B-10, Martin

B-10, Martin


Ontwikkeling

Inleiding
De Martin B-10 werd de eerste van een serie bommenwerpers met voor die tijd unieke kenmerken. Binnen het Amerikaanse leger zou het de eerste niet-dubbeldek bommenwerper worden, geheel geproduceerd uit metaal. Tevens was deze bommenwerper bij haar introductie zelfs sneller dan het snelste jachtvliegtuig uit die tijd (1932). De B-10 zou het uiteindelijk brengen tot vier typen en een aantal exportversies. Nederland zou voor haar luchtmacht in Nederlands-Indië één van de grootste gebruikers worden. De toestellen in dienst bij het Amerikaanse leger hebben niet meer in de Tweede Wereldoorlog aan operationele taken meegedaan. Rond 1940 waren alle daar al naar tweedelijnstaken zoals doelslepen verwezen. Aleen de Chinese en Nederlandse toestellen hebben actie gezien tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

Ontwikkeling
In eigen beheer werd door de Martinfabriek in Baltimore een bommenwerper ontworpen als model 123. Het werd een toestel met een vleugel die was aangehecht aan het middenniveau van de romp. De smalle hoge romp maakte een intern vervoer van de bommenlast mogelijk. Door de smalle romp waren de vier bemanningsleden achter elkaar gezeten. De neusschutter, piloot en staartschutter zaten in drie open posities achter elkaar. De navigator zat in de romp zelf. Het toestel werd aangedreven door twee Wright SR-1820-E Cyclone motoren met een vermogen van 600 pk.

De eerste vlucht van dit toestel werd op 16 februari 1932 uitgevoerd, en op 20 maart werd het voor tests geleverd aan het Amerikaanse leger onder de typeaanduiding XB-907. Het toestel werd uitgebreid getest en bleek in staat tot opmerkelijke resultaten.Men wist met deze bommenwerper snelheden te halen tot 315 km/u, een voor die tijd ongelooflijke prestatie. De Amerikaanse legerleiding had echter wel op basis van de tests de nodige wensen. Voor aanvang van de zomer van 1932 ging het prototype terug naar de fabriek voor de nodige aanpassingen.

De open neuspositie werd vervangen door een geschutskoepel en het toestel kreeg twee Wright R-1820-16 Cyclone motoren met een vermogen van 675 pk. De vleugel werd iets vergroot, waardoor een grotere spanwijdte ontstond. Als XB-907A ging het toestel weer voor tests naar het leger.

Ondanks de toename in het gewicht hadden de prestaties er niet onder geleden. Het toestel bleek perfect en de XB-907A werd aangekocht als XB-10 met serienummer 33-139. Direct hierna kon de productie aanvangen van de operationele typen. Het Amerikaanse leger bestelde in januari 1933 totaal 48 exemplaren.

Technische kenmerken Martin Model 123

Type:
Martin model 123
Gebruik:
Bommenwerper
Motor:
Wright SR-1820-E Cyclone, 600 pk
Afmetingen:
Spanwijdte: 19.00 meter
Lengte: 13, 64 meter
Hoogte: 4,60 meter
Gewicht:
Max: 7.440 kg
Prestaties:
Maximum snelheid: 342 km/u
Kruissnelheid: 310 km/u
Plafond: 7375 meter
Bereik: 1995 km
Bewapening:
2x 7,9 mm Browning machinegeweren
950 kg bommenlast
Aantal:
1 (nr 33-139)


B-10

YB-10
De eerste serieproductie kreeg de typering YB-10 mee. De fabriek gebruikte de aanduiding Model 139 voor alle volgende typen. De 14 toestellen van deze eerste serie werden aangedreven door twee Wright R-1820-25 motoren met een vermogen van 675 pk. De meest opvallende wijziging ten opzichte van het prototype was dat er nu boven de twee overgebleven open cockpits toch ook kappen waren aangebracht.

De bewapening was ondergebracht in de neuskoepel, een rugpositie en in de buik, onmiddellijk achter de bomdeuren. Naast de interne bomlading was er de mogelijkheid aangebracht om onder de rechtervleugel nog een bom mee te voeren.

In november 1933 werd het eerste toestel afgeleverd. De meeste toestellen van deze eerste serie kwamen in operationele dienst bij de 7e Bombardementsgroep op March Field in Californië. In december 1934 gingen de toestellen over naar de 19e Bombardementsgroep op dezelfde basis, nadat de 7e groep over ging op de B-12.

Technische kenmerken Martin YB-10

Type:
Martin YB-10
Gebruik:
Bommenwerper
Motor:
Wright R-1820-25 Cyclone, 675 pk
Afmetingen:
Spanwijdte: 21,49 meter
Vleugeloppervlak: 62,99 m2
Lengte: 13, 64 meter
Hoogte: 4,70 meter
Aantal:
14 (Nr. 33-140 t/m 33-153)


YB-10A
Bij wijze van experiment werd de 33-154 bij de aflevering, uitgerust met twee turbo Wright R-1820-21 Cyclone motoren. De maximumsnelheid kwam hiermee een stuk hoger te liggen. De onbetrouwbaarheid van de nieuwe motoren heeft echter voorkomen dat dit type in productie kwam De B-10A is dan ook verder niet geproduceerd en het volgende type werd de B-10B.

B-10B
De B-10B werd de eerste versie voor groter gebruik. Totaal werden er 103 toestellen van dit type aangeschaft. Het type week uiterlijk slechts minimaal af van de YB-10. Slechts wat aanpassingen rond de koeling van de motoren vallen op.

De eerste B-10B's werden in juli 1935 afgeleverd op Wright Field. Uiteindelijk zouden de 2e, 6e,9e, 19e en 28ste Bombardementsgroepen met dit type worden uitgerust.

Technische kenmerken Martin B-10B

Type:
Martin B-10B
Gebruik:
Bommenwerper
Motor:
Wright R-1820-33 Cyclone, 775 pk
Afmetingen:
Spanwijdte: 21,49 meter
Vleugeloppervlak: 62,99 m2
Lengte: 13, 64 meter
Hoogte: 4,60 meter
Gewicht:
Leeggewicht: 4.391 kg
Maximaal: 7.439 kg
Prestaties:
Maximum snelheid: 343 km/u
Kruissnelheid: 311 km/u
Plafond: 7375 meter
Bereik: 1996 km
Bewapening:
3 x 7,9 mm Browning machinegeweren
1030 kg bommenlast
Aantal:
103 (Nr. 34-28 t/m 34-115 en 35-232 t/m 35-246)

YB-12
De eerste YB-12 rolde begin 1934 uit de fabriek. De toestellen verschilden maar minimaal van de YB-10.


Technische kenmerken Martin YB-12

Type:
Martin YB-12
Gebruik:
Bommenwerper
Motor:
Pratt & Whitney R-1690-11 Hornet, 700pk
Aantal:
7 (Nr. 33-155 t/m 33-161)

B-12A
De B-12A verschilt van de YB-12 vooral door de vergrote brandstofcapaciteit. Door een extra brandstoftank in het bomruim werd het bereik aanzienlijk vergroot. Diverse B-12A toestellen zijn in 1934 uitgerust met drijvers, nadat ze waren aangewezen voor kustverdediging.


Technische kenmerken Martin B-12A

Type:
Martin B-12A
Gebruik:
Bommenwerper
Motor:
Pratt & Whitney R-1690-11, 700pk
Aantal:
25 (Nr. 33-163 t/m 33-177 en 33-258 t/m 33-267)


XB-13
De B-13 moest een toestel worden dat werd aangedreven door twee Pratt & Whitney R-1860-17 motoren met een vermogen van 650 pk. Alhoewel 12 exemplaren zijn besteld, werd de bestelling afgezegd voordat de toestellen waren geproduceerd.

XB-14
Eveneens bij wijze van proef werd de 33-162 uitgerust met twee Pratt & Whitney YR-1830-9 Twin Wasp motoren met een vermogen van maar liefst 950 pk. Het type was echter intussen zodanig verouderd dat het niet meer tot een verdere ontwikkeling is gekomen.


Model 139

Model 139/166 export

Pas nadat de Verenigde Staten in 1936 zelf vonden dat er voldoende toestellen van dit type aanwezig waren werd het vrijgegeven voor export. Het eerste exporttype werd aangeduid met Model 139W. Het toestel was bedoeld voor de Argentijnen. De Martin werd hier beter bevonden dan de Duitse Junkers en de Italiaanse SM-79. Met 750 pk Wright R-1820-F53 Cyclone motoren uitgerust, gingen er 39 exemplaren naar Argentinië (26 voor het leger en 13 voor de marine).

China kocht 6 Model 139WC toestellen, uitgerust met twee Wright R-1820-G2 motoren met een vermogen van 850 pk. Bij de Japanse invasie in 1937 konden deze toestellen worden ingezet, waarmee het de eerste vliegtuigen van Amerikaanse fabricage waren die actie zouden zien tijdens de Tweede Wereldoorlog. Al deze toestellen werden echter al vroeg in de strijd vernield op de grond.

Twintig toestellen met Wright R-1820-G2 motoren werden verkocht aan Turkije, alwaar ze in september 1937 in dienst kwamen.

Siam kocht zes exemplaren met Wright R-1820-G3 motoren. Eén toestel, waarvan als type aanduiding Model 139WR bekend is en het serienummer X16706 is geleverd aan de Sovjet Unie.

De grootste buitenlandse afnemer van de Martin B-10 werd echter Nederland voor haar leger in Nederlands-Indië. Tussen september 1936 en februari 1937 werden de eerste twaalf toestellen geleverd van het type Model 139 WH-1. Deze werden aangedreven door twee Wright R-1820-F53 Cyclone motoren met een vermogen van 750 pk. Ze werden eind dat jaar gevolgd door 26 exemplaren Model 139 WH-2 met Wright R-1820-G3 motoren met een vermogen van 840 pk. De Nederlanders waren niet zo tevreden over de gescheiden cockpits. Op hun verzoek werd Model 139 WH-3, ook wel model 166 genoemd, geproduceerd. Deze versie typeert zich door de zeer lange cockpitkap uit één stuk op de rug. Tot mei 1939 werden maar liefst 78 toestellen geleverd, alle aangedreven met twee Wright R-1820G-102 motoren met een vermogen van 900 pk. De Nederlandse toestellen zijn bij de Japanse inval in 1942 volop ingezet in de strijd, maar waren totaal niet opgewassen tegen de kracht van de Japanse jagers. Bekend is dat één exemplaar uit Nederlands-Indië is weten te ontsnappen naar Australië. Dit toestel is opgenomen in dienst bij de USAAF


Bronnen

Boeken


Versie: 6-3-2015 Artikel door: Wilco Vermeer

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2017
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/173/B-10-Martin.htm