diepte in te nemen.'
De 16. Armee onder leiding van Generaloberst Ernst Busch nam posities in aan de rechterkant van Panzergruppe 4 en was samengesteld uit acht infanteriedivisies. De 16. Armee moest de rechterflank van Panzergruppe 4 beschermen en de voornaamste aanval uitvoeren in de richting van Kaunas (Kovno) en Daugavpils (Dvinsk). De legergroepreserve bestond uit drie infanteriedivisies, die moesten volgen als steun voor de 16. Armee.
Het eerste tussenliggende doel voor Heeresgruppe Nord was de rivier de Dvina (Düna), op 300 kilometer afstand gelegen, terwijl het tweede doel het gebied bij Ostrov en Pskov aan de rivier de Velikaya was, nog eens 250 km verder. Luchtsteun bij deze operaties werd verzorgd door Luftflotte 1 onder bevel van Generaloberst der Luftwaffe Alfred Keller.
Het Speciaal Baltisch Militair District
Tegenover Legergroep Noord stond het Speciaal Baltisch Militair District onder bevel van kolonel-generaal F.I. Kuznetsov. Het Speciaal Baltisch Militair District (omgedoopt in Noordwestelijk Front op 22 juni) was het zwakst uitgerust van de drie speciale militaire districten. Het had de opdracht de strategische noordwestelijke as en de toegangswegen naar Leningrad te verdedigen. Het eerste verdedigingsechelon langs de grens bestond uit het 8e Leger onder bevel van luitenant-generaal P.P. Sobennikov en het 11e Leger, dat werd aangevoerd door luitenant-generaal V.I. Morozov. De te verdedigen frontlinie strekte zich uit van Libau tot Grodno en werd bezet door acht divisies fuseliers die over een gemiddelde troepensterkte beschikten van ruwweg 8.700 man. Op de kwetsbare scheidslijn tussen het Speciaal Baltisch Militair Mistrict en het Speciaal Westelijk Militair District had het 11e Leger maar acht onderbemande bataljons ontplooid die de toegangswegen naar Vilno (Vilnius) moesten verdedigen. Deze acht bataljons namen stellingen in langs een frontlinie met een lengte van maar liefst 80 km.
Het 8e Leger werd ondersteund door majoor-generaal N.M. Shestopalov's 12e Gemechaniseerde Korps, dat beschikte over ongeveer 750 verouderde tanks. Het 3e Gemechaniseerde Korps, aangevoerd door majoor-generaal A.V. Kurkin, ondersteunde het 11e Leger en was geconcentreerd rond de plaats Kaunas. Het 3e Gemechaniseerde Korps had de beschikking over 650 tanks, waarvan 110 van de nieuwe modellen KV-1, KV-2 en T-34. Majoor-generaal A.V. Kurkin had echter de vrijwel onmogelijke taak om zowel de toegangswegen naar Leningrad als die naar Vilno te verdedigen. Beide gemechaniseerde korpsen lagen zo'n 100 kilometer landinwaarts en hadden hun eenheden ver van elkaar verspreid.
Het tweede echelon waar kolonel-generaal F.I. Kuznetsov de beschikking over had, was het 27e Leger onder commando van majoor-generaal M.E. Berzarin. Dit leger was echter nauwelijks gemobiliseerd en nam posities in langs de westelijke Dvina.
De strijd brandt los
In het noordwesten bombardeerde de eerste golf Duitse bommenwerpers de marinebases te Riga en Kronstadt, vliegvelden en communicatiecentra in Kovno en Vilno, maar vooral de vooruitgeschoven vliegvelden van de Rode Luchtmacht. Niet lang daarna stak Heeresgruppe Nord de grens met Oost-Pruisen over. De Sovjetdivisies die waren opgesteld aan de frontlinie van Panzergruppe 4 werden compleet overrompeld en in noordelijke richting teruggeworpen, waardoor de grensplaats Tauruggen in Duitse handen viel. De 1. Panzerdivision en de 6. Panzerdivision profiteerden van de bres in de Sovjetverdediging en koersten hierna in de richting van Raseiniai. Het LVI. Panzerkorps onder leiding van Erich von Manstein wist de brug bij Airogola over de Dubisa ongeschonden in handen te krijgen, waarna de 8. Panzerdivision op de eerste dag van de invasie maar liefst 60 kilometer in oostelijke richting wist op te rukken naar Kedainai. Verder naar het zuidenoosten werd het 11e Leger uiteengeslagen door de oprukkende tanks van Generaloberst Hermann Hoth's Panzergruppe 3 (Heeresgruppe Mitte), die er in slaagden de bruggen over de Nyemen ongeschonden in handen te krijgen.
De verwarring bij het hoofdkwartier van het Noordwestelijk Front was groot. F.I. Kuznetsov gaf laat op de avond van de openingsdag het 12e en het 3e Gemechaniseerde Korps de opdracht een tegenaanval voor te bereiden op de flanken van Panzergruppe 4. De volgende dag begonnen de tankdivisies aan hun opmars door een gebied waarboven de Luftwaffe het luchtruim domineerde. De Sovjetcolonnes werden bestookt met fosforgranaten, waardoor het merendeel van de tanks werd uitgeschakeld nog voordat er contact werd gemaakt met Duitse grondeenheden.
Op 23 juni vond er een gigantisch treffen plaats tussen tanks van de 6. Panzerdivision en de 2e Tankdivisie (3e Gemechaniseerde Korps) ten oosten van Raseinai. Twee bataljons uitgerust met de KV-1 en de T-34 overrompelden de verkenningseenheden van de 6. Panzerdivision en bezorgden de Duitsers zware verliezen aan manschappen en materieel. De 6. Panzerdivision werd aanvankelijk verdreven naar de buitenwijken van Raseinai, maar de ongecoördineerde inzet van de tanks weerhield de Sovjets van het uitbuiten van deze successen. De 6. Panzerdivision werd de volgende dag versterkt door eenheden van de 1. Panzerdivision, die er gezamenlijk in slaagden de eenheden van de 2e Tankdivisie te omsingelen en uiteindelijk met behulp van genietroepen te vernietigen.
Bruggenhoofden over de Dvina
Deze overwinning werd door het LVI. Panzerkorps uitgebuit. Laat op dezelfde middag (24 juni) bereikten Duitse verkenningseenheden de hoofdweg van Kaunas naar Daugavpils en rukte daarlangs zonder halt te houden verder op. Dicht op de hielen van zich terugtrekkende Sovjetformaties baande een speciale gevechtsgroep zich in de vroege ochtend van 26 juni een weg naar Daugavpils en veroverde ondanks hardnekkige tegenstand de beide bruggen. Hoewel de positie van deze groep in de loop van de ochtend door herhaaldelijke tegenaanvallen kritiek werd, kwamen spoedig de tanks van de 8. Panzerdivision de gevechtsgroep te hulp. Tegenaanvallen werden afgeslagen en de stad zelf was tegen het einde van de dag volledig van Sovjetverdedigers gezuiverd.
Het 8e en het 11e Leger waren inmiddels in volle aftocht. Het 8e Leger trok zich terug naar Riga, terwijl de overblijfselen van het 11e Leger vluchtten naar het gebied ten oosten van Vilno. Panzergruppe 4 was erin geslaagd een gigantische bres te slaan in de frontlinie van het Noordwestelijke Front. Maarschalk Semyon K. Timoshenko had op 25 juni aan kolonel-generaal F.I. Kuznetsov reeds opdracht gegeven voor het organiseren van een sterke verdedigingslinie langs de Dvina. De teruggetrokken eenheden van het 8e Leger moesten worden ontplooid langs de Dvina tussen Riga en Livani, terwijl het 11e Leger posities in moest nemen tussen Livani en Kraslana. Kolonel-generaal F.I. Kuznetsov besloot het 27e Leger in de strijd te werpen, terwijl vanuit Moskou het 21e Gemechaniseerde Korps, onder leiding van majoor-generaal D.D. Lelyushenko werd aangevoerd ter ondersteuning van het 27e Leger.
De sterke natuurlijke barrière die de rivier de Dvina vormde werd echter snel doorbroken. Generaloberst Erich Hoepner, die terecht vermoedde dat de Sovjetverdediging aan de Dvina slechts zwak was, had inmiddels Reinhardt's XLI. Panzerkorps over een breed front ten zuiden van Daugavpils over de Dvina laten trekken. Daardoor troefden de Duitsers de Sovjets af. Toch wist D.D. Lelyushenko in de vroege morgen van 28 juni met zijn 21e Gemechaniseerde Korps een aanval te ondernemen tegen het bruggenhoofd bij Daugavpils. Met precies 98 tanks, waarvan het merendeel van het verouderde type T-26, werd het 21e Gemechaniseerde Korps in de strijd geworpen. Na enkele kritieke momenten werden de tanks echter stuk voor stuk uitgeschakeld en Erich von Manstein's LVI. Panzerkorps zette koers naar Ostrov.
Aan de linkerflank wisten Reinhardt's troepen op 30 juni eveneens de Dvina over te steken bij Livani en Jekabpils (Jakobstadt) en tegen de avond van 1 juli was een breed bruggenhoofd met een diepte van 30 kilometer na zwakke Sovjettegenstand in Duitse handen. Ondanks de tegenaanvallen bij Daugavpils door het 21e Gemechaniseerde Korps, was de Panzergruppe 4 op 2 juli gereed om op te rukken naar het tweede doel van het offensief, namelijk het gebied van Ostrov en Pskov, waar belangrijke overgangen over de rivier de Velikaya gelegen waren.
De Stalinlinie doorbroken
Maarschalk Semyon K. Timoshenko had op 29 juni orders gegeven dat indien de verdedigingslinie langs de Dvina doorbroken werd, er nieuwe stellingen moesten worden opgetrokken langs de Velikaya, waar delen van de oude Stalinlinie gelegen waren. Vervolgens werd kolonel-generaal F.I. Kuznetsov ontheven uit zijn functie en opgevolgd door de commandant van het 8e Leger, luitenant-generaal P.P. Sobennikov. Deze stond voor een bijna onmogelijke taak. De wanorde bij de verdedigers was groot en hij had nauwelijks reserves om een nieuwe linie in te nemen.
In de ochtend van 2 juli hervatte Panzergruppe 4 over een breed front de opmars naar het noordwesten. Op 4 juli hadden de 8. Panzerdivision, de 3. Infanteriedivision (motorisiert) en de SS-Division Totenkopf aan de zuidelijke flank, op vele plaatsen de oude grens tussen Letland en de Russische Sovjetrepubliek bereikt. Daar werden zij tegengehouden door fortificaties die deel uitmaakten van de deels ontmantelde Stalinlinie. Diezelfde dag veroverde de 1. Panzerdivision op de noordelijke vleugel Ostrov en na zware gevechten doorbraken eenheden van de 6. Panzerdivision de sterke verdedigingswerken van de Stalinlinie, aan weerszijden van de weg tussen Daugavpils en Ostrov, ongeveer 30 kilometer ten zuiden van laatstgenoemde plaats.
Op 7 juli was de voornaamste vraag van het hoofdkwartier van Heeresgruppe Nord hoe de onverwacht snelle opmars van de Panzergruppe 4 naar het gebied van Pskov het best kon worden uitgebuit. Sinds de ochtend van 4 juli was de hoofdmacht van de infanterie begonnen over een breed front de Dvina over te steken. Maar als Panzergruppe 4 in hetzelfde tempo zou blijven oprukken, was het aangewezen op de eigen gevechtskracht, want hoe verder er werd opgerukt, hoe minder bescherming de flanken kregen. De Sovjetstrijdkrachten trokken zich echter in grote wanorde terug en Generaloberst Erich Hoepner was van mening dat de snelle opmars helemaal tot bij Leningrad kon worden gehandhaafd. Hij hoopte dat de eigen gevechtskracht voldoende zou zijn voor een verrassingsaanval op de buitenwijken van de stad die Lenins naam droeg.
Diezelfde dag trokken de beide pantserkorpsen verder langs de beide wegen naar Leningrad (de enige wegen in een geweldig uitgestrekt gebied). Aan de rechterkant rukte het LVI. Panzerkorps vanuit Ostrov op naar Porkhov, terwijl op de linkerflank het XIL. Panzerkorps18. Armee dreef inmiddels de overblijfselen van het 8e Leger door Letland naar het noorden. Deze zwaar gehavende formaties moesten voorkomen dat de landengte bij Narva in Duitse handen viel.
De stand van zaken
De eerste drie weken strijd in de noordwestelijke sector van het Oostfront waren onverwacht succesvol geweest voor Legergroep Noord. Von Leebs legergroep was maar liefst 450 kilometer opgerukt en de Baltische staten waren vrijwel geheel in Duitse handen gevallen. Het ultieme doel Leningrad was nog maar 250 kiloemeter verwijderd van zijn voorhoede en het had er alle schijn van dat deze afstand in een korte tijd overbrugd kon gaan worden. Het Noordwestelijk Front was uiteengeslagen en had ongeveer 90.000 manschappen, meer dan 1.000 tanks, 4.000 kanonnen en mortieren en 1.000 gevechtsvliegtuigen verloren. De zich terugtrekkende overblijfselen van het 8e en het 11e Leger waren er bovendien niet in geslaagd een nieuwe verdedigingslinie te creëren, waardoor er een acute dreiging ontstond voor de troepen van het Noordelijk Front (voormalig Militair District Leningrad), dat inmiddels met alle macht een Fins aanval op de Karelische Landengte probeerde af te slaan (zie: Vervolgoorlog). De bevelhebber van het Noordelijk Front, luitenant-generaal M.M. Popov zag al op 25 juni in dat Leningrad bedreigd werd vanuit het zuiden en besloot dan ook om zo'n 50 tot 100 kilometer ten zuiden van de stad een verdedigingslinie op te werpen langs de oevers van de Luga.
Popov wist een aantal divisies aan zijn frontlinie ten westen en noorden van de stad te onttrekken en te ontplooien aan de Lugalinie. Meer dan 50.000 inwoners van Leningrad werden opgeroepen voor het aanleggen van loopgraven, tankgrachten, schuttersputten en prikkeldraadversperringen, terwijl fabrieksarbeiders en studenten zich vrijwillig opgaven om dienst te nemen bij militiedivisies (DNO= Divizy Narodnovo Opolchenia), die eveneens aan de Lugalinie werden ontplooid. Spoedig zou de Slag om Leningrad ontbranden en de vooruitzichten voor de verdedigers waren allesbehalve rooskleurig.
Definitielijst
- Armee
- Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
- bruggenhoofd
- Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
- Heeresgruppe
- Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
- infanterie
- Het voetvolk van een leger (infanterist).
- invasie
- Gewapende inval.
- Luftwaffe
- Duitse luchtmacht.
- Maarschalk
- Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
- offensief
- Aanval in kleinere of grote schaal.
- Stalinlinie
- Verdedigingslinie die in het interbellum door de Russen werd aangelegd aan hun westgrens, maar door de expansies in het (Baltische Staten, Polen, Bessarabië, etc.) westen schoof de grens op en was de Stalinlinie niet meer de eerste linie bij de Duitse inval in 1941.
- Totenkopf
- Letterlijk: doodshoofd. Symbool dat door de SS werd gevoerd. Ook de naam van een SS divisie.
Pagina navigatie
- <<< (Openingsaanvallen)
- Pagina 1 (Index)
- Pagina 2 (Inleiding)
- Pagina 3 (Het Duitse aanvalsplan)
- Pagina 4 (De Wehrmacht in 1941)
- Pagina 5 (Het Rode Leger in 1941)
- Pagina 6 (Sovjet-verdedigingsplannen)
- Pagina 7 (Openingsaanvallen)
- Pagina 8
- Pagina 9 (De dubbele omsingeling bij Bialystok en Minsk)
- Pagina 10 (De gevechten in de Oekraïne)
- Pagina 11 (Nawoord)
- >>> (De dubbele omsingeling bij Bialystok en Minsk)
Afbeeldingen
Kaart van de operaties in het Oostzeegebied.
Duitse troepen marcheren door Litouwen, juni 1941.
Duitse soldaten tijdens een aanval op een Russisch dorp, juni 1941.
Duitse genisten tijdens aanvallen op de Stalinlinie, juli 1941.
Informatie
- Artikel door:
- Tom Notten
- Geplaatst op:
- 25-08-2003
- Laatst gewijzigd:
- 23-10-2009
- Opmerkingen? Spelfouten?
- Geef ons uw feedback!