Liz Seiker, Freds levensreis

Liz Seiker, Fred’s Levensreis

Introductie

Het verhaal van Fred Seiker en zijn tekeningen kunnen worden opgezocht op: Fred Seiker, Lest we Forget.

Commentaar door de schrijfster.

Ik zou dit verhaal langer hebben kunnen maken door bij voorbeeld uit te weiden over zijn kindertijd in Rotterdam, over zijn liefhebberijen, over de verschillende interessante vakanties of over zijn dochter Melanie en de kleinkinderen Alexis en Micha, over verdere leden van de familie of over goede vrienden de we beiden gemaakt hebben in de loop der tijden. Dat alles zou een completer plaatje hebben opgeleverd en al die dingen zijn een belangrijk deel geweest van Fred’s leven, dat hij beschouwt als een zeer volledig geheel. Maar het heeft in mijn bedoeling gelegen om zijn kracht in staat te zijn tot volharding en moed te beschrijven, soms in onbeschrijfelijke en verschrikkelijke tijden, en ik weet dat ik daar in geslaagd ben. Ik houd van hem en ik ben heel erg trots op hem. Elisabeth (Liz) Seiker

Rotterdam

Mathias Frederik Cornelius (Fred) Seiker werd in 1915 geboren als zoon van Gertrude en Frederik Seiker in Rotterdam. Hij was de oudste van vier kinderen, twee meisjes en twee jongens. Het was een doorsnee hardwerkende familie maar ondanks armoede en tegenslag had Fred een erg gelukkig familie leven met ouders die hard moesten werken om hun kinderen te onderhouden. Gedurende de Crisis reisde Fred’s vader het land af om werk te vinden en zijn moeder zocht buitenshuis betaalde huishoudwerkzaamheden; desondanks kwam het wel eens voor dat zij een maaltijd moest overslaan om haar kinderen te eten te kunnen geven. Er bestond geen amusement maar de kinderen maakten hun eigen geknutselde spelletjes. Er bestonden geen vakanties behalve ’s zomers een enkele dag aan het strand . Gedurende de verdere rest van het jaar waren er enkel de uitzonderlijke voorvallen met speciale traktaties. Fred’s vader was technicus, wiens loopbaan begonnen was op de grote en sterke sleepboten die op de Rijn op en neer voeren tussen Rotterdam en Bazel. Later ontwikkelde hij interesse in industriële koelsystemen en werd bekend als een van Nederlands’ grootste experts op dat gebied. Nadat Fred de Lagere School had afgemaakt ging hij op dertien jarige leeftijd naar een Technische School waar hij een driejarige opleiding in techniek volgde. Die werd voltooid met twee praktijkjaren waarvan hij een deel doorbracht bij de werf Wilton in Rotterdam. Voor een gedeelte samen met zijn vader, waardoor Fred bekend werd met industriële koelinstallaties. Tegelijkertijd ging hij naar avondschool en volgde een gevorderde opleiding in algemene techniek. Hij slaagde erin geplaatst te worden op de Rotterdamse Zeevaartschool voor Machinisten ofschoon het een zware tijd was voor zijn om zijn zoon de school te laten afmafmaken vader in verband met de financiële situatie van de familie. Na het behalen van zijn eerste diploma voor de Grote Handelsvaart werd hij aangenomen bij de grootste scheepvaartmaatschappij van die tijd: de Rotterdamsche Lloyd, (vanaf 1947: Koninklijke Rotterdamsche Lloyd, red.) die alleen de beste leerlingen aannam en zijn carrière als Machinist nam een aanvang. Fred herinnert zich nog steeds de trots van zijn vader toen die hem voor het eerst in zijn uniform zag.


Introductie

Het verhaal van Fred Seiker en zijn tekeningen kunnen worden gevonden op: Fred Seiker, Opdat Wij Nooit Vergeten.

Commentaar door de schrijfster.

Ik zou dit verhaal langer hebben kunnen maken door bij voorbeeld uit te weiden over zijn kindertijd in Rotterdam, over zijn liefhebberijen, over de verschillende interessante vakanties of over zijn dochter Melanie en de kleinkinderen Alexis en Micha, over verdere leden van de familie of over goede vrienden de we beiden gemaakt hebben in de loop der tijden.

Dat alles zou een completer plaatje hebben opgeleverd en al die dingen zijn een belangrijk deel geweest van Fred’s leven, dat hij beschouwt als een zeer volledig geheel.

Maar het heeft in mijn bedoeling gelegen om zijn kracht in staat te zijn tot volharding en moed te beschrijven, soms in onbeschrijfelijke en verschrikkelijke tijden, en ik weet dat ik daar in geslaagd ben.

Ik houd van hem en ik ben heel erg trots op hem.

Elisabeth (Liz) Seiker

Rotterdam

Mathias Frederik Cornelius (Fred) Seiker werd in 1915 geboren als zoon van Gertrude en Frederik Seiker in Rotterdam. Hij was de oudste van vier kinderen, twee meisjes en twee jongens.

Het was een doorsnee hardwerkende familie maar ondanks armoede en tegenslag had Fred een erg gelukkig familie leven met ouders die hard moesten werken om hun kinderen te onderhouden. Gedurende de Crisis reisde Fred’s vader het land af om werk te vinden en zijn moeder zocht buitenshuis betaalde huishoudwerkzaamheden; desondanks kwam het wel eens voor dat zij een maaltijd moest overslaan om haar kinderen te eten te kunnen geven.

Er bestond geen amusement maar de kinderen maakten hun eigen geknutselde spelletjes. Er bestonden geen vakanties behalve ’s zomers een enkele dag aan het strand . Gedurende de verdere rest van het jaar waren er enkel de uitzonderlijke voorvallen met speciale traktaties.

Fred’s vader was technicus, wiens loopbaan begonnen was op de grote en sterke sleepboten die op de Rijn op en neer voeren tussen Rotterdam en Bazel. Later ontwikkelde hij interesse in industriële koelsystemen en werd bekend als een van Nederlands’ grootste experts op dat gebied.

Nadat Fred de Lagere School had afgemaakt ging hij op dertien jarige leeftijd naar een Technische School waar hij een driejarige opleiding in techniek volgde. Die werd voltooid met twee praktijkjaren waarvan hij een deel doorbracht bij de werf Wilton in Rotterdam. Voor een gedeelte samen met zijn vader, waardoor Fred bekend werd met industriële koelinstallaties. Tegelijkertijd ging hij naar avondschool en volgde een gevorderde opleiding in algemene techniek.

Hij slaagde erin geplaatst te worden op de Rotterdamse Zeevaartschool voor Machinisten ofschoon het een zware tijd was voor zijn om zijn zoon de school te laten afmafmaken vader in verband met de financiële situatie van de familie. Na het behalen van zijn eerste diploma voor de Grote Handelsvaart werd hij aangenomen bij de grootste scheepvaartmaatschappij van die tijd: de Rotterdamsche Lloyd, (vanaf 1947: Koninklijke Rotterdamsche Lloyd, red.) die alleen de beste leerlingen aannam en zijn carrière als Machinist nam een aanvang. Fred herinnert zich nog steeds de trots van zijn vader toen die hem voor het eerst in zijn uniform zag.

Gedurende zijn loopbaan bij de Lloyd bereisde Fred de wereld. Hij gaf zich over aan het zeemansleven, voelde zich daar totaal in zijn element en was altijd gelukkig wanneer hij weer naar zee ging. Hij klom op tot Derde Machinist.


Begin van de oorlog

In 1938 vertrok Fred op zijn laatste reis uit Holland, hoewel hij dat toen absoluut niet wist, en zou meer dan zeven jaar niet meer in zijn geboorteland terugkeren. In mei 1940, toen zijn schip op weg was naar thuishaven Rotterdam, ontving de gezagvoerder een telegram om koers te wijzigen naar Weymouth Bay in het Verenigd Koninkrijk aangezien de Nazi’s Nederland waren binnengevallen. Daar het kleine Nederlandse leger hevig tegenstand had geboden, vaagden de Nazi’s de binnenstad van Rotterdam van de kaart door een bombardement.

Uiteindelijk kwam Fred terecht in de haven van Tilbury, Essex, waar hij verdere orders afwachtte en gedurende het lange verblijf van zijn schip aan de wal, ontmoette hij een Engels meisje en werd verliefd op haar.

Zijn schip ontving orders om naar Canada te vertrekken en deed enige van de grotere havens aan de Amerikaanse oostkust aan waar zij verscheidene tonnen schroot laadden. Ze passeerden het Panama Kanaal met bestemming Kobe in Japan, alwaar - ironisch genoeg - de gehele lading schroot naar een fabriek ging waar bepantsering voor de Japanse marine gemaakt werd.

Bij aankomst in de haven van Tandjong Priok (de havenstad van Batavia, het huidige Djakarta) in het toenmalige Nederlands Indië (het huidige Indonesië) gaf Fred zich vrijwillig op om aan te monsteren op schepen die Groot Brittannië voorzagen van voedsel en oorlogsmaterieel. Hij maakte verscheidene oversteken op de Noord Atlantische Oceaan per konvooi van de Amerikaanse oostkust naar Liverpool maar ondanks dat een van die konvooien te lijden had onder constante aanvallen van onderzeeboten, kwam zijn schip er zonder grote schade vanaf. Tijdens een korte verlof periode aan wal, terwijl hij in Liverpool was, verloofde hij zich met Edna met de bedoeling te gaan trouwen.

Uiteindelijk werd het schip waarop Fred voer, uit de konvooi dienst genomen en naar Java in Nederlands Indië gestuurd alwaar hij werd overgeplaatst naar een Duits schip dat door de Koninklijke Nederlandse Marine was geconfisqueerd.

Van Java ging hij naar Singapore waar ze een lading aan boord namen voor Liverpool. Het schip verliet Singapore om via Kaapstad rendez-vous te maken met een konvooi in de Golf van Dakar. Een paar dagen vanuit Dakar (W. Afrika, red.) werd het schip midscheeps getroffen door een torpedo die al het machinekamer personeel, dat de wacht had, op slag ombracht. Daarbij was ook een collega van Fred die zijn beste vriend was. Het schip werd verlaten op een kalme en gedisciplineerde manier en alle overlevenden werden door een Brits korvet opgepikt.


Krijgsgevangene gemaakt

Uiteindelijk kwam Fred terug in Java via Durban (Zuid Afrika, red.) en terwijl hij wachtte om op een ander schip geplaatst te worden, vond de Japanse invasie plaats. Hij meldde zich als vrijwilliger bij het Nederlandse leger maar binnen korte tijd viel hij in Japanse krijgsgevangenschap en bracht hij enige tijd door in een krijgsgevangenen kamp in Bandoeng. Dat was voordat hij naar Singapore werd overgebracht via een helletocht op een schip naar de Changi gevangenis aldaar. Op de overtocht van Java naar Singapore kwam hij er al snel achter wat het betekende een krijgsgevangene van de Japanners te zijn. Gedurende de reis van verscheidenen dagen kwam een aantal van zijn kameraden om het leven.

The situatie in Changi was deerniswekkend maar draagbaar. De krijgsgevangenen werden in elk beschikbaar plekje in de gevangenis weggestouwd. De slaapplaats die hij kreeg toegewezen was op een ijzeren rooster in een doorgang. In het algemeen was de dagelijkse gang van zaken niet al te zwaar hoewel het voedsel en de accommodatie behoorlijk slecht waren. Door de dagelijkse transporten naar de Singaporese kades konden bij gelegenheid kleine hoeveelheden voedsel de gevangenis binnen gesmokkeld worden, of kleine hapjes, die door vriendelijke Chinezen werden doorgegeven, konden mee naar binnen genomen worden. De verschillende nationaliteiten die in Changi werden vastgehouden stonden in die tijd onder het bevel van hun eigen officieren. Op voorwaarde dat je niet opviel, lieten de Japanse bewakers je met rust.

Toen, op een dag, werden alle gevangenen op parade gezet en er werd hun meegedeeld dat ze naar een andere plek zouden worden overgebracht waar hen de eer te beurt zou vallen om een spoorweg te mogen bouwen voor Zijne Keizerlijke Hoogheid Keizer Hirohito van Japan. Spoedig daarna, ’s nachts, bracht een konvooi vrachtwagens hen naar het station van Singapore waar een lange trein van stalen veewagons stond te wachten. Alvorens in de wagons te worden geladen werd aan de gevangenen meegedeeld dat ze goed zouden worden behandeld terwijl ze aan de spoorweg werkten en dat voldoende voedsel zou worden verstrekt op voorwaarde dat ze de orders zouden opvolgen zoals die door het Japanse leger zouden worden uitgevaardigd. In geval van ongehoorzaamheid zou de straf streng maar rechtvaardig zijn. Het bleek dat ‘de andere plek’ Thailand zou zijn. De treinreis van Singapore naar Ban-Pong in Thailand nam verschillende dagen in beslag gedurende welke het duidelijk werd op wat voor soort behandeling door Hirohito’s dappere soldaten men kon rekenen. De krijgsgevangenen werden de stalen wagons in geperst met z’n dertigen of tweeëndertig per wagon hetgeen inhield dat er slechts sta ruimte was. Tijdens deze reis vielen de eerste dysenterie slachtoffers.

Spoedig na hun aankomst in Ban-Pong werd de groep van Fred naar een groot basiskamp van krijgsgevangenen gebracht in Kanchanaburi waar hun huisvesting was een lange vervallen bamboe hut. Het dak gaf uitzicht op de lucht boven hen op veel plaatsen, de bamboe slaap platformen bestonden bijna niet, de aangewezen slaapplaats per persoon op die latten was ongeveer twee voet breed, de vloer bestond uit aangestampte modder. De krijgsgevangenen werden onmiddellijk aan het werk gezet om die loods te repareren. Tijdens deze eerste periode kreeg Fred zijn eerste ervaringen met de beloofde rechtvaardige behandeling door de Japanse bewakers die de gevangenen met een bamboe stok op hun rug sloegen zonder enige aanwijsbare reden.

Fred begon zijn taak aan de spoorweg met het heien van rechte boomstammen in de rivierbodem in Tamarkan, bedoeld als de fundering voor de betonnen kolommen die ‘de brug over de River Kwai’ moesten ondersteunen. Hij werd gedwongen te werken van het ochtendgloren tot zonsondergang op een mager dieet van smurrie en rijst. Het gehele karwei van het heien werd uitgevoerd zonder enig mechanisch hulpmiddel. Groepen krijgsgevangenen werden gedwongen tot aan hun middel in de rivier te staan terwijl ze de het heiblok bedienden door middel van een driehoekige bamboe constructie die voorzien was van een zwaar touw door een blok. De krijgsgevangenen trokken de ram op en lieten die weer schieten op commando van een Japanse bewaker die vanaf de oever door een megafoon het ritme aangaf waarmee hij wilde dat de krijgsgevangenen het heiblok bedienden. Het was een beroerde situatie voor de krijgsgevangenen. Fred keerde terug in het kamp tegen zonsondergang terwijl hij nauwelijks de kracht nog had om zijn hand met zijn lepel naar zijn mond te brengen om de rijst met grijze smurrie te eten die de gevangenen voorgezet werd. De pijn in zijn armen maakte het moeilijk om de slaap te vatten en om uit te rusten voordat de volgende dag van martelingen weer begon. Deze toestand duurde verscheidene weken tot zijn groep werd overgeplaatst naar de bouwplaats voor het talud voor de spoorweg van Ban-Pong naar Birma.

Het werk aan het talud in de omgeving van het basis kamp was gelegen was het landschap vooral vlak en op hetzelfde niveau. Terwijl ze steeds noordelijker vorderden, veranderde het terrein van vlak naar golvend met zeer verschillende grondsoorten. Maar toen het opbouwen van een talud van enkele meters hoog, terwijl de grond van naast het talud langzamerhand steeds meer uit rotsblokken bestond, werden de fysieke moeilijkheden elke dag steeds groter. De opbouw van dit talud werd óf door de individuele krijgsgevangenen gedaan met een mand die gevuld werd met de grond die uit de aarde naast het talud werd gegraven en naar de steeds maar hoger wordende spoordijk gebracht óf door twee krijgsgevangenen die een geïmproviseerde stretcher naar de top droegen. Dit was geen al te inspannende taak wanneer het talud in de begin fase van opbouw verkeerde, maar met het groeien van de helling werd ook het werk moeilijker. Fred maakte het dagelijks mee, wanneer hij tegen de helling op worstelde met een zware lading op zijn schouders en met zijn voeten wegzakkend in de losse aarde van het talud, dat hij hevige kramp kreeg in zijn dijspieren. Wanneer dat gebeurde begon de Japanse bewaker tegen hem te schreeuwen en op hem in te slaan met zijn stok, zodat Fred op de een of andere manier weer in beweging kwam, al was het alleen maar om die gevreesde bamboe stok te ontwijken.

Met het voortschrijden van de bouw van het talud trok de groep van Fred gestadig naar het noorden., waarbij ze de basiskampen achter zich lieten. Zij werden nu gehuisvest in kleinere kampen die geen naam droegen maar alleen met een nummer werden aangegeven. De kleinere kampen stonden altijd onder het bevel van een Japanse onderofficier en deze figuren werden al snel berucht voor hun wrede en onmenselijke behandeling van de gevangenen. Gedurende zijn gevangenschap en werk aan de spoorweg in de kleinere kampen onderging Fred zelf die wreedheden en was getuige van veel van de martelingen die werden uitgeoefend door de Koreaanse kampbewakers op zijn mede gevangenen op gezag van hun Japanse meerderen.


Wreedheden

Een voorbeeld van het soort gruwelijk en onverdedigbaar gedrag dat werd vertoond door de Japanners deed zich voor op een dag toen het de beurt was aan Fred om op weg te gaan naar de Japanse keuken hut om te proberen nog iets eetbaars te vinden voor zijn groep. Het was bekend geworden dat een kleine zending van het Rode Kruis met eten voor de krijgsgevangenen was aangekomen in het kamp. Deze zeldzame Rode Kruis zendingen, bestemd voor de gevangenen, werden steeds maar weer ingepikt door de Japanners voor eigen gebruik.

Fred slaagde erin het kook huis veilig te bereiken en vond daar een kleine kist met blikken fruit. Hij nam er een blik uit. Toen hij het kook huis verliet, werd hij plotseling geconfronteerd met een Japanse bewaker die hem in zijn kruis trapte en hem met zijn geweerkolf in zijn borst ramde. Fred werd geschopt en opgepord met de bajonet op weg naar het wachthuis waar verschillende bewakers hem bewerkten tot hij half bewusteloos viel. De Japanse commandant kwam er toen bij, goot een emmer water over Fred en vertelde hem in gebroken Engels dat hij een verschrikkelijke misdaad had begaan door eigendom van Keizer Hirohito te stelen. Fred probeerde de commandant duidelijk te maken dat hij geen dief kon zijn als het blik eigendom van de gevangenen was. De commandant accepteerde deze logica niet en zei dat deze overtreding een misdaad was die met de dood bestraft moest worden. Het vonnis zou bij zonsopkomst voltrokken worden.

Hij werd naar een boom, tien meter voor het wachthuis gebracht en was met handen en voeten aan de stam vastgebonden en een houten emmer met water werd op de grond voor hem neergezet. Na nog een paar klappen in zijn gezicht werd hij alleen gelaten. Dit soort marteling is pervers en verschrikkelijk. Er blijven geen fysieke merktekens van over, maar de geestelijke marteling is onbeschrijfelijk omdat je verstand je vertelt dat, terwijl je tegen die boom gebonden staat, er bij zonsopgang abrupt een einde aan je leven gemaakt zal worden. Ofschoon er toch in een klein hoekje van je hersens een plekje is, dat je voorhoudt dat de veroordeling door de commandant alleen uitgesproken is om je psychisch te martelen. Fred kwam weer bij kennis in de hut van de krijgsgevangenen terwijl een van zijn makkers probeerde hem wat water te laten drinken. Dit soort van martelingen was dagelijkse kost langs de gehele spoorlijn. Spoedig na deze ervaring was hij weer terug aan de spoorweg om rails te leggen en lange spijkers in de houten bielzen te slaan.

Bovenop de martelingen bestond er de voortdurende dreiging van de dood door de totale afwezigheid van medische behandeling voor de vele verschillende ziektes waaronder de gevangenen te lijden hadden. Krijgsgevangenen die aan de Burma-Siam Spoorweg moesten werken, hebben hun leven lang moeten lijden aan problemen met hun gezondheid door gebrek aan een behoorlijke behandeling.

Fred heeft aan menige ziekte geleden; daardoor hebben de nawerkingen van enige daarvan voor de rest van zijn leven hun sporen nagelaten. De ziektes waaraan hij heeft geleden zijn ondervoeding, chronische dysenterie, malaria (waarvan één aanval op het kantje was), pellagra, beriberi, en een kleine tropische zweer aan zijn linker onderbeen die wonderlijk genoeg genas. Hij beweert dat deze is genezen door onbeweeglijk in de rivier te gaan staan en de visjes het geïnfecteerde vlees weg te laten knabbelen. Deze behandeling was alleen mogelijk wanneer de zweer in het vroege stadium verkeerde. In de meerderheid van de gevallen verdiepte de wond zich snel tot op het bot. De behandeling om aangetast vlees en pus te verwijderen werd uitgevoerd door de hospik door met een aangescherpte lepel de wond schoon te schrapen terwijl kameraden de patiënt vast hielden. Als de infectie te ver was voortgeschreden voor deze behandeling dan moest het aangetaste lichaamsdeel worden geamputeerd. Dit werd met een handzaag gedaan en zonder verdoving!

Misschien was cholera wel de meest gevreesde ziekte en Fred maakte dat eens mee in een van zijn kampen. In de loop van een nacht vulden de hutten zich met doden en stervenden. De Japanners waren doodsbenauwd voor deze ziekte en trokken zich haastig terug op een veilige afstand, nadat ze de toegang van het kamp hadden gebarricadeerd met rollen prikkeldraad. De gevangenen werd opgedragen de doden te verbranden en niet te begraven. Cholera slaat plotseling toe en is fataal zonder de juiste medicatie. De medische uitrusting van de krijgsgevangenen bevatte niet eens een aspirientje. In combinatie met ondervoeding was de totale vernietiging verschrikkelijk. Je kon ’s morgens relatief gezond zijn en tegen de avond dood zijn. Zodra uitdroging de overhand kreeg stond je plaats op de brandstapel onafwendbaar vast. Fred maakte deel uit van het team dat de lichamen van zijn vrienden op de brandstapel plaatste. Dit was een voortdurende operatie, het klokje rond, 24 uur per dag ononderbroken. Het was macaber en afschrikwekkend in het begin. Lichamen gingen plotseling overeind zitten of strekten onverwacht met een ruk een arm of een been uit. Maar zelfs deze verschrikking werd spoedig routine. De cholera epidemie verdween even plotseling als ze was opgetreden.

Na een ongelooflijke korte bouw tijd van slechts 16 maanden ontmoetten de twee secties vanuit Siam [het huidige Thailand, red.] en Birma elkaar binnen de grens van Siam, in oktober 1943. Daarna werd de groep van Fred naar het kamp in Kanchanaburi teruggebracht om te worden gehergroepeerd met de overige krijgsgevangenen en om elders te werk gesteld te worden in andere gebieden in de South Pacific, ook in Japan. Degenen die naar Japan werden gestuurd, werden ingescheept op de beruchte hellevaarten in onbeschrijfelijke condities. Van de 15.500 geallieerde krijgsgevangenen die rond deze periode werden verscheept, kwamen er rond de 11.000 om door aanvallen door de geallieerde marine. De Japanse transportschepen met de krijgsgevangenen, voerden niet de bijbehorende seinen en tekens, zoals voorgeschreven door de Conventie van Genève, die aan moesten geven dat de krijgsgevangenen zich aan boord bevonden.

Fred werd ingedeeld bij een kleine groep die voortdurend reparaties moest uitvoeren aan het spoor en aan de bruggen in het noorden van Siam [het huidige Thailand, red.]. Deze groepen waren klein en verbleven nooit erg lang in een plaats. Vaak bestonden hun kampen uit een kleine open plek in het oerwoud of, wanneer ze geluk hadden, uit een vervallen en verlaten kamp. Gedurende het voorjaar van 1945 moest Fred tunnels graven in de hellingen van de heuvels. Deze tunnels werden door de Japanners gebruikt om munitie in te bewaren voor het front in Birma en waren verbonden met de spoorweg door middel van smalspoor. Fred en zijn kameraden vonden het verbazingwekkend dat de Japanners het blijkbaar onbelangrijk vonden dat de krijgsgevangenen op de hoogte waren van deze opslagplaatsen. Maar de reden van die onbezorgdheid werd naderhand duidelijk. In een klein kamp iets ten zuiden van de ‘Three Pagodas Pass’ kreeg zijn groep de opdracht om een diepe en brede geul te graven. Toen ze bij de Koreaanse bewakers trachtten uit te vissen waarvoor de geul gegraven moest worden, werd hun uitgelegd dat deze een tank val was voor geallieerde tanks. Fred koesterde de verdenking dat dit niet de ware bedoeling was. Later opgedoken bewijs bevestigde zijn achterdocht toen vaten met benzine werden aangetroffen en er schriftelijke orders werden gevonden van het Japanse Oppercommando om de gevangenen in de geul bijeen te drijven, hen te doden en de lichamen te overgieten met de brandstof en hen te verbranden. Daarna moest de geul dichtgegooid worden. De krijgsgevangenen zouden van de aardbodem verdwenen zijn zonder een spoor na te laten.


In vrijheid

Op de ochtend van 18 augustus 1945 begaf Fred zich naar de latrine terwijl hij uitkeek naar de bewaker, die zich gebruikelijk in de schaduwen verborgen hield, om hem op de verplichte buiging te trakteren. Tot zijn verbazing was de bewaker nergens te bekennen. Er heerste een ongebruikelijke stilte in het kamp. Fred en een kameraad slopen naar een bosje van waaraf ze de wachtpost konden bespieden. De Japanse vlag, die altijd om de voet van de vlaggenstok werd gebonden na zonsondergang, was nergens te zien. Een stel lege kratten en algemene rommel lag overal verspreid en er was in geen velden of wegen een bewaker te bespeuren en er kwam ook geen enkel geluid uit het wachthuis.

Fred zag een uitdrukking van opperste verbazing op het gezicht van zijn maat, terwijl ze het ondenkbare niet durfden te denken. Na een tijdje besloten ze om het wachthuis vanuit twee kanten te naderen, niet wetend wat te verwachten. Fred herinnert zich nog duidelijk hoe zijn hart in zijn keel bonsde en zijn handpalmen nat waren van zweet en angst. Hij en zijn kameraad begonnen zich langzaam aan te realiseren dat er zich iets ongelooflijks had afgespeeld die nacht. Toen schreeuwde er iemand: “de schoften zijn vertrokken!" Maar nog steeds overheerste de angst dat de bewakers plotseling zouden terugkomen en het vuur op hen zouden openen. Totdat enkele inboorlingen het kamp kwamen binnen stormen en met wilde handgebaren en schreeuwend duidelijk maakten dat de bewakers ’s nachts het kamp hadden verlaten in vrachtwagens. Ze vertelden ook aan de gevangenen dat het ondenkbare inderdaad had plaatsgevonden en dat op 15 augustus de Japanners zich hadden overgegeven.

Er brak een hels lawaai uit in het kamp. Sommigen stonden daar maar stilletjes met tranen die over hun uitgemergelde gezichten stroomden. Anderen sprongen in het rond als idioten terwijl ze schreeuwden en gilden. Weer anderen zonken op hun knieën en baden in stilte. Fred herinnert zich dit ongelooflijke moment met een diepe emotie en met een soort trots. Trots om te hebben overleefd in een levende hel gedurende drie en een half jaar terwijl hij wist dat op elk uur daarvan, op elke dag, zijn leven op z’n eind kon lopen. Hij realiseerde zich plotseling dat hij weer vrij man was. Vrij om “nee" te zeggen tegen iedereen en alles.

De inboorlingen brachten hen naar een kort zijspoor waar een locomotief met drie platte wagons stond. Ondanks allerlei defecten slaagden Fred en zijn kameraden erin om de stoomketel op stoom te krijgen nadat de inboorlingen hen geholpen hadden met het vullen van de waterketel en het opladen van hout waarmee ze hoopten een aantal uren het spoor op te kunnen. De zieken die niet in staat waren om te lopen werden op de platte wagons geholpen. Degenen die nog konden lopen kregen de locomotief op gang, terwijl ze alarmerende geluiden vernamen uit de aandrijving en er sissende stoom ontsnapte. Na een korte periode van heel langzaam voortbewegen en het oversteken van twee smalle bruggen herinnert Fred zich hetgeen een van de meest gelukkige momenten uit zijn leven is geweest. Iemand die voorop de geduwde platte wagon zat schreeuwde hard de machine te stoppen. Vóór hen, zich langzaam voortbewegend om een bocht in de spoorlijn, kwam een locomotief op hun af die aan weerszijden van de ketel een Rode Kruis vlag liet wapperen. Het was een Rode Kruis trein die uit Kanchanaburi was vertrokken om naar krijgsgevangenen te zoeken in het noorden van Siam. Het bleek dat ze de opdracht hadden om naar hen uit te kijken zonder te weten waar ze waren, aangezien er geen administratief bewijs bestond voor hun aanwezigheid. Het reddingsteam had al bijna de hoop opgegeven nog overlevenden te vinden toen ze de groep van Fred tegenkwamen.

Fred geloofde er vast en zeker in dat dit een wonderlijke redding was. Jammer genoeg overleden er nog enkele zieken kort nadat ze in het hospitaal van Kanchanaburi waren afgeleverd. Fred betreurde het om weer in groepen van dezelfde nationaliteit ingedeeld te worden omdat de kwestie van nationaliteit, vooral in de kleinere kampen nooit een rol speelde. Ze hielpen elkaar steeds om in leven te blijven. Achteraf miste hij altijd het gevoel van nabijheid en het totale gevoel van vertrouwen dat heerste tussen de krijgsgevangenen. Fred’s gewicht op het moment van zijn bevrijding was 5 stone en 6 pond [ plm 32,5 kg, red.] .

De overlevende krijgsgevangenen werd op het hart gedrukt dat het van het grootste belang was voor het weer bijspijkeren dat ze voor enige tijd het honger dieet moesten blijven volhouden omdat hun spijsverteringsstelsel geen normale maaltijd zou kunnen verdragen. Ongelukkig genoeg waren er enkelen die dat advies negeerden en buiten het kamp zichzelf gingen trakteren op een feestmaal van Thais voedsel. Als een gevolg daarvan overleden er een paar. Zodra de dieet restricties werden opgeheven en normaal voedsel stapje voor stapje weer werd toegestaan, was Fred verbaasd over de mate waarin hij herstelde.

Spoedig na de bevrijding werden de Amerikanen per vliegtuig uit de basis kampen weggehaald. Het Nederlandse contingent waar Fred bij hoorde werd door de regering verordonneerd in Siam te blijven tot nader order. Met het oog op de binnenlandse opstand op Java en Sumatra werden alle militairen in Siam op stand-by gezet om eventueel weer ingezet te worden om de opstand de kop in te drukken.

De situatie voor Fred was, dat hij zich vrijwillig gemeld had bij het Nederlandse leger en daardoor was hij een beroeps militair geworden en als zodanig kon hij overal heen gestuurd worden waar de militaire organisatie maar wilde. Hij besloot dat hij zulke orders niet zou opvolgen. Hij vernam dat hij niet naar Java gestuurd zou worden wanneer hij aangenomen kon worden door de Militaire Politie; dus hij solliciteerde naar die functie en hij werd geaccepteerd.

Hij werd naar een speciale hut verhuisd met comfortabele inrichting, kreeg een jeep en een chauffeur en al spoedig was hij in samenwerking met de lokale politie verwikkeld in de bestrijding van goed georganiseerde drugs handelaren.

Tijdens deze periode bezochten hij en zijn collega’s een Siamees café voor een drankje en een hapje en om nieuwtjes uit te wisselen. De eigenaar had een dochtertje die hun hart had gestolen en speciaal dat van Fred. Plotseling werd dit meisje ernstig ziek. De Siamese arts die haar behandelde zei dat hij niet de benodigde medicijnen had en dat ze zonder die medicatie zou sterven. Fred en zijn maten sleepten hun eigen dokter mee naar het café om dit kleine meisje te onderzoeken en die ging akkoord met de diagnose van de Siamese arts. De medicijnen waren wel beschikbaar voor de militairen maar konden onder de regelementen van dat moment niet worden uitgedeeld aan Siamese burger patiënten. Echter Fred was een goed verstaander en werd weer eens een ‘dief’. Een kuur van medicijnen werd aan het meisje gegeven waarop ze volledig herstelde. Fred was van mening dat dit een klein bedankje was voor die Siamezen die hun leven in de waagschaal hadden gesteld wanneer ze trachtten de krijgsgevangenen te helpen wanneer ze dat maar konden.

Na een poosje werden de misdadige elementen wat kalmer en zijn leven werd meer een dagelijkse routine. In de tweede helft van april 1946 werden de laatste overgebleven Nederlandse krijgsgevangenen die nog in Siam waren naar Bangkok gebracht waar ze op een Nederlandse lijnboot werden geplaatst, de Nieuwe Holland [?, red.] op weg naar Amsterdam. EINDELIJK!

Gedurende de thuisreis realiseerde Fred zich dat voor menig ex-krijgsgevangene het leed nog niet was geleden, verre van dat zelfs. De psychische littekens zouden zichtbaar blijven voor de rest van hun leven. Er waren er enkelen die de terugkeer naar het burgerleven niet aankonden en die zelfmoord pleegden door overboord te springen. Fred geloofde er heilig in, dat de twee redenen om zijn tijd als krijgsgevangene te overleven zijn vastbeslotenheid was om zijn verloofde terug te willen zien én zijn absolute geloof in het feit dat Japanners zouden worden verslagen.


Thuiskomst

De aankomst te IJmuiden (als haven voor Amsterdam) was een totale anticlimax voor wat betreft de ontvangst van Fred en zijn kameraden door de Nederlandse autoriteiten. Toen het schip de Nederlandse wateren binnenvoer werd de vaart eruit gehaald om maar ’s nachts aan te komen. Er was geen officieel welkomst comité voor hun landgenoten. Er speelde geen fanfare of militaire kapel. Er waren geen familieleden op de kade. De soldaten werden in een bus geladen en naar de Harskamp gebracht, een legerkamp in het midden van het land. Daar werden ze in tenten ondergebracht met plaats voor vier personen per tent.

Enkele dagen later werd hun medegedeeld dat al het militaire personeel gedemobiliseerd zou worden. Nadat ze de achterstallige soldij van het leger hadden ontvangen, stond er naast de tafel van de betaalmeester een tafel waarachter een man in een grijs pak verklaarde dat Fred hem 10% van zijn achterstallige soldij verschuldigde als inkomsten belasting. Op dat moment besloot Fred dat hij Nederland wenste te verlaten en wel zo spoedig mogelijk. Na uitbetaling kreeg hij een stel tweedehands kleding in ruil voor zijn militaire uniform.

Ofschoon de ouders van Fred door de autoriteiten op de hoogte waren gesteld omtrent de aankomst van hun zoon in Nederland, was hun niet verteld wanneer zij hem konden verwachten. Hij ging met de bus naar zijn geboortestad Rotterdam en werd niet bij zijn ouders huis afgezet maar een paar straten verderop. Hij herinnert zich dat hij zich als een kat in een vreemd pakhuis voelde toen hij uit de bus was gestapt. Hij moest zelfs aan een voorbijganger vragen waar de straat met zijn ouders huis was.

Het welkom bij hem thuis door zijn ouders en zijn oudste zus was niet waar hij op gehoopt had na een afwezigheid van 7 jaar na zijn vertrek naar zee in 1938. De verwelkoming was er een met teleurstelling en ongemak aan weerszijden. Fred stelde vast dat zijn ouders de ene kaart, die hij als krijgsgevangene in Siam had mogen sturen, niet ontvangen hadden. Bij het ontbreken van enig levensteken gedurende al deze jaren was zijn familie gaan geloven dat hij was omgekomen, ofwel op zee ofwel als krijgsgevangene. Vanaf het moment dat hij zijn ouders huis binnentrad voelde hij zich ongemakkelijk en benauwd. Hij startte onmiddellijk met het ingewikkelde proces om naar Engeland te vertrekken met de bedoeling om een passende werkkring te gaan zoeken en een nieuw leven te gaan beginnen. Zes weken na zijn aankomst in Nederland werd Fred weer herenigd met zijn verloofde in Engeland. Het welkom dat hij van haar ontving was een schok, ofschoon hij zich dat op dat moment niet realiseerde en die pas in de jaren die volgden tot hem door zou dringen.

Fred vestigde zich in Grays in Essex zonder goed te weten wat de toekomst voor hem in petto zou hebben. Hij had een brief van een Nederlandse arts om aan een Engelse collega te geven. In deze brief stond dat hij onder geen enkele voorwaarde werk zou moeten zoeken gedurende minstens een jaar en dat hij zich moest melden bij het Ziekenhuis voor Tropische Ziekten in Londen. Hetgeen hij om de drie maanden deed in dat jaar.

Fred trouwde met Edna in augustus, 1946. Geen familieleden of vrienden waren aanwezig op de trouwpartij. Edna werkte in een volledige baan als manager bij een plaatselijk catering bedrijf en was als zodanig de enige met inkomsten. Haar werk eiste van haar dat ze op kantoor was tijdens de werktijden overdag en dat ze de meeste avonden ook nog toezicht moest uitoefenen. Het was moeilijk voor hem om zo afhankelijk van zijn vrouw te zijn. Door deze thuis situatie begon hij zich al spoedig eenzaam en geïsoleerd te voelen.

Langzamerhand begon Fred vrienden te maken die zich bezorgd gingen maken over zijn welzijn aangezien hij problemen had met zich aan te passen aan het burgerleven. Hij leed aan onverklaarbare driftbuien en werd zichtbaar angstig wanneer hij vreemden ontmoette. Nadat hij medische steun had gezocht bezocht hij gedurende een jaar een psychiater in Londen waarna hij gereed was weer voort te gaan met zijn leven.

De belangrijkste reden dat hem werd toegestaan door de Engelse autoriteiten zich in England te vestigen waren zijn technische kwalificaties. Er werd hem te verstaan gegeven dat hij geen enkel probleem zou hebben om een passende werkkring te vinden. Dit echter, was verre van wat er in werkelijkheid gebeurde. Bij elke baan die Fred geschikt achtte en waar hij naar solliciteerde kreeg hij steeds weer aan het eind van het interview de vraag: "Trouwens, wat heb je eigenlijk voor een accent?" En dan volgde: "Neem me niet kwalijk, alleen voor Britten." Uiteindelijk vond Fred een baantje als scheepsmonteur. In 1949 werd hun dochter Melanie geboren.

Er begon nu een periode waarin Fred zijn ervaring opdeed van het emigrant zijn. Door zijn opleiding als Machinist werd hij al gauw populair bij de directie van zijn bedrijf. Dat had weer als resultaat dat zijn collega’s hem vijandig begonnen te behandelen en dat uitliep op een onacceptabele aantijging door een vakbondsvertegenwoordiger. Hij stopte met zijn baan om te gaan werken als onderhoudsmonteur bij een grote olieopslagplaats in de haven van Thames (Essex).


Zijn loopbaan

Hij vond het werk plezierig en interessant en al spoedig viel hij op doordat hij reparatie werk opknapte dat normaal gesproken werd uitbesteed. Hij verwierf het respect van zijn collega’s en maakte verschillende vrienden. Na ongeveer een jaar ging de voorman van de reparatie-ontwikkelingssectie met pensioen. De directie was erop gebrand dat diens vervanger gezocht zou worden onder de eigen werknemers of bij de nabije Shell raffinaderij. Tot verrassing van Fred vulde de voorman zijn naam op de lijst van mogelijke kandidaten en tot zijn nog grotere verrassing vernam Fred dat de gehele onderhoudsstaf bij Thames Haven hem had aanbevolen als de aangewezen vervanger van de gepensioneerde voorman.

Het werk als voorman van de ontwerp afdeling was belangrijk voor het bedrijf. Bij de baan behoorden een huis van het bedrijf en autokosten vergoeding. De mogelijkheid om een dergelijke baan aan te nemen was een uitdaging en voldoening gevend voor Fred omdat hij besefte dat hij weer een nuttige bijdrage aan de samenleving kon leveren. Hij ontdekte echter ook, dat wanneer hij voor de baan zou worden uitgekozen, hij zou moeten verhuizen naar de bedrijfswoning dat ongeveer een 1,5 km van zijn werk aflag en zijn vrouw maakte hem zeer duidelijk dat ze niet uit hun huis in Grays wenste te verhuizen.

Echter vooroordeel en onnozelheid staken weer eens een keer de kop op. Fred had al eens een keer kennisgemaakt met de krachten van de vakbond die zich overal manifesteerde langs de rivier van Southend tot Londen. Toen nu de Amalgamated Engineering Union vertegenwoordiger van de Shell fabriek, wiens naam ook op de kandidaten lijst voorkwam, hoorde over het plan om Fred de promotie te gunnen, begon hij een campagne - gesteund door de vakbond bonzen - om de naam van Fred van de lijst af te voeren omdat Fred niet Brits was en hij zou daardoor niet in aanmerking mogen komen voor een functie met management status. Fred als vakbondslid, verplicht, vocht dit oneerlijke uitgangspunt fel aan. Echter zonder resultaat en de Shell werknemer kreeg de baan. Fred nam onmiddellijk zijn ontslag bij het bedrijf, zwaar teleurgesteld. Hij solliciteerde naar een andere baan als monteur maar bij een fabriek dichterbij huis.

Dit bedrijf werkte met werknemers die geen lid van een vakbond waren in zoverre, dat wanneer men tot een vakbond wenste te behoren, men dat mocht zolang de bedrijfsvoorschriften werden geaccepteerd. De lonen waren de hoogste in het gebied met uitstekende secundaire arbeidsvoorwaarden. Fred kreeg een baan aangeboden van een lange lijst met sollicitanten. De fabriek lag slechts op 10 minuten op de motor van zijn huis. Ook hier werd hij door zijn achtergrond op de belangrijkste karweien gezet. Hij werd erkend als een efficiënte reparatie monteur, zonder enig vooroordeel van zijn collega’s. Binnen een paar jaar kreeg Fred de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van een nieuwe productie fabriek. Dit bood een loonsverhoging van zijn basis inkomen maar hield in dat hij 24 uur per dag oproepbaar was. Toen het bedrijf uitbreidde door een nieuwe productie faciliteit toe te voegen, met tot nu toe onbekende machine installaties, werd Fred belast met de installatie en het testen van de nieuwe fabriek. Hij herinnert zich de trots die hij voelde omdat het bedrijf hem deze belangrijke verantwoordelijkheid had toevertrouwd.

Na een jaar of tien werknemer te zijn geweest voelde Fred dat de tijd was gekomen om zijn loopbaan verder uit te bouwen en het handwerk aan anderen over te laten. Hij greep zijn kans door naar de baan van technisch tekenaar te solliciteren bij zijn bedrijf en geloofde dat hij die zou krijgen. Echter tot zijn grote teleurstelling ging de baan naar een collega. De reden om hem de functie niet te geven werd aan hem uitgelegd door te stellen dat hij belangrijker was voor het bedrijf in zijn huidige baan. Fred nam ontslag om verder om zich heen te kijken en om zijn ambitie te vervullen geen handwerk meer te hoeven verrichten. Om dit te bereiken realiseerde hij zich dat hij in Londen zou moeten zijn waar de grotere technische bureaus waren gevestigd.

Binnen korte tijd nadat hij zijn vorige baan had verlaten werd hij aangenomen door een groot ontwerp bureau in Londen dat gespecialiseerd was in de bouw van olie raffinaderijen en elektriciteitsbedrijven. Dit betekende dagelijks op en neer reizen vanuit Grays hetgeen een twaalf uur durende werkdag inhield. Na zijn initiële opleiding werd hij het land doorgestuurd om te controleren dat materiaalleveringen naar de verschillenden bouwplaatsen werden zeker gesteld. Dit betekende dat hij van ’s maandags tot vrijdag onderweg was en alleen het weekend thuis. Ofschoon het inspannend werk was en hij lange uren maakte hield hij van zijn werk aangezien het hem verantwoordelijkheid gaf en hij vaak ter plekke beslissingen moest nemen.

Inmiddels was Fred gescheiden, in 1966, van zijn echtgenote Edna na 20 jaar huwelijk.

Na een tijdje werd hij bevorderd tot controleur voor de verzendingen. In de loop van de jaren ging hij er steeds meer op vooruit en werd benoemd tot inspecteur en werd aangesteld als een soort van trouble shooter. Zijn werk hield in dat hij veel reizen naar het buitenland moest maken. Fred werd een populaire collega bij de ontwerp afdeling van zijn bedrijf. Echter, na het afronden van belangrijke onderhandelingen met een Britse staal fabriek ontdekte hij dat zijn rapportage die voor de directie was bestemd, door een oudere collega was overgenomen en die de eer voor Fred’s werk opeiste.

Op dit moment werd de manager van de Fired Heater Division benoemd tot Algemeen Directeur van een pas geopende divisie van een Amerikaans bedrijf. Dit bedrijf leverde verhittingsapparatuur aan olie raffinaderijen. Hij bood Fred een positie aan van contract onderhandelaar tegen een salaris dat bijna het dubbele was van wat hij verdiende en met het oog op het feit dat dit aanbod meer carrière perspectieven bood, besloot Fred voor dat nieuwe bedrijf te kiezen.

Omdat Fred’s nieuwe werkgever in East Sheen was gevestigd, ten zuid westen van Londen, betekende dit nog langere reistijden naar en van zijn werk en door huwelijks problemen ging Fred op kamers, dichter bij zijn werk. Daar ontmoette hij Elizabeth. In het begin waren ze vrienden, vriendschap veranderde in liefde en ze besloten samen te gaan wonen. Om te beginnen op huurkamers in East Sheen en daarna in hun eigen huis(je) in Richmond. Ze trouwden in januari 1972. Het nieuwe bedrijf groeide voorspoedig en Fred voelde zich zeer tevreden met het werk dat hij uitvoerde. Het bleek echter al spoedig dat het hogere salaris, dat hem was voorgehouden, slechts had gediend om hem over te halen om bij dit bedrijf te komen werken. De verwachte salaris stappen werden niet waar gemaakt en het werd nog erger. Na een bezoek van de directeur van het moeder bedrijf uit Amerika werd het Londense filiaal opgedoekt en Fred verloor zijn baan.

Hij was in staat een nieuwe werkkring te vinden bij weer een ander technisch bedrijf dat in het centrum van Londen lag en hij begon daar begin 1971 te werken. Dit bedrijf was er in gespecialiseerd om olie raffinaderijen materiaal te leveren voor sulfaat winning. Het werk van Fred was gevarieerd en interessant, speciaal toen hij naar Wenen werd uitgezonden om de installatie van een fabriek, die sulfaat terugwon bij de enige olie raffinaderij van Oostenrijk, te begeleiden. Hij herinnert zich levendig zijn tevredenheid over het ontdekken van een afwijking in een turbine die verantwoordelijk was voor het in bedrijf treden van de fabriek. Maar het noodlot sloeg weer eens toe. Op het moment dat de Fransen uit Algerije vertrokken werd het bedrijf een contract gegund om de gehele uitrusting te vernieuwen, door de belangrijkste Algerijnse olie raffinaderij. Door de politieke onstabiliteit in die dagen, liep het contract uit op een te grote financiële last voor het bedrijf en het ging vervolgens ten onder. En weer stond Fred op straat.

Tegen deze tijd begon Fred zich af te vragen of hij wel ooit nog in staat zou zijn om een vaste baan te vinden in de ontwerp industrie. Hij besloot als zelfstandige te gaan werken en kocht een franchise voor een zaak in onderhoud van de buitengevels van huizen. Om deze franchise te kunnen bekostigen had hij al zijn spaargeld nodig. Een van de belangrijkste redenen voor Fred om dit onbekende terrein te betreden, was dat de andere deelnemers allen zakenlieden waren met ervaring. De eigenaar was een Argentijn, die getrouwd was met een Engelse vrouw en die al lang in Engeland woonde. Fred werkte hard aan zijn nieuwe onderneming en voelde hoe zijn zelfvertrouwen toenam en dat hij contracten binnenkreeg. De zaken gingen voorspoedig tot op het punt dat hij mensen in dienst moest gaan nemen.

Het franchise systeem maakte het noodzakelijk dat er regelmatig besprekingen werden gehouden in het Londense kantoor van de eigenaar. Bij een van die gelegenheden kwam Fred daar aan en vond verschillende franchise houders buiten op de stoep staan met een notitie dat het kantoor was gesloten. Tot ieders grote ontzetting werd vastgesteld dat de eigenaar en zijn familie waren terug verhuisd naar Argentinië met medeneming van alle bezittingen van het bedrijf. Twee leden van de groep besloten om een rechtszaak te beginnen om te trachten hun geld terug te krijgen maar het werd duidelijk dat dit een hopeloze zaak zou worden. Pogingen om de eigenaar in Argentinië te achterhalen faalden eveneens.

Dit was werkelijk een absoluut dieptepunt in het leven van Fred aangezien hij weer werkloze was geworden die zich iedere keer, wanneer hij zijn uitkering moest gaan ophalen, diep vernederd voelde. Hij had nog steeds het idee dat een terugkeer naar een technisch bedrijf niet realistisch zou zijn op de langere termijn. Uiteindelijk besloot hij naar een baan te solliciteren die hij op het aanplak bord van het werkelozen bureau had gezien en begon te werken aan het verkopen van dubbele beglazing tegen commissie. Dat hield in dat hij elke avond en elk weekend op weg was om potentiele klanten te bezoeken; maar hij kon daar niet van rondkomen en hield ermee op en zocht weer werk. Daarna ging hij werken bij een bedrijf dat professionele massage apparatuur verkocht aan sportlieden, ziekenhuizen en aan klanten thuis. Ook dit betekende werken in de avond uren en in de weekends. Hij stelde vast dat hij niet in staat bleek te zijn het doorslaggevende verkoop verhaal te houden, hij was niet in staat een behoorlijk verkoop resultaat te boeken en besloot weg te gaan.

Na zijn besluit om weer bij een technisch bedrijf te gaan werken liep hij tegen een bedrijf aan dat zich bezighield met water behandeling voor industriële en privé doeleinden. Hij werkte op de ontwerp afdeling en ontwierp bouwtekeningen voor potentiële klanten. Het salaris dat hij ermee verdiende was ver benden datgene wat hij gewend was geweest in voorgaande betrekkingen en het werk was geen erg grote uitdaging. Na ongeveer een jaar kon hij de verveling niet langer verdragen. Tevens kreeg hij meer en meer verantwoordelijkheid te dragen zonder enige verbetering van zijn condities.

Hij solliciteerde op een advertentie voor een technische functie in Hounslow, Middlesex en kreeg de baan. Tegen die tijd, in 1975, was Fred zestig jaar oud. Hij begon zijn werk als contract onderhandelaar. Na verloop van tijd werd hij gepromoveerd tot contract manager en uiteindelijk tot Project manager. Het bedrijf was gespecialiseerd in gemiddelde investering projecten die varieerden van een enkel ontwerp tot een complete fabriek. Fred vond dit een uitdagende job en had er grote professionele belangstelling voor, ook omdat elke taak inhield dat het ging om het proces vanaf de tekentafel tot en met de uiteindelijke oplevering.

De hoofdmoot van het werk bestond uit het ontwerpen en de installatie van een edelgas uitrusting aan boord van tankers over de gehele wereld. Het bedrijf was ook gespecialiseerd in het terugwinnen van fijnstof waarop ze een patent hadden en Fred was belast met de bouw van een van deze fabrieken voor de Greater London Authority in Wandsworth. De meest indrukwekkende opdracht die hij kreeg, was het complete updaten van het ventilatie systeem van de Hither Tunnel in Londen. De taak werd binnen het budget afgerond en eerder opgeleverd dan voorzien.


Gepensioneerd

Toen Fred zijn pensioengerechtigde leeftijd van 65 bereikte vroeg zijn bedrijf hem of hij tot z’n zeventigste wilde aanblijven en Fred accepteerde dat aanbod met groot enthousiasme want hij voelde zich nog niet toe aan zijn pensioen. Gedurende zijn latere jaren ontwierp hij een systeem dat uit staaf diagrammen en grafieken bestond en dat hoofd projectlijnen uitzette zoals budget, duur van de contracten enz. op de basis van projecten, voortgang, ploegen sterkte etc. [flowcharts, red.]. Dit systeem toonde programma schema’s en de actuele status op een wekelijkse basis en was zeer succesvol.

In 1983 gingen Liz en Fred (die elkaar in 1968 hadden ontmoet) op vakantie naar het Verre Oosten waar ze Singapore, Bangkok, Hong Kong (inclusief een eendagstrip naar China) en Penang bezochten. Terwijl ze in Bangkok verbleven bezochten ze de brug over de River Kwai bij Tamarkan en het oorlogsgraven kerkhof in Kanchanabury hetgeen een zeer emotionele ervaring was voor Fred die hem diep trof.

Fred ging op z’n zeventigste met pensioen in 1985. Zijn afscheidspartij was een zeer speciale aangelegenheid aangezien Liz in het geheim een feestelijke lunch had georganiseerd in een hotel in de buurt. Toen Liz en hij daar arriveerden dacht hij dat het een privé bijeenkomst zou worden met familie maar in plaats daarvan was het een bijeenkomst met vele vrienden en collega’s van zijn werk. Het was een daverend succes.

In oktober 1987 verhuisden Liz en Fred naar Worcester. Na een periode van gewenning begon hij na te denken over activiteiten die hij wilde ontplooien tijdens zijn pensionering en volgde hij aquarelleer lessen bij Bevere Vivis in Worcester. Hij ontdekte dat hij er talent voor had en zijn werk werd regelmatig verkocht in de Bevere Gallery en bij menig lokale gelegenheid. In 1991 was er een expositie van zijn werk in het auditorium van het Swan Theatre en in 1993 was er een speciale tentoonstelling in de Bevere Gallery.

Op 15 augustus 1995 was het de 50ste herdenking van het einde van de Tweede Wereld Oorlog. Gedurende die vijftig jaar was de oorlog in het Westen uit en te na beschreven en besproken door de historici en de media terwijl de oorlog in het Verre Oosten regelmatig werd genegeerd. In het voorjaar van 1995 begon Fred manieren te bedenken om het publiek zich bewust te laten worden van wat er zich eigenlijk had afgespeeld in het Verre Oosten. Hij besloot dat hij aquarellen wilde maken van zijn eigen ervaringen en voorvallen waarvan hij getuige was geweest als krijgsgevangene van de Japanners, liever dan zijn gedachten in woorden op papier te zetten. Hij ging er op een goede dag voor zitten en begon een paar plaatjes te tekenen van de wreedheden die de Japanners hanteerden en andere verschrikkingen die de gevangenen hadden moeten doorstaan. Liz was sterk aangedaan toen ze de simpele lijntekeningen zag die Fred produceerde. Terwijl hij voortging met zijn schetsen ontwaakte zijn geheugen en voorvallen die lang vergeten waren, doemden weer voor hem op. Het werk nam verschillende weken in beslag voordat hij de collectie afmaakte en tussendoor raakte hij emotioneel zodanig geraakt dat hij van tijd tot tijd moest ophouden met tekenen.

Toen Fred zijn werk aan de Bevere Gallery toonde raadden ze hem aan om het tentoon te stellen tijdens de augustus herdenking. De expositie genereerde een interesse niveau dat ver boven Fred’s verwachtingen lag en TV, radio en de kranten maakten er overal gewag van. Het had ook een psychologisch effect op Fred en toen de BBC televisie hem thuis bezocht voor een interview was het de eerste keer in vijftig jaar dat hij vrij en open sprak over zijn ervaringen.

Mensen kwamen van heinde en verre om de tentoonstelling te zien en toen die voorbij was raadden de Gallery houders hem aan dat de tekeningen in boekvorm zouden moeten worden gepubliceerd. Als gevolg daarvan werd er een uitgeverij opgericht met de naam Vivis Bevere Gallery Books en Fred gaf het boek de titel Lest We Forget. Het boek werd in november 1995 gepresenteerd in de Gallery onder goede media aandacht en met een signeer sessie bij W.H.Smith in Worcester. Tot genoegen van Fred waren er verschillende leden van de Birminghamse FEPOW (Far East Prisoners of War Association = de Vereniging van Krijgsgevangenen uit het Verre Oosten) aanwezig bij de lancering van zijn boek en spoedig daarna werd Fred ook lid van de FEPOW.

Om een groter publiek te bereiken werd er besloten het boek aan te prijzen op het internet en aldus werd door de Gallery gedaan. Het effect was dat er onmiddellijk en op een wereldwijde schaal werd gereageerd hetgeen veel emotionele reacties in e-mails opleverde van mensen die de website bezochten.

Gedurende de tien volgende jaren tussen 1995 en 2005 ging de gezondheid van Fred achteruit en het stoorde hem buitengewoon dat hij niet in staat was het leven met zijn gebruikelijke vitaliteit tegemoet te treden. Hij onderging twee hernia operaties en kreeg een heup operatie en wordt nu geplaagd door een zenuwbaan ontsteking in zijn pols. Hij ontwikkelde het syndroom van Menière en oorsuizingen, er werd vastgesteld dat hij long fibrose had en hij lijdt aan daarmee samenhangende afwijkingen. Reuma heerst in verschillende delen van zijn lichaam en wordt erger. Hij heeft een aantal aanvallen van ademnood gehad die hem driemaal noodzaakten met de ambulance naar de Eerste Hulp gebracht te worden en nu heeft hij zuurstof naast zijn bed voor noodsituaties. Ondanks al deze problemen, samen met de gezondheidsproblemen die hem restten van zijn krijgsgevangenschap, schatten vreemden hem 15 jaar jonger dan zijn werkelijke leeftijd.

Fred nam elke gelegenheid te baat vanaf 1995 om het verhaal van de Japanse krijgsgevangenen uit de Tweede Wereldoorlog uit te dragen; speciaal wilde hij de jongere generaties inlichten zodat zij zich er bewust van worden dat zoiets eenvoudigweg weer kan gebeuren. Hij gaf al zijn opbrengsten daaruit aan liefdadige doelen. Hier volgen enkele van zijn activiteiten.

Een uittreksel van het verhaal ‘Smile’ uit zijn boek is gebruikt in een documentaire door Irish Promedia TV in Dublin die getiteld was ‘Surviving the Sword’.

Fred Seiker is op 2 juni 2017 op 101-jarige leeftijd thuis overleden.


Publiciteit voor Lest We Forget

Het hieronder genoemde boek van Fred Seiker kan hier gelezen worden: Fred Seiker, Opdat Wij Nooit Vergeten.

Lezing: de Burma-Siam Spoorweg en daarna

Het boek kan gevonden worden in het Imperial War Museum in Londen, het Imperial Wat Museum in Manchester, het National Memorial Arboretum in Alrewas, het Second World War Experience Centre in Leeds, Eden Camp in Yorkshire, het Nimitz Museum in Frederiksberg (VS) en verschillende andere locaties.

In oktober 1997 werd Fred uitgenodigd om te spreken in Londen tijdens een ontmoeting van een groep die opgericht was ter promotie en herdenking van het verhaal van de Burma-Siam Spoorweg. Lokale hoogwaardigheidsbekleders waren uitgenodigd inclusief de burgemeester en burgemeestersvrouw van Westminster. Na afloop van de ontmoeting werd de lezing op internet gezet. Hij heeft in Engeland de toespraak gegeven op diverse instituten en organisaties, waaronder scholen, Probus- en Rotaryclubs, de University of the Third Age, de Universiteit van Worcester en het Royal British Legion. In het buitenland gaf hij lezingen in Japan en de Verenigde Staten.

Freds lezing en zijn boeken zijn vertaald in de Japanse taal door Akira Tanzawa en Koshi Kobayashi. Dit tot grote voldoening van Fred omdat het doel is dat de Japanse mensen iets leren over iets van de oorlog dat hen voorheen niet verteld werd.

Zijn boek en transcriptie van zijn lezing bevinden zich in de Hell Fire Passmuseum en het informatiecentrum in Kanchanaburi, allebei in Thailand. Professor Pasternack van de Universiteit van Californië verzocht Fred om zijn lezing te gebruiken in een serie van colleges in het herfstsemester van 2005 van zijn universiteit.

Correspondentie met VIP’s

Premier John Major, premier Tony Blair, prins Philip, prins Charles, Koningin Beatrix, president Clinton, de Japanse ambassadeur in Londen, de Japanse minister van Buitenlandse Zaken in Tokyo, de directeur van het Imperial War Museum in Londen, de directeur van het Imperial War Museum North in Manchester, de militaire attaché van de Nederlandse ambassade in Londen, de Britse ambassade in Bangkok, het Royal British Legion in London.

Media en andere interviews

Fred is geïnterviewd door nationale en lokale radio, televisie en geschreven pers in het Verenigd Koninkrijk, Nederland, de Verenigde Staten en Japan. En ook door het Records Office van de gemeente Hereford en Worcester en het Second World War Experience Centre in Leeds. Zijn verhaal "Smile" uit het boek en zijn lezing zijn opgenomen op audioband door het Royal National Institute for the Blind voor hun luisterboekenproject.

Geschreven artikelen en verhalen

Hij heeft artikelen geschreven voor de Merchant Navy Association, bestuursorganisaties en Amerikaanse tijdschriften. Twee van zijn gedichten – 48 Hours Leave en Bill – zijn gepubliceerd in Poetry Now van Peterborough. Het eerste gedicht speelt zich af in het Verenigd Koninkrijk in oorlogstijd, het tweede is een eerbetoon aan een kameraad die sneuvelde als krijgsgevangene.

Documentaires

Fred heeft bijgedragen aan de volgende documentaires: The True Story Of The Bridge On The River Kwai gemaakt door Greystone Communications of Hollywood, VS.
Hell In The Pacific geproduceerd door Carlton TV, Verenigd Koninkrijk.
Japan's Prisoners Of War geproduceerd door the History Channel.
The Bridge On The River Kwai – de documentaire gemaakt voor National Geographic, VS.
Een deel van zijn verhaal "Smile" uit zijn boek is gebruikt in een documentaire van Irish Promedia TV, Dublin, getiteld Surviving The Sword.

Andere activiteiten

In 1998 werd Fred benaderd door Keiko Holmes van Agape, een organisatie die herstel van de betrekkingen van ex-krijgsgevangenen met het Japanse volk nastreeft. Ze nodigde hem en Liz uit om de jaarvergadering van Japanse Agape leden en ex-krijgsgevangenen die zomer bij te wonen in Londen. Tijdens een bezoek aan de Japanse ambassade deed het Fred plezier om een lang en interessant gesprek met de ambassadeur te hebben.

Het jaar daarna werden Fred en Liz uitgenodigd door Keiko Holmes om met een groep ex-krijgsgevangenen naar Japan te reizen voor een verzoeningspelgrimage. Ze vonden diegenen die ze ontmoetten verwelkomend en vriendelijk. Echter terwijl ze het atoom museum in Nagasaki bezochten werd Fred woedend over het feit dat als reden voor het gooien van de atoombom op die stad door de Japanners zodanig werd gepresenteerd dat de Amerikanen als agressor werden voorgesteld en dat het gooien van de bom als geheel onnodig zou zijn geweest. Fred werd door journalisten van een toonaangevende Japanse krant en van de televisie benaderd. Hij ging ermee akkoord geïnterviewd te worden op voorwaarde dat de mening die hij uitdroeg naar waarheid zouden worden weergegeven. Het interview werd die avond op de tv getoond tevens verscheen er een artikel in de pers en volgens de vertaler hielden de media zich aan hun woord.

Fred had contact gemaakt met Val Roberts-Poss, de Algemeen Directeur van de USS Houston Survivors Association & Next Generation [de vereniging van overlevenden van het USS Houston en de volgende generatie]. Als gevolg daarvan waren Liz en hij aanwezig bij de jaarlijkse herdenkingsbijeenkomst in Houston, Texas van de kruiser Houston die door de Japanners tot zinken was gebracht tijdens de Slag in de Java zee. Overlevenden van dat schip waren gevangen genomen door de Japanners en te werk gesteld aan de Birma Spoorweg.

Het National Arboretum, Alrewas, Staffordshire.

In 2002 vonden er twee belangrijke evenementen plaats die waren verbonden met de installatie van een origineel deel van de Birma Spoorweg. Fred was door de BBC uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de werkelijke aankomst van het stuk spoorweg. Hij en Liz werden per taxi naar het Arboretum gebracht en Fred bevond zich om 7 uur ’s morgens in een nat en mistig stuk land om te worden geïnterviewd door de BBC World Service en door Breakfast TV. Gedurende de rest van de dag stonden er rijen met vertegenwoordigers van de media om hem te interviewen en hij vond die ervaring emotioneel en fysiek uitputtend . Er was een klein oponthoud in de aankomst van het stuk spoorbaan waardoor het pas laat in de namiddag arriveerde. Toen het stuk spoorrails eindelijk werd afgeladen werd de emotie bij Fred en zijn kameraden overweldigend.

Het tweede memorabele moment was toen Fred werd uitgenodigd om Prince Charles te ontmoeten die het Arboretum bezocht en geïnteresseerd was om het stuk spoor te bekijken. De Prins luisterde aandachtig naar wat Fred te vertellen had en toonde duidelijk zijn medeleven met het lot van de krijgsgevangenen. Fred voelde zich zeer vereerd toen hij naderhand een persoonlijke brief van de Prins mocht ontvangen. Een kopie van die brief wordt tentoongesteld in het Arboretum naast zijn tekeningen.

Fred en Liz werden vrienden van het Arboretum en doneerden een bank en een boom die staan opgesteld naast het stuk spoorweg en ook schonken zij een elektrische scooter voor invalide bezoekers.

In 2013 heeft Fred de originele aquarellen van de Lest We Forget collectie overgedragen aan het Bronbeek museum in Arnhem.

Lidmaatschappen

Fred is lid van het Royal British Legion , de Merchant Navy Association, FEPO, Friend of the National Memorial Arboretum en erelid van de USS Houston Survivor’s Association. Overige evenementen

Hij is verantwoordelijk voor de installatie van een herdenkingsplaquette die is geplaatst in het Eden Camp Museum in Yorkshire dat de gedachte levendig houdt aan diegenen die omkwamen tijdens het werk aan de Birma Spoorweg. Kopiën van zijn aquarellen zoals die in zijn boek staan afgebeeld worden geëxposeerd in tentoonstellingslijsten in hut nummer 10 in dat museum.

Zijn naam is opgetekend op een herdenkingsmonument in Hirado in Japan door zijn betrokkenheid met de International Relations Organisation die in Hirado is opgericht.

In 2001 werd er aan Fred een campagne medaille uitgereikt van het Nederlandse Leger in Indonesië gedurende de Tweede Wereld Oorlog. De medaille werd uitgereikt bij hem thuis in Worcester, zo’n jaar of zestig te laat, door de Militaire Attaché van de Nederlandse ambassade te Londen, diens Adjudant en een vertegenwoordiger van de Koninklijke Nederlandse Marine.

Fred zal altijd bereid zijn om bij te dragen aan alles dat met het krijgsgevangenschap heeft te maken. Verzoeken daaromtrent zijn veelzijdig en komen onverwacht per brief, per telefoon, per e-mail of fax van over de gehele wereld. Veel daarvan zijn afkomstig van hen die zoeken naar informatie over geliefden die omkwamen bij de Birma Spoorweg. Pas geleden nog verbleef een studente die onderzoek doet voor haar these over krijgsgevangenen bij Fred en Liz - ze was speciaal geïnteresseerd in alles dat betrekking had op haar nu overleden grootvader die krijgsgevangene was geweest en aan de spoorweg had gewerkt.

Een zeer indrukwekkende gelegenheid had plaats in augustus 2005 gedurende de 60ste herinneringsdag van VJ Day bij de Cenotaph in Whitehall in Londen [de plaats van de jaarlijkse ‘Remembrance day’ red.]. De BBC benaderde Fred en vroeg toestemming om een gedicht te mogen gebruiken dat hij had geschreven als herinnering aan een stervende vriend terwijl hij krijgsgevangene was.

De BBC had de bedoeling het gedicht te gebruiken als het slot van hun TV uitzending. Fred gaf toestemming en zijn gedicht werd voorgedragen door commentator James Naughtie onder vermelding van Fred’s naam. Het was een passend einde van de herdenkingsceremonie en Fred was er erg trots op dat hij in staat was geweest om een bijdrage te leveren aan deze belangrijke nationale aangelegenheid.


Bronnen


Versie: 4-6-2017 Vertaald door: Fred Bolle

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2018
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/2900/Liz-Seiker-Freds-levensreis.htm