Patrouilleschepen van de Noorse Marine

Patrouilleschepen van de Noorse Marine

Patrouille schepen van de Noorse Marine Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had de Noorse Marine een groot aantal schepen in dienst dat een taak als patrouillevaartuig had gekregen.

Onderstaand vindt u een overzicht van de belangrijkste gegevens van deze schepen:

Skudd I en Skudd II
Deze beide schepen hadden een tonnage van 247 BRT en waren bewapend met een 76 mm geschut. Ze hadden een bemanning van 15 koppen en konden een snelheid behalen van 12 knopen. De Skudd I en II werden in 1929 te water gelaten.

Oter I
De Oter I was iets groter dan de beide Skudds en ook in 1929 te water gelaten. Het schip had een waterverplaatsing van 251 BRT. Verdere gegevens gelijk aan de Skudd.

Hvall II, Hvall III, Hvall IV, Hvall V, Hvall VI, Hvall VII
De Hvall II had een waterverplaatsing van 224 BRT, de Hvall III van 246 BRT en de overige van 248 BRT. Alle konden een snelheid behalen van 12 knopen, behalve de Hvall V (10 knopen). De bewapening betond in alle gevallen uit een 76mm geschut. De Hvall V had een bemanning van 18, de overige van 15 koppen. De schepen zijn in de jaren 1927-1930 te water gelaten.

Pol III
De 214 BRT metende Pol III was het eerste Noorse schip dat in aanraking kwam met de Duitse invasievloot in april 1940. Het schip werd tot zinken gebracht, waarbij de kapitein W.Olsen om het leven kwam. Hij werd hiermee het eerste Noorse slachtoffer van de invasie.
De Poll III was in 1926 te water gelaten, kon een snelheid van 11 knopen behalen en had een bemanning van 15 koppen. De bewapening bestond uit een enkele 76 mm geschut.

Farm
De oude (tewaterlating 1900) Farm was met haar 424 BRT een relatief grote patrouilleboot. Toch was de bewapening zeer mager (twee 65 mm geschut). Het schip was gestationeerd in Oslo, had een bemanning van 32 koppen en kon een snelheid maken van 9 knopen.

Treff
De Treff was in 1925 te water gelaten, had een tonnage van 204 BRT, een maximumsnelheid van 11 knopen, bemanning van 14 koppen en was bewapend met een 76 mm geschut.

Ramoen
Dit schip was in 1907 te water gelaten, had een tonnage van 299 BRT, snelheid van 10,5 knopen, bemanning van 15 koppen en eveneens bewapend met een 76 mm geschut.

Sætre
De 172 BRT metende Sætre was ook bewapend met een 76 mm geschut, had eveneens een maximum snelheid van 10,5 knopen en een bemanning van 14 koppen. Het schip was in 1925 te water gelaten.

Alpha, Beta
De Alpha was in 1904 te water gelaten en had een maximum snelheid van 10,5 knopen en een bemanning van 14 koppen.
De op 9 april 1940 in reparatie liggende Beta had een waterverplaatsing van 168 BRT, een bemanning van 14 koppen en een maximum snelheid van 11,5 knopen. Het was al een sterk verouderd schip dat in 1900 te water was gelaten. Beide hadden een geschut van 76mm.

Furu
De Furu kon een snelheid behalen van 10 knopen. Het schip telde een bemanning van 14 koppen en was bewapend met een 76 mm geschut

Lynn, Kvik en Blink
Deze drie schepen waren te water gelaten in 1896 en 1897 en waren bij de Duitsde inval gestationeerd in Kristiansand, alwaar ze uiteindelijk in handen van de Duitsers vielen. Allen waren bewapend met twee 37 mm kanonnen, hadden een waterverplaatsing van 38 BRT, een maximum snelheid van 19 knopen (Lyn 20) en een bemanning van 16 koppen.

William Barents
De William Barents was te water gelaten in 1924, had een waterverplaatsing van 203 BRT, een snelheid van 11 knopen en bemanning van 15 koppen. De bewapening is onduidelijk. Aanvankelijk had het een kanon van 76 mm, maar wellicht is dit later vervangen door twee 37 mm kanonnen. Bij de Duitse inval lag het in reparatie te Kristiansand en is aldaar in Duitse handen gevallen.

Firern
De Firern is ook één van de schepen die een rol heeft gespeeld in het incident met de Altmark. Ook van dit schip is niet geheel duidelijk wat de bewapening was (zie William Barents). Het 15 koppen tellende schip had een waterverplaatsing van 247 BRT en kon een snelheid ontwikkelen van 12 knopen. De Firern is in 1929 te water gelaten.

Lyngdal
Ook van de Lyngdal is de bewapening onduidelijk. Het 149 BRT metende schip was in 1912 te water gelaten. De Lyngdal kon een snelheid halen van 10 knopen en had een bemanning van 15 koppen.

Manger
De Manger was in 1911 te water gelaten en bij de Duitse inval gestationeerd in Klokkarvik. Het schip was bewapend met een 65 mm geschut, had een waterverplaatsing van 153 BRT, een snelheid van 10 knopen en bemanning van 18 koppen.

Alversund
De eveneens in Klokkarvik gestationeerde Alversund was te water gelaten in 1926. Het schip had een waterverplaatsing van 178 BRT, een snelheid van 11 knopen en bemanning van 18 koppen.

Lindaas
De Lindaas was bewapend met een 47 mm geschut, kon een snelheid ontwikkelen van 10 knopen en had een bemanning van 18 koppen. Bij de Duitse inval was ook zij gestationeerd in Klokkarvik.

Haus
De 135 BRT metende Haus had een bewapening van 65mm, een snelheid van 10,5 knopen en telde een bemanning van 18 koppen. Het in 1914 te water gelaten schip was ten tijde van de Duitse inval gestationeerd in Klokkarvik.

Øygar
De Øygar was in april 1940 eveneens gestationeerd in Klokkarvik. Bij de Duitse inval lag het schip echter voor reparaties in Bergen. De in 1908 te water gelaten Øygar had een waterverplaatsing van 153 BRT, een maximum snelheid van 10 knopen, 18 manschappen en een bewapening van 76 mm.

Oster
De Oster was in 1908 te water gelaten, had een waterverplaatsing van 189 BRT, een snelheid van 10,5 knopen, een bemanning van 18 koppen. In april 1940 was het schip gestationeerd in Follesøy. De bewapening is niet helemaal duidelijk, waarschijnlijk een 76 mm kanon.

Smart
De in 1907 te water gelaten Smart was in april 1940 eveneens in Follesøy gestationeerd. Ook van dit schip is de bewapening niet geheel duidelijk. De Smart had een waterverplaatsing van 122 BRT, een snelheid van 10 knopen, een bemanning van 18 koppen.

Veslefrikk
De Veslefrikk was in 1924 te watergelaten met een waterverplaatsing van 169 BRT. Het 18 koppen tellende schip kon een snelheid behalen van 10 knopen. Waarschijnlijk was het bewapend met een 76 mm kanon.

Veslegut
De eveneens waarschijnlijk met een 76 mm kanon bewapende Veslegut had een tonnage van 168 BRT, maximumsnelheid van 10 knopen en bemanning van 18 koppen.

Rundøy, Andenes
Over deze beide schepen is niet veel bekend. Waarschijnlijk konden ze een snelheid ontwikkelen van 10 knopen en hadden een bemanning van 18 koppen.

Heilhorn
De Heilhorn was in 1908 te water gelaten. Het schip was tijdens de Duitse inval gestationeerd in Hasselvika. De bewapening bestond uit een kanon van 76 mm. Het 192 BRT metende schip had een maximumsnelheid van 9 knopen.

Stenkjær
De 159 BRT metende Stenkjær was bewapend met een 76 mm kanon en had een snelheid van 10 knopen. Het in 1878 te water gelaten schip was in april 1940 gestationeerd in Hasselvika.

Fosen
De Fosen was in 1906 te water gelatenen in april 1940 gestationeerd te Hasselvika. Het schip voer met een bemanning van 16 tot 18 man en een snelheid van 10 knopen. De 273 BRT zware Fosen was bewapend met een 76 mm kanon.

Nauma
De oude Nauma (tewaterlating 1891) was een 219 BRT zwaar schip dat slechts een snelheid van 8,5 knopen kon maken. Het was bewapend met een 76 mm kanon.

Haug II en Haug III
Deze beide zusterschepen waren in 1925 te water gelaten. De schepen konden een snelheid ontwikkelen van 11 knopen en hadden een waterverplaatsing van 213 BRT. De bewapening bestond uit een 76 mm kanon. Beide schepen vielen in handen van de Duitsers.

Sperm
De met een 65 mm kanon bewapende Sperm lag in april 1940 in de buurt van Stavanger. Waterverplaatsing: 239 BRT.

Bjerk
Ook de Bjerk was slechts met een 65 mm kanon bewapend. Het schip was te watergelaten in 1912.
Waterverplaatsing: 182 BRT, Snelheid: 10 knopen, Bemanning: 18 koppen.

Commonwealth
De Commonwealth was in 1912 te watergelaten en eveneens met een 65 mm kanon bewapend.
Waterverplaatsing: 179 BRT, Snelheid: 11 knopen, Bemanning: 18 koppen.

Kelt
De wat grotere Kelt (376 BRT), was bewapend met een 76 mm kanon. Het in 1925 te water gelaten schip viel in handen van de Duitsers op 9 april 1940.
Snelheid: 10 knopen, Bemanning: 18 koppen.

Syrian
De Syrian stamde van net na de Eerste wereldoorlog (1919) en was bewapend met een 76 mm kanon.
Waterverplaatsing: 298 BRT, Snelheid: 10 knopen, Bemanning: 18 koppen.

Thorod
De Thorod was één van Noorwegens grotere patrouilleschepen (422 BRT) en was bewapend met een 76 mm kanon. Het schip was in 1919 te water gelaten.
Snelheid: 10 knopen, Bemanning: 18 koppen.

Svalbard II
Eveneens in 1919 te watergelaten, werd ook de Svalbard II bewapend met een 76 mm kanon.
Waterverplaatsing: 270 BRT, Snelheid: 10 knopen, Bemanning: 18 koppen.

Kvitøy
De Kvitøy was in 1912 te water gelaten en had een bewapening van 76 mm. Het schip werd op 6 juni 1940 door de Duitsers overgenomen en in dienst gesteld als de Widder.
Waterverplaatsing: 209 BRT, Snelheid: 10 knopen, Bemanning: 18 koppen.

Børtind
De Børtind was op 9 april 1940 gestationeerd in Finnmark. Het schip was in 1912 te water gelaten en bewapend met een 76 mm kanon.
Waterverplaatsing: 328 BRT, Snelheid: 10 knopen, Bemanning: 18 koppen.

Nordhav II
Ook de Nordhav II was gestationeerd te Finnmark. Bewapend met een 76 mm kanon en tewatergelaten in 1913. Waterverplaatsing: 425BRT, Snelheid: 10 knopen, Bemanning: 18 koppen.


Bronnen

- Norway 1940
Versie: 2-11-2009 Artikel door: Wilco Vermeer

Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002--2013
Directe link: http://www.go2war2.nl/artikel/748/Patrouilleschepen-van-de-Noorse-Marine.htm