Operatie Market Garden

Index


Plan en voorbereidingen

De geallieerde strijdkrachten die op 6 juni 1944 in Normandië waren geland, waaierden in de zomermaanden van 1944 over Frankrijk uit. Het zag er zelfs even naar uit dat West-Europa binnen enkele weken bevrijd zou zijn van de nazi's. Begin september 1944 waren Brussel en Antwerpen al door het Britse XXX Corps van Lieutenant General Brian Horrocks bevrijd. Het duurde dan ook niet lang voordat de geallieerde troepen aan de Belgisch-Nederlandse grens stonden. Er waren nu twee opvattingen over het voortzetten van de strijd. De geallieerde opperbevelhebber Dwight Eisenhower wilde Duitsland over een breed front aanvallen. De Brit Field Marshal Bernard Montgomery wilde door Nederland naar het IJsselmeer oprukken en vervolgens naar het oosten Duitsland binnen trekken. Op deze manier zouden de Duitse troepen in West-Nederland geïsoleerd worden en werd om de Siegfriedlinie, een sterke verdedigingslinie, heen getrokken. Zo zou de oorlog hoogstwaarschijnlijk vóór Kerstmis 1944 beëindigd zijn. Uiteindelijk werden op 10 september 1944 twee belangrijke besprekingen gehouden, één te Brussel waar Montgomery de toestemming kreeg van Eisenhower om zijn plannen voor deze operatie verder uit te werken, en één in het oude clubhuis van het Moor Park-golfterrein te Londen waar de divisiecommandanten op de hoogte werden gebracht van de eerste, en nog verder uit te werken, plannen. Deze operatie zou als naam meekrijgen: Operatie Market Garden.Dit plan bestond uit twee delen.

‘Market’ was de codenaam voor de Airborne-acties. Voor het succes van zo’n onderneming waren luchtlandingstroepen het aangewezen middel. Die speciale troepen stonden de geallieerden ter beschikking. In Engeland was namelijk de First Allied Airborne Army gecreëerd dat onder commando stond van de Amerikaanse Lieutenant General Lewis Brereton en zijn plaatsvervangend commandant, de Brit Lieutenant General Frederick Browning bijgenaamd "Boy". Drie geallieerde luchtlandingsdivisies zouden volgens plan afspringen in de omgeving van Eindhoven, Nijmegen en Arnhem en vervolgens een weg vrijmaken voor het Britse XXX Corps dat in de buurt van Neerpelt bij de Belgisch-Nederlandse grens stond. Dit XXX Corps zou dan op de eerste dag een verbinding moeten vormen met de luchtlandingstroepen bij Eindhoven, op de tweede dag met de luchtlandingstroepen bij Nijmegen en op de derde dag met de luchtlandingstroepen bij Arnhem.

  1. De Amerikaanse 82nd Airborne Division onder commando van Major General James Gavin zou in de omgeving van Groesbeek, Overasselt en Grave landen en had als taak om de brug over de Waal bij Nijmegen, de brug over de Maas bij Grave en minimaal één brug over het Maas-Waal Kanaal te veroveren en bezet houden.
  2. De Amerikaanse 101st Airborne Division onder commando van Major General Maxwell Taylor zou in de omgeving van Best, Son, St.Oedenrode en Veghel landen. De divisie had als taak om de bruggen over rivier de Aa en de Zuidwillemsvaart bij Veghel te veroveren. Tevens moesten de manschappen van Taylor de brug over de Dommel in St.Oedenrode en de brug over het Wilhelminakanaal bij Son veroveren en bezet te houden. Tot slot moest de divisie Eindhoven innemen en daar het eerste contact leggen met de oprukkende grondtroepen.
  3. De Britse 1st Airborne Division onder commando van Major General Robert Urquhart zou in de omgeving van Wolfheze en Oosterbeek landen. De divisie had als doel om de verkeersbrug in Arnhem te veroveren en minimaal voor 48 uur bezet te houden totdat de versterkingen vanuit het zuiden waren gearriveerd. De Britten zouden later ook nog hulp krijgen van de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade onder commando van Majoor-Generaal Stanislaw Sosabowski.

‘Garden’ was de codenaam voor de grondtroepen. Het Britse XXX Corps onder commando van Lieutenant General Brian Horrocks moest uit het bruggenhoofd over het Maas-Scheldekanaal bij Neerpelt oprukken over de door de luchtlandingstroepen gelegde loper. Ze moesten de route volgen langs de as Eindhoven, Sint Oedenrode, Veghel, Uden, Grave, Nijmegen, Arnhem en daarna doorstoten naar het IJsselmeer om de Duitse troepen in West-Nederland af te snijden. Daarna zou het XXX Corps bruggenhoofden over de IJssel moeten slaan bij Doesburg, Zutphen en Deventer van waaruit men in het Ruhrgebied zou kunnen doordringen. De voorhoede van het XXX Corps zou worden gevormd door een pantserdivisie van de Guards, met daarachter de 43th Wessex en de 50th (Northumbrian) Infantry Division en ten slotte de 8th Armoured Division en de Nederlandse brigade Prinses Irene. Dit legerkorps omvatte meer dan 22.000 voertuigen en meer dan 100.000 man, die allemaal over een smalle weg moesten die daardoor tijdens de operatie de naam Hell’s Highway meekreeg. Belangrijk in dit hele plan was natuurlijk de verovering van de bruggen, maar ook dit alles binnen een vooraf gestelde tijdsperiode. Binnen twee dagen na het van start gaan van deze enorme operatie zouden de Britse luchtlandingstroepen bij de brug in Arnhem bereikt moeten zijn, dus de factor tijd was essentieel in dit plan.

Het begin van Operatie Market Garden werd vastgesteld op zondag 17 september 1944. Men had dus slechts zeven dagen om de grootste luchtlandingsoperatie aller tijden voor te bereiden. Met zo’n gigantisch grote operatie kwamen natuurlijk ook de eerste praktische problemen. Er waren namenlijk onvoldoende vliegtuigen om zoveel troepen tegelijk te vervoeren. Volgens de planning zouden er zelfs drie dagen nodig zijn om alle troepen af te zetten. De Britten eisten meer vliegtuigen omdat zij in de meest kwetsbare positie verkeerden. Het was echter duidelijk van essentieel belang dat de Amerikanen zo snel mogelijk hun bruggen veroverden teneinde de opmars van de grondtroepen mogelijk te maken. Zodoende werd aan de eis van de Britten geen gehoor gegeven. Mede omdat de Britse landing- en dropzones zo ver van de doelen aflagen, betekende dit echter dat een aanzienlijk deel van de Britse eerste lift gedurende drie dagen gebonden was aan de verdediging van deze landing- en dropzones. Hierdoor kon slechts een beperkte groep de eerste dag oprukken naar de brug. Het slagen van de operatie rond Arnhem zou veel afhangen van de snelheid waarmee de tweede lift kon worden uitgevoerd.


17 - 18 september 1944

Zondag 17 september 1944
Op de vliegvelden in Groot-Brittannië stonden de troepen klaar bij de vliegtuigen voor het begin van Operatie Market Garden. Om 09.45 uur begonnen de eerste vliegtuigen op te stijgen en de totale luchtvloot zou bestaan uit meer dan 1100 troepentransportvliegtuigen en zweefvliegtuigen die begeleid zouden worden door meer dan 1500 jagers.

Tegelijkertijd klom Lieutenant General Brian Horrocks om 11.00 uur op het dak van een fabriek aan de Belgisch-Nederlandse grens. Vanuit zijn commandopost had hij een goed uitzicht over het terrein waar de aanval zou beginnen. Net na de middag kwam de luchtarmada over en gaf Horrocks het bevel voor de artilleriebeschieting, waarna ruim 350 kanonnen het vuur openden op de Duitse stellingen. Om 14.35 uur gaf Keith Heathcote, als commandant van de voorste tankformatie, het bevel tot op te trekken waarmee het Garden-gedeelte van de gehele operatie van start ging. Al snel waren de eerste tanks over de grens, maar ook de eerste problemen dienden zich al aan. Aan weerszijden van de weg lag namelijk Kampfgruppe Walther in een netwerk van stellingen te wachten die in een mum van tijd negen tanks wist uit te schakelen, die op hun beurt de weg weer versperden. Met behulp van Typhoon-vliegtuigen werd de Duitse weerstand vernietigd, maar al vrij snel bleek dat de opmars, mede door de smalle beschikbare weg, meer tijd in beslag zou nemen dan vooraf was gedacht. Pas bij het vallen van de nacht op deze eerste dag hadden de Guards Valkenswaard bevrijd, maar dit was 10 kilometer ten zuiden van Eindhoven, hun uiteindelijke doel op deze eerste dag.

De Amerikaanse 101st Airborne Division had tot vlak voor de Nederlandse grens een relatief rustige vlucht gehad. Toen ze over de lange colonnes van het gereedstaande Britse XXX Corps heenvlogen, barstte het Duitse afweergeschut los. Uiteindelijk werden er ‘slechts’ 16 Dakota’s neergeschoten en meer dan 100 beschadigd. Van de 70 zweefvliegtuigen bereikten er 53 de Sonse Heide, maar de divisiecommandant Major General Maxwell Taylor beschouwde de landing als een groot succes. Het grootste deel van zijn troepen was op de goede plaatsen terecht gekomen en de eenheden waren nauwelijks uit elkaar geraakt. Het 501st Parachute Infantry Regiment had Veghel en de bruggen over de Aa en de Zuid-Willemsvaart binnen twee uur na de landing genomen. Het 502nd Parachute Infantry Regiment St.Oederode en de brug over de Dommel. Het 506th Parachute Infantry Regiment was ondertussen opgerukt naar Son om de brug over het Wilhelminakanaal te veroveren, maar toen ze deze genaderd waren, ging die de lucht in.

De Amerikaanse 82nd Airborne Division was ondertussen zonder al te veel problemen geland in de omgeving van Nijmegen en Groesbeek. De Amerikaanse commandant Major General James Gavin had bij de landing zijn enkel gebroken. Toch stuitten de Amerikanen bij de Waalbrug in Nijmegen op grote problemen omdat SS-Obergruppenführer Wilhelm Bittrich na de eerste landingen een verkenningseenheid van de 9. SS-Panzerdivision ‘Hohenstaufen’ naar Nijmegen had gestuurd. Uiteindelijk moesten de para’s zich terugtrekken omdat Duitse troepen vanuit het Reichswald een aanval hadden gedaan op de landingsterreinen, en deze moesten tot elke prijs heroverd worden omdat er een tweede golf zweefvliegtuigen in aantocht was.

In de omgeving van Wolfheze waren ondertussen de eerste Britse troepen geland en hun opdracht was om zo snel mogelijk naar de verkeersbrug in Arnhem op te rukken, een afstand van 13 kilometer. De landing was op zich vrij goed verlopen en van enige Duitse tegenstand was op dit moment nog weinig te merken, maar al vrij snel had Major-General Roy Urquhart in de gaten dat hij in de problemen zat. Zijn radiotelegrafisten hadden de grootste moeite om met wie dan ook contact te krijgen, en bovendien was een groot deel van de verkenningseenheid van Major Freddy Gough, die als taak had om als eerste op te rukken naar de brug, nog niet aangekomen. Juist door al deze problemen besloot Urquhart daarom dan maar om er zelf op uit te gaan, een beslissing die achteraf gezien niet een van de gelukkigste was.

SS-Obergruppenführer Wilhelm Bittrich werd al vrij snel op de hoogte gesteld van de landingen, aarzelde vervolgens geen moment en dirigeerde de 9.SS-Panzer-Division ‘Hohenstaufen’ in de richting van Oosterbeek en Arnhem en de 10.SS-Panzer-Division ‘Frundsberg’ in de richting van Nijmegen. Al vrij snel hadden de Duitsers door dat het de geallieerden om de bruggen te doen was. De opmars van de Britse para’s verliep moeizaam. Niet alleen de afstand vanaf de landingsterreinen werkten niet in hun voordeel, maar ook de burgers bemoeilijkten hun opmars. Telkens kwamen zij met kopjes thee en koekjes aandraven, en de Britten waren te beleefd om hieraan voorbij te gaan. Uiteraard was dit niet de enige reden, de Duitsers hadden al vrij vroeg in de strijd tegenmaatregelen genomen. Alleen de opmars van het 2nd Battalion van Lieutenant-Colonel John Frost verliep vrij voorspoedig. Hij had de meest zuidelijke route genomen en omdat de Duitse tegenstand hier nog niet noemenswaardig was, bereikte hij om ongeveer 20.00 uur de onbeschadigde verkeersbrug over de Neder-Rijn in Arnhem.

Maandag 18 september 1944
Een dag na de landingen trok het 506th Parachute Infantry Regiment om ongeveer 12.00 uur Eindhoven binnen. Het regiment kwam daar tegen de avond in contact met de eerste eenheden van het Britse XXX Corps, een gebeurtenis waarvoor de gehele bevolking van Eindhoven was uitgelopen en zich om de bevrijders verdrong. Uit de achterhoede reden om 18.30 uur genietroepen met brugmateriaal in sneltreinvaart naar Son, werkten de hele nacht door, maar op z’n vroegst zou daar pas de volgende ochtend gebruik van kunnen worden gemaakt. Echter, door het oponthoud tijdens hun eerdere opmars over Hell’s Highway, de moeilijke doortocht door de stad Eindhoven en de eerdere problemen bij de brug bij Son, liep het Britse XXX Corps op deze dag al 36 uur achter op het geplande schema.

Bij Nijmegen werd nog steeds hevig gevochten, maar de Amerikanen slaagden er niet in de verkeersbrug over de Waal te veroveren. Tot overmaat van ramp werden de landingsgebieden die diezelfde dag weer gebruikt zouden worden door Duitse troepen vanuit het Reichswald aangevallen. Reservetroepen moesten vanuit Nijmegen terug naar Groesbeek om de landingsgebieden tegen elke prijs te heroveren, omdat de tweede golf reeds in aantocht was.

Intussen was Urquhart in deze belangrijke fase van de strijd door Duitse troepen ingesloten geraakt, en was hij genoodzaakt om samen met Brigadier Gerald Lathbury een woonhuis binnen te vluchten. Het zag er op deze tweede dag van de operatie niet al te best uit. Twee bataljons waren in Arnhem vastgelopen, Urquhart en Lathbury zijn ondergedoken, en de benodigde radioverbindingen werkten wegens de te grote afstand en beboste en vochtige omgeving niet. Ook had de 4th Parachute Brigade onder commando van Brigadier Philip Hicks deze vroege maandagochtend moeten landen, maar door de mist in Engeland waren zij later vertrokken dan gepland. Daarbij kwam ook nog eens dat Horrocks de brug bij Son nog steeds niet was gepasseerd.


19 - 20 september 1944

Dinsdag 19 september 1944
Bij zonsopgang stak de Household Cavalry de nieuwe baileybrug bij Son over en op dinsdagmiddag arriveerden de eerste tanks van het Britse XXX Corps in Nijmegen. Omdat de toestand van de Britse para’s bij de brug bij Arnhem uiterst kritiek was geworden, moest de Waalbrug bij Nijmegen zo spoedig mogelijk veroverd worden, zodat de tanks konden oprukken naar Arnhem om de Britse para’s te ontzetten. Diezelfde avond werd er nog een frontale aanval op de Waalbrug gedaan, maar er was geen doorkomen aan. James Gavin stelde voor via het water over te steken, maar de canvasboten lagen ver achter en dit kon die nacht dus nog niet. Aan het eind van deze dag was de Waalbrug nog steeds in Duitse handen en op deze dag had het XXX Corps volgens het oorspronkelijke plan al in Arnhem moeten zijn.

In de nacht van 18 op 19 september probeerden de troepen die in het westen van Arnhem waren vastgelopen door een laatste aanval alsnog bij de brug te komen. In de nacht van 19 september begon deze aanval. Echter, de troepen wisten niet door de hechte verdedigingslinie van de Duitsers door te breken en na uren van zware gevechten werd de aanval gestaakt. Het was in deze laatste poging niet gelukt Frosts posities bij de brug te bereiken. De troepen trokken zich terug naar Oosterbeek, en de enige hoop van de troepen bij de brug was een spoedig arriveren van de grondtroepen die hen moesten ontzetten.

Omdat de Duitsers in de omgeving van Arnhem hun verdediging hadden gereorganiseerd, was het voor Urquhart mogelijk geworden om te ontsnappen. Hij spoedde zich onmiddellijk naar het divisiehoofdkwartier dat inmiddels in Hotel Hartenstein in Oosterbeek gevestigd was. Toen pas kon hij de schade opnemen en deze had ondertussen serieuze vormen aangenomen. De troepen in Arnhem zaten vast, vanuit Apeldoorn waren Duitse versterkingen onderweg en het Britse XXX Corps was pas in de omgeving van Grave.

Woensdag 20 september 1944
Op woensdagochtend kreeg Frederick Browning een bericht van de Urquhart dat de situatie bij de brug in Arnhem hachelijk was. De Britse para’s hadden nog steeds het noordelijk gedeelte van de brug in handen, maar waren totaal omsingeld en hadden een tekort aan voedsel, munitie en medicijnen. Bij Nijmegen werd de slag om de bruggen hervat. Het 504th Parachute Infantry Regiment en de Irish Guards waren op weg naar de spoorbrug. Het 505th Parachute Infantry Regiment met de Grenadier Guards stevende af op de verkeersbrug, terwijl Gavin een Duitse aanval bij Beek afsloeg. Deze middag vond een heroïsche actie van de Amerikaanse para’s plaats bij de Waal in Nijmegen. Het 3rd Battalion van het 504th Parachute Infantry Regiment, onder leiding van Major Julian Cook, stak in canvasbootjes bij de elektriciteitscentrale de Waal over. Hoewel er een rookgordijn was gelegd over de 300 meter brede rivier, waren ze volledig blootgesteld aan het Duitse vuur, omdat dit rookgordijn tijdens de overtocht begon weg te waaien. Van de 26 canvasbootjes bereikten slechts 13 de overkant. Uiteindelijk slaagden ze erin de Duitsers uit hun stellingen te verjagen en bij de spoorbrug de Amerikaanse vlag te planten. Vervolgens trokken ze op naar de noordzijde van de Waalbrug. Terwijl de tanks vanaf de zuidzijde de brug probeerden in te nemen, wisten ze bij het vallen van de avond uiteindelijk de brug te veroveren. Tegen 19.00 uur ratelden de eerste tanks de verkeersbrug over in de richting van Lent, maar daar stopten ze.

Op deze woensdag begreep Urquhart dat het onmogelijk was geworden om de geïsoleerde troepen van John Frost bij de verkeersbrug nog te bereiken. De in de stad doorgedrongen para’s werden systematisch uitgeschakeld en Wilhelm Bittrich begon de zaken steeds meer onder controle te krijgen. Omdat Bittrich de verkeersbrug nodig had om zijn overige troepen naar Nijmegen te dirigeren, gaf hij het bevel om de huizen, waar Frost en zijn mannen zich in verschanst hadden, stuk voor stuk aan puin te schieten. Bittrich gaf Frost wel de kans om zich over te geven, maar deze weigerde hieraan gehoor te geven. De beschietingen werden steeds intenser en tijdens deze hevige gevechten raakte Frost ernstig gewond. Toen het donker werd, stond het hoofdkwartier van de brigade in brand. Men besloot de gevechten rond de brug te staken. Een ieder die daartoe in staat was moest proberen een goed heenkomen te zoeken. De strijd om de brug was voorbij. Rond Hotel Hartenstein was de situatie overigens niet veel beter. Een groep onder leiding van Major Lonsdale had zich ondertussen met manschappen van diverse eenheden wel weten te verschansen in het Oude Kerkje in Oosterbeek en wist daar regelmatig zeer zware Duitse aanvallen af te slaan.


21 - 22 september 1944

Donderdag 21 september 1944
Op deze vroege donderdagochtend begonnen Duitse pantsergrenadiers in de huizen bij de brug in Arnhem door te dringen. Er werd ongelooflijk fanatiek om elk huis, zelfs om elke kamer, gevochten. Het laatste verzet bij de Arnhemse verkeersbrug bezweek uiteindelijk om 05.00 uur, waarna de Duitsers al hun aandacht op Oosterbeek konden richten. John Frost en zijn mannen hadden veel langer dan gepland en op een heroïsche wijze standgehouden tegen een Duitse overmacht. De perimeter te Oosterbeek had ondertussen zijn vaste vorm gekregen. Groepen Glider Pilots, Pathfinders en andere divisietroepen vochten naast de uitgedunde gelederen van de drie brigades die uitgestuurd waren om de brug bij Arnhem in te nemen. Ondertussen was om ongeveer 17.15 uur de Poolse 1ste Onafhankelijke Parachutistenbrigade, onder commando van Major General Stanislaw Sosabowski, eindelijk bij Driel ten zuiden van de Neder-Rijn geland. Ook zij waren door de slechte weersomstandigheden in Engeland later geland dan gepland. Er werden verwoede pogingen gedaan om de Neder-Rijn over te steken en het gebied rond Hotel Hartenstein te versterken, maar uiteindelijk slaagden erin totaal niet meer dan 300 Polen deze oversteek te maken.

Het land tussen de Waal en de Neder-Rijn is drassig en doorkruist met dijken, en toen de Irish Guards oprukten waren zij een gemakkelijk doelwit voor het geschut van de 10. SS-Panzerdivision in Elst. Pogingen van de infanterie om de verdediging uit te schakelen mislukten en de voorhoede kwam uiteindelijk tot stilstand. Radiocontact met de Typhoons die eerder de weg zuidelijker hadden schoongeveegd, kwam niet tot stand en dus was er geen benodigde luchtsteun.

Vrijdag 22 september 1944
Een verkenningseenheid van het Britse XXX Corps bereikte op deze vrijdagochtend de Poolse hoofdmacht bij Driel, maar al vrij snel bleek dat de situatie hopeloos was geworden. De druk van de Poolse para’s verlichtte de druk op de perimeter in Oosterbeek wel enigszins, maar rond Hotel Hartenstein hielden nog enkele honderden heldhaftige mannen stand tegenover een enorme Duitse overmacht.

Generalfeldmarschall Walter Model, tijdelijk bevelhebber van het Westfront, had Generaloberst Kurt Student bevolen Hell’s Highway bij Veghel vanuit het westen en het oosten af te snijden. Major General Maxwell Taylor was ondertussen door het Nederlandse verzet al hiervoor gewaarschuwd. Veghel werd slechts licht verdedigd door een bataljon van het 501st Parachute Infantry Regiment en Uden was geheel onverdedigd. Vanuit Son begaf daarom het 506th Parachute Infantry Regiment zich die ochtend naar Uden waar hun voorhoede op uit het oosten oprukkende Duitsers stuitte. De Amerikaanse kracht was echter zo overweldigend dat de Duitsers zuidwaarts keerden en zich bij de hoofdaanval in Veghel aansloten. Gavins 82nd Airborne Division had de situatie ten oosten van Nijmegen onder controle. Daarom beval Horrocks de Grenadier Guards en de Coldstream Guards zich zuidwaarts te begeven om de weg naar Uden en Veghel opnieuw vrij te maken, en de toevoerlijnen te herstellen.


23 - 24 september 1944

Zaterdag 23 september 1944
De situatie van de Britse para’s rond Hotel Hartenstein raakte nu in een kritieke fase. Duitse aanvallen volgden elkaar steeds sneller op en het aantal gewonden dat kwam schuilen in huizen en EHBO-posten nam toe. Ook de laatste wanhopige bevoorradingsvluchten leverden weinig op. Acht vliegtuigen gingen verloren en het meeste gedropte materiaal viel in Duitse handen. Ook de Polen in Driel ondernamen ’s nachts nog een poging, maar slechts 153 van hen wisten de overkant van de Neder-Rijn te bereiken.

Meer naar het zuiden leek de toestand zich iets te verbeteren. Elst werd door de Britten aangevallen en Brigadier General Anthony McAuliffe, bevelhebber van de artilleriedivisie van de 101st Airborne Division, wist een hernieuwde Duitse aanval op Veghel af te slaan. Ook Hell’s Highway was nu weer volledig open waardoor versterkingen en bevoorradingen konden worden aangevoerd.

Zondag 24 september 1944
Omdat de toestand van de honderden Britse gewonden in de steeds kleiner wordende perimeter rond Hotel Hartenstein onhoudbaar begon te worden, reed het hoofd van de medische troepen Colonel Graeme Warrack samen met de Nederlandse verbindingsofficier luitenant-ter-zee Wolters naar het Duitse hoofdkwartier in Arnhem. Besloten werd tot een staakt-het-vuren om de ongeveer 450 gewonden te evacueren. Aan de andere kant van de Neder-Rijn bekeek Brian Horrocks samen met Stanislaw Sosabowski vanuit de kerktoren in Driel de situatie. Even later vond er een vergadering plaats tussen deze beiden en Lieutenant General Thomas van de 43th Division. Sosabowski was woedend toen hij het bevel van zijn 1e bataljon aan Thomas moest overdragen om de komende nacht mee te helpen bij het oversteken van de rivier. Tegelijkertijd overwoog men om de restanten van de 1st Airborne Division te evacueren, maar er waren te weinig boten.

Nadat de rivieroversteek was geregeld, ging Horrocks terug naar St. Oederode om verslag uit te brengen aan zijn legercommandant, Major General Dempsey. Direct na zijn aankomst werd het 501st Parachute Infantry Regiment ten zuiden van Veghel aangevallen en het 44th Royal Tank Regiment ernstig toegetakeld. Na hevige gevechten wist men de Duitsers weer te verdrijven, maar laat op de middag wist een Duitse eenheid, ondanks de pogingen van het 502nd Parachute Regiment en enkele Britse tanks, de weg bij Koevering af te sluiten en te behouden voor de aanvoer van versterkingen.


25 - 26 september 1944

Maandag 25 september 1944
Van de geplande Pools-Britse oversteek vanuit Driel kwam niet veel terecht. Dankzij Duits machinegeweervuur en de sterke stroming van de Neder-Rijn bereikte minder dan de helft van de 4th Dorsets de overkant en door een gebrek aan boten werd de oversteek van de Polen uitgesteld. De situatie van de Britse Airbornes was nu echter onhoudbaar geworden, zodat van uitstel uiteindelijk afstel kwam. De versterkingen van het 4th Dorsets die de overkant hadden bereikt waren verdeeld in kleine groepen. Zij konden moeilijk aansluiten bij de troepen in de perimeter: aan de situatie in Oosterbeek veranderde feitelijk niets. Met de beslissing dat een evacuatie van de resterende troepen de enige reële optie is, kwam een einde aan Market Garden. Om 10.30 gaf Roy Urquhart de orders van operatie Berlin, de terugtrekking over de Neder-Rijn. Vanaf 22.00 uur gaven de Britten en Polen hun stellingen in de perimeter op en begaven zij zich naar de oevers van de Neder-Rijn. Daar zouden ze door Britse en Canadese genietroepen met boten naar de overkant gebracht worden. De artillerie van het XXX Corps legde een massaal afsluitingsvuur op de Duitse stelling, dit alles om de terugtocht te dekken.

Dinsdag 26 september 1944
Bij het aanbreken van de dag werd de evacuatie gestaakt. Duits vuur maakte verder gaan onmogelijk. Ongeveer 2200 Britse Airbornes keerden behouden terug, samen met 160 Polen en 75 ‘Dorsets’. In het zuiden in de sector van de 101st Airborne Division werd de corridor door de geallieerden weer geopend, al was Arnhem niet meer de eindbestemming van de route: de nieuwe frontlijn lag bij Nijmegen. De bevrijding die voor vele Nederlanders zo dichtbij leek, bleek uiteindelijk nog ver weg. Hevige gevechten en evacuaties van dorpen volgde. Voor de meesten was de oorlog door Market Garden pas echt begonnen.


Bronnen

Boeken

- Speciaal woord van dank aan Roel Kerkhoff van www.rememberseptember44.com voor zijn uitvoerige medewerking aan dit artikel, en aan Jeroen Niels voor zijn nakijkwerk.
- De Tweede Wereldoorlog – De Slag om Arnhem, Lekturama, Rotterdam
- Korthals Altes A. et al., September 1944, Operation Market Garden, Fibula -Unieboek, Houten, 1994


Versie: 31-7-2018 Artikel door: Hans Molier

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/1030/Operatie-Market-Garden.htm