Britse "E" type

Britse "E" type

De "E " klasse torpedobootjagers

In de dertiger jaren kreeg de Britse marine in de gaten dat de Duitse Kriegsmarine met een grootscheeps moderniseringsproces bezig was. Het werd al snel duidelijk dat een zekere modernisering van de Royal Navy noodzakelijk was geworden. Om te kunnen voldoen aan de vraag om kleinere snelle schepen die in verschillende taken konden worden ingezet, werd besloten om op basis van het bestaande D-klasse concept een nieuwe torpedobootjager te ontwikkelen.

Er werden totaal acht schepen gebouwd in deze klasse. Het waren, voor die tijd, goed bewapende schepen met vijf stuks 120 mm geschut, twee batterijen torpedolanceerbuizen en dieptebommen. De schepen waren zo ontworpen dat ze redelijk eenvoudig konden worden uitgerust voor het leggen van mijnen.

Als basis voor het ontwerp werd de romp van de bestaande D-klasse genomen. Benedendeks werd weinig veranderd aan het ontwerp, behalve dan moderner apperatuur. Bovendeks werd vooral de bewapening verbeterd ten opzichte van de D-klasse. Na aanvang van de Tweede Wereldoorlog, werd al snel duidelijk dat vooral aan de luchtafweer het nodige te verbeteren was. Gedurende de eerste oorlogsjaren werd dan ook de achterste torpedobatterij vervangen door een 76 mm (12 ponder) QF HA Mk I luchtafweergeschut. De aanwezige luchtafweer werd al snel vervangen door zes 20 mm/65 cal Oerlikon Mk V kanonnen in enkele en dubbelloops opstellingen. Om het schootsveld te verbeteren werd de achterste schoorsteen ingekort. Bij de meeste schepen werd uiteindelijk ook het achterste hoofdgeschut verwijderd, om ruimte te maken voor meer dieptebommen of mijnen.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: E-klasse
Aantal in klasse: 8
Land: Groot Brittannië
Type: Torpedobootjager
Waterverpl.: standaard: 1350 BRT
volledig beladen: ? BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 100 meter
Breedte: 10,13 meter
Diepgang: (volledig beladen) 2,60 meter
Aandrijving: Vermogen: 36000 shp
Max. Snelheid: 35,5 knopen
2 schachten geschakelde turbines
3 Admiralty 3 drum type boilers
Bewapening:

4 - 4.7"/45 cal QF Mk IX (120 mm)
8 - 0.5"/62 cal MG Mk III luchtafweergeschut (2x4)
8 - 21" (533 mm) Torpedolanceerbuizen (2x4)
2 - rekken met Mk VIII dieptebommen

Bemanning: 145 man

Hieronder volgt een globaal overzicht van de schepen uit de E-klasse. Het is geen compleet overzicht, maar schetst een beeld van de levensloop van de betrokken schepen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

HMS Echo H.23

Denny

20-03-1933

16-02-1934

22-10-1934

26-04-1956


De HMS Echo werd bekend in 1940 toen het als eerste de plaats bereikte waar de Duitse U-32 het passagiersschip Empress of Britain had getorpedeerd. Deze gebeurtenis kreeg wereldwijd bekendheid omdat de Empress of Britain nagenoeg alleen maar vrouwen en kinderen vervoerde.

De HMS Echo opereerde in de beginjaren in Britse thuiswateren. In maart 1942 was het schip betrokken bij de zoektocht naar het Duitse slagschip de Tirpitz, dat was uitgevaren voor een eerste strooptocht naar een aantal konvooien in de Noordelijke IJszee. In 1943 werd de HMS Echo ingedeeld bij de konvooibescherming in het noorden naar Moermansk. Eind 1943 werd het schip in de Middellandse Zee ingezet. In 1944 werd de HMS Echo verkocht aan de Griekse marine en kwam in dienst als de Navarinon. Het schip is in 1956 gesloopt te Dunston.

HMS Eclipse H.08

Denny

22-03-1933

12-04-1934

29-11-1934

24-10-1943

De HMS Eclipse werd eveneens ingezet bij de konvooidiensten naar en van Noord Rusland. In maart 1942 was het schip betrokken bij de zoektocht naar het Duitse slagschip de Tirpitz, dat was uitgevaren voor een eerste strooptocht naar een aantal konvooien in de Noordelijke IJszee. Op 24 oktober 1943 is het schip gezonken nadat het op een mijn was gelopen in de Egeïsche Zee, in de buurt van Kalymnos.

HMS Electra H.27

Hawthorne Leslie

15-03-1933

15-02-1934

13-09-1943

27-02-1942

Bij de tegenacties tijdens de Duitse invasie van Noorwegen, raakte de HMS Electra licht beschadigd bij een aanvaring. De HMS Electra was in mei 1941, als escorte van de HMS Hood, betrokken bij de jacht op de Bismarck en was getuige van de vernietiging van de HMS Hood. Kort hierna vertrok het schip naar Singapore om zich bij Force Z te voegen. De HMS Electra werd op 27 februari 1942, in de aanloop naar de Slag in de Javazee, door het Japanse schip de Asagumo of de Jintsu, tot zinken gebracht.

HMS Encounter H.10

Hawthorne Leslie

15-03-1933

29-03-1934

02-11-1934

01-03-1942

De HMS Encounter was voorafgaand aan de Slag in de Javazee, verantwoordelijk voor het oppikken van de overlevenden op van de Nederlandse torpedobootjager Hr Ms Kortenaer. Op 1 maart 1942 werd het schip zelf tijdens de Slag in de Javazee, tot zinken gebracht door de Japanse zware kruisers Asigara en Myoko.

HMS Escapade H.17

Scotts

30-03-1933

30-01-1934

03-08-1934

-02-1947

Bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog was HMS Escapade ingedeeld bij de Britse Home Fleet en nam het deel aan de tegenakties van de Britse marine ten tijde van de Duitse invasie van Noorwegen vanaf april 1940. Hierna volgt overplaatsing naar de Middellandse Zee. Gedurende deze periode (1942) is het schip ingedeeld bij de escorte van HMS Furious. De HMS Escapade werd de rest van de oorlog ingezet bij verschillende konvooidiensten.

HMS Escort H.66

Scotts

30-03-1933

29-03-1934

30-11-1934

11-07-1940

Toen op 25 februari 1940 de Duitse U-63 trachtte om konvooi HN.14 aan te vallen, werd het schip opgemerkt door de Britse onderzeeboot HMS Narwhal. Het Duitse schip werd hierna aangevallen door de escorte van het konvooi, waaronder de torpedobootjagers HMS Escort, HMS Imogen en HMS Inglefield. De Duitse onderzeeboot werd hierbij tot zinken gebracht.
Op 11 juli 1940 werd de HMS Escort zelf het slachtoffer van een torpedoaanval door de Italiaanse onderzeeboot Marconi.

HMS Esk H.15

Swan Hunter

24-03-1933

19-03-1934

28-09-1934

31-08-1940

De HMS Esk, behoorde samen met de HMS Express, HMS Icarus, HMS Intrepid en HMS Ivanhoe tot het 20e Jagereskader. Het was een speciale groep van torpedobootjagers die speciaal waren ingericht voor het leggen van mijnenvelden. Het schip was nog voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog ingericht voor gebruik als mijnenlegger. Hiertoe waren de achterste twee geschutstorens verwijderd, evenals de torpedobuizen.
Op 31 augustus 1940 was de eenheid onder bescherming van het 5e Jagereskader op een missie voor de Nederlandse kust. De schepen werden opgedragen om een vermeende Duitse invasievloot aan te vallen. Tijdens deze aktie liep een aantal schepen op een mijn. De HMS Esk werd zwaar beschadigd en zonk in de buurt van Texel.

HMS Express H.61

Swan Hunter

24-03-1933

29-05-1934

02-11-1934

03-06-1943 (naar Canada tot 1956 als HMS Gatineau)

Ook de HMS Express werd net als de HMS Esk omgebouwd tot mijnenlegger. Het schip werd zeer intensief ingezet bij de evacuatie van de geallieerde troepen uit Duinkerken en was één van de laatste schepen om met evacuées te vertrekken. Behorende tot dezelfde eenheid als de HMS Esk, werd ook de HMS Express door een mijn getroffen op die bewuste 31 augustus 1940. Het schip kon echter op sleeptouw worden genomen en ging maar liefst 13 maanden in reparatie. Nadat de HMS Espress in september 1941 weer in dienst kwam, werd het naar Singapore gestuurd om zich bij Force Z te voegen. Het was betrokken bij de operatie in december 1941, waarbij de HMS Prince of Wales en HMS Repulse door Japanse vliegtuigen tot zinken werden gebracht.Op 3 juni 1943, werd het schip overgedragen aan de Canadese marine om daar als HMS Gatineau tot 1956 dienst te doen.


Bronnen

- Battleships, Carriers and all other Warships, Website
- Kennedy, L., The Life and Death of the Tirpitz
- Preston, A. e.a., Jane's Fighting Ships of World War II, 1945 edition, Random House Group Ltd., 1989
- Walkowiak, T.F., Destroyer Escorts of World War 2, 1996
Versie: 22-3-2009 Artikel door: Wilco Vermeer

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2010
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/378/Britse-E-type.htm