Geuzenverzet

Inleiding

Na de capitulatie in mei 1940 zorgde het grootste deel van de Nederlandse bevolking ervoor dat het gewone leven zijn doorgang vond, wat twee zaken vereiste: dat de economie bleef draaien en dat de Duitse zeggenschap werd beperkt. Dit vergde een dergelijk goede samenwerking met de bezetter, dat deze geen aanleiding zou zien om zich intensiever met het Nederlandse bestuur en de economie te bemoeien. Met verzet zou men enkel de eigen invloed op de loop van de bezetting verspelen. Alle Nederlandse autoriteiten, inclusief het gevluchte kabinet, riepen de bevolking dan aanvankelijk ook op de bezetter te gehoorzamen, verzet te vermijden en het dagelijks leven weer op te pakken. Dit deed het grootste gedeelte van de bevolking dan ook. Toch was er wel degelijk verzet, ondanks de oproep van de autoriteiten. Er waren mensen die zich vanaf het begin afkeerden van de Duitse bezetters en hen probeerden tegen te werken. Zo werd al direct op 14 mei 1940 in Vlaardingen de verzetsgroep ‘De Geuzen’ opgericht, de eerste verzetsgroep van Nederland.


Verzetsgroep van het eerste uur

Oprichting
Eén van de mensen die zich vanaf het begin afkeerden van de Duitse bezetter was Bernardus IJzerdraat. IJzerdraat was woonachtig in Rotterdam en werkte als docent in Vlaardingen en Schiedam. De gevolgen van het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 maakten een dusdanig diepe indruk op hem dat hij besloot in verzet te komen. Hij voorzag “spoedig een nieuwen Alva met bloedraad en inquisitie”. In lijn met deze vergelijking met de Tachtigjarige Oorlog, gaf hij de naam ‘Geuzenactie’ aan zijn verzet.

Door middel van verspreiding van zijn Geuzenbericht (een kettingbrief) hoopte hij een Geuzenleger te formeren. Het eerste ‘bericht’ werd al direct op 15 mei verspreid. Dit is echter verloren gegaan. In het ‘Bericht no.2’ van 18 mei gaf IJzerdraat kennis van een vooruitziende blik wat betreft het verloop van de bezetting: “Al onze voorraden zullen worden weggehaald, voedsel, kleding, schoeisel. Spoedig krijgen we het bonnenstelsel voor alles en nog wat en daarna kunnen we zelfs op de bonnen niets meer krijgen. Onze jonge mannen zullen worden gedwongen elders te gaan werken voor den overweldiger.” Waarschijnlijk om meer indruk te maken, overdreef IJzerdraat opzettelijk bij het schrijven van het Geuzenbericht. Zo schreef hij dat de actie was ingezet in Amsterdam en als gevolg van de vele vermenigvuldigingen zelfs al Nijmegen bereikt had. Hier was op dat moment echter nog geen sprake van.

IJzerdraat vond in de Vlaardinger Jan Kijne een medestander. De Duitsers moesten volgens beide mannen worden gesaboteerd en bespioneerd en er moesten inlichtingen worden doorgegeven aan Engeland. Kijne liep regelmatig mee met de Vlaardingse wandelvereniging W.S.V. Flardinga, waarvan Ary Kop bestuurslid was. De wandelaars zouden onopvallend de taken van de Geuzen kunnen uitvoeren. IJzerdraat, Kijne en Kop besloten gezamelijk op deze manier een verzetsbeweging op te richten. IJzerdraat zou zich bezighouden met de kettingbrieven en de contacten met Engeland. Kop werd de leider van het Vlaardingse Geuzenleger. Ook in andere plaatsen moesten Geuzenlegers worden opgericht. Mensen die zich hierbij wilden aansluiten, moesten eerst de Geuzeneed afleggen: “Ik beloof in deze ernstige tijden een goed Nederlands Geus te zullen zijn en mij geheel en onvoorwaardelijk te zullen houden aan de Geuzenwet en de commandantsvoorschriften. Ik verklaar goed te vinden dat, zodra ik mijn belofte op enigerlei wijze schend, al mijn rechten en bezittingen overgaan op en ten bate van het Geuzenleger, of indien dit niet wordt opgeheven, op en ten bate van het Nederlandse staatsbestel.”

Eerste daden en uitbreiding
De organisatie had na de oprichting niet de beschikking over wapens. Er werd besloten om zelf knuppels te maken en er werd een revolver gestolen van een Duitse soldaat. Prioriteit hadden dergelijke bezigheden echter niet, omdat de belangrijkste doelstellingen sabotage en het verzamelen van inlichtingen waren. Zo werden er gegevens bijeen gebracht over Duitse troepen, hoofdkwartieren en schepen in de haven. Er werden ook lijsten van NSB’ers en ‘moffenmeiden’ opgesteld. Sabotage werd er ook gepleegd, echter op kleine schaal. Zeven keer werden in 1940 de telefoonleidingen vernield die de zoeklichtinstallaties en het luchtafweergeschut in Vlaardingen verbonden. Via een oproep in de plaatselijke krant en aanplakbiljetten maakte de bezetter in september van dat jaar duidelijk dat “de Duitsche Weermacht de strengste maatregelen op de Gemeente Vlaardingen en gemeentenaren zal toepassen”. Wanneer een saboteur op heterdaad zou worden betrapt zou direct met scherp worden geschoten. Hierna werd besloten de sabotagedaden te staken.

De Geuzenleiders hoopten door middel van hun kettingbrieven een grote verzetsgroep te krijgen, wat ook lukte. In korte tijd ontstonden er ook Geuzenlegers in Rotterdam, Maassluis, Delft, Zwijndrecht en Dordrecht. Het ledental liep in de honderden. Geschiedschrijver A. Overwater slaagde erin om een lijst samen te stellen met de namen van meer dan 280 Geuzen. Dit waren echter alleen nog maar de Geuzen die gearresteerd zouden worden. Vermoedelijk lag het daadwerkelijke ledental en aantal betrokkenen nog hoger. Voor de leden van de verzetsgroep werd vanaf augustus 1940 een pamflet geschreven: ‘De Geus van 1940’.


Proces en veroordeling

Verraad en arrestatie
Het noodlot sloeg echter al snel toe voor de Geuzen. Daan van Striep, een jonge Arnhemmer die doordeweeks op kamers woonde in Schiedam en werkzaam was op de scheepswerf van Wilton-Feijenoord, kreeg in november 1940 een exemplaar van ‘De Geus van 1940’ in handen. Hij had deze ontvangen van een collega, de Vlaardingse monteur Johannes Smit. Terug in Arnhem vertelde Van Striep aan bekenden over de Geuzengroep. Zijn verhalen werden echter ook gehoord door een NSB-kringleider. Die gaf de verhalen door aan de Duitsers en de Sicherheitspolizei startte een onderzoek.

Het spoor leidde via Van Striep al snel naar Schiedam, waar de Arnhemmer op 19 november werd gearresteerd. Niet veel later werd ook zijn collega Johannes Smit aangehouden door de Duitsers. Bij een huiszoeking werden in zijn woning foto’s van leden van het koninklijk huis en een exemplaar van ‘De Geus van 1940’ gevonden. Tijdens de verhoren sloeg Smit door. De onervarenheid van veel Geuzen met verzetswerk, zorgde ervoor dat de Duitsers het netwerk snel konden oprollen. Veel Geuzen kenden elkaar, waardoor er geen sprake van geheimhouding was. Men kon elkaar niet meer op tijd waarschuwen. Op 21 november werd ook het huis van Ary Kop doorzocht. Bij het doorzoeken van de woning, waar zich op dat moment alleen de twee dochters van Kop bevonden, werden illegale blaadjes, explosieven en wapens gevonden. Kop werd gewaarschuwd, maar samen met zijn vrouw ging hij toch naar huis. Allebei werden ze gearresteerd. De vrouw van Kop werd echter snel alweer vrijgelaten, omdat zij vijf maanden zwanger was van hun derde dochter.

De Vlaardingse Geuzen werden eerst opgesloten in de kelder van het Vlaardingse politiebureau. Vervolgens werden zij, net als de andere opgepakte Geuzen, naar het huis van bewaring in Scheveningen, ook wel het Oranjehotel genoemd, overgebracht. Hier werden zij verhoord en sommigen ook gemarteld. De leider van de Maassluize Geuzen, Jacobus Boezeman, zat samen met de Lekkerkerkse Geus George den Boon opgesloten in cel 333. Op de late avond van 8 januari 1941 werd hij door drie Polizisten van de Sicherheitsdienst uit zijn cel gehaald en overgebracht naar het hoofdkwartier van de SD op het Binnenhof voor verhoor. Tijdens dit verhoor is hij gruwelijk gemarteld. Nadat hij was teruggebracht naar het Oranjehotel, overleed hij de volgende ochtend aan zijn verwondingen. Toen hij die nacht nog bij kennis was, vertelde hij de bewakers dat de Duitsers zijn polsen hadden doorgesneden. Ook zaten zijn rug en gezicht onder de verwondingen en bloeduitstortingen.

Ary Kop werd in eenzaamheid opgesloten in cel 603. Hij schreef op wc-papier briefjes aan zijn vrouw, die met de vuile was werden meegesmokkeld. Hieruit blijkt dat ook hij tijdens de verhoren ernstig werd gemarteld. “De verschillende vlekken op m’n overhemd zullen je wel te denken geven. Die spreken boekdelen straks. Ik zal je vertellen. Men sloeg mij zoo, tot ik steeds neertolde. Dan goot men een bierfleschje (wat pas leeggedronken was en bijgevuld met water) in mijn mond en neus en wanneer ik dan nog vlug weer op m’n zij kwam of probeerde op te staan, dan trapte men mij tot dat ik weer stond en dan begon het slaan weer opnieuw. Nee, als ik het beleven mag, dan zal ik na den oorlog in het binnenhof op het behang mijn bloedsporen laten zien.”

Op 24 februari 1941 begon het proces tegen de gearresteerde Geuzen. Op deze dag werden in Vlaardingen nogmaals 42 mensen opgepakt door de Duitse politie vanwege mogelijke betrokkenheid bij het Geuzenverzet. Eén van hen was Abraham Fernandes, een Surinaamse Jood. Ook hij werd overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen. Welke daden hij precies als Geus heeft verricht is niet bekend, evenals wat er zich tijdens zijn gevangenschap en de verhoren heeft voorgedaan. Wel bekend is dat hij door marteling tijdens zijn gevangenschap is omgekomen, maar zelfs over de exacte sterfdatum bestaat onduidelijkheid. Zijn grafsteen en archiefmateriaal vermelden 4 maart 1941, maar zijn vrouw werd door de Duitsers reeds op 3 maart op het Binnenhof ontboden. Haar werd toen verteld dat haar man was gestorven en het lichaam werd haar getoond.

Achttien doden op de Waalsdorpervlakte
Mogelijk als gevolg van het feit dat het proces tegen de Geuzen samenviel met de Februaristaking van 25 en 26 februari, werden zware straffen opgelegd om de Nederlandse bevolking af te schrikken. In de bekendmaking werd namelijk de volgende zin opgenomen: "Opdat ieder die ook in de toekomst met het plan mocht rondlopen aan Engeland hulp te bieden of de Duitse weermacht schade te berokkenen, wete dat hij met zijn leven speelt." Achttien Geuzen werden ter dood veroordeeld, onder wie de leiders Bernardus IJzerdraat en Ary Kop. Voor drie minderjarige Geuzen (Willem Keesmaat, L. Van den Hoff en S. Menko) werd uiteindelijk de doodstraf omgezet naar levenslang. In hun plaats werden drie communistische Februaristakers (Hermanus Coenradi, Joseph Eijl en Eduard Hellendoorn) aan de ter dood veroordeelde Geuzen toegevoegd.

Op 13 maart 1941 kreeg Reichskommissar für die besetzten Niederlande Arthur Seyss-Inquart toestemming van de Duitse Reichsminister Hans Lammers om de vonnissen van de achttien ter dood veroordeelde mannen te voltrekken. Ze brachten nog een bezoek aan de gevangenisdominee en zongen in hun cel het Wilhelmus. Vervolgens werden zij overgebracht naar de Waalsdorpervlakte en aldaar gefusilleerd.

Bernardus IJzerdraat (49 jaar)
Jan Kijne (46 jaar)
Ary Kop (40 jaar)
Jacob van der Ende (22 jaar)
Leendert Keesmaat (29 jaar)
Hendrik Wielenga (37 jaar)
Johannes Smit (30 jaar)
Frans Rietveld (36 jaar)
Leendert Langstraat (31 jaar)
Jan Wernard van den Bergh (47 jaar)
Albertus Johannes de Haas (37 jaar)
Reijer Bastiaan van der Borden (32 jaar)
Nicolaas Arie van der Burg (36 jaar)
George den Boon (21 jaar)
Dirk Kouwenhoven (24 jaar)
Eduard Hellendoorn (28 jaar)
Hermanus Coenradi (31 jaar)
Joseph Eijl (44 jaar)

Het was de eerste massa-executie in Nederland. De gefusilleerden werden door de bezetter op de Waalsdorpervlakte begraven. Op dat moment zaten nog 157 Geuzen gevangen in het Oranjehotel. Zij werden uiteindelijk naar verschillende concentratiekampen gestuurd. 63 van hen overleefden het gevangenschap niet.

Naar aanleiding van de executies schreef verzetsman Jan Campert ‘het lied der achttien dooden’. Het zeven coupletten tellende lied verscheen in 1943, toen het illegaal werd uitgegeven door De Bezige Bij. Campert was toen reeds op 12 januari 1943 om het leven gekomen in het concentratiekamp Neuengamme. Hij was gearresteerd voor hulp aan Joodse vluchtelingen. Het eerste couplet van ‘het lied der achttien dooden’ luidt:

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond,
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.


Nasleep

Herbegraven
Na de oorlog werden de vele (massa)graven op de Waalsdorpervlakte geopend om de hier begraven personen te identificeren en hen elders eervol te herbegraven. Zes Geuzen werd begraven op begraafplaats Emaus in Vlaardingen: Reijer Bastiaan van den Borden, Nicolaas Arie van den Burg, Jacob van der Ende, Jan Kijne, Ary Kop en Johannes Smit.

Bernardus IJzerdraat, Dirk Kouwenhoven, Leendert Langstraat en Frans Rietvelt hebben hun laatste rustplaats gekregen op het Nederlands Ereveld in Loenen. Hier bevindt zich ook het graf van Abraham Fernandes. Jan Wernard van den Bergh ligt begraven op de Algemene Begraafplaats in Schoonhoven, George den Boon in Lekkerkerk, Albertus Johannes de Haas in Schiedam, Leendert Keesmaat in Dordrecht en Hendrik Wielenga in Delft.

De drie Februaristakers die tegelijk met de leden van de Geuzen werden gefusilleerd werden herbegraven op het Nederlands Ereveld in Loenen.

Op de Waalsdorpervlakte bevind zich een monument ter nagedachtenis aan de mensen die hier werden geëxecuteerd door de Duitsers. Onderdelen van het monument zijn onder andere vier bronzen fussilladekruizen en de klokkenstoel met bourdonklok. Elk jaar vindt hier op 4 mei de herdenking van de oorlogsslachtoffers plaats.

Ter nagedachtenis aan de Geuzen
Vlaardingen kent een aantal plaatsen en gebeurtenissen die nog altijd herinneren aan het Geuzenverzet. Zo werd in 1980 ter nagedachtenis aan de idealen van de Geuzengroep de Stichting Geuzenverzet 1940-1945 opgericht. De doelstelling van de stichting is om de democratie in Nederland in stand te houden en te bevorderen en de waakzaamheid te vergroten tegen alle vormen van dictatuur, discriminatie en racisme. Ieder jaar wordt de Geuzenpenning uitgereikt aan mensen of instellingen die ditzelfde doel nastreven. Dit gebeurt op 13 maart, de dag waarop vijftien leden van de Geuzengroep in 1941 werden geëxecuteerd, in de Grote Kerk van Vlaardingen. Deze kerk staat naast het Geuzenmonument en tegenover het oude stadhuis, waar de leden van de Geuzengroep in de kelder gevangen zaten. Bekende ontvangers van deze penning zijn onder andere de Colombiaanse politica Ingrid Betancourt, de voormalig Duitse bondspresident Richard von Weizsäcker, de Anne Frank Stichting, in 2002 Asma Jahangir, de Pakistaanse advocate en pleitbezorgster voor de rechten van de vrouw, en in 2003 de internationale kinderrechtenorganisatie Defence for Children International.

Het Geuzenmonument naast de Grote Kerk in Vlaardingen werd op 12 maart 1983 onthuld door Koningin Beatrix. Het monument is gemaakt door Leen Droppert en het is gemaakt van brons, baksteen, natuursteen en straatklinkers. Het Geuzenmonument stelt een vastberaden menselijk figuur voor. Dat het monument een lopende figuur voorstelt, betekent dat zijn opdracht is om de boodschap verder te vertellen in de toekomst. Hij mag niet stil staan. Een hand steekt hij omhoog, dat betekent een waarschuwing, met de andere arm beschermt hij zijn eigen lichaam en met zijn gebalde vuist probeert hij zich te verdedigen tegen de vijand. Het cirkelvormige muurtje verduidelijkt dit allemaal nog een keer, op het bordje staat: ‘verzet tegen de vijand geschiedt steeds op den juisten tijd’. Er loopt een oversteekplaats van zwarte strepen van het standbeeld naar het voormalige politiebureau op de markt, waar de Geuzen na hun gevangenneming door de Duitsers heen zijn gebracht. Het zijn 18 dreigend zwarte strepen, gelijk aan het aantal doden op de Waalsdorpervlakte. Op de oversteekplaats staan 2 afgehakte voeten, deze beelden het abrupt beëindigde leven van deze 18 mannen uit.

Een jaar later werd op de begraafplaats Emaus een grafmonument ingericht, ter nagedachtenis aan de vijftien omgekomen Geuzen. Zes van hen lagen hier daadwerkelijk begraven. De andere negen omgekomen Geuzen liggen elders begraven. Ter nagedachtenis aan hen zijn symbolische grafstenen geplaatst. Bij de graven is een muurtje gemetseld met daarop de tekst: ‘Dan ga ik op naar Gods altaren Ps4’. Daaronder staat de tekst: ‘Zij die hier rusten werden op 13 maart 1941 op de Waalsdorpervlakte te Scheveningen door de Nazi’s ter dood gebracht’. Achter de grafstenen staat ook een gemetselde muur met een wit kruis in een halve open cirkel.


Bronnen

Boeken

- NIOD, Archief Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden, nummer 296: de veroordeling van de Geuzengroep.
- Stadsarchief Vlaardingen, archiefnummers Hi-669 en Hi-1566 (foto's)
- Anderson, J. en Middelkoop, E., De Geuzen in Vlaardingen (2008)
- Idzinga, S., Fernandes, een vergeten Vlaardingse Geus (2009)
- Historische Vereniging Maassluis
Versie: 18-7-2011 Artikel door: Pieter Schlebaum

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2017
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/2294/Geuzenverzet.htm