Toen in april 1940 de Duitse troepen Noorwegen binnenvielen had het land meer dan honderd jaar geen oorlog gekend. Het land had dan ook nagenoeg geen noemenswaardig leger. De overheid stond op het standpunt dat een land als Noorwegen zich toch nooit tegen de grootmachten zou kunnen wapenen.
Ten tijde van de invasie van Finland door de Sovjet-Unie (Winteroorlog) was enigszins een kentering ontstaan. Grote delen van het bestaande Noorse leger waren naar het noorden gestuurd om een mogelijke Sovjetinvasie af te wachten. Toen in maart 1940 de wapenstilstand werd getekend, liet men dit leger echter weer huiswaarts keren. Tijdens de Duitse invasie op 8 april 1940 was men nog maar net begonnen met het opnieuw mobiliseren. Ondanks tekortkomingen wisten de Noren het de Duitse aanvaller nog behoorlijk moeilijk te maken. Uiteindelijk moest de regering zich op 9 juni 1940 overgeven.
