Operatie Barbarossa, de Duitse invasie van de Sovjet-Unie
De dubbele omsingeling bij Bialystok en Minsk
Nergens was de vernietiging zo groot als in het gebied ten noorden van de Pripjat-moerassen waar Heeresgruppe Mitte zijn mars naar het oosten inzette. Heeresgruppe Mitte had de taak om door de Sovjetlinies aan beide flanken van de Bialystok-saillant te dringen en daarna via de snelweg op te trekken naar Minsk en Smolensk richting Moskou. Door deze acties zouden de Sovjetdivisies ten westen van de rivier de Dnjepr omsingeld en vernietigd moeten worden. De uiteindelijke opdracht van Legergroep Midden was om in samenwerking met Heeresgruppe Nord de vijandelijke troepen in de Baltische staten en het gebied ten westen hiervan te vernietigen en vervolgens de opmars naar Moskou in te zetten.
Legergroep Midden
Generalfeldmarschall Fedor von Bock had de leiding over de operaties van Heeresgruppe Mitte. De legergroep was samengesteld uit de 9. Armee, onder leiding van Generaloberst Adolf Strauß, de 4. Armee onder commando van Generalfeldmarschall Günther von Kluge, Generaloberst Hermann Hoth's Panzergruppe 3III. Armeekorps, Förster's VI. Armeekorps, Schmidt's XXXIX. Armeekorps (motorisiert) en Kuntzen's LVII. Armeekorps) en Panzergruppe 2 (Schroth's XII. Armeekorps, Von Schweppenburg's XXIV. Armeekorps, Von Vietinghoff-Scheel's XLVI. Panzerkorps en Lemelsen's XLVII. Panzerkorps), aangevoerd door Generaloberst Heinz Guderian. Hermann Hoth kreeg de opdracht met Panzergruppe 3 ten noorden van de Bialystok-saillant door te breken en koers te zetten via Vilno (Vilnius) naar Minsk. Heinz Guderian's Panzergruppe 2 moest de rivier de Bug oversteken ter hoogte van Brest-Litovsk en eveneens oprukken naar Minsk om zich aan te sluiten bij Hoth's Panzergruppe 3. Het was de bedoeling dat de Sovjettroepen ten westen van Minsk dan omsingeld zouden worden en de beide infanterielegers zouden dan de taak op zich nemen deze troepen te vernietigen. Luchtsteun bij de operaties van Heeresgruppe Mitte werd verzorgd door Luftflotte 2 onder bevel van Generalfeldmarschall Albert Kesselring.
Het Speciaal Westelijke Militaire District
Tegenover Legergroep Midden stonden vier Sovjetlegers, van noord naar zuid waren dat het 11e, het 3e, het 4e en het 10e Leger. Luitenant-generaal V.I. Morosov's 11e Leger, bijgestaan door het 3e Gemechaniseerde Korps behoorde tot het Speciaal Baltisch Militair District. De andere drie legers behoorden tot kolonel-generaal Dmitry G. Pavlov's Speciaal Westelijk Militair District. Dmitry G. Pavlov had in zijn achterhoede ook nog luitenant-generaal P.M. Filatov's 13e Leger tot zijn beschikking. Deze had echter alleen een hoofdkwartier, maar was zich aan het mobiliseren. In de punt van de Bialystok-saillant bevond zich het 10e Leger onder luitenant-generaal K.D. Golubev dat ondersteund werd door het goed uitgeruste 6e Gemechaniseerde Korps en het vrijwel zonder tanks opererende 13e Gemechaniseerde Korps. Aan de linkerflank van het 10e Leger nam het 4e Leger onder majoor-generaal A.A. Korobkov verdedigende stellingen in, ondersteund door het 14e Gemechaniseerde Korps. Aan de rechterflank van het 10e Leger was luitenant-generaal V.I. Kuznetsov's 3e Leger gestationeerd dat ondersteuning kreeg van het 11e Gemechaniseerde Korps.
De Duitse doorbraak
Na de inleidende artilleriebeschieting op de verdedigende stellingen van het 4e Leger rukte Guderian's Panzergruppe 2 in de vroege ochtend van 22 juni 1941 ter hoogte van Brest-Litovsk op naar de rivier de Bug. Bij de rivier de Bug aangekomen trof hij tot zijn grote verbazing de twee bruggen onverdedigd en onbeschadigd aan. Ten noorden van Brest-Litovsk wist de 18. Panzerdivision met de voor Operatie Seelöwe waterdicht gemaakte PzKpfw III (Tauchpanzer) tanks de rivier de Bug over te steken en op te rukken naar de Rivier de Lesna, waar de bruggen ook intact bleken te zijn. Maar doordat er te weinig bruggen ter beschikking waren (de belangrijkste bruggen over de Bug lagen in Brest-Litovsk, waar hevige tegenstand werd geboden) om de gigantische hoeveelheden aan troepen en materieel over de rivier te verplaatsen ontstonden er verkeersopstoppingen. Om deze te verhelpen werden er ten zuiden van Brest-Litovsk pontonbruggen aangelegd zodat de gemotoriseerde formaties hun opmars naar het oosten konden blijven voortzetten. De enige zware tegenstand die Guderian ontmoette was zoals al eerder vermeld in Brest-Litovsk zelf. De tegenstand was hier dermate heftig, dat Guderian het gevaar liep achter te raken op zijn tijdschema. Daarom verzocht hij de bevelhebber van de 4. Armee of diens infanterie het innemen van het fort van Brest-Litovsk voor zijn rekening wilde nemen, zodat Panzergruppe 2 de opmars naar het oosten met een grote troepenmacht kon blijven voortzetten. Generalfeldmarschall Günther von Kluge stemde daarmee in, op voorwaarde dat Heinz Guderian met zijn Panzergruppe 2 onder direct bevel kwam te staan van de 4. Armee (en dus van hemzelf). Nadat Von Kluge de 45. Infanteriedivision aangewezen had om Brest-Litovsk te veroveren was Guderian's gemotoriseerde infanterie niet meer gebonden en kon deze zijn opmars naar het oosten voortzetten, waardoor Pruzhani de dag erna (23 juni) veroverd werd.
Voor Hoth’s Panzergruppe 3 was de eerste dag uitermate goed verlopen. Na het voorbereidende spervuur was de Panzergruppe 3 aan de linkerflank van Heeresgruppe Mitte door de kwetsbare linie gebroken die de scheidslijn vormde tussen de legers van het Westelijk (V.I. Kuznetsov's 3e Leger) en het Noordwestelijk Front (Morosov's 11e Leger). Er waren vier bruggen over de rivier de Nyemen in Hoth's sector, waarvan de belangrijkste drie 45 tot 70 kilometer landinwaarts gelegen waren. Bij de bruggen te Olita versperden de Sovjet 126e Divisie en de 5e Tankdivisie echter de oversteekplaatsen. Hermann Hoth verzocht om extra luchtsteun waarna de Luftwaffe korte metten maakte met de Sovjetverdedigers. De Sovjets hadden tijd genoeg om de bruggen op te blazen, maar doordat de bevelhebber van het 4e Bruggenbouwers Regiment geen antwoord kreeg op zijn verzoek de overgangen op te blazen, bleven deze onbeschadigd en vielen in Duitse handen. Hoth kon daardoor in rap tempo een stevig bruggehoofd vormen aan de oostelijke oever van de Nyemen. Het 11e Leger had zich inmiddels in paniek teruggetrokken en het 3e Leger werd verdreven naar het zuiden. Daardoor was de opening tussen het 11e en het 3e Leger 150 kilometer breed geworden wat tot gevolg had dat de weg naar Vilno geheel onverdedigd open lag.
Sovjet-tegenmaatregelen
Pavlov had helemaal niet in de gaten in welke penibele situatie het Westelijk Front beland was geraakt; zo waren bijvoorbeeld de verbindingen naar het hoofdkwartier van het 4e Leger door sabotageacties verbroken. Korobkov's 4e Leger was op de eerste dag hard getroffen door de Duitse invasie; zo werd hij gedwongen zijn hoofdkwartier te verplaatsen van Kobrin naar Pruzhani na zware bombardementen van de Luftwaffe. Bovendien werden zijn verbindingen met het 10e Leger verbroken door Guderian's doorbraak. Zoals al eerder beschreven werden de verdedigers van Brest-Litovsk geïsoleerd van het 4e Leger. Korobkov wilde in de middag van de 22e juni Brest-Litovsk ontzetten door een tegenaanval in te zetten in samenwerking met het 10e Leger. Maar doordat er geen verbinding was stond Korobkov er alleen voor en had hij alleen het 14e Gemechaniseerde Korps tot zijn beschikking dat ten noordoosten van Brest-Litovsk gestationeerd was. Na een aantal uren voorbereiding verschenen Duitse duikbommenwerpers boven de regio waar het 14e Gemechaniseerde Korps zich opstelde, wat tot gevolg had dat de tegenaanval nooit plaatsvond. Hierna werden de overblijfselen van Korobkov's 4e Leger teruggeworpen naar het oosten.
Pavlov had wel nog incidenteel contact met het 10e en het 3e Leger. In navolging van NKO directief nr. 3 liet Pavlov zijn plaatsvervanger luitenant-generaal Ivan V. Boldin overvliegen naar het hoofdkwartier van het 10e Leger bij Bialystok om een tegenaanval te organiseren. Gobulev rapporteerde aan Boldin dat zijn infanterie zwaar gehavend was door de Duitse aanvallen en dat bovendien zijn luchtdoelgeschut vernietigd was. Gobulev liet de reserves van zijn leger verzamelen voor de tegenaanval die in de vroege morgen van 23 juni uitgevoerd moest worden door de weinige overgebleven troepen. De bedoeling was om vanuit de lijn Bialystok-Grodno aan te vallen om een Duitse penetratie naar Volkovysk te voorkomen. Ivan V. Boldin en Gobulev hadden echter weinig troepen tot hun beschikking. Onder deze troepen viel het onvolledig uitgeruste 13e Gemechaniseerde Korps dat bovendien samengesteld was uit verouderde lichte T-26 tanks. Verder hadden Boldin en Gobulev de beschikking over de 3e Cavaleriedivisie. Beide formaties vormden een gevechtsgroep die zich in de vroege morgen van 23 juni verzamelde om de aanval te openen. Enkele ogenblikken nadat de mars ingezet was, werd de gevechtsgroep door de Luftwaffe aangevallen. Wegens gebrek aan luchtdoelgeschut werd het treffen een waar bloedbad en binnen een mum van tijd had de geïmproviseerde gevechtsgroep opgehouden te bestaan. Enkele dagen zouden de overblijfselen van het 10e Leger zich nog wanhopig blijven verzetten, maar het 10e Leger hield in feite op te bestaan als een georganiseerde gevechtseenheid, met uitzondering van samengeraapte overblijfselen, die wanhopig uit de Duitse omsingeling probeerden te breken.
In Moskou heerste algehele verwarring tijdens die desastreuze eerste dagen van Operatie Barbarossa. Er was nauwelijks informatie beschikbaar over de situatie aan het front en als er al informatie binnenkwam, was deze meestal al achterhaald. Op het moment dat de generale staf in Moskou enigszins begon in te zien welke catastrofe er zich aan het front aan het ontwikkelen was zond het stafofficieren op patrouille die dan iedere avond aan Moskou verslag uitbrachten van de actuele situatie aan het front. Ook werd er beroep gedaan op leden van de Communistische Partij in de door de Duitsers veroverde gebieden om gegevens over de Duitse sterkte en troepenbewegingen te verzamelen en deze door te geven aan Moskou.
De beide Duitse infanterielegers waren inmiddels begonnen aan omtrekkende bewegingen om de troepen rond Bialystok te omsingelen. Vanuit het zuiden rukte Generalfeldmarschall Günther von Kluge met zijn 4. Armee op richting het gebied ten oosten van Bialystok, waar een aansluiting tot stand moest komen met het 9. Armee onder leiding van Generaloberst Adolf Strauß dat vanuit het noorden zou arriveren. Het XX. Armeekorps (9. Armee) had ondanks verbitterde tegenstand op 23 juni de 56e, 85e en 27e Divisies verdreven uit Grodno en deze teruggeworpen op de rechteroever van de Nyemen. Kolonel-generaal Dmitry G. Pavlov stuurde zijn afgevaardigde Boldin opnieuw er opuit voor het organiseren van een tegenaanval met de bedoeling Grodno te heroveren (om zo een omsingeling van de troepen rondom Bialystok te voorkomen) en, zoals Pavlov veronderstelde, Panzergruppe 3 in de rechterflank aan te vallen. Hoth's Panzergruppe 3 bevond zich echter in werkelijkheid al veel verder naar het oosten en had in de ochtenduren van 24 juni Vilno veroverd en inmiddels koers gezet richting Molodechno.
De slag bij Grodno
Op 24 juni begaf I.V. Boldin zich ten oosten van Bialystok waar hij het bevel kreeg over het 6e en het 11e Gemechaniseerde Korps. Verder had Boldin nog de beschikking over het 6e Cavaleriekorps. Het 6e Gemechaniseerde Korps was één van de best uitgeruste korpsen van het hele Rode Leger. Bevelhebber Khatskilevich had de beschikking over 1.022 tanks, waarvan 352 van de nieuwe types KV-1 en T-34, terwijl Mostovenko's 11e Gemechaniseerde Korps het moest doen met verouderde tanks. De voorraden brandstof en munitie waren beperkt, omdat de Luftwaffe hevige bombardementen had uitgevoerd op de depots.
Toch ging Boldin met zijn gehavende strijdkrachten over tot de aanval. Het 11e Gemechaniseerde Korps trok als eerste ten strijde, Grodno vanuit het zuiden naderend, gevolgd door het 6e Gemechaniseerde Korps dat vanuit het noordoosten van Bialystok oprukte naar het zuidoosten van Grodno. De aanval kwam langzaam op gang, het 11e Gemechaniseerde Korps moest 50 km en het 6e Gemechaniseerde 70 km afleggen naar hun startposities door gebieden, waar de Luftwaffe een luchtoverwicht had. Het merendeel van de tanks bereikte daarom nooit zijn startposities. Brandstofgebrek en mechanische defecten waren de andere oorzaken waardoor veel tanks hun verzamelpunt voor de aanval nooit bereikten. Toch wisten nog zo'n 200 tanks uiteindelijk in contact te komen met de Duitse infanterie, die aanvankelijk geen schijn van kans had. De granaten van het 37mm anti-tankkanon konden met geen mogelijkheid door de dikke bepantsering van de moderne Sovjettanks dringen. Anderen probeerden wanhopig met handgranaten de zware KV-1 en de middelzware T-34 tanks tot stilstand te brengen, maar ook deze pogingen mislukten. De Duitsers werden van het zuidwesten van Grodno naar het noorden teruggedreven met kolonel N.P. Studnev's 29e Tankdivisie, in de speerpunt van de Sovjetaanval. General der Infanterie Friedrich Materna, bevelhebber van het XX. Armeekorps, verzocht om extra luchtsteun en het was General der Flieger Wolfram Freiherr von Richthofen's VIII. Fliegerkorps dat een einde maakte aan de 7 kilometer lange Sovjetopmars. De Stuka's die in sommige gevallen gebruik maakten van fosforbommen bleken uiterst effectief in het vernietigen van de lange tankcolonnes waardoor de Sovjet-tegenaanval uiteindelijk doodbloedde.
De Sovjetverliezen liepen op tot meer dan 50% en er zat voor Boldin niets anders op dan de aftocht te blazen. De overblijfselen van de Sovjetformaties trokken zich terug in de bossen ten oosten van Bialystok. Boldin's tegenaanval had niet het gewenste resultaat opgeleverd, maar doordat de Duitse opmars vertraagd werd konden veel Sovjettroepen zich vanuit de regio rond Bialystok naar het oosten terugtrekken om uit de tangbeweging van de 9. Armee en de 4. Armee te ontsnappen (al bleek deze ontsnapping uiteindelijk maar tijdelijk).
Sovjet-aftocht
Op 25 juni gaf maarschalk Semyon K. Timoshenko aan Pavlov het bevel zijn troepen terug te trekken uit de Bialystok-saillant om een verdedigingslinie te vormen langs de lijn Lida-Slonim-Pinsk. Met deze formaties en het zwaar onderbemande 13e Leger moest Pavlov de gefortificeerde districten Slutsk en Minsk verdedigen. De voorgenomen terugtocht moest plaats gaan vinden in de nacht van 25 op 26 juni. Dit was echter onmogelijk, want het 4e Leger zat opgesloten langs de westoever van de Schlara en het 10e en 3e Leger probeerden zich wanhopig in oostelijke richting terug te trekken, waar nog maar een corridor met een breedte van 50 kilometer open was tussen Volkovysk en Skydel. Toch gaf Pavlov na het inzien van de onmogelijke situatie die 25e juni orders aan de verschillende legercommandanten. Het 13e Leger moest verdedigende stellingen innemen bij Molodechno, het 3e Leger bij Lida, het 10e Leger bij Slonim (dat inmiddels al door de Duitsers onder de voet was gelopen) en het 4e Leger in het zuiden in de regio van Pinsk. De volgende morgen evacueerde Pavlov zijn hoofdkwartier naar Mogilev.
Het XXIV. Panzerkorps, deel uitmakend van Generaloberst Heinz Guderian's Panzergruppe 2, stootte na de verovering van Pruzhani door naar de rivier de Schlara. De rivier werd overgestoken en er werd koers gezet richting Slonim. Daardoor werd de ontsnappingsroute van Korobkov's 4e Leger geblokkeerd. Korobkov reageerde hierop door twee divisies (55e en 121e) van Slutsk en Bobruisk naar de regio rond Slonim en Baranovici over te plaatsen. Intussen had Heinz Guderian op 25 juni Baranovici veroverd en stuurde de 17. en 18. Panzerdivision richting Minsk. Om de ring gesloten te houden en dus te voorkomen dat Sovjettroepen oostwaarts zouden kunnen uitbreken had de 29. Infanteriedivision (motorisiert) posities ingenomen ten noordwesten van Slonim. Een samenraapsel van Sovjettanks en -infanterie van het 47e Korps Fuseliers en het 17e Gemechaniseerde Korps opende op de 26e juni de tegenaanval op de colonnes van de 29. Infanteriedivision (motorisiert). De verliezen aan beide zijden waren hoog en het Duitse anti-tankgeschut had opnieuw geen schijn van kans tegen de Sovjettanks. Genietroepen moesten opnieuw in actie komen om de tanks met zware explosieven te vernietigen.
Aan de linkerflank van Heeresgruppe Mitte was Hoth's Panzergruppe 3 inmiddels opgerukt richting Molodechno. De weg naar Molodechno werd geblokkeerd door de 100e Divisie. Maar ook deze divisie werd vernietigd door de pantserstrijdkrachten, hoewel er ook aan Duitse zijde aanzienlijke verliezen werden geleden. Het 13e Leger onder luitenant-generaal Filatov bestond uit restanten van vijf divisies en de 5e Tankdivisie. Na Pavlov's bevel op 25 juni voor het innemen van verdedigende posities bij Lida ging het 13e Leger op weg naar zijn stellingen. Filatov's hoofdkwartier werd echter diezelfde avond nog overrompeld, wat tot gevolg had dat de Duitsers gedetailleerde verdedigingsplannen van de Sovjets in handen kregen. Molodechno werd de volgende dag veroverd door Hoth's pantsertroepen.
Aan de rechterflank van Heeresgruppe Mitte waren eenheden van de 1. Kavaleriedivision en 4. Panzerdivision (beide deel uitmakend van Guderian's Panzergruppe 2) langs de noordelijke uiteinden van de Pripjat-moerassen opgerukt. Op 27 juni bevonden zij zich in de omgeving van het plaatsje Slutsk. Pavlov had echter eenheden van het 20e Gemechaniseerde Korps en 4e Luchtlandingskorps opdracht gegeven voor een laatste tegenaanval. De eenheden van het 20e Gemechaniseerde Korps hadden alleen de beschikking over 94 verouderde tanks en rukte vanuit Minsk op richting Slutsk. De twee Luchtlandingsbrigades (7e en 8e) moesten een landing uitvoeren bij Slutsk. Maar door gebrek aan transportvliegtuigen werden zij te voet richting Slutsk gestuurd. Daar kwam het tot een confrontatie met eenheden van de
De val klapt dicht
Ondanks Pavlov's verwoede pogingen werd de tangbeweging om de overblijfselen van het 10e, 3e, 4e en delen van het 13e Leger gesloten op 30 juni toen Hermann Hoth's Panzergruppe 3 en Heinz Guderian's Panzergruppe 2 elkaar ontmoetten even ten westen van Minsk. In feite hield het Westelijk Front op te bestaan als een georganiseerde gevechtsformatie. De 9. Armee en 4. Armee kregen de opdracht het karwei af te maken. De gedesorganiseerde Sovjetstrijdkrachten bleven zich echter hevig verzetten. Doordat Heeresgruppe Mitte simpelweg te weinig troepen had om de 'ring' rond de omsingelde Sovjetlegers geheel te sluiten gaf Hitler het bevel aan de commandanten van Heeresgruppe Mitte om de opmars naar het oosten stop te zetten. Zeer tegen de wil van Fedor von Bock, Heinz Guderian en Hermann Hoth namen de mobiele formaties aan de oostkant van de Minsk-pocket verdedigende posities in. Bovendien werd de 2. Armee onder bevel van Generalfeldmarschall Maximilian Freiherr von Weichs vanuit de OKH reserve toegewezen aan Heeresgruppe Mitte om de verzetshaarden op te ruimen. Toch stuurden Guderian en Hoth eenheden van de 3., 17. en 18. Panzerdivision richting de Berezina en de Dnjepr om bruggenhoofden te veroveren, wat zorgde voor een hevig meningsverschil tussen Günther von Kluge en Heinz Guderian. Dat nam niet weg dat Operatie Barbarossa in een volgende fase was beland: de Slag om Smolensk.
Pas op 9 juli gaven de omsingelde troepen zich over, nadat ze door hun munitievoorraden heen waren. De Duitsers claimden 287.704 Sovjetmilitairen krijgsgevangen te hebben genomen en 2.585 tanks te hebben buitgemaakt. De verliezen van het Westelijk Front bedroegen volgens Sovjet-opgaven 417.790 slachtoffers, waarvan 341.073 soldaten werden gedood, krijgsgevangen genomen of vermist werden. Het Westelijk front verloor ook nog eens 4.799 tanks, 9.427 artilleriestukken en 1.777 gevechtsvliegtuigen. Maar doordat de Duitsers niet voldoende troepen hadden om de omsingeling geheel te sluiten, wisten grote aantallen Sovjetsoldaten door de bressen te ontsnappen en zich terug te trekken over de rechteroever van de Berezina. Zo wist Boldin bijvoorbeeld met 1.654 soldaten oostwaarts uit te breken en zich bij de hoofdmacht van het Rode Leger te voegen. Anderen, zoals bijvoorbeeld kolonel Nikiporovich, wisten aan krijgsgevangenschap te ontkomen en partizaneneenheden op te zetten die het de Duitsers de komende jaren behoorlijk moeilijk zouden gaan maken. De uit de omsingeling ontkomen Pavlov werd op 29 juni opgevolgd door luitenant-generaal Andrei I. Yeremenko, die de bijna onmogelijke taak kreeg de Duitsers er van te weerhouden door te breken naar Smolensk. Deze positie bekleedde hij echter maar twee dagen, want Stalin besloot om zijn meest ervaren bevelhebber, maarschalk Semyon K. Timoshenko het bevel te geven over het belangrijke Westelijke Front. De ongelukkige Pavlov werd teruggeroepen naar Moskou om verantwoording af te leggen voor de catastrofe die het Westelijke Front was overkomen. Een maand later werd kolonel-generaal D.G. Pavlov samen met enkele leden van zijn staf op persoonlijk bevel van Stalin geëxecuteerd.
Definitielijst
- Armee
- Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
- Divisie
- Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
- Heeresgruppe
- Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
- infanterie
- Het voetvolk van een leger (infanterist).
- invasie
- Gewapende inval.
- Luftwaffe
- Duitse luchtmacht.
- maarschalk
- Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
- Operatie Seelöwe
- Codenaam voor de nooit uitgevoerde Duitse invasie van Groot-Brittannië.
- Regiment
- Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
- Rode Leger
- Leger van de Sovjetunie.
Pagina navigatie
- <<< (Operaties in het Oostzeegebied)
- Pagina 1 (Index)
- Pagina 2 (Inleiding)
- Pagina 3 (Het Duitse aanvalsplan)
- Pagina 4 (De Wehrmacht in 1941)
- Pagina 5 (Het Rode Leger in 1941)
- Pagina 6 (Sovjet-verdedigingsplannen)
- Pagina 7 (Openingsaanvallen)
- Pagina 8 (Operaties in het Oostzeegebied)
- Pagina 9
- Pagina 10 (De gevechten in de Oekraïne)
- Pagina 11 (Nawoord)
- >>> (De gevechten in de Oekraïne)
Afbeeldingen
Kaart van de dubbele omsingeling bij Bialystok en Minsk.
PzKpfw III van de 18. Panzerdivision tijdens de oversteek van de Bug, 22 juni 1941.
Halfrupsvoertuigen van Generaloberst Heinz Guderian's Panzergruppe 2 in Wit-Rusland, juni 1941.
Duitse troepen marcheren langs achtergelaten Russisch materieel van het 3e en 4e Leger.
Informatie
- Artikel door:
- Tom Notten
- Geplaatst op:
- 25-08-2003
- Laatst gewijzigd:
- 23-10-2009
- Opmerkingen? Spelfouten?
- Geef ons uw feedback!