Vrouwen in de nazi-ideologie en de nazi-economie

De positie van de vrouw in de Duitse economie

De economische problemen waren enorm toen Hitler aan de macht kwam. Duitsland stond op de rand van het faillissement. De daling van de inkomens droeg sterk bij tot de radicalisering van het electoraat na 1929 en de opkomst van de nationaalsocialistische beweging. De nazi-leiders hadden echter geen toverformule voor de economische problemen. De aandacht ging in die beginjaren allereerst naar het economisch herstel. Eenmaal de macht geconsolideerd, koos Hitler ervoor om de economie meer en meer op oorlog af te stemmen, wat een grotere inmenging van de overheid impliceerde. Versnelde herbewapening ging hand in hand met grotere autarkie: het in 1936 opgestarte Vierjahresplan moest de Duitse industrie zelfvoorzienend maken, vooral inzake olie, staal en rubber.

Het belangrijkste doel was het optrekken van de werkgelegenheid. De werkloosheidscrisis was een sleutelpunt in de nazi-aanvallen op de Weimar-regering. Tussen 1929 en 1933 daalde het aantal voltijds werkende Duitsers van 20 miljoen tot 11,4 miljoen. Opvallend genoeg namen Duitse vrouwen een groter deel van de arbeidsplaatsen in dan dat in andere industrielanden het geval was, terwijl zij wettelijk als werkloos geregistreerd stonden. De belangrijkste reden lag in de zwakte van de Duitse economie: om de recessie het hoofd te bieden, stelden bedrijfsleiders vrouwen te werk omdat zij goedkopere krachten waren. De naziís weerden de vrouwen aanvankelijk weer uit de economie.

Dankzij speciale projecten, zoals de aanleg van wegen en bruggen, de bouw van woningen en de promotie van de auto- en motorindustrie (bijvoorbeeld Volkswagen) daalde de werkloosheid vanaf 1933 langzaam. De economische heropleving wordt te pas en te onpas verklaard als gevolg van de herbewapening, maar dat werd pas economisch significant in 1934-1935 toen het herstel al begonnen was. Waarom duurde het zolang vooraleer de herbewapening op gang kwam? Hitler zag werkcreatie en publieke investeringen als een belangrijk onderdeel van de sociale en materiŽle heropbouw. De autowegen waren het symbool van het nieuwe nazi-tijdperk. Daarnaast werden de eerste bewapeningsprogramma's gecamoufleerd om conflicten met de machten van het Versaillesverdrag te vermijden. Het was ook niet duidelijk hoe er militaire investeringen konden komen zonder inflatie te veroorzaken. Tenslotte waren de militairen voorstander van een stapsgewijze herbewapening: ze wilden de economie niet overladen na de zware crisis. Dit alles maakte het moeilijk om de economie snel en extensief om te vormen tot een oorlogseconomie.

Vanaf 1936 werd de economie voorbereid op een oorlog. De productie van niet-levensnoodzakelijke goederen werd naar het achterplan verschoven ten voordele van de militaire productie. De indirecte bewapening tussen 1936 en 1939 was belangrijker dan de directe productie van militaire uitrusting, omdat zo de economie langzaam tot een oorlogseconomie werd omgevormd en het aantal geschoolde arbeidskrachten werd uitgebreid. De groeiende economische activiteit bracht veel vrouwen in de zware industrie en de bewapeningssector. Tussen 1938 en 1941 steeg hun aantal in de chemische industrie met 67% en in de metaalindustrie met 59%. Toch was de economie nog niet gereed, toen de oorlog in september 1939 begon. De grote projecten (onder meer met betrekking tot de olieproductie en de spoorwegen) waren verre van afgerond. De plannen voor de bewapening, vooral van de luchtmacht en de vloot, waren nog niet gerealiseerd. Vele problemen waarmee Duitsland tijdens de oorlog werd geconfronteerd, waren het resultaat van het vroegtijdig uitbreken van de oorlog.

In 1936 werd duidelijk dat Duitsland arbeiders tekort had. Er was tekort aan arbeiders van buiten de traditionele arbeidsmarkt: dit betekende de tewerkstelling van vrouwen ťn een omschakeling in de nationaalsocialistische arbeidspolitiek. Tot 1936 was het uitsluiten van vrouwen een doeltreffende manier om de werkloosheidsstatistieken te manipuleren. De naziís creŽerden arbeidsplaatsen voor mannen door vrouwen eruit te verwijderen. Dit was nauw gelinkt aan het nationaalsocialistische geloof in de biologische functie van de vrouw als moeder en huisvrouw en werd gepromoot door het toekennen van leningen tegen een lage rente aan jonggehuwden, op voorwaarde dat de vrouw haar baan opgaf.

Door de nood aan arbeidskrachten veranderde de instelling van de nazi's. Toch hadden de maatregelen voor het intensifiŽren van vrouwenarbeid niet altijd het gewenste effect. Er was wel een stijging van het aandeel van de vrouwen in de machine-, mijn- en staalindustrie, maar tegelijkertijd nam het dienstpersoneel toe met 166.000 vrouwen. Het percentage van vrouwen in de landbouw nam onvoldoende toe, waardoor de werkdruk toenam: vele DAF-rapporten meldden dat vrouwen in de landbouwstreken overwerkt waren en onder grote spanning stonden, wat in schril contrast stond met de propaganda van de natuurlijke Artgemšssheit voor vrouwen. Die contradictie gold ook voor de enige vooroorlogse maatregel in verband met de inzet van vrouwen, namelijk de vrouwelijke arbeidsdienst. In 1935 werden meisjes vanaf 16 jaar verplicht een jaar arbeidsdienst te verrichten als huishoudster of in de landbouw. Op 1 januari 1939 werd die verplichting uitgebreid tot alle vrouwen jonger dan 25 jaar. Zulke maatregelen waren omstreden: Hermann GŲring merkte op dat vrouwen bij het gezin hoorden te blijven en niet moesten gaan werken, maar hij vond wel dat de omstandigheden zulke maatregelen rechtvaardigden.

Er werd vaak gesteld dat Duitsland, in vergelijking met Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten, er niet voldoende in slaagde voordeel te halen uit de vrouwelijke arbeidsreserves. Indien Duitsland dat wel had gekund, kon het land veel hogere productiecijfers halen. De nazi-ideologie en de angst om zware eisen aan de Duitse bevolking te stellen, stonden dit echter in de weg. Die theorie berustte op het feit dat het absolute aantal vrouwen onder de arbeidskrachten nauwelijks toenam tijdens de oorlog, maar is intussen door meerdere auteurs (Herbert, Stephenson en Overy) ondergraven. Duitsland kende eind jaren 30 al een hoge graad van vrouwelijke tewerkstelling en tijdens de oorlog vond er een herverdeling van de vrouwelijke arbeiders plaats in de richting van de militaire sectoren. Vooral het eerste punt was van grote betekenis. De tewerkstelling van vrouwen nam vanaf 1935-1936 sterk toe als resultaat van de arbeidspolitiek van het regime. De stijging was opvallend: van 13% naar 19% in de ijzer-, staal- en machine-industrie; van 12% naar 29% in de elektro-technische industrie; van 18% naar 25% in de sector van precisie- en optische instrumenten. Tegen 1939 bedroeg het totaal aantal tewerkgestelde vrouwen 14,8 miljoen of 37,4%. In Groot-BrittanniŽ was dat Ďslechtsí 26,4%. Tijdens de oorlog steeg het aandeel van de vrouwen in de Duitse industrie tot 51%, terwijl de Britse vrouwen hun aandeel 'maar' tot 37,9% zagen aangroeien. Dit past niet in de traditionele opvatting van de naziís als fervente tegenstanders van vrouwenarbeid. Zij vonden het weliswaar niet ideaal dat vrouwen, en zeker gehuwden, buitenshuis gingen werken, maar maakten de ideologie ondergeschikt aan de arbeidsnoodzaak en de oorlogsdoeleinden.

Aandeel van de vrouwen in de tewerkstelling
Duitsland Groot-BrittanniŽ Verenigde Staten
Mei 1939 37,3% Juni 1939 26,4% - -
Mei 1940 41,4% Juni 1940 29,8% 1940 25,8%
Mei 1941 42,6% Juni 1941 33,2% 1941 26,6%
Mei 1942 46,0% Juni 1942 36,1% 1942 28,8%
Mei 1943 48,8% Juni 1943 37,7% 1943 34,2%
Mei 1944 51,0% Juni 1944 37,9% 1944 35,7%

Zoals gezegd vond er tijdens de Tweede Wereldoorlog ook een significante herverdeling van de vrouwelijke tewerkstelling plaats in het voordeel van de oorlogsproductie. Die herverdeling nam twee vormen aan. De eerste was een herverdeling binnen de industrie, weg van de consumptiegoederen naar de oorlogsgerelateerde sectoren. Onderstaande tabel geeft dit weer.

Verdeling van de vrouwen in de Duitse industrie (x 1000)
Mei 1939 Mei 1940 Mei 1941 Mei 1942 Mei 1943
Productiegoederen
- Chemie 184,5 197,4 204,7 215,8 255,9
- IJzer en staal 14,7 18,4 29,6 36,3 64,9
- Constructie 216,0 291,3 363,5 442,0 603,0
- Elektro 173,5 185,4 208,1 226,3 264,7
- Precisie- en optische instrumenten 32,2 37,2 47,6 55,6 67,2
- Metaal 139,1 171,3 172,0 192,2 259,5
Totaal 760,2 901,3 1025,7 1168,4 1515,4
Consumptiegoederen
- Drukkerijen 97,2 88,8 92,6 73,9 60,1
- Papier 89,5 84,3 79,2 71,9 73,1
- Leder 103,6 78,7 85,0 81,8 95,6
- Textiel 710,1 595,4 581,3 520,9 546,3
- Kleding 254,7 226,5 225,3 212,8 228,9
- Keramiek 45,3 41,4 39,5 37,1 42,8
- Voeding 324,6 273,5 260,9 236,8 238,0
Totaal 1625,3 1388,7 1364,0 1235,4 1284,5

De tweede vorm van herverdeling was minder opvallend, maar niet minder belangrijk. Een groot aantal vrouwen werkte in de landbouwsector. De vrouwelijke tewerkstelling nam er toe met 230.000 tussen 1933 en 1939, terwijl het aantal mannen er daalde met 640.000. Tijdens de oorlog maakten vrouwen in 1939 54,5% uit van de Duitse tewerkstelling in de landbouw, in mei 1942 61,6% en in 1944 65,5%. Door de dienstplicht voor de landbouwers en de landarbeiders - tegen juni 1941 meer dan ťťn miljoen mannen - waren meer en meer vrouwen verplicht om de boerderijen alleen te leiden, waar mogelijk geholpen door buitenlandse krijgsgevangenen of arbeiders. De vrouwen namen zo een belangrijke plaats in, want de landbouwsector was essentieel tijdens de oorlog. Bovendien werd de extra hulp aan de landbouw in drukke periodes (zoals tijdens de oogst) vooral geleverd door vrouwen. In de zomer van 1942 werden ťťn miljoen Duitsers gerekruteerd, zowel tijdelijk als permanent, voor arbeid in de landbouw. Daarbij waren maar liefst 948.000 vrouwen. Veel van dit 'parttime'-werk verscheen niet in de statistieken, die enkel oog hadden voor voltijdse arbeid. Hetzelfde fenomeen deed zich voor in andere sectoren. Zo werden tegen juni 1941 600 000 mannen uit de detailhandel gerekruteerd, waardoor de vrouwen verplicht werden de zaak draaiende te houden. Vrouwen namen banen als postbodes, buschauffeurs en spoorwegarbeiders over van de mannen. In de kantoorarbeid betekende de herverdeling hoofdzakelijk het verrichten van ander werk, meer gerelateerd aan de oorlogsindustrie.

Door de grote aanwezigheid van vrouwen op de arbeidsmarkt in het vooroorlogse Duitsland was het moeilijk nog een werkelijke stijging van de tewerkgestelde vrouwen te bereiken. Men mag daaruit niet concluderen dat Duitsland heeft gefaald in het mobiliseren van de Duitse vrouwen. Het probleem van zulke conclusie is dat de arbeid verricht door landbouwersvrouwen, huishoudsters, detailhandelaarsters etcetera onvoldoende werd gewaardeerd als echt werk. Door het toenemend aantal mannen dat voor het leger werd opgeŽist, hadden vrouwen juist de "kans" nieuwe taken uit te voeren en een grotere verantwoordelijkheid op te nemen, terwijl ze tegelijkertijd een gezin moesten onderhouden. Vrouwen kregen een lager loon en maakten langere dagen dan de mannen. Gevolg was dat er in 1939 al duidelijke aanwijzingen waren van een dalende gezondheidsstandaard bij de werkende vrouwen: uitputting, toenemend absenteÔsme en vijandigheid tegenover het loonverschil. Een dokter schreef in zijn rapport over de gezondheid van vrouwenarbeid aan de lokale Landrat dat het aantal depressies en zenuwziekten toenam en raadde een sterke daling in de productiviteit aan. Zulke overwegingen, veel meer dan ideologische opvattingen, voorkwamen massalere rekruteringen van vrouwen voor de arbeidsmarkt.

Definitielijst

ideologie
Het geheel van beginselen en ideeŽn van een bepaald stelsel.
inflatie
Een langdurig economisch proces van algemene prijsstijging en geldontwaarding (koopkrachtdaling van het geld).
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Voorbijgangers lezen de 9 geboden van Hermann GŲring met betrekking tot zijn maatregels om de werkgelegenheid op te krikken. Vrouwen werden daarbij in eerste instantie geweerd uit de economie.
(Bron: USHMM)


Het aanleggen van autobanen was ťťn van de grote projecten die de nazi's op poten zetten om de werkloosheid op te lossen. Hitler geeft hier zelf de eerste spadesteek.
(Bron: Hitler Historical Museum)


Vanaf 1936 werden vrouwen uit noodzaak steeds meer in de economie ingezet. Hier zien we een groep jonge vrouwen op weg naar hun werk op de velden.
(Bron: USHMM)

Informatie

Artikel door:
Gerd Van der Auwera
Geplaatst op:
26-10-2003
Laatst gewijzigd:
03-07-2013
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.